Gemeentelijke regelgeving

Gemeenschappelijke regeling Publieke Gezondheid & Zorg Groningen

Gemeente Menterwolde · geldt sinds 1 januari 2014

Aanhef

tekst van de regeling

zoals die na besluitvorming door de deelnemende gemeenten luidt vanaf 1 januari 2014

definitieve versie

vastgesteld door het algemeen bestuur in zijn vergadering d.d. 4 oktober 2013

Preambule

Overwegende dat:

· met ingang van 1 januari 2014 de regionalisering van de brandweer landelijk voltooid dient te zijn op grond van de Wet veiligheidsregio’s;

· met ingang van dezelfde datum het brandweerpersoneel van de 23 deelnemende gemeenten die deelnemen aan de gemeenschappelijke regeling Veiligheids- & Gezondheidsregio Groningen (hierna V&GR-regeling) in dienst dient te zijn van de Veiligheidsregio Groningen;

· het algemeen bestuur van de V&GR-regeling in zijn vergadering d.d. 24 mei 2013 heeft besloten dat de regeling V&GR daartoe gewijzigd dient te worden;

· dit wordt vormgegeven in het wijzigen van de huidige V&GR regeling in een gemeenschappelijke regeling ten behoeve van de GGD, hierna te noemen regeling PG&Z (Publiek Gezondheid & Zorg), en het treffen van een nieuwe gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Groningen;

· op grond van wettelijke voorschriften de GHOR bestuurlijk zal blijven vallen onder de verantwoordelijkheid van het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio, en operationeel zal blijven vallen onder de PG&Z-regeling;

· de 23 deelnemende gemeenten de intentie hebben de twee regelingen zoveel mogelijk onderling te laten samenwerken,

· ter bevordering van de onderlinge samenwerking, in het bijzonder op het gebied van de GHOR, de voorzitter van de PG&Z-regeling als adviserend lid zal worden toegevoegd aan het dagelijks bestuur van de regeling Veiligheidsregio Groningen;

· ter bevordering van de onderlinge samenwerking, in het bijzonder op het gebied van de GHOR, de portefeuillehouder GHOR in het dagelijks bestuur van de Veiligheidsregio als adviserend lid zal worden toegevoegd aan het dagelijks bestuur van de regeling PG&Z;

· de 23 deelnemende gemeenten het voornemen hebben met ingang van 1 januari 2016 de gemeentelijke kolom onderdeel te laten zijn van de organisatie van de Veiligheidsregio Groningen;

· de bestuurlijke samenwerking in crisisbeheersing separaat is vormgegeven in een DB+ overleg waarin de partners in crisisbeheersing zijn vertegenwoordigd;

· de 23 deelnemende gemeenten de intentie hebben om twee jaar na inwerkingtreding van deze gemeenschappelijke regeling het functioneren van de beide regelingen en hun onderlinge samenwerking te evalueren,

hebben de colleges van de 23 gemeenten, gelegen in de provincie Groningen, besloten met ingang van

1januari 2014:

· de gemeenschappelijke regeling V&GR te wijzigingen in de gemeenschappelijke regeling Publieke Gezondheid & Zorg (PG&Z), en

· over te gaan tot het treffen van de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Groningen (VR),

waarbij van de eerstgenoemde regeling de bepalingen als volgt luiden:

Hoofdstuk 1 ALGEMENE BEPALINGEN

Afdeling 1 ALGEMEEN

Artikel 1 Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.Publieke Gezondheid & Zorg Groningen: het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2, eerste lid;

b.Regeling: de gemeenschappelijke regeling Publieke Gezondheid & Zorg Groningen;

c.Deelnemende gemeente: een aan de regeling deelnemende gemeente;

d.GGD: het openbaar lichaam, zoals bedoeld in artikel 10, vierde lid;

e.Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR): het onderdeel van de GGD belast met de uitvoering van de door de Veiligheidsregio Groningen opgedragen taken;

f.Taken: gemeenschappelijke taken, gemeentespecifieke taken, taken voor derden en uitbestede taken;

g.Gemeenschappelijke taken: taken die de deelnemende gemeenten gezamenlijk op grond van de wet of een besluit van het algemeen bestuur verplicht ter uitvoering aan de regeling opdragen; tenzij het algemeen bestuur van de regeling anders besluit zijn gemeenten verplicht aan de kosten van de uitvoering van deze taken bij te dragen overeenkomstig de financiële bepalingen in deze regeling;

h.Gemeentespecifieke taken: taken die een gemeente eigener beweging of op voorstel van het algemeen bestuur aan de regeling opdraagt. De uitvoering van deze taken komt voor rekening en risico van de gemeenten die deze taken aan de regeling hebben opgedragen;

i.Taken voor derden: taken die op basis van een besluit van het algemeen bestuur voor rekening en risico van de regeling voor derden worden verricht;

j.Uitbestede taken: taken die op basis van een besluit van het algemeen bestuur voor rekening en risico van de regeling aan derden ter uitvoering worden opgedragen.

