Aanhef
Beschrijft de verwerking van signalen van fraude, criminaliteit en ondermijning binnen de gemeentelijke organisatie.
5. Protocol: de werkwijze
5.2. Werkwijze
5.2.1. Fase 1 - Ontvangst & verwerking signaal
Fase 1
Ontvangst &verwerking signaal
Bevoegd
Informatie-coördinator
Te raadplegen bronnen
Zie 5.1.2.
Status
Toelichting
Binnenkomst
Het signaal komt binnen bij de informatiecoördinator van Team Veiligheid.
Verwerking
Ieder signaal dat binnenkomt wordt vastgelegd in het zaaksysteem en voorzien van een mutatie/registratienummer en eventueel een MMA-nummer waardoor altijd een relatie naar de bron kan worden gelegd.
In het zaaksysteem wordt een dossier aangemaakt met de omschrijving en gegevens van het signaal/melding.
Bijvoorbeeld de datum van binnenkomst, uitdraai vande Kamer van Koophandel en het Kadaster en een kopie van de melding.
Routering
Een signaal dat binnenkomt en waarvan duidelijk is dat het door een andere instantie (politie) of afdeling binnen de gemeente wordt behandeld zal, terstond na binnenkomst en vastlegging in de database, naar de desbetreffende afdeling of instantie worden doorgeleid. Het signaal wordt hierbij overgedragen.
Weging 1
Is er sprake van een gemeentelijke taak, bevoegdheid of toepassingsmogelijkheid van een bestuurlijk instrument?
Weging 2
Is het subject, het object, of de plaatsvan het feitgelegen binnen het grondgebied van de gemeente Maashorst of is er een geografische koppeling met Maashorst (V.b. adresfraude)?
Weging 3
Kwalificatie signaal: Is er mogelijk sprake van ondermijning?
Zie bijlage 1 voor wanneer een signaal als ondermijning beschouwd kan worden.
Zijn de antwoorden op de vragen uit weging 1 t/m 3 positief en is gehandeld conform privacy check 1 dan kan het signaal door naar fase 2.
Privacy check 1
Zie bijlage 2 voor de randvoorwaarden inzake de privacy check 1.
Toelichting fase 1: signalen ontvangen en verwerken
Alle binnengekomen signalen worden door de informatie-coördinator geregistreerd in het zaaksysteem. De informatie-architectuur is zo ingericht dat de alleen medewerkers van Team Openbare Orde & Veiligheid met de juiste rechten deze informatie digitaal kunnen raadplegen.
Ter verificatie en juiste invoer van het binnengekomen signaal in het zaaksysteem kunnen onderstaande informatiebronnen worden gebruikt:
o Informatie uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel (NHR)
o Informatie uit de basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG)
o Informatie uit de basisregistratie personen (BRP)
o Informatie uit het basisregistratie kadaster (BRK)
o Informatie afkomstig van het internet.
o Informatie uit de Bestemmingsplannen van de gemeente Maashorst.
o Informatie over vergunningen/handhaving/toezicht, voor zover dit geen opsporing betreft en niet valt onder de reikwijdte van de Wet Politiegegevens (Wpg).
o Informatie uit de Basisregistratie voer- en vaartuigen (BRV) van de RDW.
Weging 1: gemeentelijke taak, bevoegdheid of bestuurlijk instrument
Het is van belang na te gaan of het signaal in beginsel tot gemeentelijk optreden en/of bestuurlijke interventie kan leiden. Derhalve is verrijking van het signaal met eigen- en open bronnen in deze fase noodzakelijk.
Wanneer het signaal op geen enkele wijze aanleiding kan vormen voor inzet van een gemeentelijke taak of bevoegdheid dan wordt het signaal niet in behandeling genomen. Zo nodig wordt het signaal geretourneerd naar de wel daarvoor bevoegde instantie. Als bewaartermijn worden de geldende termijnen gehanteerd.
Weging 2: geografische koppeling gemeente:
Voor weging 2 moeten de vragen, als genoemd onder 1 t/m 3, achtereenvolgens worden beantwoord.
1Gaat het om een object, subject of rechtspersoon?
o In het geval van een object: is het object binnen de gemeentegrenzen gelegen of is er anderszins een link met de gemeente Maashorst?
o In het geval van een subject: is het subject woonachtig binnen de gemeentegrenzen of is er anderszins een link met de gemeente Maashorst?
2Indien het geen subject of object onder 2 of 3 betreft: vindt het feit op het grondgebied van de gemeente Maashorst plaats of zijn er risico’s voor de gemeente en/of kunnen er bestuurlijke maatregelen worden toegepast.
Wordt een van de vragen onder weging twee met ‘nee’ beantwoordt dan stopt verdere behandeling van het signaal. Zo nodig wordt het signaal geretourneerd naar de wel daarvoor bevoegde instantie. Als bewaartermijn worden de geldende termijnen gehanteerd.
Weging 3: kwalificatie ondermijning
Deze weging betreft de vraag of het signaal betrekking heeft op mogelijke ondermijning. Het vaststellen daarvan gebeurt aan de hand van een checklist die is opgenomen in bijlage 1.
Privacy check 1
Deze privacy check dient om de vragen van weging 1 tot en met 3 te beantwoorden. Indien één van de drie antwoorden op de wegingen negatief is stopt verdere behandeling van het signaal. Zo nodig wordt het signaal geretourneerd naar de wel daarvoor bevoegde instantie. Als bewaartermijn worden de geldende termijnen gehanteerd.
5.2.2. Fase 2 - Analyse & weging signaal
Fase 2
Analyse & weging signaal
Bevoegd
Informatie-coördinator & Adviseur ondermijning
Te raadplegen bronnen
Zie 5.1.2. & 5.1.3.
Weging 5
Status
Toelichting
Analyse
De informatie afkomstig uit fase 1 wordt nader geanalyseerd en relevante koppelingen worden gelegd. Hierbij wordt de voor het signaal bruikbare informatie bewaard en geregistreerd in het zaaksysteem.
Weging 4
Het signaal wordt gewogen aan de hand van gemeentelijke criteria. De gemeente Maashorst heeft hiervoor de volgende criteria opgesteld, weergegeven onder 5.1.2. Toelichting fase 1, weging 4:
a.Is het signaal voldoende concreet?
b.Is het signaal van recente datum?
c.Heeft hetsignaal betrekking op een van de prioriteiten van het RIEC en/of de gemeente Maashorst?
d.Is het signaal afkomstig van een professional?
e.Is er sprake van omstandigheden in openbare bronnen, waaronder op internet, op basis waarvan onderzoek kan worden gedaan naar het signaal?
Wanneer meer dan de helftvan de antwoorden op de vragen met ja kan worden beantwoord dan wordt het signaalverder behandeld onder weging 5.
Weging 5
Weging 5 betreft eenhit/no hit-check om te beoordelen welke informatie (mogelijk) relevant is voorhet signaal. Daarnaast worden de uitkomsten van de hit(s), afkomstig uit de informatiebronnen van weging 5 gewogen. Er dient hierbij sprake te zijn van één van de onder weging 5 genoemd indicatoren. Hierna vindt beslismoment 1 plaats.
Beslismoment 1
1Er gebeurt niets met het signaal (waarbij het signaal gedurende de geldende termijnen wordt bewaard en daarna verwijderd).
2Het onderzoek naar het signaalwordt voortgezet en er volgteen Lokaal Informatie Overleg (hierna: LIO) waarmee fase 3 ingaat.
Privacy check 2
Privacy check 2 houdt in dat er wordt vastgesteld of en zo ja, welke van de verzamelde gegevens worden gedeeld met de relevante, bij het signaal betrokken, gemeentelijke onderdelen.
