Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders van Midden-Drenthe en de burgemeester van Midden-Drenthe, ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft;
overwegende
-dat met toepassing van de bevoegdheden uit de wet voorkomen kan worden dat de gemeente criminele activiteiten faciliteert waardoor de veiligheid, de leefbaarheid, de rechtsorde of de bestuurlijke slagkracht wordt aangetast;
-dat de Wet Bibob aan het college dan wel de burgemeester beleidsruimte geeft bij de uitoefening van de bevoegdheden uit deze wet;
-dat een beleid willekeur voorkomt;
-dat een beleid een afschrikwekkende werking pleegt te hebben op personen die met criminele bijbedoelingen activiteiten willen ontplooien in de gemeente;
-dat met het vormen van beleid en het hanteren van de bevoegdheden uit de wet Bibob een bijdrage wordt geleverd aan de integrale criminaliteitsbestrijding in Nederland nu hierdoor zoveel mogelijk wordt voorkomen dat personen met criminele bijbedoelingen uit gemeenten met een actief Bibob-beleid activiteiten ontplooien in gemeenten zonder Bibob-beleid;
gelet op het bepaalde in de Wet Bibob; artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht; de artikelen 3, 27, 30a, 31 en 35 van de Drank- en Horecawet; artikel 30b van de Wet op de kansspelen; artikel 2 van de Verordening speelautomatenhal Midden-Drenthe; de artikelen 2.1 en 2.17 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; de artikelen 2:16, 2:38, 3:4, 3:15 lid 2, 5:13. 5:18 en 5:23 van de Algemene plaatselijke verordening; artikel 7 Festiviteiten en evenementenverordening; artikel 4 van de Verordening op het gebruik van woningen als tweede woning; en artikel 3 van de Algemene Subsidieverordening;
besluiten:
vast te stellen het
Beleid voor de toepassing van de Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur in de gemeente Midden-Drenthe 2016
als volgt:
Inhoud
I inleiding
II de Bibob-toets
III uitvoering van de bevoegdheden