Artikel 2 Openbaar lichaam en dienst

1Er is een openbaar lichaam, genaamd gemeenschappelijke regeling Publieke Gezondheid & Zorg Groningen.

2Het lichaam is gevestigd te Groningen.

3De GGD is gevestigd te Groningen.

Artikel 3 Toepassing Gemeentewet

Waar in deze regeling artikelen van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing worden verklaard, wordt in die artikelen, met toepassing van de Wet gemeenschappelijke regelingen gelezen, in de plaats van de raad het algemeen bestuur, in de plaats van burgemeester en wethouders het dagelijks bestuur en in de plaats van de burgemeester de voorzitter.

Artikel 4 Verzorgingsgebied

Het verzorgingsgebied van de regeling wordt gevormd door het grondgebied van de deelnemende gemeenten.

Afdeling 1 BELANGEN, TAKEN EN BEVOEGDHEDEN

Artikel 5 Belangen

De regeling stelt zich ten doel om door regeling en bestuur en door een doelmatige organisatie en coördinatie via intergemeentelijke samenwerking uitvoering te geven aan de behartiging van de volgende belangen:

a.bescherming en bevordering van de gezondheid van de bevolking;

b.rampenbestrijding en crisisbeheersing;

c.(doen) organiseren van zorg aan de bevolking.

Artikel 6 Bevoegdheden Publieke Gezondheid

1De regeling heeft alle bevoegdheden tot regeling, bestuur en beheer die nodig zijn voor de uitvoering van de aan het openbaar lichaam opgedragen taken.

2Alle bevoegdheden in het kader van deze regeling die niet aan een ander bestuursorgaan van de regeling zijn opgedragen, behoren aan het algemeen bestuur van de regeling.

3De regeling is bevoegd tot het mede treffen van en tot het deelnemen aan een gemeenschappelijke regeling en andere rechtsvormen waar die in het bijzonder aangewezen moeten worden geacht voor de behartiging van door de regeling te dienen belangen.

4De regeling is bevoegd tot het aangaan van dienstverleningsovereenkomsten.

5De taken van de regeling omvatten op grond van de wet het volgende:

a.het adviseren van het college van burgemeester en wethouders over de taak bedoeld in de Wet veiligheidsregio’s en de Wet publieke gezondheid, zijnde het zorgdragen voor een gezamenlijke voorbereiding in de ‘witte kolom’ op rampen en crises. Deze voorbereiding krijgt gestalte door het opnemen van de ‘witte afspraken’ in het regionaal crisisplan van de veiligheidsregio en het GGD-rampenopvangplan.

b.het operationeel instellen en in stand houden van een GHOR op basis van de opgedragen taak van de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Groningen;

c.het aanschaffen en beheren van gemeenschappelijk materieel;

d.het inrichten en in stand houden van de informatievoorziening binnen de diensten van de Publieke Gezondheid & Zorg en tussen deze diensten en de andere diensten en organisaties die betrokken zijn bij de binnen de regeling vallende taken;

e.alle overige wettelijke taken die zorg-gerelateerd zijn en door de gemeenten zijn opgedragen aan de regeling.

Artikel 7 Taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden regeling

1De taken van de regeling betreffen de publieke gezondheidszorg en het (doen) organiseren van zorg aan de bevolking.

2De taken worden zoveel mogelijk uitgevoerd in overleg met plaatselijke en regionale instellingen die werkzaam zijn op het terrein van de lichamelijke en geestelijke gezondheidszorg en de maatschappelijke dienstverlening.

Artikel 8 Samenwerking met derden

Op basis van de voor het werkgebied geldende samenwerkings¬afspraken werkt de regeling samen met de partners op het gebied van de rampenbestrijding en crisisbeheersing.

Artikel 9 Overige bevoegdheden en plichten

Waar op grond van wettelijke bepalingen taken aan de regeling zijn overgedragen en bevoegdheden van regeling en bestuur zijn toegekend aan de gemeente, de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders of de burgemeester, of plichten zijn opgelegd, komen die bevoegdheden toe en rusten die plichten op onderscheidenlijk de regeling Publieke Gezondheid & Zorg, het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter, tenzij de wet anders bepaalt en behoudens het bepaalde in artikel 30, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen.