Zie bijlage 2 voor de randvoorwaarden inzake de privacy check 2.
5.1.3. Toelichting fase 2: signaalanalyse
Weging 4
In weging 4 van fase 2 wordt het signaal geanalyseerd en gewogen aan de hand van gemeentelijke criteria. De gemeente Maashorst heeft hiervoor de volgende criteria opgesteld:
a.Is het signaal voldoende concreet?
Bevat het signaal na verrijking voldoende informatie die aanknopingspunten biedt om verder in behandeling te nemen. Veel signalen die binnenkomen zijn niet concreet genoeg. Veelal zijn deze signalen te concretiseren door het raadplegen van gemeentelijke en open bronnen. Alleen dan kan een signaal worden geduid, op waarde worden geschat en de risico’s en bestuurlijke mogelijkheden voor de gemeente worden beoordeeld.
b.Is het signaal van recente datum?
Het Team veiligheid moet daarin een afweging maken op basis van haalbaarheid en relevantie.
c.Heeft het signaal betrekking op een van de onderstaande prioriteiten van het RIEC en/of de gemeente Maashorst?
–Georganiseerde hennepteelt & drugslaboratoria
–Drugshandel
–Mensenhandel- en smokkel
–Illegale prostitutie
–Misbruik en fraude binnen de vastgoedsector
–Witwassen
–Malafide bedrijven
–Cybercrime
–Criminele motorbendes
d.Is het signaal afkomstig van een professional?
Komt de melding van een professional die in verband met zijn of haar functie ervaring heeft met het signaleren van malafide en/of criminele activiteiten of andere verdachte situaties? Dan is het aannemelijk dat deze informatie concreet is en als betrouwbaar kan worden bestempeld.
e.Is er sprake van omstandigheden in openbare bronnen, waaronder op internet, op basis waarvan onderzoek kan worden gedaan naar het signaal?
Is er op basis van informatie uit open bronnen reden om het signaal verder in behandeling te nemen?
Wanneer meer dan de helft van de criteria geldt dan wordt het signaal verder in behandeling genomen en gaat het signaal door naar weging 5.
Weging 5
Weging 5 betreft een hit/no hit-check om te beoordelen welke informatie (mogelijk) relevant is voor het signaal. Daarnaast worden de uitkomsten van de hit(s), afkomstig uit de navolgende informatiebronnen, gewogen:
•Relevante informatie over objecten of subjecten uit de systemen van andere gemeentelijke afdelingen;
•Aanleiding en afdoening van handhavingsverzoeken;
•Constateringen uit controlerapporten;
•Aanleiding en afhandeling van bestuurlijke boetes (WVG);
•Bestuurlijke boetes en andersoortige beschikkingen (Wet Mulder);
•Bestuurlijke boetes Alcoholwet (gesloten bron);
•Informatie vanuit de Rijksdienst voor het wegverkeer (RDW);
•Informatie vanuit Bouw en Woning Toezicht (Omgevingswet);
•Informatie vanuit Economische zaken;
•Belasting Samenwerking Oost-Brabant (BSOB);
•Omgevingsdienst Brabant-Noord (ODBN).
N.B. Informatie afkomstig uit de heffing van gemeentelijke belastingen valt niet onder de doorbreking van de geheimhoudingsplicht als bedoeld in artikel 43c lid 1 onder m van de Uitvoeringswet Algemene Wet Rijksbelastingen (UAWR). Daar waar informatie gebruikt wordt vanuit de gemeentelijke belastingen wordt dit gedekt door een collegebesluit dat de geheimhoudingsplicht opheft.
Voor het vaststellen van een hit is er tenminste sprake van één van onderstaande indicatoren:
•Incongruenties (omstandigheden en gedragingen); feit dat indicaties niet goed bij elkaar passen, niet goed overeenstemmen in aard, omvang en intensiteit;
•Malafide en/of criminele activiteiten, hinder en/of overlast
o Veelal systematisch en structureel gepleegd;
o Verborgen aanwezig;
o Hoge mate van complexiteit
Als van een persoon bepaalde, voor het signaal relevante, gegevens in een bronbestand van een gemeentelijk onderdeel voorkomen, is sprake van een ‘hit’. In dat geval wordt de beschikbare informatie geraadpleegd en gaat men door naar beslismoment 1.
Als er geen hit is dan wordt het signaal niet verder in behandeling genomen en zo nodig gerouteerd naar een andere instantie of afdeling.
Beslismoment 1
•De uitkomsten van weging 1 t/m 5 worden gewogen. Concreet gaat het om de vraag of de hit(s) en eerder verkregen informatie het signaal in voldoende mate bevestigen om door te gaan met het onderzoek naar het signaal (beslismoment 2).
o Er gebeurt niets met het signaal (waarbij het signaal gedurende de geldende termijnen bewaard wordt en daarna verwijderd wordt.
o Het onderzoek naar het signaal wordt voortgezet en er volgt een Lokaal (Gemeentelijk) Informatie Overleg, dat bestaat uit gemeentelijke professionals (hierna: LIO) waarmee fase 3 ingaat.
Privacy check 2
Privacy check 2 houdt in dat er wordt vastgesteld of en zo ja, welke van de verzamelde gegevens worden gedeeld met de relevante, bij het signaal betrokken, gemeentelijke onderdelen. Dit ten behoeve van het vaststellen van de verdere aanpak.
Deze privacy check vindt plaats vóór het LIO om zo al van tevoren transparantie te verschaffen over gegevens met wie mogen worden gedeeld.
Bij het delen van informatie wordt rekening gehouden met de AVG (noodzakelijkheid: proportionaliteit en subsidiariteit van de verwerking).
5.2.3. Fase 3 - Lokaal Informatie Overleg (LIO)
Fase 3
Lokaal Informatie Overleg (LIO)
Bevoegd
Informatie-coördinator & Adviseur ondermijning
Te raadplegen bronnen
•5.1.2.
•5.1.3.
•5.1.4.
Status
Toelichting
Informatie-Analyse met LIO leden
Fase 3 betreft de behandeling van het signaal in het LIO met verschillende gemeentelijk professionals.
Daarbij worden alleenpersoonsgegevens verwerkt vanuitde taken en verantwoordelijkheden van elke professional behorende bij de uitvoering van diens specifieke wettelijke taak.
Wat volgt is een informatie-uitvraag over subject(en) en object(en) bij de navolgende en niet limitatieve LIO-leden:
•Burgerzaken;
•Vergunningen, Toezicht & Handhaving;
•Bedrijfscontactfunctionaris economische zaken;
•Sociaal rechercheur;
•Toezichthouder bouw.
Toevoeging LIO-leden
Naast de initiële deelnemers van het LIO kunnen, optioneel en niet limitatief, professionals van afdelingen waarbij in fase 2 een hit heeft plaatsgevonden deelnemen aan het overleg.
Kortom, alle afdelingen, voor zover relevant in relatie tot signaal, subject en/of object en niet gehouden aan een geheimhoudingsplicht volgens sectorale wetgeving worden op informatie bevraagd.
Beslismoment 2
In samenspraak met de verschillende gemeentelijke collega’s wordt bepaald of er gezamenlijk actie moet worden ondernomen op basis van het signaal, met regie vanuit Team veiligheid.
Daarbij zijn er drie opties:
•Het signaal wordtniet verder in behandeling genomenen waar nodiggerouteerd naar andere (vak)afdelingen;
•Lokale bestuurlijke aanpak;
•Door naar fase 4: het Ambtelijk Vooroverleg Ondermijning.
