Gemeentelijke regelgeving

Verordening cliëntenparticipatie sociaal domein Lelystad 2026

Gemeente Lelystad · geldt sinds 3 maart 2026

Aanhef

De raad van de gemeente Lelystad,

gelezen het voorstel van het college van de gemeente Lelystad d.d.; 16 december 2025

gelet op artikel 47 van de Participatiewet, artikel 2.10 van de Jeugdwet en artikel 2.1.3, lid 3 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;

gelet op de artikelen 147 en 149 van de Gemeentewet;

besluit vast te stellen de Verordening cliëntenparticipatie sociaal domein Lelystad 2026.

Artikel 1 - Begripsbepalingen

1In deze verordening wordt verstaan onder:

a.Achterban: cliënten en/of hun vertegenwoordigers en belangengroeperingen in het sociaal domein.

b.Cliëntenraad: Cliëntenraad Sociaal Domein, zijnde het adviesorgaan, zoals bedoeld in deze verordening.

c.Cliënt: een jeugdige of zijn ouders als bedoeld in artikel 1 van de Jeugdwet, voor zover de jeugdige (conform de Jeugdwet) woonplaats heeft in de gemeente Lelystad; een persoon als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; een persoon als bedoeld in artikel 7 van de Participatiewet.

d.College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lelystad.

e.Coördinerend ambtenaar: een ambtenaar die fungeert als contactpersoon tussen de cliëntenraad en de gemeente.

f.Huishoudelijk reglement: een document vast te stellen door de cliëntenraad waarin ter uitwerking van de taken van de cliëntenraad nadere praktische invulling wordt gegeven aan de werkwijze van de cliëntenraad en andere zaken die van belang zijn voor het goed functioneren van de cliëntenraad.

g.Inwoner: persoon die ingeschreven staat in de basisregistratie van de gemeente Lelystad.

h.Sociaal domein: de gemeentelijke taken zoals genoemd in Participatiewet, Jeugdwet en Wet Maatschappelijke ondersteuning 2015.

i.Raad: de gemeenteraad van Lelystad.

j.Verantwoordelijke portefeuillehouder (s): de portefeuillehouder(s) Jeugdwet, Participatiewet en de Wmo (2015);

k.Vertegenwoordiging: inwoners die opkomen voor de belangen van cliënten als bedoeld in onderdeel c.

l.Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.

m.Zelforganisatie: organisatie bestaande uit inwoners die opkomen voor de belangen van een bepaalde groep in de Lelystadse samenleving.

2Voor zover niet anders is bepaald, hebben de begrippen in deze verordening dezelfde betekenis als in de Participatiewet, Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.

Artikel 2 - Reikwijdte van de verordening

Het toepassingsgebied van de verordening is het beleid binnen het sociaal domein van de gemeente Lelystad, specifiek op de terreinen van Participatiewet, Jeugdwet en Wmo.

Artikel 3 – Doelstelling cliëntenparticipatie

1Cliëntenparticipatie heeft tot doel ervoor te zorgen dat (ervarings)deskundige inwoners, vanuit een onafhankelijke positie, actief betrokken zijn bij de voorbereiding, vaststelling, uitvoering, evaluatie en aanpassing van het gemeentelijk beleid op de terreinen van Participatiewet, Jeugdwet en Wmo.

2De cliëntenraad heeft in dat kader de volgende doelstellingen:

a.Een bijdrage leveren aan en invloed uitoefenen op het gemeentelijk beleid op de terreinen van Participatiewet, Jeugdwet en Wmo, vanuit het perspectief van de inwoners.

b.Een onafhankelijke visie te bieden, al dan niet middels gevraagd of ongevraagd advies, op basis van de kennis en ervaring van de inhoudsdeskundigen en ervaringsdeskundigen vertegenwoordigd in de cliëntenraad, zo nodig wordt een beroep gedaan op externe professionele ondersteuning.

Artikel 4 - Bevoegdheden cliëntenraad

1De cliëntenraad is bevoegd gevraagd en ongevraagd advies uit te brengen aan het college over beleidsonderwerpen die vallen binnen het sociaal domein, specifiek op de terreinen van Participatiewet, Jeugdwet en Wmo en die van belang zijn voor de inwoners van de gemeente.

2De cliëntenraad kan werkgroepen instellen rond bepaalde onderwerpen. De bevindingen van de werkgroepen worden aan de cliëntenraad voorgelegd.

3De cliëntenraad kan één of meer (externe) deskundigen uitnodigen de vergadering bij te wonen voor het geven van toelichting of advies, voor zover het budget dat toelaat.

4De leden van de cliëntenraad kunnen derden raadplegen over aangelegenheden waarmee zij als lid van de cliëntenraad te maken krijgen, voor zover het werkbudget dat toelaat.

5De cliëntenraad is niet bevoegd te adviseren over klachten, bezwaar- en beroepschriften en andere zaken die op individuele cliënten betrekking hebben. Evenmin kan worden geadviseerd op het gebied van personeels- en organisatiebeleid, inkooptrajecten, contractbeheer of andere operationele en uitvoerende processen, tenzij er een duidelijk verband is met de taken of het werkgebied van de cliëntenraad.