Afdeling 1 UITVOERING

Artikel 10 Uitvoering van de werkzaamheden

1De regeling kan besluiten om taken zelf uit te voeren, uit te besteden aan derden of op te dragen aan een van de deelnemende gemeenten.

2De taken voor de uitvoering van de publieke gezondheidszorg worden uitgevoerd door de gemeente Groningen, onverlet de mogelijkheden als vermeld in het eerste lid.

3Indien het algemeen bestuur besluit een aan één van de deelnemende gemeenten ter uitvoering opgedragen taak geheel of gedeeltelijk aan te merken als uitbestede taak of zelf gaan uitvoeren, dan treft het in overleg met de uitvoerende gemeente tijdig een regeling van de gevolgen.

4De GGD, waaronder mede te verstaan de GHOR, staat onder dagelijkse leiding van de directeur publieke gezondheid als bedoeld in de wet.

5De directeur publieke gezondheid wordt benoemd, geschorst en ontslagen door het bevoegd gezag, daartoe aangewezen door de Wet publieke gezondheid, in overeenstemming met het bestuur van de veiligheidsregio.

6De uitvoerende gemeente kan een voordracht doen aan het algemeen bestuur inzake het onder lid 5 bepaalde.

7De directeur publieke gezondheid voert de werkzaamheden, die voor de GGD voortvloeien uit de in het eerste lid bedoelde opdracht, uit met in achtneming van de mandaatregeling, afkomstig van:

a.het dagelijks bestuur respectievelijk de voorzitter van de gemeenschappelijke regeling Publieke Gezondheid & Zorg – elk voor zover bevoegd - voor zover het betreft de taken en verantwoordelijkheden die hij uitvoert onder bestuurlijke verantwoordelijkheid van bestuursorganen van de gemeenschappelijke regeling Publieke Gezondheid & Zorg;

b.het dagelijks bestuur respectievelijk de voorzitter van de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio – elk voor zover bevoegd - voor zover het taken en verantwoordelijkheden betreft die hij uitvoert onder bestuurlijke verantwoordelijkheid van bestuursorganen van de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio;

c.het college van burgemeester en wethouders respectievelijk de burgemeester van de uitvoerende gemeente – elk voor zover bevoegd - voor zover het betreft de aansturing van het personeel van deze gemeente, werkzaam voor de taken en verantwoordelijkheden die voortvloeien uit de Wet publieke gezondheid dan wel de Wet veiligheidsregio’s.

8Ingeval bij de uitoefening van de taken en verantwoordelijkheden van de directeur publiek gezondheid conflicterende belangen optreden tussen de gemeenschappelijke regelingen Veiligheidsregio en Publieke Gezondheid & Zorg, treden daarover de voorzitters van beide regelingen en de directeur publieke gezondheid met elkaar in contact. Blijft er verschil van inzicht tussen de twee voorzitters, dan geeft de stem van de voorzitter van het veiligheidsbestuur de doorslag als het gaat om veiligheidsvraagstukken.

9De werkzaamheden van de directeur publieke gezondheid kunnen op voorstel van de uitvoerende gemeente door het algemeen bestuur in een instructie nader worden beschreven.

10De directeur publieke gezondheid belast een van zijn mede¬werkers met het ambtelijk secretariaat van de regeling, welke aanwijzing de goedkeuring behoeft van het algemeen bestuur.

Hoofdstuk 2 BESTUURSBEPALINGEN

Afdeling 1 BESTUUR

Artikel 11 Samenstelling

1Het bestuur van de regeling bestaat uit:

a.het algemeen bestuur;

b.het dagelijks bestuur;

c.de voorzitter;

2Het algemeen bestuur kan een of meer bestuurscommissies in het leven roepen.

Afdeling 1 ALGEMEEN BESTUUR

Artikel 12 Algemeen

1Aan het hoofd van de regeling staat het algemeen bestuur.

2Het algemeen bestuur wordt gevormd door de leden die daartoe conform de Wet gemeenschappelijke regelingen door de deelnemende gemeenten zijn aangewezen.

3De colleges van de deelnemende gemeenten wijzen uit hun midden tenminste een plaatsvervanger aan. Deze dient te voldoen aan de vereisten voor het lidmaatschap gesteld in de Wet gemeenschappelijke regelingen.

4Uit en door het algemeen bestuur worden de voorzitter, de penningmeester en de plaatsvervangend voorzitter aangewezen.

