Aanhef
De raad van de gemeente Medemblik,
gelezen het bijbehorend voorstel van het presidium d.d. 23 december 2024,
Gelet op artikel 15 lid 3, 41c lid 2 en 69 lid 2 Gemeentewet
b e s l u i t
1De Gedragscode voor burgemeester en wethouders Gemeente Medemblik 2025 vast te stellen onder gelijktijdige intrekking van de Gedragscode bestuurlijke integriteit burgemeester en wethouders.
Inleiding
In Medemblik vinden we een integere overheid belangrijk, willen we verantwoordelijkheid nemen en kijken we om naar elkaar. Onze democratie en de manier waarop wij in de gemeente besluiten nemen en beleid maken, kunnen niet zonder een integere organisatie en integere politieke ambtsdragers. De gemeenteraad en het college van B&W zijn hiervoor verantwoordelijk en kunnen daarop worden aangesproken. In het bevorderen van het integere handelen van politici zijn bijzondere rollen weggelegd voor de burgemeester als bevorderaar van de bestuurlijke integriteit (artikel 170 lid 2 Gemeentewet), de griffier als eerste adviseur van de raad en de secretaris als eerste adviseur van de burgemeester en het college van B&W.
Niet alleen de vraag wat is toegestaan is belangrijk, maar ook hoe we vinden dat we als gemeente moeten handelen. In Medemblik streven we naar een bestuur, waar onze inwoners en bedrijven vertrouwen in mogen stellen. Dat betekent dat we verantwoordelijkheid nemen en bereid zijn verantwoording af te leggen. Van politieke ambtsdragers wordt het goede voorbeeld verwacht. Zonder dat zal het vertrouwen in de democratische rechtsstaat en de overheid worden beschadigd. Startpunt is de formele eed of de belofte die de politieke ambtsdrager bij het aantreden in de functie aflegt.
Integriteit gaat ook over de manier waarop wij ons werk doen en de onderlinge omgangsvormen. Wij vinden een respectvolle omgang met inwoners en organisaties, tussen raadsleden onderling en tussen raadsleden, collegeleden en medewerkers belangrijk, zonder dat dit ten koste gaat van ieders eigen politieke inhoud en stijl. Integer handelen is iets wat steeds opnieuw in de praktijk gebracht moet worden. Een integriteitsbeleid dat alleen op papier bestaat is onvoldoende. Daarom moet het handelen van politieke ambtsdragers regelmatig onderwerp van gesprek zijn, juist ook onderling. De gedragscode helpt om het gesprek tussen politieke ambtsdragers te ondersteunen.
Deze gedragscode heeft betrekking op de burgemeester en de wethouders van Medemblik. De gedragscode bevat de gemaakte afspraken, richtlijnen en waarden die wij binnen onze gemeente belangrijk vinden. Bij twijfels, vragen of discussies kan de gedragscode houvast bieden of duidelijkheid geven over de norm.
Politieke ambtsdragers moeten zich houden aan de wet en aan de gedragscode. Wanneer zij dat niet doen, kunnen zij daarop worden aangesproken. Om die reden heeft de gemeenteraad van Medemblik ook een Gentle agreement opgesteld. Dit is een protocol waarin staat hoe te handelen bij twijfels over of vermoedens van integriteitsschendingen.
Kernwaarden
In Medemblik zien en benadrukken we het belang van een integere overheid.
•We zijn op de hoogte van de wettelijke integriteitsnormen.
•We gaan zorgvuldig om met de bevoegdheden en verantwoordelijkheden die wij als overheid hebben.
•We begrijpen dat we een voorbeeldfunctie hebben richting onze inwoners.
•We beseffen dat dilemma’s horen bij het werk en dat we ruimte moeten bieden voor het bespreken van dilemma’s.
•We organiseren ten minste jaarlijks een moment om samen te reflecteren op en stil te staan bij integriteitsnormen.
•We organiseren ten minste bij aanvang van iedere raads- en bestuursperiode een moment om samen te reflecteren op de gedragscodes onderschrijven deze of stellen deze zo nodig bij.
In Medemblik zijn we bereid verantwoordelijkheid te nemen.
•We zijn open en transparant over onze keuzes en afwegingen.
•We tonen ons bereid om verantwoording af te leggen als het om onze afwegingen in integriteitsdilemma’s gaat.
