Gemeentelijke regelgeving

Verordening Sociaal Domein gemeente Lingewaard 2026-1

Gemeente Lingewaard · geldt sinds 23 juni 2026

Aanhef

De raad van de gemeente Lingewaard;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van de gemeente Lingewaard d.d.21 april 2026;

gehoord de behandeling tijdens de Politieke Avond d.d. 27 mei 2026 ;

gelet op het bepaalde in gelet op het bepaalde in de artikelen 2.1.3, 2.1.4, 2.1.5, 2.1.6, 2.1.7, 2.3.6 en 2.6.6 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; de artikelen 2.9, 2.10, 2.12 en 8.1.1 van de Jeugdwet; de artikelen 6, tweede lid, 8, 8a, 8b, 10b, vijfde lid, 41, derde lid, en 47 van de Participatiewet; artikel 35 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers; artikel 35 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; en de artikelen 121, 122, 147 en 150 van de Gemeentewet;

besluit: De verordening Sociaal Domein gemeente Lingewaard 2026-1 aan te nemen.

INLEIDING

In deze verordening vindt u, inwoner van de gemeente Lingewaard, de regels en afspraken die zijn gemaakt binnen het sociaal domein. U kunt lezen wat u van de gemeente Lingewaard kunt verwachten, maar u leest ook wat wij van u verwachten. In deze inleiding vindt u informatie over onze uitgangspunten en doelen.

Werken volgens de ‘bedoeling’

In Lingewaard stellen wij uw vraag centraal. Samen met u zoeken wij naar oplossingen voor uw probleem. De oplossingen die wij samen met u bedenken moeten passen binnen de wet. Wij vinden het daarbij belangrijk om vooral te kijken naar de bedoeling van de wet en niet alleen naar de regels van de wet. Daardoor kunnen wij oplossingen bieden die bij uw specifieke situatie passen.

Wat is de bedoeling van de wet?

In Nederland vinden wij het belangrijk dat inwoners:

•actief mee kunnen doen aan het maatschappelijk leven of aan het werk kunnen gaan;

•een inkomen hebben waarmee ze rond kunnen komen;

•hun financiën op orde hebben;

•een geschikte en schone woning hebben, waarin zij zelfstandig en veilig kunnen wonen;

•dat kinderen gezond en veilig kunnen opgroeien en zich kunnen ontwikkelen.

•dat jongeren worden ondersteund bij de overgang van school naar werk, zodat zij zich kunnen ontwikkelen en duurzaam kunnen meedoen in de samenleving.

De inwoner is zelf verantwoordelijk om bovenstaande te bereiken, de gemeente ondersteunt als dat nodig is. De wetgever heeft wetten gemaakt om dit te bereiken.

Wat vinden wij verder nog belangrijk?

Wij hebben het beleidsplan ‘Iedereen hoort erbij!’ vastgesteld voor het sociaal domein. Daarin zijn drie belangrijke uitgangspunten opgenomen:

•De inwoner centraal

Lingewaard zet de inwoner centraal. Ieder mens is uniek. We verdiepen ons in wat voor de inwoner echt van belang is. Dat kan betekenen dat inwoners met dezelfde vraag, verschillende ondersteuning krijgen. De mogelijke oplossingen voor een probleem zijn afhankelijk van het effect dat we gezamenlijk willen bereiken en van de uitgangssituatie.

•Gezondheid als basis voor en prettig leven

Bij vragen van inwoners kijken we vanuit het perspectief van de inwoner breed en integraal vanuit het gedachtengoed van positieve gezondheid. We kijken verder dan het oplossen van problemen. Een prettig leven vraagt ook dat je je nuttig en gewaardeerd voelt, dat je controle hebt over je leven en van de kwaliteiten van je sociale contacten.

•Normaliseren

We gaan er van uit dat tegenslagen onderdeel zijn van het leven. Wanneer mensen daar tegenaan lopen vraagt dat niet altijd om professionele ondersteuning. Door meer te focussen op wat goed gaat ontdekken inwoners hun mogelijkheden en bepalen wat voor hen normaal is.

De regels in deze verordening helpen ons om volgens deze uitgangspunten te werken.

Hoe gaat deze verordening daarbij helpen?

•De verordening is zo opgebouwd dat niet de inhoud van de wetten leidend is, maar de problemen waar inwoners tegenaan kunnen lopen.

•Alle regels voor het sociaal domein zijn terug te vinden in één verordening in plaats van in acht verschillende. Dit is overzichtelijker en de regels zijn beter op elkaar afgestemd.

•Deze verordening heeft minder regels, waardoor er meer ruimte is om oplossingen af te stemmen op de persoonlijke situatie van onze inwoners.

•De verordening is in begrijpelijke taal opgeschreven.

Wat staat er in deze verordening?

Deze verordening geeft regels over de ondersteuning die de gemeente kan bieden bij de volgende onderwerpen:

•Werken en participeren

•Inkomen en schulden

•Opgroeien en opvoeden, en

•Zelfredzaamheid en meedoen.

De regels in deze verordening vullen de wettelijke regels aan. Het zijn regels op hoofdlijnen die de gemeenteraad heeft vastgesteld. Soms zijn er nog extra regels nodig waarin bepaalde zaken worden uitgewerkt. Ook dat is in deze verordening geregeld.

Bij welke wetten horen deze regels?

De regels in deze verordening zijn een aanvulling op de volgende wetten:

•Participatiewet (PW);

•Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW);

•Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ);

•Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs);

•Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo); en

•Jeugdwet;

Deze verordening is gebaseerd op de wetten die hierboven zijn genoemd. Die wetten vormen de basis voor de artikelen in deze verordening. Maar niet voor alle artikelen geldt dat in iedere wet daarover iets is terug te vinden. Dat verschilt per artikel. Daarom is per artikel aangegeven op welke wetten dat artikel is gebaseerd.

Waar in deze verordening ‘Gemeentewet’ als grondslag wordt genoemd, wordt daarmee de algemene regelingsbevoegdheid van de gemeenteraad bedoeld (art. 121 Gemeentewet). Bij een aantal artikelen wordt ook de ‘Awb’ (Algemene wet bestuursrecht) genoemd. Die verwijzing staat er als er in de Awb specifieke bepalingen zijn die op dat artikel van toepassing zijn.

Leeswijzer

•In hoofdstuk 1 staat wat wij van u verwachten en wat u van ons kunt verwachten. Wij beschrijven hoe u hulp kunt vragen. Ook leest u wat er daarna gebeurt tot aan de beslissing over de hulp die u kunt krijgen.

•In hoofdstuk 2 tot en met 5 vindt u meer informatie over hulp bij de verschillende problemen waar u tegenaan kunt lopen.

•U kunt hulp krijgen in verschillende vormen. Dit kunt u lezen in hoofdstuk 6.

•In hoofdstuk 7 beschrijven wij de regels die gelden als u zich niet aan de afspraken houdt.

•Als u het niet eens bent met de gemeente of als u vindt dat u niet goed behandeld bent, kunt u bezwaar maken of een klacht indienen. De regels hiervoor staan in hoofdstuk 8.

•Hoofdstuk 9 gaat over de manieren waarop wij bewaken dat de ondersteuning die wij bieden van goede kwaliteit is en blijft.

•In hoofdstuk 10 staat opgenoemd welke verordening deze verordening vervangt en hoe de overgang naar de nieuwe verordening is geregeld.

Wij willen dat deze verordening goed leesbaar is voor de Lingewaardse inwoners. Omdat we ook duidelijk willen zijn over wat we bedoelen moeten we soms woorden gebruiken die in de wet ook gebruikt worden. Het kan zijn dat u niet precies weet wat we met die woorden bedoelen. Daarom vindt u in hoofdstuk 11 een lijst met uitleg bij woorden en begrippen die wij in deze verordening gebruiken.

1 VERZOEK OM ONDERSTEUNING

1.1 Rollen

1.1.1 Uw rol

[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Gemeentewet, Awb]

U bent als inwoner in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor het oplossen van uw probleem en/of het pakken van kansen.

Wij verwachten daarom dat u:

a.eerst zelf kijkt hoe u uw probleem kunt oplossen, voordat u ondersteuning aanvraagt;

b.u meewerkt aan de oplossing wanneer u ondersteuning van het buurtteam of van de gemeente krijgt;

c.ervoor zorgt dat de ondersteuning niet langer duurt dan nodig is;

d.de gemeente zo snel en zo volledig mogelijk op de hoogte brengt over alles wat belangrijk is voor de beoordeling van uw verzoek;

e.bij een aanvraag bij de gemeente alle documenten en bewijsstukken die de gemeente nodig heeft zo snel mogelijk inlevert.

1.1.2 Rol van de gemeente

[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Gemeentewet, Awb]

Wij vinden het belangrijk om samen met u te zoeken naar een oplossing. Wij gaan op een respectvolle manier met elkaar om.

Wij kunnen het volgende voor u doen:

a.wij maken een afspraak met u om uw verzoek om ondersteuning te bespreken;

b.wij kijken samen met u welke ondersteuning u nodig heeft en of deze ook beschikbaar is;

c.wij kijken samen met u of er binnen de gemeente andere organisaties zijn die u kunnen ondersteunen;

d.wij geven u informatie over de regels en de werkwijze en zorgen ervoor dat deze zo eenvoudig mogelijk zijn;

e.wij respecteren uw privacy;

f.wij maken zoveel mogelijk gebruik van informatie die al binnen de gemeente aanwezig is;

g.wij wisselen alleen informatie uit met het buurtteam:

a.als het buurtteam u doorstuurt naar de gemeente voor ondersteuning;

b.als wij u verwijzen naar het buurtteam.