5Het plaatsvervangend lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt van rechtswege zodra het plaatsvervangend lid de hoedanigheid verliest op grond waarvan hij als zodanig is aangewezen.

6De zittingsperiode van de leden en plaatsvervangende leden van het algemeen bestuur is gelijk aan de zittingsperiode van de leden van de gemeenteraad, met inachtneming van de demissionaire periode waarin wethouders hun functie nog uitoefenen in afwachting van het aantreden van het nieuwe college. De aanwijzing vindt plaats in het jaar waarin de verkiezingen voor de gemeenteraad worden gehouden, zo spoedig mogelijk na het aantreden van het nieuwe college en overigens zo spoedig mogelijk na het ontstaan van een vacature.

7Een lid van het algemeen bestuur verstrekt aan het college van zijn gemeente zo spoedig mogelijk de door een of meer leden van dat college in zijn vergade¬ring of schriftelijk gevraagde inlichtingen, voor zover zulks niet strijdig is met het algemeen belang. Deze bepaling is van overeenkomstige toepassing op de plaatsvervangend leden.

8Het college kan het lid en het plaatsvervangende lid van het algemeen bestuur, nadat de inlichtingen in een vergadering of schriftelijk zijn verstrekt of dienen te zijn verstrekt, ter verantwoording roepen voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid. Deze verantwoording wordt afgelegd binnen twee maanden nadat het lid respectievelijk het plaatsvervangend lid daarom door het college is verzocht.

9Het algemeen bestuur kan zich door deskundigen doen bijstaan.

Artikel 13 Taken en bevoegdheden van het algemeen bestuur

1Het algemeen bestuur heeft in het kader van de uitvoering van de regeling alle bevoegdheden die krachtens de wettelijke bepalingen niet zijn over te dragen aan een bestuurscommissie zoals bedoeld in artikel 20, voor zover die niet bij of krachtens de regeling aan voorzitter of dagelijks bestuur zijn opgedragen.

2Het algemeen bestuur geeft de colleges van de deelnemende gemeenten gevraagd en ongevraagd alle informa¬tie die voor een juiste beoordeling van het door hem gevoerde en te voeren beleid nodig is.

3Het algemeen bestuur verstrekt aan de colleges schriftelijk binnen een maand de door een of meer leden van die colleges verlangde inlichtingen.

4Het algemeen bestuur is verplicht gedeputeerde staten en de besturen der deelnemende gemeenten desgevraagd te dienen van bericht en raad omtrent alle zaken betreffende de regeling.

5Het algemeen bestuur is bevoegd ongevraagd aan één of meer van de besturen der deelnemende gemeenten advies te geven of voorstellen te doen, die in verband met deze regeling nodig worden geacht.

6De deelnemende gemeenten delen op zo kort mogelijke termijn aan het algemeen bestuur mee of een advies c.q. voorstel aanleiding is geweest tot het treffen van maatregelen.

Artikel 14 Vergaderingen van het algemeen bestuur

1Het algemeen bestuur vergadert jaarlijks tenminste twee maal en voorts zo dikwijls de voorzitter of het dagelijks bestuur dit nodig oordeelt dan wel ten minste een vijfde van het aantal leden dit onder opgaaf van redenen schriftelijk aan de voorzitter verzoekt.

2Ten aanzien van het oproepen tot en het houden van de vergaderingen, alsmede de besluitvorming van het algemeen bestuur zijn, voor zover daarvan bij de Wet gemeenschappelijke regelingen niet is afgeweken, de desbetreffende artikelen van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.

3Alle besluiten worden genomen bij meerderheid van stemmen van het aantal aanwezige leden. Elk lid heeft een stem. Indien bij een stemming, anders dan over personen voor het doen van benoemingen, voordrachten of aanbevelingen, de stemmen staken, wordt opnieuw gestemd. Staken de stemmen andermaal over hetzelfde voorstel, dan beslist de stem van de voorzitter.

4Het stemmen over personen tot het doen van benoemingen, voordrachten of aanbevelingen, geschiedt geheim met gebruikmaking van gewaarmerkte stembriefjes. Indien de stemmen staken over personen tot wie de keuze door een voordracht of bij een herstemming is beperkt, wordt in dezelfde vergadering een herstemming gehouden. Staken bij deze stemming de stemmen opnieuw, dan beslist terstond het lot.

5De vaststelling van de begroting en de rekening geschiedt bij meerderheid van stemmen, waaronder de stem van de vertegenwoordiger namens de uitvoerende gemeente. Indien de toepassing van deze clausule leidt tot het verwerpen van een voorstel, dan zal het dagelijks bestuur een nieuw voorstel voorleggen aan het algemeen bestuur, zo nodig na tussentijds bestuurlijk overleg.

