Aanhef
De Burgemeester van de gemeente Meppel;
gelet op het bepaalde in de Algemene Wet bestuursrecht, art. 10:11 en Wet tijdleijk huisverbod, art. 3 lid 1;
b e s l u i t:
-gelet op de Wet tijdelijk huisverbod van 7 oktober 2008 en haar inwerkingtreding per 1 januari 2009;
-daarbij in het bijzonder gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Wet tijdelijk huisverbod en artikel 10:11 Algemene Wet bestuursrecht;
-gelet op de besluitvorming in de vergadering van het Regionaal College van 17 december 2008;
-onder de voorwaarde van adequate hulpverlening aan de betrokkenen (per 1 april 2009 of zoveel eerder, volgens het zgn. 10 dagenmodel hulpverlening)
-onder de voorwaarde van directe digitale kennisgeving van een opgelegd tijdelijk huisverbod aan de burgemeester;
vast te stellen: het Mandaatbesluit Wet tijdelijk huisverbod
Artikel 1
Mandaat te verlenen aan de hulpofficier van justitie (belast met de uitvoering van een huisverbod) voor het nemen van het besluit tot het opleggen van een huisverbod;
Artikel 2
De hulpofficier van justitie (belast met de uitvoering van een huisverbod) te machtigen de volgende handelingen te verrichten:
-Ingeval van kindermishandeling of een ernstig vermoeden daarvan, alvorens te besluiten tot het wel of niet opleggen van een huisverbod, overleg te plegen met Bureau Jeugdzorg (artikel 3 lid 1 juncto art. 2 lid 3 Wet tijdelijk huisverbod);
-In een dermate spoedeisende situatie dat het huisverbod niet tevoren op schrift gesteld kan worden, het huisverbod mondeling aan te zeggen aan de uit huis te plaatsen persoon (artikel 3 lid 1 juncto artikel 2 lid 7 Wet tijdelijk huisverbod);
-Het mededelen van het huisverbod en de consequentie van niet naleven, aan de huisgenoten van de uithuisgeplaatste, de aangewezen instantie voor advies en/of hulpverlening en Bureau Jeugdzorg (ingeval van kindermishandeling of een vermoeden daarvan) (artikel 3 lid 1 juncto artikel 2 lid 8 Wet tijdelijk huisverbod);
-Het binnen 24 uur regelen van juridische bijstand voor de uithuisgeplaatste nadat hij/zij hiertoe de eventuele wens te kennen heeft gegeven en wel voor de duur van de behandeling van het verzoek voor een voorlopige voorziening bij de rechtbank (artikel 3 lid 1 juncto artikel 5 lid 1 Wet tijdelijk huisverbod).