Bij het uitwisselen van de informatie houden wij ons aan de wettelijke regels voor privacy.

h.wij vragen u alleen om gegevens die nodig zijn om uw verzoek goed te kunnen beoordelen;

i.wij zorgen ervoor dat u vaste aanspreekpunten krijgt als dat nodig is.

1.2 Melding bij de gemeente

1.2.1 Ondersteuning vragen bij de gemeente

[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs]

Wanneer kunt u zich melden bij de gemeente?

1Als u vragen heeft over inkomen en werk:

a.u vult een meldingsformulier in via de website van de gemeente Lingewaard;

b.u doet een telefonisch verzoek. U kunt hiervoor bellen met het klantcontactcentrum op het nummer (026) 326 01 11.

Als a. of b. voor u niet mogelijk is:

c.kunt u ons een e-mail sturen. Ons e-mailadres is gemeente@lingewaard.nl of;

d.kunt u uw verzoek per post versturen. U kunt uw brief sturen naar Gemeente Lingewaard, t.a.v. Toegang Sociaal Domein, Postbus 15, 6680 AA Bemmel.

2Voor overige vragen meldt u zich bij het buurtteam. Na een gesprek met een buurtteammedewerker kan het nodig zijn dat u een voorziening van de gemeente nodig heeft. Dan meldt u of de buurtteammedewerker u aan bij de gemeente.

1.2.2 Verzoek tot ondersteuning bij de gemeente ingediend… en dan?

[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs]

Nadat de gemeente uw verzoek heeft gekregen, sturen wij u een bevestiging. Zo weet u dat uw verzoek voor ondersteuning goed is ontvangen. Het kan zijn dat wij u een aantal aanvullende vragen willen stellen. Dan nemen wij contact met u op.

Wanneer uw verzoek duidelijk is, nodigen wij u uit voor een gesprek. Wij overleggen met u waar, wanneer en waarover het zal zijn. Bij dat gesprek kunt u iemand uit uw omgeving meenemen. U kunt ook gratis gebruik maken van een cliëntondersteuner.

U kunt als inwoner uw situatie zelf het best beoordelen en vaak weet u wat u kan helpen. Daarom is het ook mogelijk om zelf een plan op te stellen. In dit plan schrijft u over uw persoonlijke situatie en wat u wilt bereiken met uw verzoek.

1.2.3 Uw gegevens

[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs]

Wij verzamelen alle informatie die nodig is om uw verzoek te beoordelen. Het is mogelijk dat wij bepaalde informatie niet kunnen inzien. In dat geval vragen wij u om deze gegevens bij ons aan te leveren.

1.3 Gesprek na het verzoek

1.3.1 persoonlijk gesprek

[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs]

Zo snel mogelijk na uw verzoek heeft u een persoonlijk gesprek met een medewerker van de gemeente. Tijdens dit persoonlijke gesprek willen wij een goed beeld krijgen van wat uw persoonlijke situatie is en waar u behoefte aan heeft. Het gesprek kan plaatsvinden bij u thuis of op het gemeentehuis. Soms is het voldoende om een telefonisch gesprek met u te hebben.

U heeft alleen een persoonlijk gesprek met een medewerker van de gemeente als er nog informatie nodig is. Als u eerst contact heeft gehad met het buurtteam, is een gesprek met de gemeente meestal niet meer nodig.

Bij een persoonlijk gesprek vragen wij u om uw geldige legitimatiebewijs te laten zien (let op: geen rijbewijs). U mag het gesprek alleen voeren, maar het is ook mogelijk om iemand mee te nemen, bijvoorbeeld een partner, familielid, vriend of een onafhankelijk cliëntondersteuner. Als u zelf een persoonlijk plan heeft gemaakt, bespreken wij dit plan met u.

1.3.2 inhoud gesprek

[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs]

1De medewerker van de gemeente wil graag van u weten wat u wilt bereiken met de ondersteuning. Ook spreekt u samen over:

a.welke behoefte u heeft: wat heeft u nodig?

b.uw persoonlijke situatie: hoe ziet die eruit en wat dit betekent voor wat u wilt bereiken?

c.uw eigen mogelijkheden: hoe kunt u zelf meewerken aan wat u wilt bereiken?

d.uw omgeving: welke hulp kunt u krijgen van mensen uit uw omgeving of van een vrij toegankelijke voorziening?

2De medewerker van de gemeente bespreekt met u of de gemeente u kan helpen om uw situatie te verbeteren. Als de gemeente kan helpen bespreekt de medewerker met u wat de mogelijkheden zijn.

3Wanneer tijdens het gesprek blijkt dat u behoefte heeft aan ondersteuning uit de Wmo of Jeugdwet, krijgt u informatie over de mogelijkheden. Wij bieden u dan maatwerk. Wij bespreken in elk geval:

a.de verschillende vormen van ondersteuning;

b.welke resultaten met de ondersteuning worden bereikt;

c.welke aanbieders deze ondersteuning kunnen bieden;

d.hoe vaak en hoe lang u ondersteuning krijgt;

e.wat de voorwaarden zijn voor het gebruik van de ondersteuning; en

f.of u hiervoor een eigen bijdrage moet betalen.

1.3.3 Het verslag

[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs]

1Op basis van uw verzoek, ons onderzoek en het persoonlijke gesprek met de medewerker van de gemeente, maken wij een (onderzoeks)verslag.

2Als de medewerker van de gemeente meer informatie van u nodig heeft voor dit verslag, neemt hij of zij contact met u op.

3In het verslag staat beschreven welk resultaat u wil bereiken en hoe u dat kunt bereiken. We kijken daarbij naar de korte en naar de lange termijn.

4U ondertekent het verslag en stuurt dit naar de gemeente. Als u het niet eens bent met het verslag, kunt u dat in het verslag opschrijven. Met uw ondertekening geeft u dan aan dat u het verslag gelezen heeft.

5Als u maatwerk (zoals is beschreven in artikel 1.4.2) van de gemeente wil ontvangen, geeft u dat aan op het ondertekende verslag. Dit geldt dan als een aanvraag voor maatwerkondersteuning.

1.4 De aanvraag

1.4.1 Aanvraag

[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs]

1Na uw verzoek en het gesprek met de gemeente kunt u een aanvraag indienen. Een aanvraag dient u schriftelijk in of u geeft dit aan op het verslag. Als wij uw aanvraag hebben ontvangen, besluiten wij of u ondersteuning krijgt van de gemeente en welke vorm die ondersteuning dan heeft.

2Als u 27 jaar of jonger bent en een uitkering aanvraagt, is uw verzoek ook meteen een aanvraag. U heeft dan een gesprek met de medewerker van de gemeente nadat u een aanvraag heeft gedaan.

1.4.2 Maatwerk

[Jeugdwet, Wmo, PW, Wgs]

1Maatwerk is ondersteuning die precies is afgestemd op uw persoonlijke situatie. Wij bieden maatwerk wanneer:

a.de ondersteuning nodig is om (één van) de doelen van de inleiding van deze verordening te bereiken;

b.u het afgesproken resultaat niet (helemaal) op eigen kracht kunt bereiken;

c.u het afgesproken resultaat niet (helemaal) kunt bereiken met ondersteuning uit de eigen (sociale) omgeving (bijv. hulp van huisgenoten, ondersteuning met mensen in uw omgeving) of met behulp van andere voorzieningen of organisaties;

d.de ondersteuning past bij het resultaat dat is afgesproken tijdens het gesprek;

e.de ondersteuning past bij uw persoonlijke situatie;

f.de ondersteuning niet duurder is dan nodig en niet langer duurt dan nodig. De gemeente kiest voor de goedkoopste, oplossing die uw probleem op de lange termijn vermindert of oplost.

2Voor sommige vormen van ondersteuning zijn in de wet of in deze verordening extra voorwaarden gesteld. Uw verzoek voor ondersteuning moet dan aan extra regels voldoen.

3Wij kunnen uw verzoek afwijzen als u de gevraagde hulp zelf heeft ingeroepen of aangeschaft. Dit geldt niet als wij daarvoor toestemming hebben gegeven. Als de afwijzing betekent dat u grote problemen zal krijgen (onevenredig nadeel ervaart), dan kan de gemeente de voorziening wel toekennen.

1.4.3 Deskundig onderzoek en advies

[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs]

1Wij zorgen ervoor dat de medewerker die uw verzoek behandelt deskundig is. Hebben wij niet de juiste kennis in huis? Dan zorgen wij ervoor dat een deskundige onderzoek doet en advies uitbrengt. Dit advies nemen wij mee in de beoordeling van uw ondersteuningsvraag.

2Voor de Wmo geldt dat als wij een externe deskundige vragen om onderzoek te doen, dit wordt gedaan door een adviseur die de volgende kennis heeft:

a.sociaal- medische kennis op het niveau van een arts en/of;

b.ergonomische kennis en/of;

c.bouwkundige/ technische kennis en/of;

d.gedragswetenschappelijke kennis.

3Voor de Jeugdwet geldt dat het (her)onderzoek door of onder verantwoordelijkheid van een SKJ- of BIG geregistreerde professional wordt gedaan.

1.5 Beslissing

1.5.1 Het besluit

[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs]

De gemeente neemt een besluit. Hierover krijgt u een schriftelijk bericht. Het kan zijn dat u geld (een uitkering), ondersteuning in natura, een persoonsgebonden budget (pgb) of een financiële tegemoetkoming ontvangt. Ondersteuning in natura is zorg, hulp of een voorziening die u krijgt via een instelling of leverancier die een contract heeft met de gemeente. Pgb is een budget waarmee u zelf de zorg kunt inkopen die u nodig heeft. Een financiële tegemoetkoming is een bedrag dat u ontvangt om u te helpen zelf een voorziening te kopen of hulp te regelen. Dit bedrag dekt de kosten niet helemaal.

