Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregels beoordeling levensgedrag gemeente Meppel 2025

Gemeente Meppel · geldt sinds 14 april 2026

Aanhef

De burgemeester van de gemeente Meppel,

Gelet op:

–artikel 2:25, 2:28, 2:81 en 3:7 van de Algemene Plaatselijke Verordening Meppel;

–artikel 8 en artikel 35 van de Alcoholwet;

–artikel 30d van de Wet op de kansspelen jo. artikel 4 van het Speelautomatenbesluit 2000;

–artikel 4:81 tot en met 4:84 Algemene wet bestuursrecht,

Overwegende dat:

–de burgemeester onder andere bevoegd is te beslissen op aanvragen voor een exploitatievergunning voor (alcoholvrije) horecabedrijven, prostitutiebedrijven en escortbedrijven;

–aanvragers, exploitanten, leidinggevenden en beheerders van inrichtingen een bijzondere verantwoordelijkheid dragen omdat het exploiteren van dergelijke inrichtingen raakt aan de openbare orde, de openbare veiligheid en het woon-, werk- en leefklimaat;

–de toets op levensgedrag een noodzakelijke toets is om de risico's op inbreuken ten aanzien van de genoemde belangen te beperken;

–het wenselijk is dat invulling wordt gegeven aan het begrip ‘slecht levensgedrag’ om zo meer structuur, zekerheid en transparantie te bieden,

Besluit:

De beleidsregels beoordeling levensgedrag gemeente Meppel 2025 vast te stellen.

Beleidsregels beoordeling levensgedrag

3. Beoordeling levensgedrag

3.3. Toelichting specifieke gedragingen

3.3.1. Alcohol

Voor een Alcoholvergunning zijn daarnaast de volgende gedragingen relevant bij de beoordeling van het levensgedrag van leidinggevenden:

•rijden onder invloed of andere alcohol gerelateerde gedragingen;

•alle gedragingen, voor zover hierboven nog niet genoemd, die vermeld worden in artikel 3.4, eerste lid van het Alcoholbesluit.

Deze gedragingen zijn ook relevant indien er geen sprake is van een veroordeling of wanneer niet wordt voldaan aan het gestelde in artikel 3.4, tweede en derde lid. Deze gedragingen zijn voor een Alcoholvergunning relevant omdat van personen die verantwoordelijkheid dragen voor het verantwoord schenken van alcohol, verwacht mag worden dat zij zelf geen alcohol gerelateerde overtredingen plegen. Indien dat toch het geval is, betekent dit dat het vertrouwen in een goede naleving van de bepalingen van de Alcoholwet ontbreekt. Zo verhoudt zich het rijden onder invloed niet goed met de taken en verantwoordelijkheden van een leidinggevende van een horecabedrijf. Van een leidinggevende van een horecabedrijf wordt immers verwacht dat hij of zij anderen aanspreekt op hun verantwoordelijkheden en de risico’s van alcoholmisbruik.

De gedragingen, genoemd in het Alcoholbesluit, zijn relevant aangezien de wetgever zelf aan deze bepalingen in het Alcoholbesluit belang heeft gehecht voor het levensgedrag van personen die op een Alcoholvergunning vermeld willen worden. Voor zowel de Alcoholvergunning als de exploitatievergunning geldt dat andere dan de hiervoor genoemde (categorieën van) gedragingen enkel worden meegewogen bij de beoordeling van het levensgedrag, voor zover daaruit een zeker patroon ter bevestiging van het slechte levensgedrag valt te ontwaren. Het moet daarbij gaan om een recidiverend karakter van bepaalde gedragingen dan wel het schenden van regels in algemene zin al dan niet gedurende een langere periode, waardoor de betrokken gedragingen niet meer op zichzelf staan, maar in combinatie voldoende ernstig zijn om te kunnen worden betrokken bij het levensgedrag. Bij wijze van voorbeeld: als een persoon in het verkeer een stopteken heeft genegeerd, dan is dat in principe niet een voor de horeca-exploitatie relevant feit, maar als dezelfde persoon meermaals bevelen of aanwijzingen van politie, BOA’s en/of toezichthouders tijdens de horeca-exploitatie niet opvolgt, dan kan dat negeren van het stopteken in het verkeer wel relevant zijn omdat het duidt op een patroon van het niet opvolgen van bevelen of aanwijzingen van het gezag. Door deze beleidsregels en de hiervoor gegeven opsomming wordt ook voldaan aan het ‘kenbaarheidsvereiste’. Voor betrokkenen, die kennis kunnen nemen van deze beleidsregels, is immers vooraf kenbaar door welke relevante feiten en omstandigheden zij niet (langer) kunnen voldoen aan de eis dat zij niet in enig opzicht van slecht levensgedrag mogen zijn.

