Aanhef
De gemeenteraad stelt de volgende regeling vast.
Artikel 1 De commissie
Ingesteld wordt een commissie van advies aan de raad, genaamd auditcommissie.
Artikel 2 Taak
1De auditcommissie is belast met de voorbereiding van de besluitvorming van de raad aangaande
a.de benoeming van de accountant als bedoeld in artikel 213 van de Gemeentewet;
b.het vaststellen van het jaarlijkse controleprotocol;
c.het vaststellen van de rekening en het jaarverslag;
d.het bepalen van een standpunt over tussentijdse rapportages en andere verslagen van de onder a. bedoelde accountant en over verslagen van periodieke onderzoeken van het college;
e.het bepalen van een standpunt over door het college toegezegde of door de raad vastgestelde verbeteringsacties en de voortgang daarvan;
f.de benoeming van het lid of de leden van de rekenkamercommissie als bedoeld in artikel 81a van de Gemeentewet;
g.het Treasurystatuut
2De auditcommissie bevordert dat onderzoeken van de accountant, de rekenkamer en de in het eerste lid onder d. bedoelde onderzoeken van het college op elkaar worden afgestemd.
3De auditcommissie ziet toe op de opvolging van aanbevelingen die door de raad zijn overgenomen en die voortkomen uit de accountantscontrole, de audits en rekenkameronderzoeken, en adviseert de raad hierover.
4De auditcommissie geeft gevraagd en ongevraagd advies over onderzoeksverslagen van de gemeentelijke rekenkamercommissie.
Artikel 3 Samenstelling en vergoeding
1De auditcommissie bestaat uit vijf leden die door de raad op voordracht van de fracties worden benoemd voor de huidige raadsperiode.
2De auditcommissie wijst uit haar midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter aan.
3De leden kunnen zich niet laten vervangen.
4Het lidmaatschap van de auditcommissie vervalt door ontslagname, of door een met redenen omkleed besluit van de raad.
5In geval van een ontstane vacature voorziet de raad onverwijld in de opvolging.
6De burgercomissieleden van de auditcommissie ontvangen conform artikel 96 van de gemeentewet de door het Rijk vastgestelde vergoeding voor commissieleden niet zijnde raadsleden. De voorzitter ontvangt hiervoor 150% van deze vastgestelde vergoeding op basis van artikel 96 lid 2 uit de Gemeentewet, omdat hij meer werk verricht en meer verantwoordelijkheden heeft dan de leden van de auditcommissie.
Artikel 4 Secretaris
De griffier wijst uit de medewerkers van de griffie een secretaris en een plaatsvervangend secretaris voor de auditcommissie aan.
Artikel 5: Vergaderingen
1De auditcommissie vergadert zo dikwijls de voorzitter dit nodig oordeelt of ten minste twee leden onder opgave van redenen dit aan de voorzitter vragen.
2De voorzitter belegt de vergaderingen. Hij draagt er zorg voor dat de oproepingen -
spoedeisende gevallen uitgezonderd - ten minste tien dagen voor de vergadering aan de leden worden verzonden.
3De oproepingen vermelden datum, tijd, plaats en te behandelen onderwerpen. De voor de behandeling van die onderwerpen relevante stukken worden tegelijkertijd aan de leden toegezonden.
4De vergaderingen en de in het tweede en derde lid bedoelde oproepingen en stukken worden ter openbare kennis gebracht.
Artikel 6 Besluitvorming
1Besluiten van de auditcommissie worden genomen bij meerderheid van het aantal uitgebrachte stemmen.
2De auditcommissie kan slechts beraadslagen en besluiten, wanneer meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is.
3Indien over een voorstel door geen van de leden stemming wordt verlangd, is het aangenomen.
4Bij het staken van de stemmen wordt de besluitvorming over het onderwerp uitgesteld tot de eerstvolgende vergadering waarin meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is. Staken de stemmen ook in die vergadering dan beslist de stem van de voorzitter.