1Als wij besluiten ondersteuning in natura toe te kennen, dan wordt in het besluit in elk geval vastgelegd:

a.wat de ondersteuning inhoudt en waarvoor de ondersteuning bedoeld is;

b.wat het resultaat van de ondersteuning moet zijn;

c.wanneer de ondersteuning ingaat en hoe lang deze duurt;

d.welke voorwaarden en verplichtingen er voor de ondersteuning gelden.

2Als wij besluiten ondersteuning in de vorm van een pgb toe te kennen, dan wordt in het besluit in elk geval vastgelegd:

a.waarvoor het pgb bedoeld is;

b.hoe hoog het pgb is;

c.wanneer het pgb ingaat en wanneer het pgb eindigt;

d.hoe de besteding van het pgb verantwoord wordt; en

e.welke voorwaarden en verplichtingen er voor het pgb gelden.

3Als wij besluiten ondersteuning in de vorm van geld toe te kennen, dan wordt in het besluit in elk geval vastgelegd:

a.waarom het geld wordt betaald;

b.hoeveel geld u krijgt;

c.wanneer het geld wordt betaald;

d.hoe vaak het geld wordt betaald; en

e.welke voorwaarden en verplichtingen er gelden.

4Als wij besluiten een financiële tegemoetkoming toe te kennen, dan wordt in het besluit in elk geval vastgelegd:

a.waarvoor de tegemoetkoming bedoeld is;

b.waarom de tegemoetkoming wordt betaald;

c.hoe hoog de tegemoetkoming is;

d.welke voorwaarden en verplichtingen er gelden.

5In het besluit kunt u ook lezen of u een bijdrage in de kosten moet betalen. Dit noemen we de eigen bijdrage.

6Wij kunnen uw verzoek afwijzen. Dit doen wij als de gevraagde ondersteuning:

a.te regelen is met een algemeen gebruikelijke voorziening;

b.niet bijdraagt aan de doelen van de onderliggende wet;

c.niet bijdraagt aan het halen van de noodzakelijke resultaten;

d.niet voldoet aan de kwaliteitseisen;

e.niet bijdraagt aan het versterken van uw eigen kracht en het vermogen om zelf uw problemen op te lossen van u, uw gezin en/of uw netwerk;

f.niet zorgt voor een stabiele situatie of dat het probleem wordt verminderd of opgelost;

g.nodig is door gedrag dat u had kunnen voorkomen;

h.niet aantoonbaar nodig is om uw probleem op te lossen of te verminderen;

i.al eerder is gegeven door de gemeente en de normale gebruikstijd nog niet voorbij is. Tenzij de voorziening kapot is gegaan zonder dat het uw schuld was;

j.de voorziening nog goed werkt maar de gebruikstijd voorbij is;

k.niet voor langere tijd nodig is. Dit geldt niet voor begeleiding, huishoudelijke hulp of collectief vervoer;

l.niet helpt bij revalidatie of een therapeutisch doel heeft;

m.voorkomen had kunnen worden, omdat u wist dat u vanwege uw gezondheid ondersteuning nodig had en zelf al iets had kunnen doen.

7Wij kunnen uw verzoek afwijzen als u niet of niet voldoende meewerkt om de informatie te verzamelen die nodig is om uw verzoek te beoordelen.

1.5.2 Wanneer vervalt uw recht?

[Jeugdwet, Wmo]

Uw recht op ondersteuning vervalt, wanneer u binnen 3 maanden na het besluit nog geen gebruik heeft gemaakt van de ondersteuning. Als u kunt aantonen dat u niks te verwijten valt, geldt deze regel niet.

1.7 Uitzonderingen

1.7.1 Jeugdhulp via een andere verwijzer

[Jeugdwet]

1Wij zorgen ervoor dat een jongere jeugdhulp krijgt na een verwijzing via een huisarts, jeugdarts, medisch specialist, een gecertificeerde instelling of jeugdreclassering.

2Wij maken afspraken met deze verwijzers over doorverwijzingen.

1.7.2 Spoedeisende situaties

[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ Wgs]

1Is er sprake van spoed? Dan zorgen wij dat u ondersteuning krijgt. Hiervoor hoeft u niet de standaardprocedure te volgen. Het kan dan gaan om de volgende mogelijkheden:

a.het bieden van ondersteuning en zorg aan ouders en hun kinderen;

b.het vragen van een machtiging aan de kinderrechter voor gesloten jeugdhulp;

c.het bieden van een voorziening voor maatschappelijke ondersteuning; of

d.het geven van een voorschot op een uitkering die nog niet is toegekend. U heeft geen recht op een voorschot als u niet voldoende medewerking verleent of als bij de aanvraag al duidelijk is dat u geen recht heeft op de gevraagde uitkering.

2Wij spreken van spoed als de uitkomst van de standaardprocedure naar het oordeel van de gemeente niet kan worden afgewacht.

2 WERK EN PARTICIPATIE

2.3 Wat wij u kunnen bieden

2.3.1 Sociale activering

[PW, IOAW, IOAZ]

1Wij kunnen u zinvolle activiteiten aanbieden als u een kleine kans heeft op werk. Dit heet sociale activering.

2Het doel van sociale activering is om u te helpen moeilijkheden op weg naar werk te overwinnen.

2.3.2 Vrijwilligerswerk

[PW, IOAW, IOAZ]

1Wij kunnen u vrijwilligerswerk aanbieden. Vrijwilligerswerk kan u helpen om uw afstand tot werk kleiner te maken.

2Het doel van het vrijwilligerswerk is dat u uw kennis en vaardigheden vergroot.

2.3.3 Activerend werk

[PW, IOAW, IOAZ]

1Wij kunnen u activerend werk aanbieden. Activerend werk kan u helpen om uw afstand tot werk kleiner te maken.

2Het doel van activerend werk is dat u uw kennis en vaardigheden op de werkvloer vergroot en dat u kunt doorgroeien naar (betaald) werk.

2.3.4 Werkervaringsplaats

[PW, IOAW, IOAZ]

1Wij kunnen u een werkervaringsplaats aanbieden. U gaat dan een tijdens een afgesproken periode aan de slag bij een bedrijf om werkervaring op te doen. Tijdens deze periode houdt u uw uitkering.

2Het doel van de werkervaringsplaats is dat u uw kennis en vaardigheden vergroot.

3Tijdens deze periode kan het bedrijf een beeld krijgen om te zien of u geschikt bent voor het werk.

4Het uiteindelijke doel is dat u na afloop in dienst komt bij het bedrijf.

5De werkervaringsplaats duurt maximaal 6 maanden en kan 1 keer worden verlengd met maximaal 3 maanden.

2.3.5 Participatieplaats

[PW, IOAW, IOAZ]

1Wij kunnen u een participatieplaats aanbieden voor maximaal twee jaar. U komt hiervoor in aanmerking als u een uitkering krijgt, ouder dan 27 jaar bent en de kans op werk klein is.

2Het doel is de kans op betaald werk te vergroten en werkervaring op te doen. Het moet gaan om passende werkzaamheden.

3Een voorwaarde is dat het werk niet leidt tot verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever en ook niet leidt tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties.

4Na iedere 6 maanden kunt u een premie van € 100,00 ontvangen. Een voorwaarde is dat u voldoende heeft meegewerkt aan het vergroten van uw kans op werk. Wij beoordelen dit.

5Een participatieplaats kan met 2 keer 1 jaar worden verlengd als daardoor uw arbeidskansen groter worden.

2.3.6 Proefplaatsing

[PW, IOAW, IOAZ]

1Wij kunnen u een proefplaatsing aanbieden. U gaat dan een tijdens een afgesproken periode aan de slag bij een bedrijf. Tijdens deze periode houdt u uw uitkering.

2Het doel van de proefplaatsing is te kijken of het werk en de werkomgeving bij u past.

3Het uiteindelijke doel is dat u na afloop in dienst komt bij het bedrijf.

4Een proefplaatsing duurt maximaal 2 maanden.

2.3.7 Detacheringsbaan

[PW, IOAW, IOAZ]

1Wij kunnen u een detacheringsbaan aanbieden. Hierbij gaat u via een andere organisatie aan de slag bij een werkgever.

2Het doel is dat u uiteindelijk direct bij de werkgever in dienst komt.

3Een voorwaarde is dat dit niet leidt tot verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever.

Ook mag het niet leiden tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties.

2.3.8 Beschut werk

[PW]

1Wij bieden u een beschutte werkplek aan, als het UWV heeft vastgesteld dat u alleen kan werken als het werk en de omgeving zijn aangepast aan uw mogelijkheden.

2Het doel is om inwoners die alleen onder aangepaste omstandigheden kunnen werken, een veilige werkplek te bieden.

3Wij bieden de volgende voorzieningen aan, zodat u beschut kan werken:

a.het aanpassen van uw werkplek of de omgeving waarin u werkt;

b.uitsplitsing van taken;

c.het aanpassen van werktempo, het aantal uren dat u werkt en de begeleiding die u krijgt.

4Als u in aanmerking komt voor beschut werk, kunnen wij helpen om de stap naar beschut werken makkelijker te maken.

5Wij zorgen ervoor dat wij voldoen aan het door het rijk opgelegde minimum aantal beschikbare beschutte werkplekken per jaar. Het kan zijn dat de gemeente het voorgeschreven aantal beschutte werkplekken voor dat jaar al heeft bereikt. Als dat zo is, komt u op een wachtlijst.

