Aanhef
De raad van de gemeente Lochem;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 21 oktober 2025;
gelet op artikel 227 van de Gemeentewet;
B E S L U I T :
Vast te stellen de volgende verordening:
Verordening op de heffing en de invordering van reclamebelasting gemeente Lochem 2026
Artikel 1 Definities
Deze verordening verstaat onder:
a.Wet WOZ: de Wet waardering onroerende zaken;
b.onroerende zaak: de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet WOZ;
c.waarde: de op voet van hoofdstuk IV van de Wet WOZ voor het kalenderjaar, als bedoeld in artikel 6, voor de onroerende zaak vastgestelde waarde.
Als voor een onroerende zaak geen waarde op de voet van hoofdstuk IV van de Wet WOZ is vastgesteld, is de waarde de met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid van de Wet WOZ vastgestelde waarde;
d.vestiging:
1een onroerende zaak;
2twee of meer onroerende zaken die direct naast of boven elkaar gelegen zijn en die tezamen door één organisatie of bedrijf voor één doel worden gebruikt;
e.jaar: een kalenderjaar.
Artikel 2 Gebiedsomschrijving
Deze verordening is van toepassing binnen het gebied van de gemeente Lochem zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende kaart en de daarbij inbegrepen lijst met straten en huisnummers (bijlage 1).
Artikel 3 Belastbaar feit en belastingplicht
1Onder de naam ‘reclamebelasting’ wordt, met inachtneming van het gestelde bij of krachtens deze verordening, binnen het in artikel 2 omschreven gebied, een directe belasting geheven ter zake van openbare aankondigingen die zichtbaar zijn vanaf de openbare weg.
2De reclamebelasting wordt geheven van de gebruiker van de vestiging waarop, waaraan, waarin of waarbij één of meer openbare aankondigingen zijn aangebracht dan wel zijn geplaatst in de nabijheid van de vestiging.
Artikel 4 Vrijstellingen
De reclamebelasting wordt niet geheven voor openbare aankondigingen:
a.die kunnen worden aangemerkt als algemene bewegwijzering waarmee een algemeen belang wordt gediend;
b.die door de gemeente of in opdracht van de gemeente zijn geplaatst of aangebracht, indien en voor zover de openbare aankondiging geschiedt ter uitvoering van de publieke taak;
c.die door politieke partijen zijn aangebracht en die een ideëel belang dienen;
d.aangebracht op bouwterreinen, voor zover deze opschriften rechtstreeks betrekking hebben op de op dat terrein in uitvoering zijnde bouwwerkzaamheden;
e.bestemd voor de verkoop of verhuur van onroerende zaken, indien deze aanwezig zijn in de onmiddellijke nabijheid van de te verkopen of te verhuren zaak;
f.aangebracht op scholen en instellingen in de zin van de Wet toelating zorginstellingen die uitsluitend betrekking hebben op de functie van het gebouw;
g.aangebracht op religieuze gebouwen die nog voor de eredienst worden gebruikt.
Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief
1De reclamebelasting wordt geheven per vestiging.
2De heffingsmaatstaf is een vast bedrag per vestiging vermeerderd met een bedrag dat afhankelijk is van de waarde van de vestiging.
3Voor een vestiging als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, sub 2, wordt de waarde bepaald op de som van de waarden van de onroerende zaken die van de vestiging deel uitmaken.
4Bij de bepaling van de heffingsmaatstaf wordt buiten aanmerking gelaten de waarde van delen van de vestiging die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden.
5Het vaste bedrag van de reclamebelasting bedraagt € 332,50 per vestiging.
6Voor zover de waarde van de vestiging meer bedraagt dan € 200.000,- wordt het in het vorige lid genoemde bedrag vermeerderd met € 0,85 per € 1.000,- aan waarde.
7De heffing bedraagt maximaal € 1.750,- per vestiging.
8Als de vastgestelde waarde van de vestiging voor het betreffende jaar naar beneden wordt bijgesteld, wordt de aanslag ambtshalve verminderd als de lagere waarde leidt tot een lager belastingbedrag voor de reclamebelasting, tenzij het bedrag van de vermindering minder bedraagt dan € 10,-.
