Aanhef
De raad van de gemeente Loon op Zand;
gelezen het voorstel van het presidium van 2 juni 2021;
gelet op artikel 81oa van de Gemeentewet;
B E S L U I T
vast te stellen de volgende verordening:
VERORDENING OP DE REKENKAMERCOMMISSIE GEMEENTE LOON OP ZAND 2021
Hoofdstuk 1: Begripsbepalingen
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
a.Rekenkamercommissie: de commissie die is ingesteld bij besluit van de gemeenteraad en die ten doel heeft om door middel van beleidsevaluaties en onderzoeken een bijdrage te leveren aan de doeltreffendheid van het beoogde beleid, alsmede de doelmatige voorbereiding en uitvoering daarvan;
b.Doelmatigheid of efficiëntie: het streven om met een zo beperkt mogelijke inzet van de beschikbare middelen het gewenste resultaat te bereiken;
c.Doeltreffendheid of effectiviteit: de mate waarin een organisatie erin slaagt met de geleverde prestaties de gestelde doelen of de gewenste maatschappelijke effecten te bereiken;
d.Rechtmatigheid: de mate waarin het gemeentelijk beleid voldoet aan de wettelijke kaders en regelgeving;
e.Lid: een lid van de rekenkamercommissie dat op basis van artikel 3, eerste lid door de raad van buiten de kring van zijn leden is aangewezen.
Hoofdstuk 2: De taak, samenstelling en het lidmaatschap van de rekenkamercommissie
Artikel 2. Taak van de commissie
1Er is een gemeentelijke rekenkamercommissie.
2De rekenkamercommissie onderzoekt de doelmatigheid, de doeltreffendheid en de rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde bestuur. Een door de rekenkamercommissie ingesteld onderzoek naar de rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde bestuur bevat geen controle van de jaarrekening als bedoeld in artikel 213, tweede lid van de Gemeentewet.
Artikel 3. Samenstelling rekenkamercommissie
1De rekenkamercommissie bestaat uit vier leden, die door de raad van buiten de kring van zijn leden worden benoemd voor een periode van vier jaar; deze leden kunnen door de raad één keer worden herbenoemd voor een gelijke periode.
2De rekenkamercommissie stelt een zodanig rooster van aftreden op dat daarmee de continuïteit binnen de rekenkamercommissie wordt gewaarborgd.
3Elke voordracht gaat vergezeld van een verklaring van de kandidaat bevattende:
a.de mededeling dat hij/zij de benoeming zal aanvaarden;
b.een overzicht van andere functies dan het lidmaatschap van de rekenkamercommissie die hij/zij vervult;
c.een verklaring omtrent het gedrag
4Wijzigingen in het in lid 3 sub b genoemde overzicht worden terstond door het lid aan de raad gemeld.
5De leden leggen, voordat zij hun functie kunnen uitoefenen, in een vergadering van de raad in de handen van de voorzitter van de raad de eed (verklaring en belofte) af:
“Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot lid van de rekenkamercommissie benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gunst heb gegeven of beloofd.
Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of belofte heb aangenomen of zal aannemen.
Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de rekenkamercommissie naar eer en geweten zal vervullen.
Zo waarlijk helpe mij God Almachtig! (Dat verklaar en beloof ik!)”
6De raad benoemt één van de leden als voorzitter. De voorzitter draagt zorg voor het tijdig en periodiek bijeenroepen van de vergaderingen van de rekenkamercommissie, het leiden van de vergaderingen, het bewaken van de uitvoering van de onderzoeksopzet en de werkwijze en het bevorderen van een zorgvuldige besluitvorming. Hij voert hiertoe regelmatig overleg met de onderzoekers en met het secretariaat.
Artikel 4. Besluitvorming in de rekenkamercommissie
1In vergaderingen van de rekenkamercommissie wordt besloten bij meerderheid van stemmen, waarbij ieder lid één stem heeft.
2Besluiten kunnen niet worden genomen tenzij minimaal twee leden van de rekenkamercommissie ter vergadering aanwezig zijn.
3Bij staking van stemmen wordt het nemen van een beslissing uitgesteld tot een volgende vergadering. Als de stemmen opnieuw staken is het voorstel niet aangenomen.