2.3.9 Persoonlijke ondersteuning op de werkplek

[PW, IOAW, IOAZ]

1Wij kunnen u persoonlijke ondersteuning aanbieden als u extra begeleiding of aanpassingen op de werkplek nodig heeft om uw werk goed te kunnen doen.

2Wij kunnen uw werkgever hiervoor een vergoeding geven.

2.3.10 Loonkostensubsidie

[PW, IOAW, IOAZ, Awb]

1Wij kunnen uw werkgever een wettelijke loonkostensubsidie geven, als u wel kunt werken, maar niet het wettelijk minimumloon kunt verdienen met een fulltimebaan.

2Het doel is om werkgevers te stimuleren om inwoners met een beperking in dienst te nemen en hen een vergoeding te geven voor productieverlies.

3Wij stellen vast of u niet in staat bent om het wettelijk minimumloon te verdienen.

2.3.11 Scholing

[PW, IOAW, IOAZ]

1Wij kunnen u scholing aanbieden, als u ouder bent dan 27 jaar en als scholing ervoor kan zorgen dat u passend werk kunt vinden en kunt behouden.

2Voor jongeren tot 27 staat scholing zoveel mogelijk in het teken van het behalen van een startkwalificatie of het versterken van vaardigheden voor duurzame deelname aan werk of opleiding.

3De gemeente bepaalt wat voor scholing u krijgt en hoelang dit duurt.

2.3.12 Ondersteuning bij beheersing Nederlandse taal

[PW, IOAW, IOAZ]

1Wij kunnen u ondersteuning bieden om de Nederlandse taal te leren op niveau 1F.

2Wij bieden deze ondersteuning wanneer:

a.Nederlands uw moedertaal is en

b.u de Nederlandse taal niet goed genoeg beheerst om een baan te krijgen of te houden.

3De ondersteuning om de Nederlandse taal te leren is onderdeel van een trajectplan naar werk. In dat plan beschrijven wij in ieder geval:

a.Welke vorm van ondersteuning u krijgt en

b.De manier waarop wij uw voortgang van de beheersing van de Nederlandse taal beoordelen.

2.3.13 Ondersteuning bij leer-werktraject

[PW, IOAW, IOAZ]

Wij kunnen jou ondersteuning bieden bij een leer-werktraject wanneer je:

a.16 of 17 jaar bent en je leerplichtig bent of geen havo, vwo of mbo-diploma vanaf niveau 2 of hoger hebt.

b.18 jaar of ouder, maar jonger bent dan 27 jaar, geen werk hebt en geen havo-, vwo- of mbo-diploma vanaf niveau 2 of hoger hebt.

Deze trajecten zijn in lijn met de Wet van school naar duurzaam werk en worden zoveel mogelijk afgestemd met het Doorstroompunt.

2.3.14 Nazorg

[PW, IOAW, IOAZ]

Als u een betaalde baan heeft gevonden, kunnen wij u nog een periode ondersteunen en begeleiden. Wij doen dat als dat nodig is om uw werk te kunnen doen.

2.3.15 Uitstroompremie

[PW, IOAW, IOAZ]

1Als u de stap naar betaald werk zet heeft u recht op een uitstroompremie. U krijgt deze premie als:

a.u een gemeentelijke uitkering heeft die wordt beëindigd omdat u aan het werk gaat;

b.u minimaal 12 maanden ononderbroken een gemeentelijke uitkering heeft ontvangen.

2U kunt de premie 9 maanden na de start van de betaalde baan aanvragen.

3De premie bedraagt € 750,-.

4Wij betalen de premie in één keer.

2.4 Tegenprestatie

2.4.1 Waarom een tegenprestatie?

[PW, IOAW, IOAZ]

Het doel van een tegenprestatie is het vergroten van uw zelfredzaamheid en/of het vergroten van uw kansen op werk. Zelfredzaamheid is het vermogen om voor uzelf te zorgen.

2.4.2 Voorbeelden van tegenprestatie

[PW, IOAW, IOAZ]

1De tegenprestatie kunt u als volgt invullen:

a.vrijwilligerswerk doen;

b.mantelzorg leveren;

c.overige maatschappelijke nuttige werkzaamheden verrichten;

d.door te werken aan persoonlijke problemen zodat u (later) in staat bent aan één van de hiervoor genoemde vormen van tegenprestatie te voldoen.

2De tegenprestatie mag uw stap naar werk niet in de weg staan.

3U komt zelf met een voorstel hoe u de tegenprestatie wil invullen. Als dit nodig is, kunnen wij meedenken en ondersteuning bieden. Wij beoordelen uw voorstel.

4Het kan zijn dat u al maatschappelijk actief bent. Als u al een of meerdere van de hierboven genoemde activiteiten doet, kan de medewerker deze activiteiten aanmerken als tegenprestatie.

2.4.3 Wanneer doet u een tegenprestatie?

[PW, IOAW, IOAZ]

1Wij kunnen u een tegenprestatie opleggen, zolang u nog een uitkering ontvangt van de gemeente.

2Ook wanneer u re-integratieactiviteiten doet of parttime werkt, kunnen wij u aanvullend verplichten om een tegenprestatie te doen.

3Bij het opleggen van een tegenprestatie houden wij rekening met:

a.uw persoonlijke situatie en omstandigheden;

b.uw wensen en kwaliteiten.

4Als u niet binnen de afgesproken tijd met een voorstel komt of als het voorstel niet voldoet, kunnen wij een maatregel opleggen. Een maatregel kan leiden tot het tijdelijk ontvangen van een lagere uitkering.

5Wij kunnen u ook een maatregel opleggen als u uw tegenprestatie niet of onvoldoende heeft uitgevoerd. Meer informatie over maatregelen vindt u in hoofdstuk 7.

3 INKOMEN EN SCHULDEN

3.1 Individuele inkomenstoeslag

3.1.1 Hoogte van de individuele inkomenstoeslag

[PW]

1De individuele inkomenstoeslag is per kalenderjaar:

a.€ 467,00 voor een alleenstaande;

b.€ 596,00 voor een alleenstaande ouder;

c.€ 661,00 voor gehuwden of samenwonenden.

2Als uw partner geen recht heeft op individuele inkomenstoeslag kan het zijn dat u er wel recht op heeft. De hoogte van de individuele inkomenstoeslag is dan hetzelfde als die van een alleenstaande of alleenstaande ouder.

3Bovenstaande bedragen kan de gemeente jaarlijks indexeren.

3.5 Schuldhulpverlening

3.5.1 Doel en samenwerking

[Wgs]

1Ons doel is het voorkomen en verminderen van het aantal inwoners met financiële problemen.

2Wij bieden inwoners die moeite hebben om rond te komen of schulden hebben, ondersteuning en hulp bij het op orde krijgen van hun financiën.

3Inwoners met problematische schulden kunnen bij de gemeente terecht voor advies, schuldbemiddeling of een saneringskrediet.

4Wij proberen schulden zo vroeg mogelijk op te sporen. Als wij signalen ontvangen dat u uw rekeningen niet (meer) kunt betalen, kunnen wij u ongevraagd schuldhulp aanbieden.

5De gemeente werkt bij het voorkomen en bestrijden van armoede en schulden samen met andere organisaties.

5 ZELFREDZAAMHEID EN MEEDOEN

5.2 Zelfstandig en veilig wonen

5.2.1 Geschikte woning

[Wmo]

1U kunt een voorziening of aanpassing van uw woning krijgen als u door uw beperking niet meer in uw woning kunt wonen. Samen met u zoeken wij naar een passende oplossing.

2Een aanpassing in uw woning mag maximaal € 20.000,- kosten. Als het bedrag hoger is, onderzoeken wij of het beter is om te verhuizen naar een andere woning.

3U krijgt geen woningaanpassing of -voorziening als:

a.uw beperkingen het gevolg zijn van materialen die in uw woning zijn gebruikt;

b.u verblijft in een hotel of pension, een tweede woning, een trekkerswoonwagen, een klooster, een vakantiewoning, een recreatiewoning, een ADL-clusterwoning of een woonruimte waarvoor u geen huurtoeslag kan krijgen;

c.u in een woning woont die bedoeld is voor een specifieke groep mensen, zoals een seniorencomplex en de aanpassing moet gedaan worden in een gemeenschappelijke ruimte, zoals elektrische deuropeners;

d.het gaat om voorzieningen die bij nieuwbouw of renovatie zonder veel meerkosten meegenomen kunnen worden;

e.u bent verhuisd vanuit een woonruimte waar u geen problemen had bij het normale gebruik van de woning, tenzij wij hiervoor toestemming hebben verleend.

4Een woonvoorziening (een aanpassing in uw woning waarmee u zo lang mogelijk zelfstandig kunt blijven wonen) vervangen wij als:

a.deze technisch is afgeschreven;

b.deze er niet meer is of stuk is en u hier niks aan kunt doen; of

c.de woonvoorziening geen oplossing meer is voor uw woonproblemen.

5.2.2 Een schone en leefbare woning

[Wmo]

1Wij zorgen ervoor dat u ondersteuning krijgt als u door uw beperking uw woning niet schoon en leefbaar kunt houden.

2Wij werken met ‘het resultaat schoon en leefbaar huis’. We gebruiken hierbij het normenkader huishoudelijke ondersteuning van HHM 2025. Dit houdt in dat u hulp krijgt bij bijvoorbeeld, de woonkamer, uw slaapkamer, keuken, badkamer en de gang(en) tussen die ruimten. Ook kunnen wij structuur aanbrengen in het huishouden.

3Voor het wassen en strijken kunt u terecht bij de algemene voorziening was- en strijkservice. Alleen als deze om medische redenen niet geschikt is voor uw situatie, kan het wassen en strijken deel uitmaken van de maatwerk-ondersteuning.