6De voorzitter nodigt andere functionarissen wier aanwezigheid in verband met de te behandelen onderwerpen van belang is, uit deel te nemen aan de in het vorige lid genoemde vergaderingen.

Afdeling 1 DAGELIJKS BESTUUR

Artikel 15 Algemeen

1Het dagelijks bestuur bestaat uit minimaal drie en maximaal zoveel leden als er samenwerkingsclusters zijn op het terrein van taken van de regeling. Door het algemeen bestuur wordt uit dit dagelijks bestuur een voorzitter, een penningmeester en een plaatsver¬vangend voorzitter aangewezen, die in het dagelijks bestuur dezelfde functies bekleden als in het algemeen bestuur.

2Tot de door het algemeen bestuur aan te wijzen leden van het dagelijks bestuur dienen in elk geval te behoren de voorzitters van eventueel ingestelde bestuurscommissies.

3In vacatures wordt voorzien in de eerstvolgende vergadering van het algemeen bestuur na het ontstaan; zonodig, indien het een vacature van de voorzitter van een bestuurscommissie betreft, na tussenkomst van de bestuurscommissie die advies kan uitbrengen.

4Een lid dat de hoedanigheid verliest op grond waarvan hij lid of plaatsvervangend lid is van het algemeen bestuur houdt op lid van het dagelijks bestuur te zijn.

5Het dagelijks bestuur kan zich door deskundigen doen bijstaan.

Artikel 16 Taken en bevoegdheden van het dagelijks bestuur

1Het dagelijks bestuur is belast met:

a.het voorbereiden en afstemmen van al hetgeen aan het algemeen bestuur en eventuele bestuurscommissies ter overweging en ter beslissing moet worden voorgelegd;

b.het uitvoeren van de besluiten van het algemeen bestuur en eventuele bestuurscommissies.

2De leden van het dagelijks bestuur verstrekken tezamen, dan wel afzonderlijk aan het algemeen bestuur zo spoedig mogelijk in een vergadering van dat bestuur of schriftelijk, binnen een maand alle inlichtingen die door één of meer leden van het algemeen bestuur worden verlangd, zulks voor zover dat niet strijdig is met het algemeen belang.

3Het algemeen bestuur kan het dagelijks bestuur of één of meer leden daarvan, nadat de inlichtingen zijn verstrekt of dienden te zijn verstrekt, in een vergade¬ring of schriftelijk ter verantwoording roepen voor het door hem gevoerde beleid.

4De leden van het dagelijks bestuur zijn aan het algemeen bestuur, tezamen en ieder afzonder¬lijk, verantwoording verschuldigd voor het door het dagelijks bestuur gevoerde beleid.

5De verantwoording wordt afgelegd binnen een maand nadat daarom door het algemeen bestuur is verzocht.

6De leden van het dagelijks bestuur kunnen door het algemeen bestuur worden ontslagen indien deze leden niet meer het vertrouwen bezitten van het algemeen bestuur. Het besluit tot ontslag van een lid dat tevens voorzitter is van een bestuurscommissie wordt niet genomen dan na overleg met de bestuurscommissie.

7Artikel 13, vierde tot en met zesde lid, is op het dagelijks bestuur van overeenkomstige toepassing.

8Het dagelijks bestuur is bevoegd tot het aangaan van rekeningcourant overeen¬komsten tot een door het algemeen bestuur vast te stellen maximum bedrag.

Artikel 17 Vergaderingen van het dagelijks bestuur

1Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter dit nodig oordeelt of twee leden dit schriftelijk, onder opgaaf van redenen, verzoeken.

2Voor het oproepen tot en het houden van de vergaderingen, alsmede de besluitvor-ming van het dagelijks bestuur, zijn de desbetreffende artikelen van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.

3Het dagelijks bestuur beslist bij meerderheid van stemmen. Bij staken der stemmen geeft de stem van de voorzitter de doorslag. Bij staken van stemmen over personen tot wie de keuze door een voordracht of bij een herstemming is beperkt, wordt in dezelfde vergadering een herstemming gehouden. Staken bij deze stemming de stemmen opnieuw, dan beslist terstond het lot.

Afdeling 1 DE VOORZITTER

Artikel 18 De voorzitter

1De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van algemeen en dagelijks bestuur.

2De voorzitter tekent de stukken die van het algemeen en van het dagelijks bestuur uitgaan.

3De voorzitter vertegenwoordigt de regeling in en buiten rechte. De voorzitter kan deze vertegenwoordiging aan een door hem aan te wijzen gemachtigde opdragen.