•We respecteren de rol en het samenspel van de democratische organen.
In Medemblik kijken we om naar elkaar.
•We richten de ogen op de inhoud, niet op de persoon.
•We geven elkaar feedback en verwelkomen de feedback die we krijgen van anderen.
•We beseffen dat integriteit niet bedoeld is om iemand onterecht in een slecht daglicht te zetten.
•We proberen elkaar te waarschuwen en behoeden voor een misstap, in plaats van achteraf te beschuldigen.
1. Afspraken over het voorkomen van belangenverstrengeling
ARTIKEL 1.1 MELDEN VAN FUNCTIES NAAST HET COLLEGELIDMAATSCHAP
1Collegeleden maken de functies openbaar die zij naast hun burgemeester- of wethouderschap vervullen. Dit doen zij door de secretaris bij hun aantreden de informatie te geven over de functies die zij vervullen. Als zij gedurende het burgemeester- of wethouderschap nieuwe nevenfuncties willen accepteren of de omstandigheden met betrekking tot bestaande nevenfuncties veranderen, informeren zij de secretaris hierover direct. Ook toekomstige functies worden gemeld, op het moment dat collegeleden weten dat zij deze functies gaan vervullen.
2Een wethouder meldt het voornemen tot aanvaarding van een nevenfunctie aan de raad. De burgemeester meldt het voornemen tot aanvaarding van een nevenfunctie, anders dan uit hoofde van het burgemeestersambt, aan de raad. Collegeleden vervullen geen nevenfuncties waarvan de uitoefening ongewenst is met het oog op een goede vervulling van hun burgemeester- of wethouderschap..
3De informatie betreft in ieder geval:
a.de omschrijving van de functie;
b.de organisatie waarvoor de functie wordt verricht;
c.per wanneer de functie wordt verricht;
d.of het al dan niet een functie betreft die voortvloeit uit het burgemeester- of wethouderschap; en
e.of de functie betaald of onbetaald is.
4De burgemeester maakt tevens de inkomsten uit nevenfuncties openbaar. Een wethouder die zijn ambt niet in deeltijd vervult, maakt tevens de inkomsten uit nevenfuncties openbaar.
5De secretaris legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet en via terinzagelegging op het gemeentehuis beschikbaar. Openbaarmaking van de inkomsten geschiedt zowel op elektronische wijze als door terinzagelegging op het gemeentehuis uiterlijk op 1 april na het kalenderjaar waarin de inkomsten zijn genoten.
ARTIKEL 1.2 AFSPRAKEN OVER FINANCIËLE BELANGEN
1Collegeleden informeren het college over hun financiële belangen – bijvoorbeeld in de vorm van aandelen, opties en derivaten - in ondernemingen waarmee de gemeente zakelijke betrekkingen onderhoudt en/of waarin de gemeente een belang heeft. Ook een tussentijds ontstaan financieel belang moet worden opgegeven. Collegeleden informeren het college ook over vastgoedposities voor zover die relevant zijn voor besluitvorming die in het college aan de orde is.
2De informatie betreft in ieder geval:
a.een omschrijving van het belang (aard en omvang);
b.indien aan de orde: de organisatie waarin het financiële belang bestaat;
c.de aanvangsdatum van het financiële belang.
3Collegeleden hebben geen financiële belangen, bezitten geen effecten en verrichten geen effectentransacties voor zover dit ongewenst is met het oog op een goede vervulling van hun positie als bestuurder.
ARTIKEL 1.3 AFSPRAKEN BIJ VERBODEN HANDELINGEN EN VERBODEN OVEREENKOMSTEN
1Collegeleden die van plan zijn een handeling te verrichten of een overeenkomst aan te gaan zoals genoemd in artikel 15 lid 1 Gemeentewet, bespreken dit in het college.
2Als een collegelid de ontheffing wil vragen zoals genoemd in artikel 15 lid 2 Gemeentewet, dan ondersteunt de secretaris bij het aanvragen van de ontheffing.
ARTIKEL 1.4 ONTHOUDEN DEELNAME BERAADSLAGING EN STEMMING
1Collegeleden doen niet mee aan de beraadslaging en stemming als er sprake is van een situatie die strijd oplevert met artikel 58 en artikel 28 Gemeentewet. Zij verlaten de vergadering bij het betreffende agendapunt. Dit wordt aangetekend in de notulen.