Toelichting fase 3: Lokaal Informatie Overleg
Fase 3 betreft de behandeling van het signaal in het LIO met verschillende gemeentelijk professionals.
Daarbij worden alleen persoonsgegevens verwerkt vanuit de taken en verantwoordelijkheden van elke professional behorende bij de uitvoering van diens specifieke wettelijke taak.
In bijlage 3 is uitgewerkt op basis van welke wettelijke grondslagen per professional informatie kan en mag worden gedeeld t.b.v. de integrale bestuurlijke aanpak ondermijning.
Vanuit de benodigde expertise, passend bij het signaal, wordt van tevoren een agenda samengesteld voor deelnemers aan het LIO.
Primaire deelnemers van het LIO zijn medewerkers Burgerzaken, Vergunningen, Toezicht & handhaving, adviseur veiligheid, informatiecoördinator, bedrijfscontactfunctionaris economische zaken, sociaal rechercheur en een toezichthouder bouw. Signaalafhankelijk kunnen deelnemers optioneel aan het LIO worden toegevoegd.
De informatie-coördinator van het Team veiligheid voegt de informatie toe aan de dossiermap in het zaaksysteem. Tijdens het LIO wordt alle onder weging 6 beoordeelde en benodigde informatie bij elkaar gebracht, zodat waar nodig nog aanvullingen kunnen worden gegeven en de informatie gezamenlijk kan worden geduid.
Beslismoment 2
In samenspraak met de verschillende gemeentelijke collega’s wordt bepaald of er gezamenlijk actie moet worden ondernomen op basis van het signaal, met regie vanuit Team veiligheid.
Daarbij zijn er drie opties:
•Het signaal wordt niet verder in behandeling genomen en waar nodig gerouteerd naar andere (vak)afdelingen.
•Door naar fase 4: het AVO.
Het AVO bestaat uit Team veiligheid, politie, Belastingdienst, OM en vertegenwoordiging vanuit het RIEC. In dit overleg wordt bekeken of betrokkenheid vanuit de diensten mogelijk van toegevoegde waarde is bij de aanpak van het signaal en of dit signaal mono- of multidisciplinair wordt opgepakt. Daarbij wordt eerst vastgesteld of, en zo ja welke van de verzamelde gegevens (of onderliggende gegevens uit een bepaald dossier) mogen worden gedeeld buiten de gemeente/ met de politie.
•Lokale bestuurlijke aanpak. Daarbij gaat men gelijk door naar fase 5.
De Informatiecoördinator/ regisseur ondermijning overlegt, afhankelijk van het signaal en de informatie uit fase 1 en 2, met professionals uit betrokken domeinen over een plan van aanpak. Na vaststelling van het plan van aanpak voeren betrokken gemeentelijke professionals het plan van aanpak uit.
5.2.4. Fase 4 - Ambtelijk Vooroverleg Ondermijning (AVO)
Fase 4
Ambtelijk
Vooroverleg
Ondermijning
(AVO)
Bevoegd
Adviseur ondermijning
Te raadplegen bronnen
Gegevens Fase 1,2,3.
Status
Toelichting
Behandeling signaal in AVO
Tijdens dit overleg wordt een laatste afweging gemaakt over de noodzaak van opschaling naar het RIEC-samenwerkingsverband.
Weging 6
Weging 6 bepaalt of het ondermijningssignaal mogelijk moet worden doorgeleid naar het RIEC- samenwerkingsverband.
De uitkomstweging in het AVO kan leiden tot:
•Het invullen van een signaalformulier RIEC.
•Een lokale aanpak.
Na deze weging kan fase 5 aanvangen.
Toelichting fase 4: Ambtelijk Vooroverleg Ondermijning (AVO)
Het AVO is een overleg tussen team veiligheid en de politie, belastingdienst en OM met het RIEC als adviseur. Het AVO vormt een belangrijke schakel tussen de gemeentelijke aanpak en de integrale aanpak van het RIEC- samenwerkingsverband.
Tijdens dit overleg wordt de afweging gemaakt over de noodzaak van opschaling naar het RIEC-samenwerkingsverband. Een signaaldocument voor opschaling naar het RIEC-samenwerkingsverband dient bij voorkeur te worden opgesteld door meerdere RIEC-partners. Het vooroverleg bepaalt welke casussen de gemeente Maashorst vanuit openbare orde oppakt en waar ketenpartners vanuit het RIEC moeten worden betrokken.
Weging 6
Deze weging bepaalt of het signaal mogelijk moet worden doorgeleid naar het RIEC- samenwerkingsverband. Vereiste voor een RIEC-aanpak is dat de uitwisseling van gegevens concrete vervolgacties ten gevolge moet hebben waarmee zichtbare resultaten tegen ondermijning worden geboekt.
De informatie besproken in het AVO wordt in Fileshare gezet, een digitaal en beveiligd informatie-uitwisselingsprogramma van het RIEC. Notulen van de vergaderingen van het AVO worden in Fileshare geplaatst in een omgeving die alleen toegankelijk is voor reguliere deelnemers aan het AVO.
De uitkomstweging in het AVO kan leidentot:
•Het invullen van een signaalformulier RIEC. Daarmee wordt het signaal doorgeleid naar het RIEC-samenwerkingsverband, omdat er sprake is van georganiseerde criminaliteit waarop het RIEC-convenant van toepassing is en waarbij de partners van het RIEC benodigd zijn. De opslag van informatie vindt vanuit het RIEC-convenant plaats in het beveiligde systeem RIEC-IS.
•Een lokale aanpak in samenwerking met betrokken afgevaardigden van de desbetreffende gemeentelijke onderdelen en/of de politie (als ‘sterke arm’), waarbij Team veiligheid de regie heeft.
5.2.5. Fase 5 - Plan van Aanpak
Fase 5
Plan van Aanpak
Bevoegd
Regisserende partij
Te raadplegen bronnen
•5.1.2.
•5.1.3.
•5.1.4.
Status
Toelichting
Opstellen Plan van Aanpak
Het signaal wordt gebruikt voor een gemeentelijke aanpak of het signaal wordt behandeld door de RIEC-partners. In beide gevallen is er een regisserende partij aangewezen die het plan van aanpak samenstelt met een concreet resultaat als gevolg.
Privacy check 3
Hier wordt bepaald welke gegevensuitwisseling, vergaard in fasen 1,2,3 noodzakelijk is om het doel uit het plan van aanpak te verwezenlijken. Deze check wordt geïnitieerd door iedere afzonderlijke deelnemer aan het overleg. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen RIEC-aanpak of gemeentelijke aanpak.
Toelichting fase 5: Plan van Aanpak
De regisserende partij stelt een plan van aanpak c.q. interventieadvies op, dat leidt tot interventies die bijdragen aan het te behalen doel en beoogde effect. Daarbij wordt ook de laatste privacy check uitgevoerd:
Privacy check 3
Deze check houdt in dat wordt vastgesteld welke gegevensuitwisseling nodig is voor het verwezenlijken van de vastgestelde aanpak en of dat toelaatbaar is. Een beknopte beschrijving van het plan van aanpak, inclusief de gemaakte afspraken over te ondernemen acties, wordt toegevoegd aan de casus.
5.2.6. Fase 6 - Afsluiting en verwijdering van gegevens
Fase 6
Afsluiting en verwijderen van gegevens
Bevoegd
Adviseur ondermijning & Informatie-coördinator
Status
Toelichting
Afronden casus
Na afronden vanhet plan van aanpak wordthet dossier gesloten. Het resultaat van de ondernomen acties en een evaluatie worden verwerkt in het zaaksysteem. Het gehele digitale dossier wordt volgens de geldende termijnen bewaard.