Artikel 5. Einde van het lidmaatschap
1Het lidmaatschap van een lid eindigt:
a.op eigen verzoek;
b.bij aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met het lidmaatschap van de rekenkamercommissie, zoals opgesomd in artikel 81f van de Gemeentewet;
c.wanneer het lid bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft;
d.indien het lid bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surseance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld.
2De leden van de rekenkamercommissie kunnen door de raad worden ontslagen wanneer zij door ziekte, gebreken of ongeschiktheid niet in staat zijn hun functie naar behoren te vervullen.
Artikel 6. Verboden handelingen.
Het is de leden van de rekenkamercommissie verboden de handelingen te verrichten als bedoeld in artikel 15 van de Gemeentewet. De raad kan, gehoord de rekenkamercommissie, een lid van de rekenkamercommissie dat heeft gehandeld in strijd met dit verbod van zijn functie ontslaan.
Artikel 7. Vergoeding voor de werkzaamheden van de leden van de rekenkamercommissie.
1De leden en voorzitter van de rekenkamercommissie ontvangen een maandelijkse vergoeding voor hun werkzaamheden. Deze vergoeding bedraagt 25% van de vergoeding die een raadslid ontvangt op grond van het rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. De vergoeding is all-in, inclusief onkostenvergoeding en reiskosten en wordt maandelijks uitbetaald.
2De vergoedingen als bedoeld in het eerste lid komen ten laste van het budget van de rekenkamercommissie als bedoeld in artikel 12.
Hoofdstuk 3: De werkwijze van de rekenkamercommissie
Artikel 8. Onderwerpen voor en beslissing tot uitvoeren van onderzoek
1De rekenkamercommissie kiest zelfstandig en onafhankelijk de onderwerpen voor haar onderzoek, formuleert de probleemstelling en de onderzoeksvragen en stelt de onderzoeksopzet vast.
2De rekenkamercommissie inventariseert jaarlijks voor het opstellen van het onderzoeksprogramma welke suggesties er zijn voor onderzoeksonderwerpen bij gemeenteraad, college en de bevolking.
3De raad kan de rekenkamercommissie een gemotiveerd verzoek doen tot het instellen van een onderzoek. De rekenkamercommissie bericht de raad binnen een maand met redenen omkleed in hoeverre aan dat verzoek al dan niet wordt voldaan.
4De onderwerpen van onderzoek worden inclusief de verantwoording jaarlijks voor 1 april als respectievelijk jaarverslag en onderzoeksprogramma ter kennisneming aan de raad toegezonden.
5De in lid 1 bedoelde onderzoeksopzet wordt door de rekenkamercommissie rechtstreeks ter kennisneming voorgelegd aan de gemeenteraad.
Artikel 9. Uitvoering van het onderzoek en rapportage
1De rekenkamercommissie stelt een onderzoeksprotocol vast waarin de werkwijze van de rekenkamercommissie wordt beschreven. Zij zendt het onderzoeksprotocol na de vaststelling onverwijld ter kennisgeving naar de gemeenteraad.
2De rekenkamercommissie is belast met en verantwoordelijk voor de uitvoering van het onderzoek volgens de door haar vastgestelde onderzoeksopzet.
3De rekenkamercommissie beoordeelt of het wenselijk is de raad tussentijds te informeren.
4De rekenkamercommissie is bevoegd van alle leden van het gemeentebestuur en van alle ambtenaren de mondelinge en schriftelijke inlichtingen in te winnen die zij nodig heeft voor de uitvoering van het onderzoek. De rekenkamercommissie kan de bevoegdheid tot het inwinnen van inlichtingen mandateren aan de secretaris / onderzoeker en de overige medewerkers die haar bij de uitvoering van haar taak terzijde staan. De leden van het gemeentebestuur en de ambtenaren van de gemeente zijn verplicht de gevraagde inlichtingen binnen de door de rekenkamercommissie gestelde termijn te verstrekken.
5De rekenkamercommissie vergadert in beslotenheid, haar rapporten zijn openbaar. Op grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur kan de rekenkamercommissie rapporten die aan de raad worden voorgelegd of gedeelten daarvan als geheim aanmerken. De leden van de rekenkamercommissie en degenen die ten behoeve van de rekenkamercommissie werkzaam zijn, zijn verplicht tot geheimhouding van al hetgeen hen in hun hoedanigheid als lid, respectievelijk medewerker ter kennis is gekomen.