4Indien de voorzitter of een door hem gemachtigde behoort tot het bestuur van een gemeente die partij is in een geding waarbij de regeling betrok¬ken is, oefent een ander door het dagelijks bestuur aan te wijzen lid van dit college de in het derde lid genoemde bevoegdheid uit.

Afdeling 1 COMMISSIES

Artikel 19 Instelling commissies van advies

Het algemeen bestuur kan commissies van advies instellen, in overeenstemming met de Wet gemeenschappelijke regelingen.

Artikel 20 Instelling bestuurscommissies

Het algemeen bestuur kan commissies instellen met het oog op de behartiging van bepaalde belangen, in overeenstemming met de Wet gemeenschappelijke regelingen.

Hoofdstuk 3 FINANCIËLE BEPALINGEN

Afdeling 1 FINANCIEEL BEHEER

Artikel 21 Algemeen

1Het algemeen bestuur stelt op voorstel van het college van burgemeester en wethouders van de uitvoerende gemeente zo nodig nadere regels vast omtrent het financieel-economisch beheer en de verreke¬ning van de bijdragen van de deelnemende gemeenten, zulks in aanvulling op het gestelde in de artikelen 21 tot en met 28.

2Het college van burgemeester en wethouders van de uitvoerende gemeente draagt zorg voor een verzekering van de risico's verbon¬den aan:

a.het optreden van de regeling;

b.het beheer van eigendommen en gelden ten behoeve van de regeling.

3Het boekjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 22 Begroting

1Het dagelijks bestuur stelt jaarlijks een ontwerp-begroting op.

2De begroting geeft een overzicht aan de hand van de in artikel 25 gegeven indeling van de aan de regeling opgedragen taken en geeft een overzicht van de kosten voortvloeiend uit de taken genoemd in artikel 7.

3De begroting geeft naast het in de vorige leden bepaalde tevens zoveel mogelijk inzicht in de te verwachten kosten van ondersteuning, bijstand en samenwerking zoals bedoeld in de artikelen 8 en 9.

4Naast de begroting stelt het dagelijks bestuur voor de aansluitende periode van tenminste vier jaren een meerjarenprognose op.

5De ramingen in de ontwerpen van de begroting en van de meerjarenprognose worden voorzien van een specificatie en een toelichting.

6Taken voor derden worden kostendekkend, dat wil zeggen met inbegrip van een risico-opslag, begroot.

7In de begroting wordt de door elke deelnemende gemeente voor het desbetreffende dienstjaar verschuldigde bijdrage vermeld, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen de bijdrage voor gemeenschappelijke taken en voor gemeentespecifieke taken, zulks met inachtneming van het gestelde in artikel 25.

8De deelnemende gemeenten dragen – elk voor hun deel – er voor zorg dat het openbaar lichaam te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al haar verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen.

9De deelnemende gemeenten betalen bij wijze van voorschot jaarlijks vóór de 16-de van de tweede maand van elk kalenderkwartaal één-vierde van de in het vijfde lid bedoelde bijdrage.

10Indien aan het algemeen bestuur van het openbaar lichaam blijkt dat een deelnemer weigert de begrote uitgaven op de gemeentelijke begroting te plaatsen, doet het algemeen bestuur onverwijld aan gedeputeerde staten het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 Gemeentewet.

Artikel 23 Procedure vaststelling en wijziging begroting

Voor de procedure tot vaststelling van de begroting dan wel een begrotingswijziging wordt toepassing gegeven aan het bepaalde in artikel 14, vijfde lid en het gestelde in de Wet gemeenschappelijke regelingen. Artikel 124 en 124b jo. bijlage onder D2 van de Gemeentewet is van toepassing.

Artikel 24 Rekening en verantwoording

1De directeur publieke gezondheid dient de jaarrekening over het afgelopen jaar in bij het dagelijks bestuur.

2Het dagelijks bestuur biedt deze jaarrekening na toevoeging van een verslag van het onderzoek naar de deugdelijkheid van de rekening, ingesteld door de ingevolge artikel 28 eerste lid, aangewezen deskundi¬ge(n), en van hetgeen het dagelijks bestuur te zijner verantwoording dienstig acht, met alle bijbehorende bescheiden ter vaststelling aan het algemeen bestuur aan.

3In de jaarrekening wordt het door elk der deelnemende gemeenten over het desbetreffende jaar werkelijk verschuldigde bedrag opgenomen.

4Voor de procedure tot vaststelling van de jaarrekening wordt toepassing gegeven aan het gestelde in artikel 14, vijfde lid en het gestelde in de Wet gemeenschappelijke regelingen.