Artikel 7 Bevoegdheden
1De auditcommissie is bevoegd aan de raad over de in artikel 2 genoemde onderwerpen voorstellen uit te brengen voorzien van een ontwerp van de door de raad te nemen besluiten.
2In het kader van de uitoefening van haar in artikel 2 bedoelde taken is de auditcommissie bevoegd informatie in te winnen bij en te overleggen met het college, de gemeentelijke rekenkamer, en de accountant als bedoeld in artikel 2, eerste lid onder a.
3De auditcommissie is bevoegd te besluiten dat de gemeente een externe deskundige opdraagt de commissie van advies te dienen.
4De auditcommissie is belast met de voorbereiding en de besluitvorming van de raad met betrekking tot de werving en de selectie van of het beëindigen van de relatie met dan wel het ontslag van de accountant als bedoeld in artikel 2, eerste lid onder a en het lid of de leden van de rekenkamer als bedoeld in artikel 2, eerste lid onderf.
5De commissie is bevoegd voor haar ondersteuning een beroep te doen op de Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning.
Artikel 8 Uitnodiging bijwonen vergaderingen
1De auditcommissie is bevoegd om leden van het college, leden van de gemeentelijke rekenkamer, de accountant als bedoeld in artikel 2, eerste lid onder a, ambtenaren, belanghebbenden en deskundigen uit te nodigen voor het verschaffen van inlichtingen of het deelnemen aan de beraadslagingen.
2Indien de auditcommissie ambtenaren uitnodigt informeert zij het college daarover.
Artikel 9 Openbare en besloten vergaderingen
1De vergaderingen van de auditcommissie worden in het openbaar gehouden.
2De deuren worden gesloten als ten minste twee van de aanwezige leden of de voorzitter dit nodig oordelen. Vervolgens besluit de auditcommissie of met gesloten deuren vergaderd zal worden.
3Indien de deuren worden gesloten verlaten alle aanwezigen behalve de voorzitter, de leden en de secretaris de vergaderruimte.
4Als de auditcommissie besluit om besloten te vergaderen beslist hij tevens of en zo ja welke andere dan de in de vorige volzin genoemde personen het besloten deel van de vergadering kunnen bijwonen.
Artikel 10 Geheimhouding
1De auditcommissie kan in een besloten vergadering, op grond van een belang genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, omtrent het in die vergadering met gesloten deuren behandelde en omtrent de inhoud van aan hem overgelegde stukken geheimhouding opleggen. De geheimhouding wordt door hen die bij de behandeling aanwezig waren en allen die van het behandelde of de stukken kennis dragen in acht genomen totdat de auditcommissie haar opheft.
2Indien de auditcommissie zich ter zake van het behandelde waarvoor een verplichting tot geheimhouding geldt tot de raad heeft gericht, wordt de geheimhouding in acht genomen totdat de raad haar opheft.
3Op grond van een belang genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, kan de geheimhouding eveneens worden opgelegd door de voorzitter van een commissie, het college en de burgemeester, ieder ten aanzien van stukken die hij aan de auditcommissie overlegt. Daarvan wordt op de stukken melding gemaakt. De geheimhouding wordt in acht genomen totdat het orgaan dat haar heeft opgelegd dan wel de gemeenteraad haar opheft.
4De auditcommissie kan op grond van een belang genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, geheimhouding opleggen ten aanzien van stukken die zij aan het college, aan de raad of de leden van de raad overlegt. Het bepaalde in de artikelen 25 en 55 van de Gemeentewet is van toepassing.
5Indien omtrent stukken die zijn gericht aan de auditcommissie geheimhouding is opgelegd blijven deze onder berusting van de secretaris van de auditcommissie. De secretaris verleent inzage aan de leden van de auditcommissie alsmede aan andere personen voor zover aan hen kennisneming onder geheimhouding is toegestaan.
Artikel 11 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening op de auditcommissie Medemblik 2013.
Artikel 12 Inwerkingtreding
1De verordening op de auditcommissie Medemblik 2013 treedt in werking op
2De verordening op de auditcommissie Medemblik 2011 wordt bij het vaststellen van deze verordening ingetrokken