Artikel 6 Belastingtijdvak
Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
Artikel 7 Wijze van heffing
De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.
Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
1De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, als dit later is, bij aanvang van de belastingplicht.
2Als de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de reclamebelasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde reclamebelasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
3Als de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde reclamebelasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
Artikel 9 Termijnen van betaling
1In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de eerste maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.
2In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, als het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dat € 50,-, maar minder is dan € 10.000,- en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het belastingjaar waarin de aanslagen worden opgelegd overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste drie en ten hoogste tien bedraagt. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.
3De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 10 Overgangsrecht
De Verordening reclamebelasting 2025 vastgesteld op 25 november 2024, wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2026, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Artikel 11 Inwerkingtreding
1Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026.
2De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.
Artikel 12 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening reclamebelasting gemeente Lochem 2026.
BIJLAGE 1: Gebiedsomschrijving
Inbegrepen straten met huisnummers (toevoegingen A,B, e.a. inbegrepen)
Straat
van
totenmet
even/oneven
Achterstraat
2
72
even
Achterstraat
1
53
oneven
Bagijnestraat
2
12
even
Bagijnestraat
7
29
oneven
Bierstraat
2
38
even
Bierstraat
1
19
oneven
blauwe torenstraat
4
56
even
blauwe torenstraat
3
41
oneven
burg. Leenstraat
1
41
oneven
burg. Leenstraat
2
56
even
de gloep
2
even
de gloep
37
73
oneven
dr.Riverstraat
2
8
even
dr.Riverstraat
1
3
oneven
emmastraat
2
even
emmastraat
1
5
oneven
graaf ottoweg
6
34
even
graaf ottoweg
1
19
oneven
groene kruisstraatje
2
4
even
gudulastraat
2
6
even
gudulastraat
1
9
oneven
hoogestraatje
6
16
even
hoogestraatje
1
39
oneven
julianaweg
1
11
oneven
kastanjelaan
1
oneven
markt
3
29
oneven
markt
2
26
even
molenstraat
2
50
even
molenstraat
1
17
oneven
nieuwstad
1
33
oneven
nieuwstad
4
44
even
noorderwal
4
42
even
noorderwal
5
41
oneven
oosterbleek
1
59
oneven
oosterbleek
2
58
even
oosterwal
2
26
even
oosterwal
1
27
oneven
poststeeg
2
even
poststeeg
1
29
oneven
pr bernhardweg
7
27
oneven
pr bernhardweg
2
40
even
schoolstraat
2
16
even
schoolstraat
13
oneven
slootwijkersteeg
5
19
oneven
smeestraat
1
9
oneven
smeestraat
2
18
even
spaarbanksteeg
8
10
even
t ei
2
10
even
t ei
1
15
oneven
tramstraat
4
8
even
tramstraat
1
11
oneven
tuinstraat
2
16
even
tuinstraat
1
oneven
vilderstraat
2
40
even
vilderstraat
1
51
oneven
walderstraat
10
72
even
walderstraat
1
39
oneven
walsteeg
2
52
even
walsteeg
15
37
oneven
wapen van Lochem
4
20
even
wapen van Lochem
5
19
oneven
westerwal
2
18
even
westerwal
1
19
oneven
zuiderbleek
1
25
oneven
zuiderbleek
2
26
even
zuiderwal
1
15
oneven
zuiderwal
2
16
even
zwiepseweg
1
oneven
Toelichting Verordening reclamebelasting 2026
Hieronder worden de wijzigingen ten opzichte van de vorige verordening toegelicht.
Artikel 4 Vrijstellingen
In sub f is 'zorgcentra' vervangen door 'instellingen in de zin van de Wet toelating zorginstellingen'. Het begrip 'zorgcentra' was niet eenduidig en zorgde in de praktijk voor verwarring. Door aan te sluiten bij een wettelijke omschrijving nemen we die onduidelijkheid weg.
Helder is hiermee dat tandartsen en huisartsen(posten) in elk geval niet onder de vrijstelling vallen.