3.3.2. Speelautomaten

Voor een aanwezigheidsvergunning zijn daarnaast de volgende gedragingen relevant bij de beoordeling van het levensgedrag van leidinggevenden:

o alle gedragingen, voor zover hiervoor nog niet genoemd, die vermeld worden in artikel 4, leden 2, 3 en 4 van het Speelautomatenbesluit 2000. Deze gedragingen zijn ook relevant indien er geen sprake is van een veroordeling of wanneer niet wordt voldaan aan het gestelde in artikel 4, tweede, derde en vierde lid.

De gedragingen genoemd in het Speelautomatenbesluit 2000 zijn relevant aangezien de wetgever zelf aan deze bepalingen in het Speelautomatenbesluit 2000 belang heeft gehecht voor het levensgedrag van personen die een aanwezigheidsvergunning aanvragen.

Bijlage 1: uitgangspunten uit relevante jurisprudentie

–Geringe feiten en omstandigheden kunnen op zichzelf staand niet leiden tot een weigering.

–De feiten en omstandigheden die wel meegenomen kunnen worden, mogen niet een onredelijke lange periode worden meegewogen.

–Voor het aannemen van slecht levensgedrag is niet vereist dat zich daadwerkelijk concrete problemen met betrekking tot het woon- of leefklimaat in de omgeving van de inrichting en/of de openbare orde of veiligheid hebben voorgedaan.

–Liegen over relevante feiten en omstandigheden die van belang zijn voor de beoordeling van het levensgedrag of de bedrijfsvoering.

–Een strafrechtelijke veroordeling is niet vereist. Ook constateringen die zijn verwoord in bijvoorbeeld processen-verbaal of BVH-mutaties van de politie of rapportages van toezichthouders wegen mee in de beoordeling.

–Naast strafrechtelijke veroordelingen wegen ook transacties en strafbeschikkingen mee.

–Zaken waarin het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk is verklaard kunnen worden meegewogen.

–De beoordeling van de vraag of iemand van slecht levensgedrag is, beperkt zich niet tot dezelfde feiten en gedragingen die bij de toetsing van een VOG in ogenschouw worden genomen. Een VOG vormt een aanknopingspunt voor de veronderstelling dat een aanvrager over de vereiste eigenschappen en kwaliteiten beschikt. Dit neemt echter niet weg dat het bestuursorgaan op grond van de Aw en de Apv een zelfstandige bevoegdheid heeft in de beoordeling van het levensgedrag.

–Zaken waarop vrijspraak is gevolgd, worden niet meegewogen in de beoordeling van het levensgedrag.

–Feiten die zijn geseponeerd wegens bijvoorbeeld onvoldoende bewijs/gering feit/medeschuld benadeelde worden in beginsel niet meegewogen. Informatie uit de betreffende zaak over het gedrag van betrokkene kan echter wel worden meegenomen in de beoordeling. Een exploitant kan bijvoorbeeld zijn vrijgesproken voor een geweldsdelict, maar het feitencomplex kan informatie bevatten over de houding en het gedrag van de exploitant die relevant is voor de toets aan het woon- en leefklimaat. Het geweldsdelict zal niet worden meegenomen in de beoordeling, maar relevante informatie over de houding en het gedrag van de exploitant wel. Een dergelijk feitencomplex zal geen opzichzelfstaande weigeringsgrond opleveren.

