Gemeentelijke regelgeving

Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen Maashorst 2026

Gemeente Maashorst · geldt sinds 30 december 2025

Aanhef

De Raad van de gemeente Maashorst;

gelezen het voorstel van het College van burgemeester en wethouders van 11 november 2025;

gelet op artikel 225 van de Gemeentewet en de Parkeerverordening gemeente Maashorst d.d. 22 december 2022;

b e s l u i t

vast te stellen de

Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen Maashorst 2026 (Verordening parkeerbelastingen Maashorst 2026)

Artikel 1. Definities

Voor de toepassing van deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a.

parkeren :

het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een

voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt

wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het

onmiddellijk laden of lossen van zaken, op binnen de gemeente gelegen

voor het openbaar verkeer openstaande terreinen ofweggedeelten,

waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is

verboden;

b.

motorvoertuigen :

hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van

brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 van hetRVV 1990;

c.

houder :

degene die naar de omstandigheden als houder van een voertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een motorrijtuig dat is ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 (Stb. 1994, 475) aangehouden register van opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt degene die op wiens naam het voor het motorrijtuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in het register was ingeschreven;

d.

parkeerapparatuur :

parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip van

verzamelparkeermeters, centrale computer en hetgeen naar maatschap-

pelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;

e.

centrale computer :

computer van hetbedrijf waarmee de gemeente Maashorst een overeenkomst

heeft gesloten, bestemd voor registratie van parkeerbewegingen in het

kader van het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren

met gebruik van een telefoon;

f.

vergunning

een fysieke of digitale door het college verleende vergunning voor parkeren op daartoe aangewezen plaatsen

op daartoe aangewezen plaatsen

g.

ambulante parkeer-

een op grond van artikel 3, lid 2, onder c, van de parkeerverordening

vergunning :

gemeente Maashorst, door het college van burgemeester en wethouders

verleende vergunning;

h.

bezoekerskaart

eenschriftelijk bewijs, krachtens welk het is toegestaan een

motorvoertuig te parkeren in een vergunninghouderszone aangeduid met

het bord E09 van het RVV voor een aaneengesloten periode van 24 uur;

i.

bedrijfsparkeerver-

eenop grond van artikel 3, lid 2, onder b, van de parkeerverordening

gunning

gemeente Maashorst, door het college van burgemeester en wethouders

verleende vergunning;

j.

bewonersvergunning

eenop grond van artikel 3, lid 2, onder a, van de parkeerverordening

gemeente Maashorst, door het college van burgemeester en wethouders

verleende vergunning;

k.

tijdelijke vergunning:

een vergunning waarbij de minimale duur één maand en de maximale

duur drie maanden bedraagt.

Artikel 2. Belastbaar feit

Onder de naam 'parkeerbelastingen' worden de volgende belastingen geheven:

a.een belasting ter zake van het parkeren van een voertuig op een bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen door het college van burgemeester en wethouders te bepalen plaats, tijdstip en wijze;

b.een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren van een voertuig op de in die vergunning aangegeven plaats en wijze.

Artikel 3. Belastingplicht

1De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van degene die het voertuig heeft geparkeerd.

2Als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt mede aangemerkt:

a.degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belasting te willen voldoen;

b.zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel 2, onderdeel a, heeft plaatsgevonden: de houder van het voertuig, met dien verstande, dat:

-indien een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst de huurder van het voertuig was, niet de houder maar de huurder wordt aangemerkt als degene die het voertuig heeft geparkeerd;

-indien blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan ingeschreven, die ander wordt aangemerkt als degene die het voertuig heeft geparkeerd.

3De belasting, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven van degene die op de voet van het tweede lid, onderdeel b, als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, als deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het voertuig heeft gebruik gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen.

4De belasting, bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van degene die de vergunning heeft aangevraagd.

Artikel 4. Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak

De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel.

Artikel 5. Wijze van heffing

1De belasting, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college van burgemeester en wethouders gestelde voorschriften.

2De belasting, bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte.

Artikel 6. Ontstaan van de belastingschuld

1De belasting, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren, tenzij het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een mobiele telefoon of ander communicatiemiddel inloggen op de centrale computer.

2De belasting, als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.

Artikel 7. Termijnen van betaling

1De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald bij aanvang van het parkeren.

2In afwijking van het bepaalde in het vorige lid moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen één maand na het einde van het parkeren, indien het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een mobiele telefoon of ander communicatiemiddel inloggen op de centrale computer.

3De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.

4Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.