Het zaaksysteem wordt beheerd door de functioneel beheerders van gemeente Maashorst. De functioneel beheerder borgt de werkprocessen, inrichting, autorisaties en bewaking van de bewaartermijnen.
Toelichting fase 6: Afsluiting en verwijderen van gegevens
Betrokkenen ten aanzien van wie persoonsgegevens zijn verwerkt worden niet actief geïnformeerd. Via de privacyverklaring op de gemeentelijke website wordt actief geïnformeerd over de gegevens die de gemeente kan verwerken om fraude, criminaliteit en ondermijning te voorkomen en te beëindigen. Daarnaast wordt per casus de afweging gemaakt of inzageverzoeken gehonoreerd kunnen worden. Besluitvorming hieromtrent wordt gemotiveerd vastgelegd. De Teammanager veiligheid draagt zorg voor het scheppen van de juiste randvoorwaarden voor veilige gegevensopslag en bewaking van de bewaar- en vernietigingsstermijnen. Inzageverzoeken mogen alleen worden verstrekt na schriftelijke toestemming van de adviseur ondermijning en de informatiecoördinator/-analist in samenspraak met de privacy-officer.
Bijlage 1: checklist vaststellen ondermijning
Aan de hand van onderstaande checklist wordt stapsgewijs beoordeeld of het signaal betrekking heeft op ondermijning. De checklist is afhankelijk van maatschappelijke ontwikkelingen en kan reeds daarom niet als limitatief worden beschouwd. Vanzelfsprekend kan de checklist worden aangepast al naar gelang de eigen gemeentelijke praktijk en ervaringen.
De ontvangst van een signaal door de frontofficemedewerker veiligheid c.q. informatie-coördinator/analist ondermijning vormt het startpunt voor het protocol.
Er wordt tot uitgangspunt genomen dat het delen van signalen met de regisseur ondermijning op rechtmatige wijze geschiedt. Vanzelfsprekend zal een verstrekker van een signaal wel steeds moeten vaststellen of die verstrekking in lijn is met de privacyregelgeving.
Stap 1: het signaal heeft betrekking op een dan wel meer van de volgende categorieën personen.
Openbare inrichtingen
a.Pandeigenaar
b.Verhuurder
c.Huurder/pachter
d.Exploitant
e.Beheerder/Leidinggevende
f.Tussenpersoon
g.Geldschieters
h.Betrokkene
Georganiseerde hennepteelt/drugs(-handel)
a.Huis/pandeigenaar
b.Verhuurder
c.Huurder
d.Tussenpersoon (verhuurmakelaar, evt. andere vormen?)
e.Betrokkene
Mensenhandel, -smokkel en uitbuiting (o.a. illegale prostitutie)
a.Huis/pandeigenaar
b.Verhuurder
c.Huurder
d.Eigenaar (illegale) seksinrichting
e.Eigenaar (illegale) massagesalon
f.Exploitant van een vergunde seksinrichting
g.Beheerder van een vergunde seksinrichting
h.Sekswerker
i.Betrokkene
Fraude in de vastgoedsector
a.Huis/pandeigenaar
b.Verhuurder
c.Huurder
d.Betrokkene
e.Tussenpersoon (verhuurmakelaar, andere vormen?)
f.Stichting, vereniging of andere ondernemingsvorm (of bestuurders hiervan)
Misbruik in de vastgoedsector
a.Huis/pandeigenaar
b.Verhuurder
c.Huurder
d.Tussenpersoon (verhuurmakelaar, andere vormen?)
e.Stichting/vereniging of andere ondernemingsvorm (of bestuurders hiervan)
f.Betrokkene
Fraude en/of witwassen en daaraan gerelateerde vormen of andere vormen van financieel- economische criminaliteit (o.a. ook illegaal gokken/heling/underground banking)
a.Ontvanger/begunstigde uitkering vanuit de gemeente
b.Ontvanger/begunstigde subsidie vanuit de gemeente
c.Andersoortige begunstigende beschikking vanuit de gemeente
d.Een tussenpersoon/gemachtigde met betrekking tot zorg
e.Pandeigenaar
f.Betrokkene
Overig
a.Overige facilitators die ondermijnende of criminele activiteiten mogelijk maken en/of (on)bewust in stand houden;
b.En/of personen die een rol spelen bij een regionaal thema of een handhavingsknelpunt zoals:
–Opiumwet gerelateerde signalen
–Thema’s uit het RVP, IVP of UVP of actieplannen gericht op de aanpak van ondermijning.
Stap 2: het signaal voldoet aan één of meer van de volgende kenmerken.
1Aantasting van instituten die zich richten op legale perspectieven en de werking van het samenlevingssysteem borgen en sturen
2Aantasting van de gezagspositie van bestuur, politie en/of andere overheidsorganen
3Aantasting of latente c.q. mogelijke aantasting van de openbare orde en veiligheid
4Ontwrichting of latente c.q. mogelijke ontwrichting van de maatschappelijke, politieke en/of economische structuren
5Onrechtmatigheden, maatschappelijke bedreigingen en/of georganiseerde criminaliteit
Bijlage 2: Toelichting privacy checks
In fase 1 wordt in het kader van privacy check 1 bepaald of en zo ja welke gemeentelijke bronnen naar aanleiding van het concrete signaal kunnen worden geraadpleegd.
In ieder geval dienen de navolgende bronnen te worden geraadpleegd, afhankelijk van de inhoud van het signaal, om het signaal überhaupt te kunnen duiden.
–BRP (inwoners van een adres waarover gemeld wordt)
–KvK (inschrijvingen t.a.v. een adres of bedrijf waarover gemeld wordt)
–Kadaster (eigendom van onroerend goed waarover gemeld wordt).
–RDW (tenaamgestelde van een voertuig waarover gemeld wordt).
–Zaaksysteem
–Open bronnen op internet
–Sociale-media/kranten.
In fase 2 (privacy check 2) en fase 5 (privacy check 3) stelt de informatie coördinator vast:
–Welke verzamelde gegevens met de relevante, bij het signaal betrokkenen (gemeentelijke onderdelen of daarbuiten) mogen worden gedeeld ten behoeve van de vaststelling van de verdere aanpak (privacy check 2); en
–Welke binnengemeentelijke gegevensuitwisseling nodig is voor het verwezenlijken van die aanpak en of dat toelaatbaar is (privacy check 3).
De vraag welke binnengemeentelijke gegevensdeling is toegestaan moet steeds worden beantwoord aan de hand van de specifieke wettelijke regeling die op de betreffende gemeentelijke informatie van toepassing is. Dat is nog niet zo eenvoudig: niet alleen zijn op de verschillende soorten gemeentelijke bronnen verschillende wettelijke regelingen van toepassing, ook is iedere casus anders en zal daarom steeds een op het geval toegespitste afweging moeten worden gemaakt. Er is dan ook niet één simpel antwoord te geven op de vraag wie, wanneer, welke informatie binnen de gemeente mag delen ter bestrijding van ondermijning.
Gegevens-uitvraag Participatiewet (Pw); werk en inkomen
De Participatiewet-functionaris heeft geen (of in uitzonderlijke gevallen hooguit zeer beperkt) mogelijkheden om gegevens uit de Participatiewet te delen voor het doel en aanpak van ondermijning. Dit vanwege de geheimhoudingsbepaling in artikel 65 Participatiewet, welke op hen van toepassing is.
Vanwege deze strikte geheimhoudings- en doelbindingsbepaling in deze specifieke (materie/sectorale) wet, komt men ook niet toe aan de verenigbaarheidstoets als bedoeld in art. 6, lid 4, AVG).