5.2.3 Beschermd wonen

[Wmo]

1Als u door psychische problemen niet zelfstandig kunt wonen, dan kunnen wij onderdak en begeleiding bieden. Dit noemen wij beschermd wonen. Bij beschermd wonen kunt u begeleid worden om mee te doen in de samenleving.

2Beschermd wonen is:

a.wonen in een ruimte van een instelling;

b.met toezicht en begeleiding;

c.met als doel voor uzelf te kunnen zorgen en mee te doen in de maatschappij;

d.gericht op het verbeteren van het psychisch en psychosociaal functioneren;

e.gericht op het stabiel krijgen van uw psychiatrische problemen;

f.gericht op het voorkomen van verwaarlozing of overlast;

g.gericht op het voorkomen van gevaarlijke situaties;

h.bestemd voor mensen met psychische of psychosociale problemen, die niet zelf in staat zijn zich staande te houden in de samenleving.

3Wij verlenen ‘beschermd wonen’ als:

a.u 18 jaar of ouder bent;

b.24-uurs toezicht en begeleiding noodzakelijk is;

c.u bij de aanmelding de diagnose heeft dat u een psychiatrisch probleem heeft;

d.de psychiatrische diagnose is gesteld en ondertekend door een bevoegde professional.

4Wij bieden verschillende vormen van beschermd wonen. Wij helpen u zoveel mogelijk zelfstandig te blijven wonen. Als dat toch (even) niet meer mogelijk is, kunnen wij de combinatie van ondersteuning en huisvesting bieden.

Wij kunnen de volgende vormen van ondersteuning aanbieden:

a.Zelfstandig wonen met begeleiding op afstand. Deze begeleiding is dag en nacht op te roepen. U krijgt hulp met uw dagelijkse taken zoals uw financiën en het huishouden.

b.Groepswonen met veel (intensieve) begeleiding. In deze vorm woont u samen met anderen en krijgt u persoonlijke steun. U leert om te gaan met uw beperkingen (verstandelijk en/of psychisch). Er is dag en nacht begeleiding aanwezig.

c.Beschermd wonen. Bij deze vorm ontvangt u zeer intensieve zorg. Deze is gericht op het (in eerste instantie) overnemen van verschillende taken op alle leefgebieden zoals financiën en huishouden. Daarnaast leert u – als dat mogelijk is - omgaan met uw beperkingen (verstandelijk en/of psychisch), het beheersbaar houden en gaandeweg doen afnemen van gedragsproblematiek. Begeleiding is continu aanwezig.

5U kunt u voor beschermd wonen aanmelden bij de gemeente (zie artikel 1.2.1). Wij kijken naar uw aanvraag. En – als het nodig is – melden wij u aan bij de gemeente Arnhem. De gemeente Lingewaard werkt samen met gemeente Arnhem op het gebied van beschermd wonen.

6De gemeente Lingewaard werkt samen met andere gemeenten op het gebied van beschermd wonen. Verdere regels en afspraken staan beschreven in de “beleidsregels Wmo gemeente Arnhem”.

5.2.4 Maatschappelijke opvang

1De gemeente Lingewaard werkt samen met gemeente Arnhem op het gebied van maatschappelijke opvang.

2U kunt maatschappelijke opvang krijgen als u uw huis heeft verlaten en u (door psychische of psychosociale problemen) dak- of thuisloos bent of dreigt te worden en u bent niet zelfredzaam.

3U kunt u aanmelden bij de gemeente, zoals beschreven in artikel 1.2.1 in deze verordening.

4U kunt zich ook aanmelden bij de GGD. Hun centrale meldpunt is van maandag t/m vrijdag van 9.00 tot 17.00 uur te bereiken. Hun telefoonnummer is 088 – 3 555 200. Of via centraalmeldpunt@vggm.nl

5Wij bieden opvang voor inwoners die te maken hebben gehad met huiselijk geweld en voor hun veiligheid ergens anders moeten wonen.

6Voor de opvang en ondersteuning bij huiselijk geweld kunt u zich aanmelden bij Moviera. Hun telefoonnummer is 088 – 3 744 744. Zij zijn 24 uur per dag te bereiken. Of via info@moviera.nl

7Verdere regels en afspraken staan beschreven in de “beleidsregels Wmo gemeente Arnhem”.

5.3 Meedoen in de samenleving

5.3.1 Individuele begeleiding

[Wmo]

Als het u niet lukt om de normale dagelijkse activiteiten te doen, kunt u hier ondersteuning bij krijgen. De begeleider kan u bijvoorbeeld helpen bij vaak terugkerende activiteiten, zoals het structureren van de dag, U doet het zelf, de begeleider neemt het niet over.

5.3.2 Dagbesteding

[Wmo]

Als u moeite heeft bij het zelfstandig invullen van de dag en uzelf niet goed meer kunt redden, kunt u ondersteuning krijgen. Wij kunnen u dagbesteding aanbieden. Dagbesteding biedt activiteiten aan waardoor u een ingevulde dag heeft. Ook kan dagbesteding zorgen voor structuur, u werkt aan uw zelfredzaamheid en het kan uw mantelzorger ontlasten. De activiteiten vinden één of meerdere dagdelen per week (onder begeleiding) plaats in een groep.

5.3.3 Vervoer

[Wmo]

1Om collectief (vraagafhankelijk) vervoer voor iedereen die dit nodig heeft beschikbaar en betaalbaar te houden, kijken wij eerst of uw vervoersprobleem anders kan worden opgelost. Bijvoorbeeld met vrijwilligers of door gebruik te maken van openbaar vervoer, zoals een bus of trein.

2Wij kunnen u helpen met uw vervoer als u een beperking heeft of minder mobiel bent. Hiervoor bieden wij maatwerk.

3De maatwerkondersteuning houdt in dat u gebruik kunt maken van vervoer, zodat u zich kunt verplaatsen rondom de woning, maar ook langere afstanden kunt afleggen binnen de regio.

4Deze ondersteuning is voor volwassenen, maar ook voor inwoners jonger dan 18 jaar.

5Voorbeelden van ondersteuning zijn:

a.Een kortingspas voor het collectief (vraagafhankelijk) vervoer van regiotaxi AVAN;

b.een scootmobiel;

c.Een speciale fiets, zoals een driewieler fiets.

6U kunt alleen in aanmerking komen voor een elektrisch aangedreven vervoermiddel als deze brandveilig en droog gestald kan worden.

7Als u geen gebruik kunt maken van uw auto en het collectief vervoer niet voldoet, kunnen wij overwegen om een aanpassing aan uw auto te doen. Wij beoordelen of uw auto de investering waard is.

5.3.4 Rolstoel

[Wmo]

Als u uzelf niet of nauwelijks kunt verplaatsen in en om uw woning, kunt u een rolstoel krijgen. Deze ondersteuning is voor volwassenen, maar ook voor inwoners jonger dan 18 jaar.

5.3.5 Vervanging vervoermiddel en rolstoel

[Wmo]

Het is mogelijk dat u uw huidige rolstoel of vervoermiddel wilt vervangen.

Dit is mogelijk als uw vervoermiddel of de rolstoel:

a.technisch is afgeschreven;

b.verloren is gegaan en u hier niks aan kunt doen; of

c.geen oplossing meer is voor de problemen die u ervaart bij het verplaatsen in en om de woning of het vervoer dicht bij huis.

5.3.6 Herstelgerichte ondersteuning ‘Krachtig ouder worden’

[Wmo]

1U kunt herstelgerichte ondersteuning krijgen als een deskundige aangeeft dat dit voor u het meest passend is.

2Wij kunnen herstelgerichte ondersteuning apart inzetten, maar ook samen met andere Wmo-ondersteuning. Dit gebeurt alleen als de deskundige vindt dat dit nodig is.

3Wij zetten geen andere Wmo-ondersteuning in als de deskundige aangeeft dat deze hulp uw herstel tegenwerkt. Dit noemen we anti-revaliderend. Het betekent dat uw herstel hierdoor juist minder goed gaat.

4Stopt de herstelgerichte ondersteuning eerder dan gepland? Dan stuurt de deskundige een afrondende rapportage naar ons.

5.4 Mantelzorg

5.4.1 Ondersteuning mantelzorger

[Wmo]

1Een mantelzorger is iemand die voor een ander zorgt. Wij zorgen ervoor dat u als mantelzorger, maatwerk kunt krijgen als u niet meer in staat bent om de mantelzorg vol te houden of om te voorkomen dat u overbelast raakt.

2Als u mantelzorger bent kunt u ondersteuning krijgen van het buurtteam.

5.4.2 Mantelzorgwaardering

[Wmo]

Wij waarderen de inzet van mantelzorgers. De mantelzorgwaardering wordt verzorgd door de buurtteams.

6 DE VORM VAN ONDERSTEUNING

6.3 Persoonsgebonden budget (pgb)

6.3.1 Voorwaarden

[Jeugdwet, Wmo]

1In sommige gevallen kunt u in plaats van ondersteuning in natura een persoonsgebonden budget (pgb) krijgen. Dat kan als het om Wmo- of jeugdhulp gaat en uw aanvraag voldoet aan de voorwaarden die de Wmo, de Jeugdwet en deze verordening stellen.

2Als u een pgb wilt, kunt u of iemand anders het budget beheren. Wij kennen een pgb alleen toe als wij vinden dat deze budgetbeheerder in staat is uw belangen voldoende te behartigen. De budgetbeheerder moet de taken die bij het pgb horen op een verantwoorde manier kunnen uitvoeren. De budgetbeheerder is verplicht om mee te werken aan de beoordeling van zijn pgb-vaardigheden als de gemeente daarom vraagt.