Artikel 8. Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen

De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, mag worden geparkeerd geschiedt in alle gevallen door het college van burgemeester en wethouders bij openbaar te maken besluit.

Artikel 9. Kosten

De kosten van de naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedragen € 82,00.

Artikel 10. Vermindering

1Indien de in de tarieventabel onder 2 bedoelde jaarvergunningen worden verleend in de loop van het jaar, wordt het tarief berekend over zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde tarief als er in dat jaar na het tijdstip van verlenen van de vergunning nog volle kalendermaanden overblijven.

2Indien de in de tarieventabel onder 2 bedoelde jaarvergunningen worden ingeleverd in de loop van het jaar, bestaat aanspraak op ontheffing over zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar na inlevering van de vergunning nog volle kalendermaanden overblijven.

Artikel 11. Vrijstelling van het betalen van parkeerbelastingen

1Het parkeren van de volgende gebruikers wordt niet gereguleerd en zijn derhalve vrijgesteld van het betalen van parkeerbelastingen als bedoeld in artikel 2 van deze verordening:

a.als zodanig herkenbare politievoertuigen;

b.als zodanig herkenbare brandweervoertuigen;

c.als zodanig herkenbare ambulances;

d.als zodanig herkenbare dierenambulances;

e.als zodanig herkenbare gemeentelijke voertuigen.

2De parkeerbelastingen worden niet geheven ter zake van het parkeren van voertuigen waarin een geldige gehandicaptenparkeerkaart duidelijk zichtbaar is aangebracht.

Artikel 12. Kwijtschelding

Bij de invordering van de parkeerbelastingen wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 13. Nadere regels door het Dagelijks Bestuur

Het Dagelijks Bestuur van de Belastingsamenwerking Oost-Brabant kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de parkeerbelasting.

Artikel 14. Overgangsbepaling, inwerkingtreding en citeertitel

1De ‘Verordening parkeerbelastingen Maashorst 2025’ van 12 december 2024, of zoals laatstelijk gewijzigd, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

2Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking.

3De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

4Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening parkeerbelastingen Maashorst 2026.

TARIEVENTABEL BEHORENDE BIJ DE VERORDENING PARKEERBELASTINGEN 2026

1Het tarief voor het parkeren bij parkeerapparatuur als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedraagt:

a.bij parkeermeters € 1,25 per uur

b.bij parkeerautomaten € 1,25 per uur

2Het tarief voor een parkeervergunning bedoeld in artikel 2, onderdeel b, bedraagt:

Parkeerprodukt betaald parkeergebied

Tarief

Eenheid

Bewonersvergunning betaald parkeren

€ 83,10

Per jaar

Bedrijfsparkeervergunning betaald parkeergebied voor werkdagen (maandagt/m vrijdag 21.00 uur)

€ 282,00

Per jaar

Bedrijfsparkeervergunning betaald parkeergebied voor gehele week

€ 372,00

Per jaar

Ambulante parkeervergunning

€ 83,10

Per jaar

Tijdelijke ambulante parkeervergunningen

€ 14,15

Per maand,

maximaal 3 maanden

Tijdelijke ondernemersvergunningen (geldig voor gehele week)

€ 35,25

Per maand,

maximaal 3 maanden

Parkeerprodukten vergunninghouderszone

Bewonersvergunning

€ 42,90

Per jaar

Bedrijfsparkeervergunning

€ 83,10

Per jaar

Ambulante parkeervergunning

€ 83,10

Per jaar

Tijdelijke ambulante parkeervergunningen

€ 14,15

Per maand,

maximaal 3 maanden

Bezoekerskaartjes

€ 6,95

Per 25 stuks

Bijlage 1. KOSTENONDERBOUWING TARIEF NAHEFFINGSAANSLAG PARKEERBELASTINGEN

Behorende en deel uitmakende van de “Verordening Parkeerbelastingen Maashorst 2026”.

Kostensoort

Toerekening

fiscale handhaving

a

Personeelskosten

€ 140.921

b

Overheadkosten als opslag directe uren

€ 70.460

c

Vaste informatieverwerkingskosten

€ 21.527

d

Variabele informatieverwerkingskosten

€ 0

e

Kosten van afschrijving en interest

€ 559

f

Uitrustingskosten BOA’s

€ 2.242

a t/m f

Totale kosten fiscale parkeerhandhaving

€ 235.709

Prognose aantal invorderbare fiscale naheffingen parkeerbelasting

700

Kostprijs per fiscale naheffing

€ 336,73

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.