De wetgever heeft namelijk zelf al duidelijkheid gegeven, door de geheimhoudingsbepaling in de wet op te nemen. Verstrekking uit de participatiewet kan alleen als de betrokkene schriftelijke toestemming heeft gegeven.
Ten aanzien van algemene inkomensgegevens zouden eventueel de benodigde gegevens kunnen worden verschaft vanuit de Basisregistratie Inkomen (BRI).
Artikel 43c lid 1 onder m van de UAWB heft de geheimhoudingsplicht uit de belastingwetgeving op voor de gemeente als er sprake is van informatiedeling in een RIEC-samenwerkingsverband.
Artikel 67 AWR (geheimhoudingsplicht)
Het is eenieder verboden hetgeen hem uit of in verband met enige werkzaamheid bij de uitvoering van de belastingwet over de persoon of zaken van een ander blijkt of wordt meegedeeld, verder bekend te maken dan noodzakelijk is voor de uitvoering van de belastingwet of voor de invordering van enige rijksbelasting als bedoeld in de Invorderingswet 1990 (geheimhoudingsplicht).
Artikel 43c lid m UAWR.
De geheimhoudingsplicht, bedoeld in artikel 67, eerste lid, van de wet, artikel 67, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 en artikel 10, eerste lid, van de Registratiewet 1970, geldt niet voor verstrekking aan de hierna genoemde bestuursorganen voor zover het betreft de hierna genoemde gegevens ten behoeve van de hierna genoemde publiekrechtelijke taak:
m.Gemeenten, provincies, de politie, de officier van justitie, de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de Koninklijke marechaussee, de Inspectie SZW, de Sociale verzekeringsbank of het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen: gegevens die nodig zijn om de samenwerking in het kader van de integrale toepassing en handhaving van overheidsregelingen effectief en efficiënt te laten verlopen voor zover een convenant is gesloten met deze bestuursorganen;
N.B. Gegevens betreffende gemeentelijke belasting vallen niet onder deze doorbreking van de geheimhoudingsplicht. Ten aanzien van deze gegevens is een afzonderlijk collegebesluit noodzakelijk.
Gegevens-uitvraag Wmo
Ook voor de uitvoering van de Wmo geldt een strikte geheimhoudingsplicht (artikel 5.3.3. Wmo 2015) en strikte doelbinding. De Wmo 2015 kent geen bepaling om gegevens te delen ten behoeve van de bestrijding van ondermijning.
Alleen met toestemming van de betrokkene of dienst wettelijke vertegenwoordiger kunnen inlichtingen, dan wel inzage in of afschrift van de bescheiden aan derden worden verstrekt. Voor de toezichthoudende ambtenaren geldt een afgeleide geheimhoudingsplicht (artikel 6.1, lid 3, Wmo 2015). De toezichthoudende ambtenaar mag alleen (bijzondere) persoonsgegevens verstrekken voor zover dat overeenkomt met het bepaalde in artikel 5.2.4., lid 3, Wmo 2015. Ondermijning valt daar niet onder.
Gegevens-uitvraag Jeugdwet
Gegevens die in de Verwijsindex Risicojongere (VIR) worden verwerkt mogen in beginsel niet aan een ondermijningsteam worden verstrekt t.b.v. de aanpak van ondermijning.
De VIR kent een strikte doelbinding die is bepaald in artikel 7.1.2.1., lid 3 en artikel 7.1.4.4. Jeugdwet.
De VIR mag namelijk alleen gebruikt worden om jeugdigen tijdige passende hulp zorg of bijsturing te verlenen om bedreigingen naar een veilige en gezonde ontwikkeling te voorkomen. De VIR is uitsluitend bedoeld om meldingsbevoegden in staat te stellen kennis te nemen van de meldingen.
Ook op gegevens uit een jeugddossier van de jeugdhulpverlener en de “gemeentelijke” gegevens ter uitvoering van de Jeugdwet kunnen in beginsel niet aan het Team veiligheid worden verstrekt. Dit kan alleen indien de jeugdige of met het gezag belaste ouder schriftelijke toestemming heeft gegeven, of sprake is van een conflict van plichten of zwaarwegend belang. Deze belangenafweging is altijd te maken door de jeugdhulpverlener /jeugdconsulent.
Gegevens-uitvraag Wet Structuur uitvoeringsorganisaties werk en inkomen (Wet Suwi)
Hoewel de bestrijding van ondermijning in het verlengde kan liggen van bestrijding van sociale zekerheidsfraude, liggen de strikte geheimhoudingsplicht en doelbinding in de weg om persoonsgegevens uit te wisselen met het Team veiligheid.
Eenieder die bij uitvoering van de Wet Suwi beschikking krijgt over gegevens geldt eveneens een strikte geheimhoudingsplicht. Die gegevens mogen niet verder bekend worden gemaakt dan voor de uitvoering van de Wet Suwi noodzakelijk is dan op welk grond van de Wet Suwi is voorgeschreven of toegestaan. Deze geheimhoudingsplicht geldt niet als de gegevensverstrekking wettelijk is verplicht, de betrokkene geen bezwaar tegen de verstrekking heeft gemaakt, of de gegevens niet herleidbaar zijn tot de betrokken persoon of er sprake is van een conflict van plichten. Dan moet sprake zijn van een levensgevaar of een ernstig strafbaar feit.
Conclusie voor deelname toezichthouders uit het Sociaal Domein aan het LIO
Bovenstaande betekent voor de toezichthouders die in het Sociaal Domein opereren alleen aan het LIO zouden kunnen deelnemen om informatie voor de eigen taken te kunnen ophalen. Het is hen niet toegestaan om informatie in het LIO te verstrekken.
Informatie inbrengen kan alleen:
✓ Toezichthouders Pw: schriftelijke toestemming betrokkene of geanonimiseerd worden gedeeld.
✓ Toezichthouders Wmo 2015: schriftelijke toestemming betrokkene of wettelijke vertegenwoordiger of sprake van een onderzoek naar een zeer ernstig strafbaar feit.
✓ Toezichthouders Jeugdwet: alleen informatie uit de jeugddossier en gemeentelijke gegevens indien sprake is van schriftelijke toestemming of sprake van conflict van plichten/zwaarwegend belang van de jeugdhulpverlener/jeugdconsulent.
✓ Toezichthouders Wet Suwi: schriftelijke toestemming betrokkene, geanonimiseerd of conflict van plichten bij levensgevaar of ernstig strafbaar feit.
Privacy check 1:
Privacy check 1 vormt de belangrijkste privacy-beoordeling en vindt plaats in het kader van de hit/no hit-analyse (start van fase 2). Per geval moet de regisseur ondermijning (eventueel in samenspraak met andere medewerkers van het Team veiligheid en/of de privacy-officer) voor zichzelf altijd de volgende vragen stellen:
A.Wat is de wettelijke basis voor het primaire gebruik?
Allereerst wordt bepaald welke gegevens nodig zijn voor het onderzoek naar een signaal. Op basis daarvan wordt vastgesteld op basis van welke gemeentelijke taak deze gegevens aanvankelijk zijn verkregen (ook wel: het primaire gebruik van de gegevens).
Deze taak zal steeds een wettelijke basis hebben, bijvoorbeeld in de Gemeentewet of een andere sectorale wet. De wettelijke regeling op basis waarvan gegevens aanvankelijk zijn verkregen, is in sterke mate bepalend voor de vraag of gegevens (ook) kunnen worden gebruikt voor de bestrijding van ondermijning.
Zo kan die wettelijke regeling een geheimhoudingsbepaling bevatten die het (verdere) gebruik van gegevens beperkt of anderszins regelen of en zo ja, in hoeverre de gegevens voor bepaalde doeleinden of taken mogen worden gebruikt.