3Het pgb kan niet worden beheerd door de volgende personen of instanties:

a.de persoon die de hulp gaat bieden;

b.iemand die op hetzelfde adres woont als de persoon die de hulp gaat bieden, tenzij het pgb bedoeld is voor ondersteuning door personen uit het sociale netwerk;

c.door een administratiekantoor.

4Het pgb is bedoeld voor ondersteuning, maar kan niet aan alle kosten die daarmee te maken hebben worden besteed. Het pgb kan niet besteed worden aan:

a.kosten voor bemiddeling, tussenpersonen of belangenbehartigers;

b.het voeren van een pgb-administratie;

c.ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb-administratie; of

d.kosten voor een feestdagenuitkering aan de hulpverlener(s);

5De gemeente verstrekt geen pgb als:

a.uit het plan dat u heeft ingediend niet blijkt dat de ondersteuning die u met het pgb wilt inkopen van goede kwaliteit is;

b.als er eerder sprake is geweest van fraude of oneigenlijk gebruik van het pgb.

c.u met opzet onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt, waardoor de beslissing anders is uitgevallen dan als u wel de juiste of volledige gegevens had verstrekt.

6De hulpverlener kan een professional zijn of iemand uit uw sociale netwerk. Een professionele hulpverlener:

a.staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel (kvk);

b.is aangesloten bij een branche organisatie of is ingeschreven in het BIG-register (afhankelijk van type hulpverlening);

c.voldoet aan dezelfde kwaliteitseisen als aanbieders van vergelijkbare voorzieningen in natura;

d.is in het bezit van de diploma’s die nodig zijn voor de taken die de hulpverlener gaat uitvoeren;

e.stelt voor de start van de hulpverlening een plan van aanpak op waarin beschreven staat hoe het vastgestelde resultaat behaald wordt en;

f.is geen 1e of 2e graads familie.

De gemeente kan bewijsstukken opvragen om te controleren of een professionele hulpverlener aan bovenstaande voorwaarden voldoet. Ook kan de gemeente een Verklaring omtrent Gedrag vragen.

6.3.2 Hoogte en tarief pgb

[Jeugdwet, Wmo]

1U maakt een plan voor de besteding van het pgb. Dit is het pgb-budgetplan. Hiervoor gebruikt u het standaardformulier dat u na uw verzoek van de gemeente krijgt. In het pgb-budgetplan schrijft u onder andere welke ondersteuning u met het pgb wilt betalen en door wie de ondersteuning wordt gegeven. De gemeente moet het plan goedkeuren en zal daarna het pgb vaststellen.

2Wij baseren de hoogte van uw pgb op een offerte voor de aangegeven kosten. In deze offerte moet staan hoe hoog de kosten van de dienst of het product zijn (kostprijs). Met deze kostprijs moet u veilige, doeltreffende en kwalitatief goede ondersteuning kunnen inkopen.

3De hoogte van het pgb is gelijk aan de hoogte van de offerte. Er geldt wel een maximumbedrag. Het maximumbedrag is gelijk aan het bedrag dat de gemeente zou betalen voor de ondersteuning als die geboden zou worden in zorg in natura. Wanneer de offerte hoger is dan dit maximumbedrag, vergoeden wij de meerprijs niet.

4Bij het bepalen van de hoogte van het pgb hanteren wij de volgende regels:

a.Als een professionele hulpverlener de ondersteuning gaat bieden is het pgb maximaal 100% van de kostprijs, tenzij de hulpverlener een zzp-er is.

b.Als een zzp-er de ondersteuning gaat bieden is het pgb maximaal 90% van het bedrag dat de gemeente zou betalen voor de ondersteuning in natura, tenzij u daarmee geen passende ondersteuning kunt inkopen.

c.Als iemand uit uw sociale netwerk de persoonlijke verzorging, hulp in het huishouden en/of individuele begeleiding gaat geven, wordt het pgb berekend op basis van het minimumloon. Dit bedrag wordt verhoogd met vakantiegeld en de waarde van verlofuren. Als de budgethouder werkgeverslasten moet afdragen, wordt het budget met die lasten verhoogd.

d.Als iemand uit uw sociale netwerk u vrijwillig of als vriendendienst ondersteuning biedt, mag u die persoon maximaal € 141,- per maand uit uw pgb betalen. Dit mag alleen als wij u hier toestemming voor geven.

5Als blijkt dat het pgb te laag is voor de afgesproken ondersteuning passen wij de hoogte van het pgb aan, zodat u de ondersteuning in ieder geval bij één aanbieder kunt inkopen.

6Als u een pgb krijgt voor een product, dan houden wij bij het vaststellen van de hoogte van het pgb rekening met wanneer het product wordt afgeschreven en met de onderhouds-en verzekeringskosten.

7Als u een pgb krijgt voor beschermd wonen, maatschappelijke opvang of opvang bij huiselijk geweld, dan zijn de regels van toepassing uit ‘beleidsregels Wmo gemeente Arnhem’.

8Voor pgb voor woningaanpassingen stellen wij een document op waarin de eisen staan waaraan een woningaanpassing moet voldoen. Dit heet het programma van eisen. Aan de hand van dit document vraagt u:

a.twee offertes op als wij inschatten dat de kosten voor de aanpassingen hoger zijn dan € 3000,-

b.één offerte op als wij inschatten dat de kosten voor de aanpassingen lager zijn dan € 3000,-.

De gemeente bepaalt aan de hand van deze offertes de hoogte van het pgb.

9Het pgb voor producten wordt als volgt vastgesteld: de hoogte van het pgb is gelijk aan de huurprijs die wij betalen voor een vergelijkbaar middel bij zorg in natura. De hoogte van het pgb is maximaal de huurprijs van 7 jaar. Tenzij de situatie verandert waardoor het product niet meer passend is. In deze prijs zitten ook de kosten voor onderhoud, verzekering en reparatie van het product.

6.3.3 Pgb bij ondersteuning door personen uit het sociale netwerk

[Jeugdwet, Wmo]

1U mag iemand uit uw sociale netwerk inschakelen om de ondersteuning te geven. Dat mag alleen als wij vinden dat uit het gesprek of onderzoek blijkt dat deze persoon:

a.met goede argumenten heeft aangegeven dat hij door het geven van de ondersteuning niet overbelast raakt;

b.in staat is om ondersteuning te bieden die voldoet aan de kwaliteitseisen die gelden voor die ondersteuning op grond van de wet en deze verordening;

c.betere, effectievere en doelmatigere ondersteuning kan bieden dan een professionele hulpverlener;

d.in staat is planmatig te werken.

e.in staat is om voor de start van de hulpverlening een plan van aanpak aan te leveren waarin beschreven staat hoe het vastgestelde resultaat behaald wordt.

Voor hulp bij het huishouden hoeft geen plan van aanpak aangeleverd te worden.

f.een Verklaring omtrent Gedrag kan aanleveren.

Als de zorg geleverd gaat worden door een eerste of tweedegraads familielid hoeft er geen VOG aangeleverd te worden.

2Wij verstrekken geen pgb voor ondersteuning van iemand uit uw sociale netwerk als het gaat om:

a.kortdurend verblijf specialistisch;

b.behandeling;

c.behandeling in groep;

d.behandeling specialistisch; of

e.behandeling specialistisch jGGZ.

3Wij verstrekken geen pgb voor ondersteuning door personen uit het sociale netwerk als wij vinden dat het noodzakelijk is dat de ondersteuning wordt geboden door een professionele hulpverlener.

4Wij verstrekken geen pgb voor ondersteuning door een persoon uit het sociale netwerk als blijkt dat hij of zij de ondersteuning zonder het pgb ook kan bieden.

6.3.4 Verantwoording pgb

[Jeugdwet, Wmo]

1Wij kunnen u op elk moment vragen om duidelijk te maken hoe het pgb is besteed en welke resultaten de ondersteuning voor u hebben gehad. De budgetbeheerder zal daarom een duidelijke en volledige administratie moeten bijhouden.

2Uit het pgb mag u alleen ondersteuning betalen die ook daadwerkelijk geleverd is.

6.3.5 Opschorten pgb

[Jeugdwet, Wmo]

Wij kunnen aan de Sociale verzekeringsbank (SVB) vragen om de uitbetaling uit het pgb helemaal of gedeeltelijk uit te stellen totdat een besluit is genomen om het pgb weer voort te zetten of in te trekken.

Dit kunnen wij doen als:

a.u en/of de budgetbeheerder ons onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt, als de juiste of volledige informatie zou hebben geleid tot een andere beslissing;

b.u de ondersteuning waarvoor u een pgb krijgt niet meer nodig heeft;

c.u niet voldoet aan de voorwaarden die bij een pgb horen;

d.u het pgb niet heeft gebruikt binnen drie maanden nadat u het heeft ontvangen;

e.u het pgb voor een ander doel heeft gebruikt dan waarvoor het was afgegeven; of

f.u niet voldoet aan de eisen uit artikel 6.3.4.

7 AFSPRAKEN TUSSEN INWONER EN GEMEENTE

7.1 Afspraken en verplichtingen

7.1.1 Afstemming op houding en gedrag van de inwoner

[PW, IOAW, IOAZ]

1Wij kunnen uw uitkering verlagen, als u zich niet aan afspraken en verplichtingen houdt.

2Als wij uw uitkering verlagen, laten wij u weten:

a.waarom wij uw uitkering verlagen;

b.hoelang wij uw uitkering verlagen;

c.met welke percentage wij uw uitkering verlagen of om welk bedrag het gaat; en

d.als dat van toepassing is, waarom wij hiervan afwijken.