Artikel 5 - Taken cliëntenraad

1De cliëntenraad adviseert het college in ieder geval over:

a.gemeentelijk beleid in het kader van Participatiewet, Jeugdwet en Wmo;

b.uitwerking van het beleid van Participatiewet, Jeugdwet en Wmo.

2De cliëntenraad komt vanuit verschillende invalshoeken tot breed gedragen adviezen waarmee bevorderd wordt dat er een gezamenlijk, integraal en evenwichtig gemeentelijk beleid op deze beleidsterreinen tot stand komt.

3De cliëntenraad informeert en raadpleegt de achterban.

4De cliëntenraad stelt een huishoudelijk reglement op waarin onder meer de volgende zaken zijn geregeld:

-de werkwijze van de cliëntenraad;

-de wijze van informeren en raadplegen van de achterban;

-de taakverdeling binnen de cliëntenraad;

-de wijze van besluitvorming;

-het rooster van aftreden van leden;

-de wijze van beëindiging lidmaatschap of schorsing van leden;

-de verdeling vrijwilligersvergoeding over de leden.

5De cliëntenraad stelt het huishoudelijk reglement vast, nadat dit ter beoordeling aan het college is voorgelegd, en werkt volgens het huishoudelijk reglement. Bepalingen in het huishoudelijk reglement die strijdig zijn met deze verordening, andere wettelijke kaders en/of gemeentelijk beleid zijn nietig.

6Jaarlijks voor 1 april brengt de cliëntenraad aan het college verslag uit van haar activiteiten en bevindingen over het voorgaande jaar.

Artikel 6 – Faciliteiten

1Het college zorgt voor adequate ondersteuning van de cliëntenraad, zodat deze haar taken op een effectieve en representatieve wijze kan uitvoeren namens een brede achterban.

2Het college stelt vergaderruimte ter beschikking voor vergaderingen.

3Het college stelt op verzoek van de cliëntenraad passende ICT-ondersteuning beschikbaar voor noodzakelijke digitale vergaderingen.

4Het college stelt op verzoek van de cliëntenraad ambtenaren beschikbaar om vergaderingen bij te wonen voor toelichting of uitleg.

5Het college stelt een ambtenaar beschikbaar voor het regelen van vergaderruimtes en het verzorgen van financiële betalingen.

6Het college stelt jaarlijks bijtijds op voorstel van de cliëntenraad een budget beschikbaar, om te bevorderen dat de cliëntenraad redelijkerwijs in staat wordt gesteld namens een brede achterban gemeenschappelijke belangen te kunnen behartigen.

7Het in het vijfde lid genoemd budget is uitsluitend bestemd voor:

-het aanstellen van een ambtelijk secretaris voor de verslaglegging van de vergaderingen en overige ambtelijke ondersteuning;

-een vrijwilligersvergoeding voor de deelnemers aan de cliëntenraad;

-deskundigheidsbevordering of een spreker;

-inschakeling van professionele ondersteuning door derden;

-documentatie, literatuur, vaktijdschriften;

-faciliteiten voor kantoorkosten, correspondentie, telefoon, computergebruik, internetaansluiting;

-faciliteiten voor overleg met en activering van de achterban;

-vergoeding speciale voorzieningen in verband met een handicap;

-het houden van vergaderingen;

-voorlichting en PR.

8Leden kunnen voor hun werk in de cliëntenraad, uit het in het vijfde lid genoemd budget, aanspraak maken op een jaarlijks te bepalen vrijwilligersvergoeding per vergadering. De hoogte van deze vergoeding wordt bepaald in het huishoudelijk reglement.

Artikel 7 - Werkwijze

1Het college betrekt de cliëntenraad bij de voorbereiding van beleid, overeenkomstig de verplichtingen uit de Participatiewet, Jeugdwet en Wmo. Zij doet dat op een zodanig tijdstip dat dit advies van wezenlijke invloed kan zijn op het te nemen besluit.

2De cliëntenraad brengt binnen 6 weken na de adviesaanvraag advies uit aan het college. Indien noodzakelijk kan de cliëntenraad gevraagd worden haar advies op kortere termijn uit te brengen. Deze termijn zal in overleg met de cliëntenraad worden afgesproken.

3Het college reageert binnen zes weken na ontvangst van een gevraagd of ongevraagd advies schriftelijk op het advies van de cliëntenraad, waarbij het college aangeeft of, en op welke wijze, het advies wordt meegenomen in beleid of uitvoering. Als een schriftelijke reactie niet binnen zes weken kan worden gegeven, laat het college de cliëntenraad binnen die termijn weten wanneer de schriftelijke reactie volgt.

4Het advies van de cliëntenraad wordt betrokken bij de besluitvorming waarop het advies betrekking heeft. Als het college afwijkt van het advies, vermeldt het college dit uitdrukkelijk in de schriftelijke reactie, met daarbij een motivering van de afwijking.

