Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregels handhaving Wet kinderopvang gemeente Midden-Groningen 2018

Gemeente Midden-Groningen · geldt sinds 19 april 2018

Aanhef

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Midden-Groningen

Gelet op artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht en artikelen 1.61, eerste lid, 1.65, eerste lid, 1.66 en 1.72, eerste lid, Wet kinderopvang

Besluit de Beleidsregels handhaving Wet kinderopvang gemeente Midden-Groningen 2018 vast te stellen.

Hoofdstuk 1 Algemeen

Artikel 1 Toepassing

Deze beleidsregels zijn van toepassing op de handhaving naar aanleiding van een overtreding van de bij of krachtens de Wet kinderopvang gestelde regelgeving.

Artikel 2 Vormen van handhaving

Bij het uitvoeren van het handhavingsbeleid heeft het college de volgende mogelijkheden:

1informeel middel zoals een waarschuwing;

2op herstel gericht handhavingsmiddel zoals een herstelsanctie;

3bestraffende sanctie.

Artikel 3 Kwaliteitseisen

1De kwaliteitseisen, waar aan voldaan moet worden, staan genoemd in de Wet kinderopvang en alle onderliggende regelgeving.

2De toezichthouder kinderopvang onderzoekt de naleving van deze kwaliteitseisen en legt de bevindingen vast in een inspectierapport.

3In deze Beleidsregels handhaving Wet kinderopvang gemeente Midden-Groningen 2018 wordt uitgegaan van deze kwaliteitseisen.

4In het afwegingsoverzicht worden per domein de kwaliteitseisen geclusterd weergegeven en voorzien van een prioritering en bepaling van de hoogte van de bestuurlijke boete in geval van een overtreding. Het afwegingsoverzicht is als bijlage 1 aan deze beleidsregels toegevoegd.

Hoofdstuk 2 Herstellend traject

Artikel 4 Herstelmaatregelen

1Indien gebleken is dat een houder van een kindercentrum, een gastouderbureau of een voorziening voor gastouderopvang niet voldoet aan één of meer kwaliteitseisen van de Wet kinderopvang en alle onderliggende regelgeving, start het college in beginsel een herstellend handhavingstraject. Dit traject is gericht op beëindiging van de overtreding(en) en op voorkoming van herhaling van de overtreding(en).

2Bij het uitvoeren van een herstellend handhavingstraject hanteert het college de volgende stappen:

a.stap 1: aanwijzing;

b.stap 2: last onder dwangsom/last onder bestuursdwang;

c.stap 3: exploitatieverbod;

d.stap 4: intrekking van de toestemming tot exploitatie en verwijdering van de registratie uit het landelijk register kinderopvang.

3Indien de aard van de overtreding hiertoe aanleiding geeft, kan het college besluiten om een bepaalde stap of bepaalde stappen in het herstellende traject over te slaan dan wel meerdere keren toe te passen.

4De duur van de hersteltermijn is afhankelijk van de prioriteit die is toegekend aan de kwaliteitseis zoals afgeleid kan worden uit het afwegingsoverzicht dat als bijlage 1 is opgenomen.

5Bij het geven van een aanwijzing gelden de volgende hersteltermijnen:

a.prioriteit hoog: maximaal twee weken;

b.prioriteit gemiddeld: maximaal twee maanden;

c.prioriteit laag: maximaal zes maanden.

Artikel 5

Indien niet (langer) wordt voldaan aan de definities van de Wet kinderopvang voor wat betreft de geregistreerde voorziening (dagopvang, buitenschoolse opvang, gastouderbureau, voorziening voor gastouderopvang) wordt de gegeven toestemming tot exploitatie ingetrokken door middel van een beschikking overeenkomstig artikel 1.46 lid 5 en 6 Wet kinderopvang. Aansluitend wordt de registratie verwijderd uit het landelijk register kinderopvang.

Hoofdstuk 3 Bestraffend traject

Artikel 6 Gebruik bevoegdheid opleggen bestuurlijke boete

1Het college legt een bestuurlijke boete op bij:

a.overtredingen met de prioriteit ‘hoog’ zoals opgenomen in het afwegingsoverzicht in bijlage 1;

b.overtreding van een norm zoals genoemd in het afwegingsoverzicht onder ‘overige overtredingen’.

2Bij overtredingen met een prioriteit ‘gemiddeld’ of ‘laag’ zoals opgenomen in het afwegingsoverzicht in bijlage 1 kan het college een bestuurlijke boete opleggen.

Artikel 7 Hoogte bestuurlijke boete

1Bij de berekening van de bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 1.72, eerste lid, van de Wet kinderopvang wordt voor alle overtredingen het boetebedrag dat is neergelegd in het afwegingsoverzicht als uitgangspunt gehanteerd.

2In afwijking van het vorige lid, geldt voor voorzieningen voor gastouderopvang als uitgangspunt dat het boetebedrag zoals neergelegd in het afwegingsoverzicht met 0,5 kan worden vermenigvuldigd.

Artikel 8 Recidive

Bij vaststelling van de boete wordt uitgegaan van:

a.1,5 maal het onder artikel 7 bepaalde boetebedrag indien een door een bestuurlijke boete te handhaven overtreding plaatsvindt binnen een periode van twee jaar nadat een eerdere overtreding van dezelfde wettelijke norm heeft plaatsgevonden waarvoor eveneens een bestuurlijke boete was opgelegd;

b.tweemaal het onder artikel 7 bepaalde boetebedrag indien er sprake is van een derde of volgende overtreding van dezelfde wettelijke norm binnen een periode van twee jaar nadat de daaraan voorafgaande overtreding zich heeft voorgedaan waarvoor eveneens een bestuurlijke boete was opgelegd.

Artikel 9 Matiging

1Het college kan de boete matigen wanneer hij het boetebedrag uit het afwegingsoverzicht onevenredig vindt in verhouding tot de omvang van de kinderopvangvoorziening.

2Het college kan besluiten om de bestuurlijke boete (verder) te matigen, indien de belanghebbende aannemelijk maakt dat op grond van

a.de ernst van de overtreding;

b.de mate van verwijtbaarheid;

c.de omstandigheden waaronder de overtreding is begaan of;

d.de omstandigheden waarin de overtreder verkeert,

boeteoplegging volgens deze beleidsregels handhaving Wet kinderopvang onevenredig is.

3Van een situatie als bedoeld in het vorige lid kan ik beginsel slechts sprake zijn, indien sprake is van bijzondere omstandigheden waarin bij vaststelling van deze beleidsregels niet is voorzien.

Artikel 10 Samenloop

De totale bij boetebeschikking op te leggen boete bestaat, ingeval er sprake is van meerdere overtredingen, uit de som van de per overtreding berekende boetebedragen.

Artikel 11 Inwerkingtreding en citeertitel

1Deze beleidsregels treden in werking op de dag na bekendmaking.

2Per die datum vervallen de Beleidsregels handhaving Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen gemeente Hoogezand-Sappemeer, vastgesteld op 12 november 2013, de Beleidsregels handhaving Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen gemeente Slochteren, vastgesteld op 26 november 2013 en de Beleidsregels handhaving Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen gemeente Menterwolde, vastgesteld op 27 november 2013.

3Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels handhaving Wet kinderopvang gemeente Midden-Groningen 2018.

Bijlage 1: Afwegingskader dagopvang/buitenschoolse opvang/gastouderopvang/gastouderbureau

.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.