6De rekenkamercommissie kan openbare informatieve vergaderingen beleggen.
7De rekenkamercommissie stelt betrokkenen in de gelegenheid om binnen een door haar te stellen termijn die ten minste twee weken bedraagt, hun zienswijze op het feitenonderzoek aan de rekenkamercommissie kenbaar te maken. Betrokkenen zijn degenen wier taakuitvoering (mede) voorwerp van onderzoek is of is geweest. De rekenkamercommissie bepaalt wie verder als betrokkenen worden aangemerkt.
8Na de ambtelijke hoor en wederhoor ten aanzien van de feiten zoals bedoeld in lid 7 formuleert de rekenkamercommissie haar conclusies en aanbevelingen in een nota.
9De rekenkamercommissie stelt het bestuur in de gelegenheid om binnen een door haar te stellen termijn die ten minste twee weken bedraagt, hun zienswijze op het onderzoek en de nota aan de rekenkamercommissie kenbaar te maken.
10Na vaststelling door de rekenkamercommissie worden het onderzoeksrapport en de nota met conclusies en aanbevelingen zo spoedig mogelijk, aan de raad aangeboden.
Artikel 10. Secretaris / onderzoeker rekenkamercommissie
1De rekenkamercommissie kan een secretaris / onderzoeker benoemen die ter ondersteuning van de rekenkamercommissie werkzaamheden verricht.
2De secretaris / onderzoeker staat de rekenkamercommissie terzijde bij de uitvoering van haar taak.
3De secretaris / onderzoeker legt met betrekking tot de wijze waarop de ondersteunende taken worden verricht rechtstreeks verantwoording af aan (de voorzitter van) de rekenkamercommissie.
4De kosten van de secretaris / onderzoeker komen ten laste van het budget van de rekenkamercommissie als bedoeld in artikel 12.
Artikel 11. Onderzoeksmedewerkers
1De rekenkamercommissie is bevoegd ten laste van het budget als bedoeld in artikel 12 (tijdelijk) onderzoeksmedewerkers aan te stellen.
2Onderzoeksmedewerkers kunnen, indien de rekenkamercommissie hen daartoe de bevoegdheid toekent, alle informatie verzamelen die de rekenkamercommissie in het belang van het onderzoek nodig acht; zij hebben een geheimhoudingsplicht met betrekking tot die informatie en zijn alleen verantwoording verschuldigd aan de rekenkamercommissie.
3De rekenkamercommissie is tevens bevoegd ten laste van het budget als bedoeld in artikel 12 externe deskundigen in te schakelen. Het hiervoor in lid 2 gestelde is op de externe deskundigen dienovereenkomstig van toepassing.
Hoofdstuk 4: De kosten van de rekenkamercommissie
Artikel 12. Budget
1De rekenkamercommissie is bevoegd binnen een aan haar bij de begroting beschikbaar gesteld budget uitgaven te doen ten behoeve van de uitvoering van haar taken.
2Ten laste van het in het voorgaande lid bedoelde budget worden de kosten gebracht van:
a.de vergoedingen die krachtens artikel 7 lid 1 zijn toegekend aan de externe leden van de rekenkamercommissie;
b.de secretaris / onderzoeker van de rekenkamercommissie;
c.onderzoeksmedewerkers;
d.externe deskundigen die mogelijk door de rekenkamercommissie zijn ingeschakeld en
e.de mogelijke overige uitgaven, waaronder de kosten van het secretariaat, die de rekenkamercommissie nodig oordeelt voor de uitvoering van haar taak.
Hoofdstuk 5: Slotbepalingen
Artikel 13. Citeertitel
Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening op de rekenkamercommissie gemeente Loon op Zand 2021.
Artikel 14. Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op 1 september 2021.
Artikel 15. Intrekking
De Verordening op de Rekenkamercommissie Gemeente Loon op Zand 2020 wordt ingetrokken gelijktijdig met het in werking treden van de Verordening Rekenkamercommissie gemeente Loon op Zand 2021.