B.Is bestrijding van ondermijning verenigbaar met het oorspronkelijk doel waarvoor de gegevens zijn verzameld?
In aanvulling daarop geldt dat het gebruik van gegevens ter bestrijding van ondermijning een toelaatbare verdere verwerking moet zijn.
Van een toelaatbare verdere verwerking is sprake als het gebruik van de gegevens verenigbaar is met het doel waarvoor de gegevens aanvankelijk zijn verkregen. Daarbij moeten de volgende vragen worden beantwoord:
1Wat is het doel van de wet en/of de wettelijke bepaling op basis waarvan de gegevens aanvankelijk zijn verkregen?
2Is het bestrijden van ondermijning verenigbaar met dat primaire doel?
3Wat is het kader waarin de persoonsgegevens zijn verzameld?
4Wat is de aard van de verwerkte persoonsgegevens?
5Wat zijn de mogelijke gevolgen voor de betrokkene?
6Worden er passende waarborgen getroffen?22
Van verenigbaarheid in de zin van de vragen 1 en 2 zal sneller sprake zijn als de wettelijke basis voor het primaire gebruik gerelateerd is aan het bestrijden van ondermijning, bijvoorbeeld een openbare orde bevoegdheid van de burgemeester. Dat wordt lastiger, maar is niet onmogelijk, als de wettelijke basis betrekking heeft op een geheel ander domein, zoals het sociaal domein.
Ondermijning heeft namelijk ook een zorgkant en het is vaak in het belang van een betrokkene of meerdere betrokkenen dat de gemeente uitvoering geeft aan die taak.
Bij de aanpak van ondermijning wordt niet alleen gedacht in termen van opsporing en vervolging.
De gemeente heeft een brede taakstelling die er in de meeste gevallen toe strekt dat zij moet zorgdragen voor een veilige en prettige leefomgeving. Ondermijning slaat aan de wortels van die beoogde veilige leefomgeving en persoonlijke belangen van kwetsbaren.
De regievoering op de aanpak van ondermijning met als gevolg een verdere verwerking van persoonsgegevens is breed. In het concrete geval wordt dit doel daarom gepreciseerd door het te vertalen naar de gemeentelijke wettelijke bevoegdheden die de gemeente ten behoeve van de aanpak van het signaal van ondermijning zou willen inzetten.
Het zal hierbij veelal gaan om wettelijke taken en gemeentelijke bevoegdheden die zien op openbare orde bevoegdheden en bevordering van de leefbaarheid.
Van belang hierbij is dat aan het voorzienbaarheidscriterium wordt voldaan: een betrokkene moet kunnen voorzien dat de bedoelde gegevensverstrekking zou kunnen plaatsvinden.
Dit wordt transparant gecommuniceerd middels de privacyverklaring ondermijning op de website van de gemeente Maashorst.
Indien de regisseur ondermijning concludeert dat sprake is van onverenigbaarheid, kan het gebruik van de gegevens ter bestrijding van ondermijning toch toelaatbaar zijn als er een expliciete wettelijke grondslag voor dat gebruik is. De privacy-officer kan worden ingeschakeld om daarbij hulp te bieden.
Het model privacy-protocol van de VNG bevat voorbeelden van bovenstaande analyse met betrekking tot wetten op basis waarvan gegevens kunnen worden verkregen die vaak relevant zullen zijn voor het tegengaan van ondermijning door gemeenten (als gezegd zal het hierbij veelal gaan om wettelijke taken en bevoegdheden die toezien op openbare orde bevoegdheden en bevordering van de leefbaarheid)23.
Voor de verwerking van bijzondere en strafrechtelijke persoonsgegevens geldt een bijzonder regime: die gegevens mogen in beginsel alléén worden verwerkt als uit de wet op basis waarvan die gegevens zijn verkregen blijkt dat dat – voor de in die wet genoemde doelen – mag.
Voor strafrechtelijke gegevens geldt nog een andere relevante uitzonderingsgrond: een gemeente zal die gegevens mogen verwerken als zij krachtens de Wet politiegegevens of Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens zijn verkregen (zie voor een uitwerking van verstrekking op grond van de Wet politiegegevens25).
C.Is het gebruik van de gegevens noodzakelijk en proportioneel en wordt aan het subsidiariteits- vereiste voldaan?
Gegevens mogen alleen worden gebruikt voor de bestrijding van ondermijning als dat gebruik noodzakelijk en proportioneel is en er geen minder ingrijpende middelen voorhanden zijn. Bij de vraag of een verstrekking noodzakelijk en proportioneel is, spelen onder meer de volgende omstandigheden een rol:
–De aard en ernst van een binnengekregen signaal. Bij aanwijzingen dat er ernstige feiten spelen, zal informatie eerder mogen worden gedeeld;
–De ernst van de inbreuk die op de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene wordt gemaakt.
Daarbij kan onder meer acht worden geslagen op:
◼︎ De voorzienbaarheid van de (cumulerende) inbreuk die op de persoonlijke levenssfeer wordt gemaakt;
◼︎ De vraag in hoeverre een compleet beeld van de betrokkene ontstaat;
◼︎ In hoeverre een betrokkene negatieve gevolgen zal ondervinden van de gemaakte inbreuk;
◼︎ De aard van de gegevens (hoe gevoeliger, hoe terughoudender ermee moet worden omgegaan);
◼︎ Of een betrokkene zich effectief kan verweren tegen gemaakte inbreuken (bijv. rechtsbescherming).
In het kader van de vraag naar subsidiariteit moet bijvoorbeeld, als is vastgesteld dat sprake is van een verenigbare verdere verwerking of een expliciete wettelijke grondslag voor het gebruik, eerst een ‘hit/no hit’-check worden gedaan (met andere woorden: eerst nagaan dat er bepaalde informatie bij de gemeente berust), alvorens de informatie zelf kan worden geraadpleegd (wat is de informatie waarover de gemeente beschikt). In sommige gevallen kan de eerste vorm van informatie volstaan (subsidiariteit).
Privacy check 2 en 3: aanvullende waarborg
Als aanvullende waarborg is in dit protocol een tweede en derde privacy beoordelingsmoment.
Privacy check 2 wordt door de informatie coördinator uitgevoerd voorafgaand aan het Lokaal Informatie Overleg (start fase 3).
Bij onduidelijkheden of vragen wordt de privacy-officer ingeschakeld. De regisseur ondermijning (eventueel in samenspraak met de privacy-officer stelt bij iedere casus vast of en zo ja welke verzamelde gegevens daadwerkelijk mogen worden gedeeld met de/het relevante, bij het signaal betrokkenen (gemeentelijke onderdelen of daarbuiten) ten behoeve van de verdere aanpak.
Met name de beoordeling van de noodzaak om informatie te delen, zal daarbij centraal staan. Het gaat dan niet alleen om de hoeveelheid gegevens, maar ook om de vraag of alle deelnemers de betreffende informatie nodig hebben.
Denkbaar is bijvoorbeeld dat een signaal op maar drie domeinen ziet en de informatie ten aanzien van dat signaal dus ook alleen aan de deelnemers vanuit die domeinen mag worden verstrekt (in plaats van aan alle domeinen die aan tafel zitten)
Zoals eerder aangegeven kan ook in fase 5 – bij het bepalen van het plan van aanpak voor een casus – een privacy check nodig zijn, om te bepalen of de verzamelde gegevens daadwerkelijk mogen worden gedeeld met relevante betrokkenen ten behoeve van de verdere aanpak en beoogde inzet van bevoegdheden. Daartoe zullen dezelfde vragen moeten worden gesteld als hierboven omschreven.
