Gemeentelijke regelgeving

Verordening cliëntenparticipatie Werkzaak Rivierenland 2016

Gemeente Maasdriel · geldt sinds 27 juli 2016

Aanhef

De raad van de gemeente Maasdriel,

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 24 mei 2016,

gelet op artikel 47 van de Participatiewet en artikel 2 lid 3 van de Wet sociale werkvoorziening;

overwegende dat het wettelijk verplicht is te regelen de wijze waarop personen bedoeld in artikel 2 lid 3 van de WSW en artikel 7 lid 1 van de Participatiewet, worden betrokken bij de uitvoering van deze wetten door het bestuur van de Werkzaak;

besluit:

de verordening cliëntenparticipatie Participatiewet Werkzaak Rivierenland 2016 vast te stellen.

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begrippen

In deze verordening wordt verstaan onder:

a.

Cliënten:

personen als bedoeld in artikel 7 lid 1 onder a van de Participatiewet, tevens ingezetenen van de gemeenten Culemborg, Geldermalsen, Maasdriel, Neerijnen, Tiel, West Maas en Waal en Zaltbommel of ingezetenen van de gemeenten Buren, Culemborg, Geldermalsen, Maasdriel, Neder-Betuwe, Neerijnen, Tiel, Zaltbommel met een WSW-indicatie, zoals bedoeld in artikel 2, lid 3 van de WSW

b.

Cliëntenraad:

cliëntenraad Participatiewet en WSW Werkzaak Rivierenland;

c.

DB:

dagelijks bestuur van Werkzaak Rivierenland;

d.

GR:

Gemeenschappelijke Regeling Werkzaak Rivierenland

e.

Lokale cliëntenraad:

cliëntenraden benoemd door de colleges van burgemeester en wethouders van deelnemende gemeenten aan de GR Werkzaak Rivierenland;

f.

Werkzaak:

het openbaar lichaam ingesteld op grond van de GR;

g.

WSW:

Wet sociale werkvoorziening.

Artikel 2. Benoeming

1Het DB stelt een cliëntenraad in. Cliënten en andere personen kunnen als lid van de cliëntenraad worden benoemd door het DB voor een periode van vier jaar, gelijk aan de zittingsperiode van de gemeenteraden.

2Buiten deze zittingstermijn kunnen leden worden benoemd om tussentijdse vacatures te vervullen voor een zittingsperiode gelijk aan de resterende zittingsperiode van de overige leden.

3De cliëntenraad, lokale cliëntenraden en in de deelnemende gemeenten actief zijnde belangengroepen kunnen kandidaten voordragen.

4De cliëntenraad is, voor zover redelijkerwijs mogelijk, zodanig samengesteld dat deze een afspiegeling is van de bij de uitvoering door de Werkzaak van de Participatiewet en WSW betrokken personen.

5De cliëntenraad bestaat uit tenminste zeven personen. Het maximaal aantal personen wordt bepaald door het DB in overleg met de cliëntenraad.

6Een persoon kan voor maximaal twee periodes worden benoemd.

7Niet als lid kunnen worden benoemd:

a.Leden van het bestuur van Werkzaak of van het college of de raad van één van de deelnemende gemeenten, of van een (mede) door één van deze organen ingesteld bestuursorgaan.

b.Werknemers van Werkzaak of van één van de deelnemende gemeenten.

Hoofdstuk 2. Taken en bevoegdheden

Artikel 3. Taken van het DB

1Het DB vraagt over beleidsvoornemens advies aan de cliëntenraad op een dusdanig tijdstip dat dit advies van wezenlijke invloed kan zijn op het te nemen besluit.

2Van een tijdstip als bedoeld in het eerste lid is sprake als de cliëntenraad zes weken tijd heeft om tot een advies te komen. In de adviesvraag vermeldt het DB de datum waarop het advies moet zijn ontvangen om het te betrekken bij de besluitvorming.

3Het DB zorgt ervoor dat de cliëntenraad wordt betrokken bij de beleidsontwikkeling.

4Nadat het DB heeft besloten op stukken waarop door de cliëntenraad advies is uitgebracht, wordt teruggekoppeld wat er met de door de cliëntenraad uitgebrachte adviezen is dan wel wordt gedaan.

Artikel 4. Ondersteuning cliëntenraad

1Het DB zorgt voor ondersteuning van de cliëntenraad.

2Het DB draagt zorg voor een goede en tijdige informatievoorziening richting cliëntenraad met betrekking tot zaken die tot het taakgebied van de cliëntenraad behoren.

Artikel 5. Budget cliëntenraad

1Door het DB wordt aan de cliëntenraad jaarlijks een budget beschikbaar gesteld, nadat de cliëntenraad daartoe vóór 1 april in het voorafgaande jaar een begroting heeft ingediend.

2Ten laste hiervan kunnen door de cliëntenraad onder meer kosten worden gebracht die verband houden met deskundigheidsbevordering, het inwinnen van advies, achterbanraadpleging, organisatiekosten, onkostenvergoedingen en andere kosten voor het functioneren van de cliëntenraad.

3Jaarlijks voor 1 april brengt de cliëntenraad aan het DB verslag uit van de activiteiten en bevindingen over het voorgaande jaar. Daarbij wordt in een financieel verslag tevens verantwoording afgelegd over de besteding van het beschikbaar gestelde budget. Beide verslagen worden door het DB ter kennis gebracht aan het AB.

Artikel 6. Taken en bevoegdheden van de cliëntenraad

1De cliëntenraad brengt gevraagd en ongevraagd advies uit in verband met door het DB voorgenomen beleid en de uitvoering van de aan het DB opgedragen taken en bevoegdheden zoals bedoeld in artikel 4 van de GR.

2De cliëntenraad heeft geen bevoegdheden in zaken betreffende individuele klachten, bezwaarschriften, en andere zaken met betrekking tot een individueel persoon en de Werkzaak.

3Ieder lid van de cliëntenraad is bevoegd agendapunten aan te dragen. Deze worden voor de eerstvolgende vergadering op de agenda geplaatst.

Artikel 7. Overleg van en met de cliëntenraad

1De cliëntenraad komt zo vaak bijeen als nodig is voor een adequate vervulling van zijn taken.

2De cliëntenraad kiest uit zijn midden een voorzitter.

3De cliëntenraad kiest uit zijn midden een secretaris.

4De cliëntenraad kiest uit zijn midden een penningmeester.

5De cliëntenraad heeft tenminste viermaal per kalenderjaar een overleg met het DB.

6Dit overleg wordt voorgezeten door de voorzitter van de cliëntenraad.

7De agenda voor dit overleg wordt opgesteld door de secretaris en de voorzitter van de cliëntenraad in samenspraak met het DB.

8Van het overleg met het DB wordt een verslag gemaakt door een hiertoe aangewezen medewerker van de Werkzaak. Een afschrift van dit verslag wordt verzonden aan het DB en de deelnemers aan het overleg.

Artikel 8. Reglement

De cliëntenraad stelt voor zijn eigen functioneren een huishoudelijk reglement op. Van dit reglement verstrekt de cliëntenraad een afschrift aan het DB.

Hoofdstuk 3. Slotbepalingen

Artikel 9. Inwerkingtreding en citeertitel

1Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2016.

2Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening cliëntenparticipatie Werkzaak Rivierenland 2016.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.