2Collegeleden beïnvloeden de besluitvorming in dat geval ook niet op andere manieren en momenten.
3Collegeleden die ter vergadering aanwezig zijn en voor wie artikel 58 en artikel 28 Gemeentewet niet van toepassing zijn, kunnen zich in onderling overleg onthouden van beraadslaging en/of stemming, indien meedoen aan de beraadslaging of stemming ongewenste effecten zou (kunnen) hebben of ongewenste beeldvorming zou (kunnen) oproepen.
ARTIKEL 1.5 TEGENGAAN VAN EEN DRAAIDEURCONSTRUCTIE
1Voormalig collegeleden mogen gedurende twee jaar na het eind van het burgemeester- of wethouderschap niet als externe partij betaalde werkzaamheden verrichten voor of namens de gemeente. Uitzondering hierop is het raadslidmaatschap.
2Het college draagt voormalig collegeleden niet eerder dan twee jaar na aftreden voor als kandidaat voor benoeming tot commissaris dan wel bestuurslid van een verbonden partij.
TOELICHTING
Bij veel besluiten die de gemeenteraad en het college nemen, kan direct of indirect een persoonlijk belang van politieke ambtsdragers een rol spelen. Dat is inherent aan wonen, werken en recreëren in Medemblik. Een persoonlijk belang hebben bij besluiten is op zichzelf niet altijd doorslaggevend bij de vraag of sprake is van belangenverstrengeling. Collegeleden dienen zich volgens de wet alleen van beraadslaging en stemming te onthouden als de besluitvorming hen persoonlijk of hun directe familie en vrienden aangaat of wanneer zij als vertegenwoordiger betrokken zijn. Of daar sprake van is, hangt in de eerste plaats af van de aard van het te nemen besluit. Gaat het om iets algemeens, wat gevolgen heeft voor een grotere kring van betrokkenen, dan staat het politieke ambtsdragers doorgaans vrij om daarover mee te praten en te stemmen – zolang zij daarbij maar het algemeen belang voor ogen blijven houden.
Naast de juridische kaders, waarbinnen niet snel sprake is van belangenverstrengeling, speelt ook de buitenwereld een rol. Die kijkt vaak kritisch mee. Het is belangrijk dat collegeleden aan inwoners en media kunnen uitleggen dat hun persoonlijk belang geen invloed heeft op de besluitvorming. Publieke discussie hierover kan immers afbreuk doen aan het vertrouwen in (de besluitvorming van) de gemeente. Voor collegeleden geldt dat zij zich soms beter afzijdig kunnen houden van besluiten als zij de schijn tegen hebben.
2. Afspraken over de omgang met geschenken en uitnodigingen
ARTIKEL 2.1 OMGANG MET GESCHENKEN, FACILITEITEN EN DIENSTEN
1Collegeleden nemen van derden geen geschenken aan en accepteren geen faciliteiten of diensten waarvan redelijkerwijs mag worden aangenomen dat die hen uit hoofde van of vanwege hun functie als collegelid worden aangeboden, tenzij het gaat om een incidentele, kleine attentie (zoals een bloemetje of een fles wijn) met een geschatte waarde van maximaal € 50.
2Geschenken, faciliteiten of diensten die politieke ambtsdragers uit hoofde van hun functie ontvangen en die een geschatte waarde van meer dan € 50 vertegenwoordigen, zijn eigendom van de gemeente. Er wordt een gemeentelijke bestemming voor gezocht.
3Geschenken, faciliteiten en diensten worden niet op het huisadres ontvangen. Aanbiedingen voor privé-werkzaamheden of kortingen op privé-goederen worden niet geaccepteerd. Indien dit toch is gebeurd, melden collegeleden dit in het college.
4Bij twijfel over de intentie van de gever, over wat passend is als de geschatte waarde hoger is dan € 50, of anderszins, overleggen de collegeleden in het college. In dat geval wordt de afweging schriftelijk vastgelegd.
ARTIKEL 2.2 UITNODIGINGEN
1Collegeleden accepteren lunches/diners, excursies, evenementen, recepties en andere uitnodigingen die zij uit hoofde van hun ambt ontvangen alleen als dat behoort tot de uitoefening van het werk als collegelid, functioneel is en de aard ervan niet overmatig is.