–Het milieu waarin iemand zich begeeft, kan in samenhang bezien met de overige feiten en omstandigheden, ook een rol spelen bij de beoordeling van het levensgedrag. Denk bijvoorbeeld aan een persoon die in een omgeving verkeert waar criminele contacten aanwezig zijn;- levensgedrag waarvan geen weerslag te verwachten is op het woon- en leefklimaat, de openbare orde of de veiligheid, kan geen grond zijn voor weigering of intrekking van een vergunning.

Bijlage 2: lijst feiten en gedragingen

Geweldsdelicten en vernieling

–Mishandeling

–Moord of doodslag

–Overige misdrijven tegen het leven

–Openlijke geweldpleging tegen goederen of personen

–Vernieling, vandalisme, baldadigheid

–Brandstichting

Alcoholgerelateerde feiten

–Rijden onder invloed van alcohol

–Aanstalten maken rijden onder invloed van alcohol

–Weigeren ademanalyse

–Openbaar dronkenschap, openlijk of hinderlijk gebruik van alcohol

–Overtreding ge- en verbodsbepalingen Alcoholwet

Drugsgerelateerde feiten

–Bezit, handel en vervaardigen van hard- en softdrugs, inclusief voorbereidingshandelingen

–Openlijk of hinderlijk gebruik van drugs

–Rijden onder invloed van drugs of medicijnen

–Drugsafval

Wapens en munitie

–Bezit en handel in wapens of munitie als bedoeld in de Wet Wapens en Munitie

–Schiet- en/of steekpartijen

–Messenverbod

Vermogensdelicten

–Diefstal/ Overval

–Zakkenrollerij/ Straatroof

–Oplichting

–Verduistering

–Heling

–Chantage of afpersing

–Witwassen

–Fraude

–Verdachte transacties

–Vals/vervalst geld aanmaken of vals/vervalst geld uitgeven

–Oplichting en flessentrekkerij

Zedendelicten en mensenhandel

–Zedendelicten

–Vervaardigen/bezit/verspreiden van kinderporno

–Gijzeling of ontvoering

–Mensenhandel, arbeidsuitbuiting en/of mensensmokkel

Niet meewerken met de politie en toezichthouders en het niet opvolgen van rechtelijke uitspraken

–Wederspannigheid

–Niet voldoen aan bevel of vordering

–Valse aangifte

–Vals/vervalste ID opgeven

–Valsheid in geschrifte

–Weigeren ademanalyse/ Weigeren bloedproef/ Weigeren vervangend (urine) onderzoek

–Rijden tijdens rijverbod/ Rijden terwijl rijbewijs is ingevorderd/ Rijden tijdens rijontzegging

–Omkopen ambtenaar in functie

Verplichtingen inzake Rijksbelastingen

–Niet nakomen van fiscale verplichtingen op grond van Invorderingswet 1990

–Niet nakomen van fiscale verplichtingen op grond van de Algemene wet inzake rijksbelastingen

–Hinderlijk gedrag

–Samenscholing, ongeregeldheden en ordeverstoringen

–Afsteken vuurwerken op verboden plaatsen

–Geluidshinder

–Openbare orde sluiting op last van de burgemeester

–Zonder vergunning exploiteren van een openbare inrichting

–Inkoop- en verkoopregister handelaren in tweedehands goederen

Wegenverkeerswet

–Joyriding

–Snelheidsovertreding

–Agressief rijgedrag

–Onveilig rijgedrag

–Verkeersongeval met letsel

–Verlaten plaats na verkeersongeval

–Rijden met vals/vervalst kenteken

–Onverzekerd rijden

Overig

–Discriminatie

–Belediging

–Bedreiging/ Intimidatie

–Openbare schennis der eerbaarheid

–Stalking

–Cybercrime

–Misdrijven Wet op de kansspelen (WOK)

–Overtreding huisverbod

–Huisvredebreuk

–Chantage/ Machtsmisbruik

–Criminele contacten

–Deelname aan een criminele organisatie

–Lidmaatschap verboden rechtspersoon

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.