Bijlage 3: Algemene privacy waarborgen
Er is geen wet die gemeenten expliciet opdraagt tot een bestuurlijke aanpak van ondermijning en evenmin tot binnengemeentelijke gegevensdeling. Echter, de Raad van State oordeelt wel degelijk dat beide behoren tot een gemeentelijke taak
3Uit: Kamerstukken II 2018/19, 35000 VI, nr. 2, p. 14 en Voorlichting van de Raad van State van 20 maart 2019: De rol van gemeenten in de bestuurlijke en integrale aanpak van ondermijning”
:
“Het mag duidelijk zijn dat ook de bestuurlijke aanpak van ondermijning tot de taak van de gemeente behoort. Vaak nestelt georganiseerde criminaliteit zich in lokale gemeenschappen. In de taak van gemeentelijke organen ligt besloten om georganiseerde criminaliteit niet ongemerkt en onbedoeld te faciliteren met subsidies, vergunningen of overheidsopdrachten. Daarnaast bestaat een samenhang met de taak van handhaving van de openbare orde in bredere zin en bevorderen van de leefbaarheid van (kwetsbare) wijken. De strafrechtelijke aanpak van ondermijning is een taak van politie en OM. De bestuurlijke aanpak is een taak van gemeenten, waarbij zowel het college van B&W als de burgemeester beschikken over bevoegdheden die uiterst effectief kunnen zijn bij het tegengaan van ondermijnende criminaliteit.
4https://www.raadvanstate.nl/@113263/w16-18-0272-ii-vo/
”
Bovenstaande uitspraak van de Raad van State waarborgt dat de gemeente op een rechtmatige en effectieve manier kan voldoen aan de binnengemeentelijke gegevensdeling. Daarnaast is er informatie beschikbaar vanuit het ‘Model privacy protocol’ over analyses naar de ruimte voor binnengemeentelijke gegevensuitwisseling in relevante wet- en regelgeving
5https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2020/02/20/tk-bijlage-model-privacy-protocol-binnengemeentelijke-gegevensdeling, p. 31-89.
.
Bij het opstellen van het werkproces is rekening gehouden met de basisregels voor de binnengemeentelijke gegevensdeling.
De rechtsgrond (of grondslag) voor de binnengemeentelijke gegevensdeling:
–Artikel 6, lid 1, onder c AVG (noodzakelijk om wettelijke verplichting na te komen), of
–Artikel 6, lid 1 onder e AVG (noodzakelijk voor de vervulling van een taak van algemeen belang of openbaar gezag)
Verwerk uitsluitend gegevens die noodzakelijk zijn om de taak goed te kunnen uitvoeren (ofwel: dataminimalisatie). Dit hangt af van het doel van de verwerking.
–Zorg ervoor dat, vóórdat gegevens worden verwerkt, het doel daarvan welbepaald, uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigd is, ofwel: bepaal vooraf wat je doet en waarom en wees concreet.
–Zowel de gegevensverstrekker (verwerking) als de ontvanger (verdere verwerking) moeten een rechtsgrond hebben voor de verwerking van de gegevens.
–Voor zover sprake is van ‘verder verwerken’ moet de verstrekking verenigbaar zijn met het doel waarvoor de bron de gegevens verzameld heeft.
–Er kan ook sprake zijn van schijnbare onverenigbaarheid terwijl toch verwerking en verdere verwerking mogelijk is.
Art 6, lid 4 AVG.
Wanneer de verwerking voor een ander doel dan dat waarvoor de persoonsgegevens zijn verzameld niet berust op toestemming van de betrokkene of op een Unierechtelijke bepaling of een lidstaatrechtelijke bepaling die in een democratische samenleving een noodzakelijke en evenredige maatregel vormt ter waarborging van de in artikel 23, lid 1, bedoelde doelstellingen houdt de verwerkingsverantwoordelijke bij de beoordeling van de vraag of de verwerking voor een ander doel verenigbaar is met het doel waarvoor de persoonsgegevens aanvankelijk zijn verzameld onder meer rekening met:
a) Ieder verband tussen de doeleinden waarvoor de persoonsgegevens zijn verzameld, en de doeleinden van de voorgenomen verdere verwerking;
b) Het kader waarin de persoonsgegevens zijn verzameld, met name wat de verhouding tussen de betrokkenen en de verwerkingsverantwoordelijke betreft;
c) De aard van de persoonsgegevens, met name of bijzondere categorieën van persoonsgegevens worden verwerkt, overeenkomstig artikel 9 AVG, en of persoonsgegevens over strafrechtelijke veroordelingen en strafbare feiten worden verwerkt, overeenkomstig artikel 10 AVG;
d) De mogelijke gevolgen van de voorgenomen verdere verwerking voor de betrokkenen;
e) Het bestaan van passende waarborgen, waaronder eventueel versleuteling of pseudonimisering.
Naast het in acht nemen van bovenstaande basisregels wordt er middels de volgende punten voldaan aan algemene privacy waarborgen op het gebied van persoonsgegevens:
1: (verwerkings-)verantwoordelijke
In de meest voorkomende gevallen is de Burgemeester van de gemeente Maashorst de (verwerking)verantwoordelijke.
2: grondslag van verwerking
De verwerking is noodzakelijk voor de vervulling van een taak van algemeen belang of van een taak in het kader van de uitoefening van het openbaar gezag dat aan de verwerkingsverantwoordelijke is opgedragen (artikel 6, lid 1, onder e, AVG). Het zal daarbij veelal gaan om wettelijke taken en bevoegdheden die zien op de openbare orde bevoegdheden en bevordering van de leefbaarheid.
3: de verwerkte persoonsgegevens
1Van de melders wordt uitsluitend de in het signaal opgenomen persoonsgegevens verwerkt ten behoeve van communicatie met de melder, zoals naam, voornamen, telefoonnummer, e- mailadres, afdeling.
2Van de personen over wie wordt gemeld, worden gegevens verwerkt zoals benoemd in het werkproces dat is vastgelegd in het eerder beschreven protocol (hoofdstuk 2).
3De in het tweede lid bedoelde persoonsgegevens worden gebruikt voor:
–Afhandeling van het signaal
–Het (mono- of multidisciplinair) oppakken van het signaal binnen de eigen kaders door de gemeentelijke onderdelen of;
–De verdere aanpak van ondermijning onder regie van Team veiligheid (eventueel in samenwerking met gemeentelijke onderdelen en de politie) of;
–Het verstrekken van het signaal binnen het RIEC-samenwerkingsverband.
4: categorieën van ontvangers
Voor zover noodzakelijk voor de in hoofdstuk 1.2 genoemde doelen, kunnen gegevens (signaal en aanvullingen uit open bronnen) worden:
a.Verstrekt aan gemeentelijke onderdelen of de politie ten behoeve van een plan van aanpak, voor zover zij die behoeven voor de uitvoering van hun wettelijke taak of;
b.Verstrekt aan het RIEC-OB voor het binnen het RIEC-samenwerkingsverband ingebrachte en aangenomen casus.
5: beheer (technische en organisatorische waarborgen).
1Het college van B&W van de gemeente Maashorst respectievelijk de burgemeester van de gemeente Maashorst (ieder voor zover het zijn bevoegdheid betreft) zijn beheerder. Zij dragen zorg voor het dagelijks beheer van de verwerking, waaronder de beveiliging van de persoonsgegevens, de informatieverstrekking, aan betrokkene en de afhandeling van de door betrokkene uitgeoefende rechten.
2Het feitelijk beheer van de verwerking van persoonsgegevens en feitelijke naleving van de informatieplicht is opgedragen aan een door organisatie daartoe aangewezen persoon, behorende tot zijn organisatie. Slechts de regisseur, het VIK en andere medewerkers van Team veiligheid hebben toegang tot de bijbehorende bestanden.