2Een voorgenomen deelname aan werkbezoeken, excursies en evenementen die in relatie staan met de functie van collegelid en voor rekening van anderen dan de gemeente komen, melden de collegeleden in het college voorafgaand aan het werkbezoek, de excursie, of het evenement. Daarbij moet ook worden gemeld wie de kosten voor zijn rekening neemt wanneer de kosten niet worden betaald door de gemeente. Er hoeft geen melding te worden gedaan wanneer het gaat om een uitnodiging door een andere overheidsorganisatie. Mocht voorafgaande melding niet mogelijk zijn, dan meldt het collegelid het werkbezoek, de excursie of het evenement uiterlijk binnen één week na deelname.
3Bij twijfel over doelmatigheid of overmatigheid van de uitnodiging, of anderszins, overleggen de collegeleden in het college. In dat geval wordt de afweging schriftelijk vastgelegd.
ARTIKEL 2.3 (BUITENLANDSE) DIENSTREIZEN
1Een uitnodiging voor een (buitenlandse) dienstreis met overnachting wordt alleen geaccepteerd als het bezoek aantoonbaar van belang is voor de gemeente en deze naar zijn aard niet overmatig is.
2Collegeleden leggen een voorgenomen (buitenlandse) dienstreis als bedoeld in lid 1 ter goedkeuring voor in het college. Zij geven daarbij informatie over het doel en de duur van de reis, de bijbehorende beleidsoverwegingen, de samenstelling van het gezelschap dat meereist, de kosten voor de gemeente, welke kosten voor rekening van anderen komen en de manier waarop van de reis verslag wordt gedaan. Deze informatie wordt schriftelijk vastgelegd.
TOELICHTING
Geschenken en uitnodigingen kunnen een sluiproute naar oneigenlijke beïnvloeding zijn. Uitgangspunt bij de afspraken over geschenken, faciliteiten, diensten en uitnodigingen is dat kleine attenties en attenties die een functioneel doel hebben mogen worden aangenomen. Het is belangrijk dat geschenken en uitnodigingen transparant zijn, niet bovenmatig zijn en dat er geen (schijn van) afhankelijkheid ontstaat. Geschenken en uitnodigingen in ruil voor tegenprestatie zijn nooit toegestaan. In de ambtseed of belofte verklaart een collegelid aan niemand iets te hebben gegeven of beloofd om te worden benoemd en ook in de toekomst geen geschenken aan te nemen of beloften te doen in ruil voor een tegenprestatie.
Bij buitenlandse dienstreizen kan snel het beeld ontstaan van een snoepreisje. Om deze beeldvorming te vermijden en collegeleden houvast te bieden over het kader waarbinnen de dienstreizen kunnen worden gemaakt, zijn in deze gedragscode afspraken opgenomen.
3. Afspraken over de omgang met gemeentelijke voorzieningen
ARTIKEL 3.1 GEMEENSCHAPPELIJKE RUIMTES
Collegeleden houden zich aan de regels voor het gebruik van algemene interne voorzieningen, zoals vergaderruimtes.
ARTIKEL 3.2 ONKOSTENVERGOEDINGEN EN DECLARATIES
1Collegeleden houden zich aan de regels die gelden voor onkostenvergoedingen en declaraties.
2Uitgaven worden uitsluitend vergoed als de hoogte en de functionaliteit ervan kunnen worden aangetoond. Collegeleden zijn terughoudend bij het in rekening brengen van uitgaven die zich op het grensvlak van privé en publiek bevinden.
3Ter bepaling van de functionaliteit van uitgaven worden als criteria gehanteerd dat met de uitgave het belang van de gemeente is gediend en dat de uitgave voortvloeit uit de functie van het collegelid.
4Collegeleden declareren geen zaken die door de onkostenvergoedingen worden gedekt.
5In geval van twijfel over een declaratie van een wethouder legt deze dit voor aan de voorzitter van het college. In geval van twijfel over een declaratie van de burgemeester legt deze dit voor aan het college.
ARTIKEL 3.3 GEBRUIK ICT- MIDDELEN
Collegeleden houden zich bij gebruik van de ICT-middelen van de gemeente aan de bruikleenovereenkomst. Daarbij is van belang dat:
a.usb sticks met informatie niet onbeveiligd en onbewaakt worden achtergelaten;
b.inloggegevens niet worden gedeeld;
c.laptops en/of tablets niet worden uitgeleend aan anderen, ook niet tijdelijk;
d.werkmails niet naar privémail worden doorgestuurd.