5Verrekening van het verschil tussen het op grond van artikel 22, achtste lid, betaalde en het werkelijk verschuldigde vindt plaats binnen drie maanden na de vaststelling van de jaarrekening.

Artikel 25 Toerekening kosten voortvloeiend uit de taken ex artikel 7

1De regeling hanteert de volgende verdeelsleutels:

a.gemeenschappelijke taken: de bijdragen die de deelnemende gemeenten verschuldigd zijn, worden vastgesteld door de lasten, na aftrek van eventuele andere baten, om te slaan over de deelnemende gemeenten naar rato van het door het Bureau voor de Statistiek (CBS, of een daarmee gelijk te stellen autoriteit) te bepalen inwonertal per 1 januari van het jaar waarop de betaling der bijdragen betrekking heeft;

b.gemeentespecifieke taken: deelnemende gemeenten die taken aan de regeling hebben opgedragen zijn een bijdrage verschuldigd die wordt vastgesteld door de lasten, na aftrek van eventuele andere baten, om te slaan over deze gemeenten naar rato van het door het CBS te bepalen inwonertal per 1 januari van het jaar waarop de betaling der bijdragen betrekking heeft;

c.taken voor derden: tekorten die, na toerekening van de kosten aan de afnemers, resteren, worden omgeslagen over alle deelnemende gemeenten naar rato van het door het CBS te bepalen inwonertal per 1 januari van het jaar waarop de betaling der bijdragen betrekking heeft;

d.uitbestede taken: tekorten die, na toerekening van de kosten aan de afnemers, resteren, worden omgeslagen over alle deelnemende gemeenten naar rato van het door het CBS te bepalen inwonertal per 1 januari van het jaar waarop de betaling der bijdragen betrekking heeft.

2Ten aanzien van de gemeenschappelijke en gemeentespecifieke taken kan een andere verdeelsleutel gehanteerd worden wanneer de afname per eenheid product of de voorgestelde verdeelsleutel meer in de rede ligt. Tekorten op de begrote tarieven worden dan naar rato van het aantal afgenomen producten of op basis van een andere sleutel over de afnemende gemeenten omgeslagen. Het algemeen bestuur besluit op voorstel van de uitvoerende gemeente van te voren of op deze wijze de bijdrage zal worden vastgesteld.

3Wanneer de bijdrage volgens de methode genoemd in het tweede lid wordt berekend en het tekort mede wordt veroorzaakt doordat een gemeente minder afneemt dan geraamd en begroot, dan wordt deze gemeente voor dat gedeelte van het tekort aangeslagen, indien de afwijking een door het algemeen bestuur bepaalde marge te boven gaat. Geeft een gemeente geen raming op voor het opstellen van de begroting dan wordt de raming van het jaar daarvoor gehanteerd.

4Boven de raming bestaat voor de regeling geen verplichting tot levering.

5Voor het afnemen van gemeentespecifieke taken kan het algemeen bestuur met instemming van de deelnemende raden algemene kaders opstellen en op voorstel van de uitvoerende gemeente voorwaarden verbinden aan het afnemen van zulke taken. Het algemeen bestuur hoort de andere afnemende gemeenten.

6Het algemeen bestuur stelt op voorstel van de uitvoerende gemeente, en in overleg met de gemeente die de afname van een gemeentespecifieke taak wenst te beëindigen, tenminste zes maanden voor het beoogde tijdstip vanaf welk de taak niet langer wordt afgenomen een regeling op over de gevolgen daarvan. Wordt in die periode geen overeenstemming bereikt, dan wordt er geacht een geschil te bestaan als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regeling.

7Het algemeen bestuur mandateert het bepaalde in het tweede, vijfde en zesde lid aan het dagelijks bestuur, burgemeester en wethouders van de uitvoerende gemeente en de directeur publieke gezondheid.

Artikel 26 Toerekening kosten voortvloeiend uit de taken ex artikel 8

De kosten die voortvloeien uit samenwerking, zoals bedoeld in artikel 8, worden tussen partijen verrekend volgens door partijen – zo mogelijk vooraf - overeen te komen afspraken.

Artikel 27 Verslag

Het dagelijks bestuur draagt jaarlijks zorg voor de samenstelling van een verslag met betrekking tot de uitvoering van de werkzaamheden die voortvloeien uit de taken genoemd in artikelen 7, alsmede uit de taken die voortvloeien uit of samenhangen met de samenwerking zoals bedoeld in artikel 8.