3Als wij een beslissing nemen om uw uitkering verlagen, houden wij rekening met:

a.hoe ernstig de gedraging is;

b.of u er iets aan had kunnen doen (valt u iets te verwijten?);

c.uw persoonlijke situatie.

4Voordat wij uw uitkering verlagen, geven wij u de mogelijkheid om uw reactie te geven. Dit kan via een (telefonisch) gesprek of schriftelijk.

5Wij kunnen besluiten om u niet de gelegenheid te geven een reactie te geven (bedoeld in lid 4). Dit doen wij als:

a.er sprake is van spoed en er dus geen tijd voor is;

b.u al eerder uw reactie heeft kunnen gegeven en de feiten en omstandigheden sindsdien niet zijn veranderd;

c.wij uw reactie niet nodig hebben om te oordelen over uw gedraging of dat u iets te verwijten valt; of

d.u zelf aangeeft dat u geen reactie wilt geven.

7.1.2 Geen schuld en verjaring

[PW, IOAW, IOAZ]

Wij verlagen uw uitkering niet als:

a.blijkt dat u er niks aan kunt doen (de verwijtbaarheid ontbreekt);

b.uw gedraging langer dan 1 jaar geleden plaatsvond;

c.wij vinden dat er belangrijke redenen zijn om uw uitkering niet te verlagen. Als dat het geval is, kunnen wij wel een waarschuwing opleggen. U ontvang hierover dan een brief.

7.1.3 Ingangsdatum en periode verlaging

[PW, IOAW, IOAZ]

1Wij verlagen uw uitkering of bijzondere bijstand over de kalendermaand nadat deze gedraging heeft plaatsgevonden.

2Wij kunnen uw uitkering ook verlagen over de kalendermaand na de maand waarop wij hierover een besluit hebben genomen en wij u hierover een brief hebben gestuurd. Dat kan als de uitkering over die periode al is uitbetaald. Wij houden hierbij rekening met de op dat tijdstip geldende uitkeringsnorm.

3Wij kunnen uw uitkering ook met terugwerkende kracht verlagen over de periode waarop de gedraging betrekking heeft gehad of heeft plaatsgevonden. Dit kan op het moment dat lid 1 van dit artikel niet kan worden toegepast, omdat de uitkering is beëindigd of ingetrokken. Dit geldt zo lang wij de uitkering nog niet hebben uitbetaald.

4Wij kunnen uw uitkering verlagen vanaf de ingangsdatum van uw uitkering. Dit kan in afwijking van lid 1 van dit artikel. Dit kan op het moment dat de gedraging heeft plaats gevonden in de periode tussen de uitkeringsaanvraag en het besluit op die aanvraag.

7.1.4 Berekening verlaging

[PW, IOAW, IOAZ]

1De verlaging is een percentage van de voor u geldende uitkeringsnorm. Hoe hoog dat percentage is, hangt af van de reden van de verlaging.

2Als u maandelijks bijzondere bijstand ontvangt, kunnen wij deze bijstand met een percentage verlagen.

7.1.5 Niet nakomen wettelijke arbeidsverplichtingen

[PW, IOAW, IOAZ]

1Als u de afspraken die wij met u hebben gemaakt over uw traject naar werk niet nakomt (artikel 18, lid 4 van de Participatiewet), verlagen wij uw uitkering met 100 procent voor een maand. Dit betekent dat u een maand geen uitkering krijgt.

2Als wij vinden dat er bijzondere omstandigheden zijn, kunnen wij de verlaging in gelijke stukken verdelen over die maand en de twee maanden erna.

7.1.6 Niet nakomen andere arbeidsverplichtingen

[PW, IOAW, IOAZ]

1Wij verlagen uw bijstandsuitkering voor een maand met 20 procent van de uitkeringsnorm als u:

a.als u zonder tegenbericht niet of te laat verschijnt op een oproep van de gemeente voor re-integratie of participatie;

b.niet voldoende meewerkt aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak;

c.de verplichtingen zoals arbeidsinschakeling (artikel 9 Participatiewet) en nadere verplichtingen (artikel 55 Participatiewet) niet nakomt;

d.een alleenstaande ouder bent en uit uw houding en gedrag laat blijken dat u geen gebruik wilt maken van een voorziening die de kans op werk vergroot, waardoor uw ontheffing van de arbeidsplicht (artikel 9a, eerste lid, van de Participatiewet) is ingetrokken;

e.niet voldoende meewerkt aan de opgelegde tegenprestatie;

f.niet of niet voldoende meewerkt aan de taaltoets (artikel 18b, tweede lid, van de Participatiewet).

2Wij verlagen uw uitkering voor een maand met 100 procent van de uitkeringsnorm als u niet naar vermogen probeert werk (algemeen geaccepteerde arbeid) te verkrijgen.

3Wij verlagen uw IOAW- of IOAZ-uitkering voor een maand met 20 procent van de bijstandsnorm als u:

a.u zonder tegenbericht niet of te laat verschijnt op een oproep voor re-integratie of participatie;

b.niet of niet voldoende meewerkt aan een onderzoek naar de mogelijkheden om aan het werk te komen;

c.niet of niet voldoende gebruik maakt van arbeidsinschakeling (artikel 36 IOAW of IOAZ) en verplichtingen (artikel 37 IOAW of IOAZ), voor zover dit niet heeft geleid tot het niet starten of (voortijdig) stoppen van die voorziening;

d.een alleenstaande ouder bent en uit uw houding en gedrag laat blijken dat u geen gebruik wilt maken van een voorziening die de kans op werk vergroot, waardoor uw ontheffing van de arbeidsplicht (artikel 37 IOAW of IOAZ) is ingetrokken;

e.niet voldoende meewerkt aan de opgelegde tegenprestatie.

4Wij verlagen uw IOAW- of IOAZ-uitkering voor een maand met 100 procent van de uitkeringsnorm, als u:

a.niet uw best doet om werk (algemeen geaccepteerde arbeid) te krijgen;

b.een baan afwijst;

c.er zelf verantwoordelijk voor bent dat u uw werk kwijtraakt;

d.niet of niet voldoende gebruik maakt van hulp door de gemeente, waardoor u sneller werk vindt (volgens de artikelen 36 en 37 IOAW of IOAZ), voor zover dit heeft geleid tot het niet starten of (voortijdig) stoppen van de voorziening.

7.1.7 Verminderen verlaging (inkeerregeling)

[PW, IOAW, IOAZ]

Wij kunnen de verlaging halveren als u alsnog de afspraken nakomt. U kunt dan een verzoek bij ons indienen. Dit kan per brief of e-mail, binnen 1 maand nadat wij het besluit om de uitkering te verlagen hebben genomen. Bij uw brief of e-mail stuurt u de bewijsstukken mee, waaruit blijkt dat u uw afspraken nakomt.

7.1.8 Te weinig besef van verantwoordelijkheid

[PW]

1Volgens de wet bent u zelf verantwoordelijk voor de kosten van uw eigen leven. U moet dus zorgen dat u zo min mogelijk bijstand nodig heeft. Heeft u bijstand nodig, terwijl u dat (nog) had kunnen voorkomen? Dan heeft u niet genoeg besef van verantwoordelijkheid voor uw eigen levensonderhoud. Dat geldt bijvoorbeeld als u:

•eigenlijk recht had op een andere regeling of uitkering, maar u door uw eigen schuld deze regeling of uitkering niet (meer) krijgt;

•uw vermogen te snel heeft opgemaakt of als u er iets van betaald heeft wat u niet echt nodig had.

2Wij verlagen uw uitkering op het moment dat u te weinig inzet of verantwoordelijkheid toont voor uw eigen levensonderhoud. De verlaging hangt af van het bedrag dat de gemeente daardoor onterecht heeft uitbetaald. Dit noemen wij een benadelingsbedrag.

3De verlaging duurt 1 maand en is:

a.10 procent van de uitkering bij een benadelingsbedrag tot € 1.000,00;

b.20 procent van de uitkering bij een benadelingsbedrag vanaf € 1.000,00 tot € 2.000,00;

c.40 procent van de uitkering bij een benadelingsbedrag vanaf € 2.000,00 tot € 4.000,00;

d.100 procent van de uitkering bij een benadelingsbedrag vanaf € 4.000,00 en hoger;

e.20 procent van de uitkering als het benadelingsbedrag niet kan worden vastgesteld.

4Wij verlagen uw uitkering met 100 procent voor een maand als u een uitkering aanvraagt, doordat u door eigen toedoen betaalde arbeid niet heeft behouden.

5Wij kunnen bijstand in de vorm van een lening verstrekken, op het moment dat u door toepassing van lid 2 van dit artikel geen of te weinig middelen heeft om de noodzakelijke kosten voor levensonderhoud te betalen.

7.1.9 Onacceptabel gedrag

[PW, IOAW, IOAZ]

Wij verlagen uw uitkering als u zich op een onacceptabele manier gedraagt (zoals agressie) tegenover medewerkers van de gemeente en/of instanties die de Participatiewet, IOAW en IOAZ uitvoeren. Wij verlagen uw uitkering met 50 procent voor 1 maand:

a.bij fysiek geweld tegen de genoemde medewerkers;

b.bij bedreiging (mondeling of schriftelijk) tegen de genoemde medewerkers of bij fysiek geweld tegen spullen;

c.bij belediging (mondeling en schriftelijk) tegen de genoemde medewerkers.

7.1.10 Niet-nakomen van andere verplichtingen

[PW]

Wij verlagen uw uitkering als u de afspraken en verplichtingen (bedoeld in artikel 55 van de Participatiewet) niet voldoende nakomt.