TOELICHTING
Collegeleden bevinden zich onder een vergrootglas als het gaat over het vergoeden van gemaakte kosten of het gebruikmaken van voorzieningen. Van collegeleden mag een zekere soberheid worden verwacht en zij hebben een voorbeeldfunctie. Het is moeilijk uit te leggen als een collegelid in economisch moeilijke tijden een beroep doet op de soberheid van burgers, terwijl die zelf veel kosten declareert.
Collegeleden dragen immers vaak zelf de eindverantwoordelijkheid voor het kostenniveau van een bepaalde voorziening of verstrekking. Uitgaven die ogenschijnlijk van ondergeschikt belang zijn, kunnen in de publiciteit breed worden uitgemeten en de reputatie van een collegelid aantasten.
4. Afspraken over de omgang met informatie
ARTIKEL 4.1 TRANSPARANTIE
Collegeleden handelen in overeenstemming met letter en de geest van de Gemeentewet en met de Wet open overheid. Zij streven ernaar open en transparant te zijn over het gevoerde bestuur en de beweegredenen daarvoor.
ARTIKEL 4.2 OMGANG MET GEHEIME INFORMATIE
1Geheime informatie wordt door collegeleden veilig gebruikt en bewaard.
2De term ‘vertrouwelijk’ wordt zo min mogelijk gebruikt. Vertrouwelijke informatie heeft geen formele status en de term ‘vertrouwelijk’ wordt alleen gebruikt bij wijze van informele afspraak en heeft geen juridische status.
3Informatie die (nog) geheim is maar waarover collegeleden wel kennis van hebben, wordt niet gebruikt om er zelf of voor anderen voordeel uit te halen.
4Ambtelijke adviezen en ambtelijke voorstellen waarover bestuurlijke besluitvorming nog moet plaatsvinden, kunnen alleen worden gedeeld met derden voor zover dit transparant gebeurt en het delen ervan een gerechtvaardigd doel dient.
TOELICHTING
Geheime informatie is informatie waar formeel geheimhouding is opgelegd (op grond van de artikelen 87, 88 en 89 Gemeentewet). Collegeleden zijn dan wettelijk verplicht tot geheimhouding. Daarnaast zijn er situaties waarin collegeleden redelijkerwijs moeten begrijpen dat informatie waarover zij beschikken, (nog) niet bestemd is voor de openbaarheid of voor het delen met derden wanneer daardoor een ongelijk speelveld ontstaat. Het gaat dan bijvoorbeeld om informatie waarover het college van B&W nog tot geheimhouding kan besluiten. Of informatie die collegeleden onder embargo hebben ontvangen en die de volgende dag openbaar wordt gemaakt.
5. Afspraken over omgangsvormen
ARTIKEL 5.1 OMGANGSVORMEN ALGEMEEN
1Binnen en buiten het gemeentehuis behandelen collegeleden elkaar, raadsleden, fractieassistenten, de griffie en de griffiemedewerkers, de gemeentesecretaris en andere medewerkers op correcte wijze zowel mondeling als schriftelijk. Zij doen niet aan pestgedrag, (seksuele) intimidatie, discriminatie, agressie en geweld. Ook openlijk grof taalgebruik en ongefundeerde beschuldigingen van strafbaar gedrag worden niet geaccepteerd.
2Vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid bewaken collegeleden actief elkaars sociale veiligheid en die van medewerkers. Dat doen collegeleden door zelf het goede voorbeeld te geven en elkaar aan te spreken op ongewenst gedrag.
ARTIKEL 5.2 OMGANGSVORMEN IN VERGADERING
1Collegeleden houden zich tijdens de college-, raads- en commissievergaderingen aan het Reglement van Orde en volgen de aanwijzingen van de voorzitter op. Collegeleden spreken in het debat via de voorzitter.
2Optreden tegen ongewenste omgangsvormen tijdens vergaderingen is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de in de vergadering aanwezige personen. De voorzitter kan een collegelid tot de orde.
