Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leusden:
gelet op artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
gelet op artikel 150 van de Wegenverkeerswet 1994;
BESLUIT:
vast te stellen de volgende
Ontheffingsregeling berijden voetgangersgebied Biezenkamp
Artikel 1 Begripsbepalingen
In deze ontheffingsregeling wordt verstaan onder:
a.voetgangersgebied: de zone in de Biezenkamp in Leusden, aangegeven met borden G7 (voetgangersgebied) van bijlage I van het RVV1990;
b.college: het college van burgemeester en wethouders van Leusden;
c.hulpdiensten: ambulancezorg, huisartsenpost, politie en brandweer;
d.motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 van het RVV 1990;
e.bedrijf: een natuurlijk persoon of een rechtspersoon die volgens het Handelsregister een vestiging heeft op een adres in het voetgangersgebied;
f.ontheffing: een in de zin van artikel 87 van het RVV 1990 door het college verleende ontheffing, krachtens welke het is toegestaan om met een motorvoertuig het voetgangersgebied of een gedeelte daarvan te berijden;
g.ontheffingshouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie ontheffing is verleend;
h.RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
i.taxivervoer: vervoer zoals bedoeld in paragraaf 1, artikel 1, sub j van de Wet personenvervoer 2000;
j.vrachtwagen: motorvoertuig, niet ingericht voor het vervoer van personen, waarvan de toegestane maximum massa meer bedraagt dan 3500 kg.
Artikel 2 Aanvraag ontheffing
1het college kan op aanvraag een ontheffing verlenen voor het berijden van het voetgangersgebied.
2een aanvraag om ontheffing wordt ingediend bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leusden.
3bij de aanvraag wordt de reden voor de noodzaak van de ontheffing vermeld en worden de volgende voor de beoordeling van belang zijnde gegevens verstrekt:
a.het soort voertuig waarvoor ontheffing wordt verleend;
b.de aantoonbare noodzaak van de ontheffing en het ontbreken van een adequaat alternatief.
c.aanvrager dient aan te tonen dat er sprake is van een onevenredig zwaar (economisch) nadeel indien de ontheffing niet wordt verleend.
Artikel 3 De ontheffing
1De ontheffing bevat in ieder geval de volgende gegevens:
a.de periode waarvoor de ontheffing geldt;
b.het gebied waarvoor de ontheffing geldt;
c.de naam van de ontheffingshouder en het kenteken van het motorvoertuig waarvoor de ontheffing is verleend;
d.een omschrijving van het verbod waarvoor ontheffing is verleend;
e.aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden in het belang van de verkeersveiligheid en het verblijfsklimaat.
2Het is verboden het voetgangersgebied te berijden:
a.zonder geldige ontheffing;
b.in strijd met de aan de ontheffing verbonden voorschriften.
3De ontheffing is niet overdraagbaar aan andere rechtspersonen.
4De ontheffingshouder meldt wijzigingen in de bij de aanvraag verstrekte gegevens zo spoedig mogelijk aan de gemeente Leusden.
5Er kunnen vaste en tijdelijke ontheffingen worden verleend.
6Een vaste ontheffing wordt verleend voor de duur van maximaal drie jaar.
7Een tijdelijke ontheffing wordt verleend voor eenmalig gebruik of voor meermalig gebruik gedurende een periode van een dag, week of een maand.
8De ontheffing wordt afgegeven op voertuigkenteken. Als het niet mogelijk is om een vast kenteken op te geven omdat er sprake is van een bedrijfsproces waardoor de expeditieactiviteiten niet uitsluitend met één en dezelfde (motor)voertuig kunnen plaatsvinden, kan een ontheffing worden afgegeven op bedrijfsnaam mits het voertuig als zodanig herkenbaar is.
Artikel 4 Intrekkings- en wijzigingsgronden
Het college kan een ontheffing intrekken of wijzigen:
1wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de ontheffing;
2wanneer een ontheffingshouder handelt in strijd met de aan de ontheffing verbonden voorschriften;
3wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de ontheffing onjuiste gegevens zijn verstrekt.
Artikel 5 Ontheffing voor taxivervoer
1Voor het berijden van het voetgangersgebied kan aan taxiondernemers een vaste ontheffing worden verleend voor het halen en brengen van passagiers met een bestemming of vertrekpunt in het voetgangersgebied.
2De ontheffing wordt uitsluitend verleend aan taxiondernemers die vergunning hebben op grond van de Wet personenvervoer 2000 zijn ingeschreven in het landelijke taxiregister.
3Een ontheffing mag uitsluitend worden gebruikt voor het direct halen en brengen van passagiers in het voetgangersgebied.
Artikel 6 Ontheffing voor beroepsvervoerders en/of leveranciers
1In die gevallen waarin een winkel/bedrijf via een vrachtwagen wordt bevoorraad moet dit voertuig, wanneer het achteruit in/door het voetgangersgebied rijdt, door iemand worden begeleid die de chauffeur van het voertuig zonodig aanwijzingen kan geven om het manoeuvreren op een veilige wijze te laten verlopen.
2Met het oog op de veiligheid van het langzaam verkeer kan het aantal bevoorradingen per vrachtwagen aan een maximum worden verbonden.
3Met het oog op de veiligheid van het langzaam verkeer kan worden bepaald dat het bevoorraden per vrachtwagen uitsluitend gedurende bepaalde dagen of alleen tijdens bepaalde (rustige) periodes mag plaatsvinden.
Artikel 7 Ontheffing ten behoeve bouw- installatie en reparatieverkeer en verhuizingen
1Een tijdelijke ontheffing voor het berijden van het voetgangersgebied kan worden verleend ten behoeve van bouw- installatie of reparatiewerkzaamheden of verhuizingen.
2Aanvrager dient aan te tonen:
a.dat hij is gecontracteerd voor de werkzaamheden
b.dat de goederen, gereedschappen of materialen niet op andere wijze kunnen worden afgeleverd of afgehaald.
Artikel 8 Ontheffingen dienstverlening en toezicht
Deze regeling is niet van toepassing op hulpdiensten, nutsbedrijven, vuilophaaldiensten, gemeentelijke onderhoudsdiensten e.d. voor het verrichten van noodzakelijke werkzaamheden (in de openbare ruimte).
De voertuigen van deze diensten worden geacht over een algemene ontheffing te beschikken.
Artikel 9 Ontheffingen bijzondere omstandigheden (hardheidsclausule)
1het college is bevoegd om in het belang van orde, veiligheid, medische zorg of een andere dringende of bijzondere omstandigheid een bestuurder van een voertuig een vaste of tijdelijke ontheffing te verlenen;
2bij de aanvraag om ontheffing dient de noodzaak en/of het maatschappelijk belang te worden aangegeven.
Artikel 10 Ontheffing voor gebruik electrische scooters
In die gevallen waarin bij de bevoorrading gebruik wordt gemaakt van volledig electrisch aangedreven scooters kan ontheffing worden verleend van het verbod om met een voertuig in een voetgangersgebied te rijden.
Daarbij mag niet harder worden gereden dan 15 km-uur. Deze ontheffing is ook van toepassing op kleine leveringen.
Artikel 11 Hardheidsclausule
Voor zover strikte toepassing van deze regeling naar oordeel van het college leidt tot een niet voorzienbare en onbillijke situatie, kan het college afwijken van de bepalingen in deze regeling.
Artikel 12 Inwerkingtreding
Deze beleidsregels treden in werking nadat zij op de voorgeschreven wijze bekend zijn gemaakt.
Artikel 13 Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: ‘Ontheffingsregeling berijden voetgangersgebied’.