Wij verlagen uw uitkering voor 1 maand met:

a.20 procent van de uitkeringsnorm bij het niet of niet-voldoende nakomen van verplichtingen over werken en arbeidsinschakeling;

b.20 procent van de uitkeringsnorm bij het niet of niet-voldoende nakomen van verplichtingen die verband houden met de aard en het doel van een bepaalde vorm van bijstand;

c.40 procent van de uitkeringsnorm bij het niet of niet-voldoende nakomen van verplichtingen die gericht zijn op een vermindering van de bijstand;

d.100 procent van de uitkeringsnorm bij het niet of niet-voldoende nakomen van verplichtingen die gericht zijn op beëindiging van de uitkering.

7.1.11 Samenloop van gedragingen

[PW, IOAW, IOAZ]

1Wij leggen u één verlaging op, op het moment dat één gedraging schending van meerdere verplichtingen van dit hoofdstuk of artikel 18, lid 4 Participatiewet oplevert. Wij leggen u de grootste verlaging op, inclusief de duur van de verlaging die daarbij hoort.

2Wij leggen u afzonderlijke verlagingen op, op het moment dat meerdere gedragingen leiden tot het niet nakomen van één of meerdere verplichtingen. Deze verlagingen worden gelijktijdig of - als dat niet mogelijk is - na elkaar opgelegd.

3Wij leggen geen verlaging op, als er sprake is van een gedraging waarbij u niet voldoet aan de artikelen in dit hoofdstuk of artikel 18, lid 4 Participatiewet in combinatie met artikel 17, lid 1 Participatiewet. Dan wordt er een bestuurlijke boete opgelegd.

4Wij leggen u meerdere verlagingen op, als er sprake is van meerdere gedragingen waarbij u niet voldoet aan de artikelen in dit hoofdstuk of artikel 18, lid 4 Participatiewet in combinatie met artikel 17, lid 1 Participatiewet. Wij doen dit niet als dit niet verantwoord is. Wij houden hierbij rekening met de ernst van de gedraging, of u er iets aan had kunnen doen (mate van verwijtbaarheid) en uw persoonlijke omstandigheden.

7.1.12 Herhaling (recidive)

[PW, IOAW, IOAZ]

1Wij verdubbelen de hoogte van de verlaging als u zich binnen twaalf maanden na de datum van het besluit waarmee een verlaging is toegepast, opnieuw schuldig maakt aan een gedraging zoals bedoeld in artikel 7.1.6, lid 1, 3 en 4, artikel 7.1.8, lid 4, artikel 7.1.9 en artikel 7.1.10.

2Wij verdubbelen de duur van de verlaging als u zich binnen twaalf maanden na de datum van het besluit waarin een verlaging van 100 procent op de uitkeringsnorm is toegepast, opnieuw schuldig maakt aan eenzelfde gedraging.

3Wij verlagen uw uitkering met 100 procent gedurende 1 maand als u zich binnen twaalf maanden na de datum van het besluit waarmee een verlaging is toegepast, opnieuw schuldig maakt aan een gedraging zoals bedoeld in artikel 18, lid 4 Participatiewet.

7.3. Beëindigen en terugvorderen voorziening

7.3.1 Beëindiging voorziening

[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs]

1Wij kunnen een voorziening beëindigen als:

a.de voorziening niet langer passend of nodig is;

b.u zich niet houdt aan voorwaarden en verplichtingen die verbonden zijn aan deze voorziening;

c.de voorziening is verstrekt op grond van door u onjuist of onvolledig verstrekte gegevens;

d.wij niet langer kunnen vaststellen of een voorziening kan worden voortgezet, omdat u niet voldoende meewerkt aan een onderzoek of u (nog) recht heeft op deze voorziening;

e.de voorziening voor een ander doel wordt gebruikt dan bedoeld;

f.u binnen 3 maanden geen gebruik maakt van de voorziening, tenzij u hier niks aan kunt doen.

2Wij kunnen de voorziening beëindigen en/of intrekken (met terugwerkende kracht).

7.3.2 Terugvordering voorziening

[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Wko, Gw, BW]

Wij kunnen, los van de situaties die in artikel 58 van de Participatiewet staan, de voorziening of de waarde daarvan van u terugvorderen. Dit doen wij als er sprake is van één van de in artikel 7.3.1 opgesomde redenen. Wij kunnen Wmo-voorzieningen alleen terugvorderen als die voorzieningen zijn ingetrokken, omdat u opzettelijk onjuiste of onvolledige gegevens aan ons heeft verstrekt.

7.4 Hoe controleert de gemeente?

7.4.1 Controle

[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ]

1Wij controleren regelmatig of u recht heeft op een uitkering of voorziening en of u de juiste uitkering of voorziening heeft aangevraagd of ontvangen. Wij maken daarbij gebruik van:

a.huisbezoeken: medewerkers van de gemeente gaan langs bij de inwoner en kijken in en om de woning. De gemeente kan een huisbezoek aankondigen, maar dat hoeft niet;

b.heimelijke waarnemingen: medewerkers van de gemeente verzamelen gegevens over de inwoner zonder dat de inwoner hierover vooraf is geïnformeerd. Dat verzamelen gebeurt bijvoorbeeld door buurtonderzoek;

c.uitwisselen van gegevens: de gemeente vergelijkt de gegevens van de inwoner met de gegevens die bekend zijn over deze inwoner bij andere organisaties, zoals bij UWV, de Belastingdienst en andere gemeenten;

d.signalen en tips van organisaties of particulieren;

e.andere passende onderzoeksmethoden.

2Wij doen de controles ook om de kwaliteit van de voorziening te beoordelen en om te kijken of de voorziening op de juiste manier wordt gebruikt.

3Bij de controle van uitkeringen en voorzieningen zorgen wij ervoor dat de regels die horen bij de opsporing van strafbare feiten worden nageleefd.

4Als u de uitkering of voorziening wilt stoppen of intrekken, onderzoeken wij wat de reden daarvan is. Daarnaast controleren wij of de uitkering of voorziening tot de einddatum terecht is verstrekt.

7.4.2 Voorkomen van fraude

[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ]

1Wij hebben fraudepreventiebeleid. Een onderdeel hiervan is dat wij u vroegtijdig informeren over rechten en plichten die verbonden zijn aan het krijgen van een uitkering of voorziening. Ook geven wij u informatie over de gevolgen van misbruik en/of oneigenlijk gebruik.

2Wij onderzoeken of u recht op een uitkering of voorziening heeft. Hierbij maken wij gebruik van de onderzoeksmethoden zoals genoemd in artikel 7.4.1, lid 1.

3Als wij hebben vastgesteld dat er sprake is van fraude en/of misbruik en/of oneigenlijk gebruik, kunnen wij uw uitkering of (de waarde) van de voorziening terugvorderen. Wij kunnen u ook een bestuurlijke boete opleggen. Deze bestuurlijke boete geldt alleen voor de Participatiewet, IOAW en IOAZ.

4Als het ‘Aanwijzingsbesluit sociale zekerheidsfraude’ van het Openbaar Ministerie dit voorschrijft, doen wij aangifte bij het Openbaar Ministerie. Dit is in plaats van de bestuurlijke boete en geldt alleen voor Participatiewet, IOAW en IOAZ.

7.4.3 Regels bij handhaving

[PW, IOAW, IOAZ]

1Wij maken gebruik van het ‘Protocol huisbezoeken sociale zekerheid Gemeente Lingewaard 2018’ voor de huisbezoeken.

2Bij het uitvoeren van onderzoek zorgen wij ervoor dat inbreuk op persoonlijkheidsrechten, zoals bescherming van uw privé-leven, niet verder gaat dan wat noodzakelijk, passend en wettelijk toegestaan is.

7.4.4 Toezichthouders

[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Awb]

Wij wijzen een of meerdere medewerkers aan als toezichthouder. Zij hebben de taak erop toe zien dat wetten en bijbehorende regels worden nageleefd.

9. KWALITEIT, AANBESTEDING EN INSPRAAK

9.3 Inspraak van inwoners

9.3.1 Inspraak bij de gemeente

[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ]

1Wij kiezen ervoor inwoners inspraak te geven in onderwerpen die in deze verordening worden geregeld. Inwoners kunnen in ieder geval inspraak hebben bij:

a.Plannen voor beleid en regels;

b.De manier waarop de gemeente beleid en regels uitvoert;

c.De manier waarop medewerkers van de gemeente omgaan met inwoners (bejegening);

d.De manier waarop zorgaanbieders en leveranciers hun taken uitvoeren.

2Inspraak houdt ook in het doen van voorstellen voor ander beleid, andere regels of andere uitvoering.

3Wij kunnen inwoners op de volgende manieren inspraak geven:

a.Via de Adviesraad Sociaal Domein;

b.Door inwoners te raadplegen, bijvoorbeeld met enquêtes en bijeenkomsten;

c.Door samen met inwoners een plan te ontwerpen;

d.Via de jongerenraad;

e.Door samen te werken met ervaringsdeskundigen.

4Wij kiezen de vorm van inspraak die past bij het onderwerp en bij de groep die het betreft.

5De regels rond de Adviesraad Sociaal Domein zijn vastgesteld in de Verordening Adviesraad Sociaal Domein Lingewaard.

9.3.2 Inspraak bij zorgaanbieders en leveranciers

[Jeugdwet, Wmo]

1Leveranciers zijn verplicht om inwoners die gebruikmaken van hun diensten of producten inspraak te geven en daarover regels te maken. De gemeente bepaalt over welke onderwerpen de inspraak gaat en welke vorm de inspraak heeft.

2De gemeente controleert of de zorgaanbieder of leverancier zich houdt aan de regels voor inspraak.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.