Artikel 28 Controle

1Er is een door het college van burgemeester en wethouders van de uitvoerende gemeente aangewezen deskundige die met inachtne¬ming van de in deze regeling gestelde regels belast is met de controle op het financieel beheer en de boekhouding van de door het algemeen bestuur aangewe¬zen functionaris.

2Ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde controle is artikel 213 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk 4 BIJZONDERE BEPALINGEN

Artikel 29 Klachtrecht en aanwijzing Ombudsman

1Overeenkomstig de vereisten in de Algemene wet bestuursrecht en de Wet extern klachtrecht kan een ieder, onverlet de vereisten in de Wet klachtrecht cliënten zorgsector, een klacht, zijnde een verzoekschrift zoals bedoeld in artikel 9:18, eerste lid Algemene wet bestuursrecht, indienen over een gedraging, in de uitoefening van zijn functie, van een bestuursorgaan van de regeling of een voor deze regeling werkzame ambtenaar of een daarmee op grond van diens werkzaamheid gelijk te stellen persoon (inclusief hij met wie een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht is aangegaan).

2Tot behandeling van de in het eerste lid bedoelde klacht is - tenzij het algemeen bestuur voor enige bepaalde of onbepaalde periode een andere voorziening treft - de gemeentelijke Ombudsman Groningen bevoegd; op deze functionaris is van toepassing de Verordening gemeentelijke Ombudsman Groningen.

Artikel 30 Geschillen

Ten aanzien van geschillen omtrent de toepassing van de regeling in de ruimste zin, geldt het gestelde in de Wet gemeenschappelijke regelingen.

Artikel 31 Archief

1Voor de archiefbescheiden van de regeling zijn de voorschriften omtrent de zorg, de bewaring en het beheer der archiefbescheiden, alsmede die omtrent het toezicht daarop, zoals die voor de uitvoerende gemeente zijn of nader zullen worden vastgesteld, van overeenkomstige toepassing.

2Ingeval van opheffing van de regeling, worden de archiefbescheiden overge¬bracht naar de archiefbewaarplaats van de uitvoerende gemeente.

Artikel 32 Duur, wijziging en opheffing van de regeling

1De regeling wordt gewijzigd of opgeheven op de wijze waarop zij tot stand is gekomen, met inachtneming van het hierna in het tweede, derde, vierde en vijfde lid gestelde en onverlet het in de Wet gemeenschappelijke regelingen en Wet publieke gezondheid bepaalde.

2Een voorstel tot wijziging moet om in behandeling genomen te kunnen worden door het algemeen bestuur of door tenminste twee van de deelnemende gemeenten worden ingediend.

3Een besluit tot effectuering van een door de wet voorgeschreven opheffing van de gemeenschappelijke regeling wordt door het algemeen bestuur niet genomen dan nadat het college van burgemeester en wethouders van Groningen in de gelegenheid is gesteld om ter zake van de gevolgen van de opheffing voorstellen te doen aan het algemeen bestuur. Deze voorstellen worden bij de besluitvorming over de effectuering van de opheffing betrokken.

4Ingeval tot effectuering van de opheffing van de regeling wordt besloten, geschiedt de liquidatie door het algemeen bestuur.

5Uiterlijk zes maanden voor het tijdstip, waarop de regeling zal ophouden te bestaan, stelt het algemeen bestuur een liquidatieplan vast.

6Het liquidatieplan voorziet in de verplichting van de deelnemende gemeenten alle rechten en verplichtingen van het openbaar lichaam over de deelnemende gemeenten te verdelen op een in het plan vast te stellen wijze.

7Indien in de in lid 5 genoemde periode geen overeenstemming over de plannen wordt bereikt, wordt geacht een geschil te bestaan als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen.

Hoofdstuk 5 OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 33 Bekendmaking en registratie

1De colleges van burgemeester en wethouders dragen op de gebruikelijke wijze zorg voor de bekendmaking van de regeling.

2De colleges van burgemeester en wethouders dragen zorg voor opname van de regeling in het register als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen.

3Het bepaalde in het eerste tot en het tweede lid is mede van toepassing op besluiten tot wijziging van de regeling.

Artikel 34 Inwerkingtreding

1De regeling is in werking getreden op 1 juli 1997,

-gewijzigd met ingang van 1 november 2007;

-gewijzigd met ingang van 1 januari 2011 en

-gewijzigd per 1 januari 2014.

2De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.

Artikel 35 Slotbepaling

De regeling kan worden aangehaald als gemeenschappelijke regeling Publieke Gezondheid & Zorg Groningen, of kortweg PG&Z Groningen.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.