Artikel 5.3 GEBRUIK VAN SOCIALE MEDIA
1Collegeleden hebben in toenemende mate te maken met agressie, belediging of persoonlijke bedreiging op sociale media. Dit kan van grote invloed zijn op de gevoelens van veiligheid, de ervaren werkdruk en daarmee op het functioneren van het college. Daarom is het belangrijk dat collegeleden zelf ver van dit gedrag blijven, en dit corrigeren of veroordelen wanneer anderen dit doen. Ook is het collegiaal en zeer ondersteunend om voor elkaar op te komen als collegeleden te maken krijgen met intimidatie op sociale media.
2Collegeleden behandelen elkaar, raadsleden, de griffie en de griffiemedewerkers, de gemeentesecretaris en andere medewerkers op correcte wijze op (sociale) media. Bejegening van anderen via sociale media – in welke vorm dan ook – gebeurt altijd met respect voor een ander.
TOELICHTING
Iedereen heeft recht op een sociaal veilige werkomgeving, ook collegeleden. Los van de gevolgen van grensoverschrijdend gedrag op individueel niveau, zijn correcte omgangsvormen van collegeleden van belang voor het goed functioneren van de democratie. Een respectvolle omgang met elkaar en anderen is een vereiste om met elkaar tot een werkelijk debat te komen op basis van feiten. Bovendien zijn onderlinge omgangsvormen door collegeleden van betekenis voor de vraag hoe inwoners en bedrijven naar de gemeente kijken. De manier waarop collegeleden met elkaar omgaan is van invloed op de geloofwaardigheid van de politiek. Het goede voorbeeld geven, ook in de privésfeer, is daarbij in de praktijk de norm.
Politiek is debatteren, en kan daarbij ook een arena van strijd en emotie zijn. Daar mogen verschillen worden uitvergroot. Daarbij geldt wel: we houden oog voor elkaars welzijn. Als collegeleden zichtbaar over elkaars grenzen gaan ligt de verantwoordelijkheid niet alleen bij de persoon die de ongewenste gedraging ervaart, maar ook bij overige politieke ambtsdragers die op dat moment getuige zijn.
6. Overige afspraken
ARTIKEL 6.1 EENDUIDIGE INTERPRETATIE
De gemeenteraad en het college bevorderen de eenduidige interpretatie van deze gedragscode. Bij niet-geregelde onderwerpen of onduidelijkheden in de gedragscode voorziet de raad daarin op voorstel van de voorzitter en na het college daarin gehoord te hebben.
ARTIKEL 6.2 TOEZICHT OP NALEVING
1Het college ziet erop toe dat burgemeester en wethouders de gedragscode naleven en legt zo nodig verantwoording af aan de raad.
2Bij vermoedens van een integriteitsschending of van ervaren ongewenst gedrag, geldt de Gentle Agreement van de gemeente Medemblik.
TOELICHTING
Een gedragscode kan onmogelijk in alle situaties voorzien. Het is daarom van belang om regelmatig te reflecteren op de kernwaarden en afspraken uit de gedragscode en op eventuele leemtes of onduidelijkheden. Daarbij kunnen ook de behoefte voor het bespreken van praktijkvoorbeelden of het volgen van trainingsbijeenkomsten worden gepeild. Op die manier blijft de gedragscode een levend document.
Het toezien op naleving van de gedragscode ligt ultimo bij de gemeenteraad als orgaan dat de gedragscodes vaststelt. Bijzondere rollen zijn weggelegd voor de burgemeester als bevorderaar van bestuurlijke integriteit (artikel 170 lid 2 Gemeentewet) en voor de fractievoorzitters, als primus inter pares binnen hun fracties. De griffier en de secretaris zijn als eerste adviseurs van de raad respectievelijk het college beschikbaar voor ondersteuning en advies.
Wanneer sprake is van een concreet vermoeden van niet-integer handelen, dan geldt het Gentle agreement. Dit protocol biedt een met waarborgen omklede procedure om zorgvuldig om te gaan met meldingen en signalen en recht te doen aan zowel de melder als de betrokken politieke ambtsdrager.
7. Tot slot
ARTIKEL 7.1 INTREKKING OUDE REGELING
De “Gedragscode bestuurlijke integriteit burgemeester en wethouders” wordt ingetrokken
ARTIKEL 7.2 INWERKINGTREDING
Deze code treedt in werking op de eerste dag na publicatie
ARTIKEL 7.3 CITEERTITEL
Deze code kan worden aangehaald als: ‘Gedragscode voor burgemeester en wethouders gemeente Medemblik 2025’.