De regisseur ondermijning is adviserend voor de uitvoering en de lijnverantwoordelijkheid ligt bij de teamleider van Team veiligheid.
Artikel 6: beveiliging van persoonsgegevens
a.Binnengemeentelijke verwerking en uitwisseling van gegevens
De beheerder draagt zorg voor passende technische en organisatorische maatregelen om persoonsgegevens te beveiligen tegen verlies of tegen enige vorm van onrechtmatige verwerking.
Hiertoe behoren in ieder geval:
Vastgesteld beveiligingsbeleid dat ook is geïmplementeerd en;
Fysieke maatregelen voor toegangsbeveiliging inclusief organisatorische controle. Zoals:
◼︎ Een proces voor controle op logging;
◼︎ Logische toegangscontrole (wachtwoord of pincode).
b.Uitwisseling van gegevens met externe partners
–Samenwerkingspartners van RIEC-convenant27
Functiescheiding BOA
Buitengewoon opsporingsambtenaren (Boa’s) hebben door hun taken en bevoegdheden in veel gevallen een dubbele functie. Een boa heeft namelijk naast opsporingsbevoegdheden bijna altijd ook bestuursrechtelijke toezichts- en handhavingstaken. Bij het verwerken van persoonsgegevens hebben zij daarom zowel te maken met de AVG als de Wet politiegegevens (Wpg).
Voor de BOA die zowel onder de Wpg als AVG valt is een afzonderlijke werkinstructie opgesteld.
In het kort komt het erop neer dat een BOA geen bevoegdheden heeft ten aanzien van de Opiumwet en de Jeugdwet. Hij onthoudt zich dan ook van de uitoefening van bevoegdheden op dat gebied. Wel heeft hij een signaleringsfunctie zoals elke gemeenteambtenaar die heeft en kan derhalve wel signalen van ondermijning en waarnemingen op dat gebied (Opiumwet en Jeugdwet) doen en rapporteren aan het Team veiligheid. Gegevens die hij verkrijgt vanuit zijn bevoegdheid als bijzonder opsporingsambtenaar vallen onder de WPG waar een gesloten regime geldt. De bijzonder opsporingsambtenaar onthoudt zich dan ook van het verstrekken van gegevens die onder de Wpg vallen aan het Team veiligheid.
Artikel 7: bewaartermijnen
1De gegevens worden:
a.Gedurende een jaar in de database ondermijning bewaard indien fase 1 t/m 4 van het protocol niet tot verdere aanpak van het signaal leidt;
b.Gedurende vijf jaar in de databaseomgeving bewaard en vervolgens een jaar in een niet-actieve omgeving bewaard indien een signaal in fase 5 resulteert in de aanpak van het signaal.
2Op basis van een nieuw signaal kunnen de bewaarde persoonsgegevens ten behoeve van het nieuwe signaal worden geraadpleegd dan wel verwerkt en is het protocol van toepassing op de nieuwe verwerking.
3De opgenomen gegevens kunnen voor evaluatie dan wel statistische doeleinden in niet tot individuele personen herleidbare vorm bewaard blijven, zoals is bepaald in artikel 89, lid 1 AVG jo artikel 9, lid 2, AVG en artikel 24 UAVG.
Artikel 8: rechten van betrokkenen
1Een betrokkene heeft het recht om inzage te verzoeken in zijn gegevens en het gebruik daarvan door de gemeente.
2De betrokkene kan de gemeente verzoeken de gegevens te verbeteren, aan te vullen, te verwijderen of af te schermen, indien de gegevens feitelijk onjuist, onvolledig of niet ter zake dienend zijn voor het doel van de verwerking.
3Een betrokkene heeft het recht verzet aan te tekenen in verband met zijn bijzondere persoonlijke omstandigheden.
4De verzoeken als bedoeld in de leden 1 en 2 van dit artikel, alsmede het verzet als bedoeld onder 3 kunnen worden ingediend bij de beheerder. Deze reageert binnen vier weken op de verzoeken of het verzet genoemd in dit artikel.
5Tegen een afwijzing van de verzoeken of het verzet kan de betrokkene bezwaar aantekenen.
6De gemeente zal betrokkene op eerste verzoek nadere informatie toezenden over zijn rechten en de mogelijkheden deze uit te oefenen.
7Het bovengemelde kan buiten toepassing worden gelaten voor zover dit noodzakelijk is in het belang van:
a.De veiligheid van de staat;
b.De voorkoming, opsporing en vervolging van strafbare feiten
c.Gewichtige economische en financiële belangen van de staat en andere openbare lichamen;
d.Het toezicht op de naleving van wettelijke voorschriften die zijn gesteld ten behoeve van de belangen, bedoeld onder b en c, of
e.De bescherming van de betrokkene of van de rechten en vrijheden van anderen
Per geval vindt een afweging plaats. De betrokkene wordt nooit uit eigen beweging geïnformeerd. Hier wordt in algemene bewoordingen aandacht besteed in de privacyverklaring.
Artikel 9: informeren betrokkene
1Indien een signaal, mono- of multidisciplinair door een onderdeel (onderdelen) van de gemeente wordt opgepakt, dan informeert het desbetreffende onderdeel (onderdelen) betrokkene conform wet- en regelgeving die van toepassing is op basis van de bij die taak behorende wet- en regelgeving.
2Indien het signaal naar het RIEC-samenwerkingsverband wordt doorgezet dan geldt de procedure zoals deze is neergelegd in het privacy-protocol van het RIEC.
3De verwerkingsverantwoordelijke laat op grond van art. 23 AVG jo artikel 41 UAVG informatieverstrekking achterwege voor zover dit noodzakelijk is in het belang van:
a.De nationale veiligheid, landsverdediging of openbare veiligheid.
b.De voorkoming, onderzoek, opsporing en vervolging van strafbare feiten, of tenuitvoerlegging van straffen.
c.De voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van schendingen van de beroepscodes.
d.Voor gereglementeerde beroepenschendingen van de beroepscodes van gereglementeerde beroepen.
e.Andere belangrijke doelstellingen van algemeen belang van Nederland of de Europese Unie.
f.De bescherming van de onafhankelijkheid van rechters en rechterlijke procedures; en;
g.Taken op het gebied van toezicht, inspectie of regelgeving op de hierboven genoemde gebieden, de bescherming van de betrokkene of van de rechten en vrijheden van anderen.
Uit oogpunt van transparantie is het uitgangspunt dat betrokkene zo snel en volledig mogelijk wordt geïnformeerd over het onderzoek dat naar hen wordt gedaan. Dat is echter niet altijd mogelijk en niet wenselijk, omdat het informeren het onderzoek kan schaden of onbedoeld het criminele netwerk blootlegt. Dan kan een beroep worden gedaan op één van de uitzonderingen, zoals genoemd in bovengenoemd artikel 9 lid 4, onder a en b.
In algemene zin wordt de betrokkene geïnformeerd over de mogelijkheid dat gegevens verder worden verwerkt ter bestrijding van ondermijning door middel van publicatie van dit protocol en de privacyverklaring van de gemeente Maashorst.
Na vaststelling zal het privacy protocol worden opgeslagen in het zaaksysteem van de gemeente Maashorst.
Indien werkprocessen of wet- en regelgeving worden aangepast en/of sprake is van nieuwe verschijningsvormen van ondermijning, kan dit van invloed zijn op de rechtmatigheid van de verwerkingen van persoonsgegevens. Dit kan leiden tot aanpassing van het privacy protocol (inclusief werkproces) ondermijning.