5In afwijking van het eerste lid wordt geen advies gevraagd aan de cliëntenraad, wanneer de uitvoering van een beleidsvoornemen een spoedeisend karakter heeft en de cliëntenraad expliciet vooraf heeft aangegeven hierop op korte termijn niet te kunnen reageren. De cliëntenraad wordt in dit geval geïnformeerd over het beleidsvoornemen.

6Het advies van de cliëntenraad en de schriftelijke reactie worden gedeeld met de gemeenteraad.

7Wanneer de cliëntenraad, na ontvangst van een schriftelijke reactie van het college op een eerder advies, opnieuw advies uitbrengt over hetzelfde onderwerp zonder dat er sprake is van nieuwe of gewijzigde omstandigheden of nieuwe argumenten, is het college niet verplicht hierop te reageren.

In dat geval wordt de cliëntenraad hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld, met een verwijzing naar de eerdere reactie.

Artikel 8 Informatievoorziening

1Het college informeert de cliëntenraad over ontwikkelingen en zaken die betrekking hebben op het beleid binnen het sociaal domein.

2Het college informeert de cliëntenraad over de resultaten van klanttevredenheidsonderzoeken, enquêtes alsmede over de stand van zaken wat betreft het collegeprogramma ten aanzien van Participatiewet, Jeugdwet en Wmo en de daarbij behorende tussenrapportages.

3Het college voorziet de cliëntenraad van begrijpelijke informatie zodat de cliëntenraad naar behoren kan functioneren. Het gaat hier om alle informatie die noodzakelijk is om beleid en uitvoering te begrijpen en om te kunnen reageren op plannen voor ontwikkelingen en wijzigingen op de terreinen van Participatiewet, Jeugdwet en Wmo.

4Op verzoek van de cliëntenraad verstrekt het college tijdig alle informatie die de cliëntenraad voor uitvoering van haar taken nodig acht, tenzij enig wettelijk voorschrift de verstrekking daarvan in de weg staat.

Artikel 9 - Wijze van samenwerking

1Het college maakt jaarlijks afspraken met de cliëntenraad over:

a.de onderwerpen waarover de cliëntenraad om advies wordt gevraagd;

b.de wijze en het moment waarop de cliëntenraad in het beleidsvormingsproces wordt betrokken;

c.het jaarlijks beschikbare budget voor de cliëntenraad.

2Het college wijst coördinerende ambtenaren op de terreinen van Participatiewet, Jeugdwet en Wmo aan als aanspreekpunt voor de communicatie met de cliëntenraad. De coördinerende ambtenaren hebben regelmatig overleg met (een afvaardiging van) de cliëntenraad.

3De samenwerking tussen de gemeente en de cliëntenraad wordt jaarlijks geëvalueerd door beide partijen. De gemeente legt de uitkomst van de evaluatie vast in een verslag. Het verslag wordt na goedkeuring door de cliëntenraad gedeeld met de gemeenteraad.

4Er vindt tenminste 1 keer per jaar een overleg plaats tussen de verantwoordelijke portefeuillehouder(s) en de cliëntenraad. Dit kan gecombineerd worden met een reguliere vergadering van de cliëntenraad. Agendapunten voor dit overleg kunnen door zowel de cliëntenraad als de gemeente worden aangeleverd. Op verzoek van één van beide partijen kan desgewenst extra overleg plaatsvinden.

Artikel 10 – Samenstelling cliëntenraad

1De cliëntenraad dient zoveel mogelijk evenredig te zijn samengesteld uit de doelgroep van de Participatiewet, Jeugdwet en de Wmo en of hun vertegenwoordigers

2De cliëntenraad bestaat uit minimaal zes leden en maximaal veertien leden.

3De cliëntenraad wijst een voorzitter uit zijn midden aan, evenals een plaatsvervangend voorzitter.

4De cliëntenraad is, voor zover redelijkerwijs mogelijk, zodanig samengesteld dat deze een afspiegeling is van de gebruikers of hun vertegenwoordigers en/of cliënten van Participatiewet, Jeugdwet en Wmo, waarin de volgende groepen vertegenwoordigd zijn, met 1 afgevaardigde per categorie (a t/m h):

a.55-plussers

b.Inwoners met verstandelijke beperking

c.Inwoners met GGZ problematiek

d.Mantelzorgers/vrijwilligers

e.Inwoners met lichamelijke beperking/NAH

f.Inwoners in een verblijfsvoorziening op grond van de Jeugdwet

g.Inwoners met een kind in het gedwongen kader

h.Inwoners met een uitkering van de gemeente Lelystad

i.Inwoners die werkzaam zijn in het kader van de Participatiewet

j.Overige plaatsen te vullen met inwoners die in algemene zin betrokken zijn bij het sociaal domein.

5Alleen inwoners van de gemeente Lelystad kunnen plaats nemen in de cliëntenraad.

6Leden van de gemeenteraad of ambtenaren met een dienstverband bij de gemeente Lelystad kunnen geen lid zijn van de cliëntenraad.

7Wanneer de cliëntenraad ondanks pogingen tot een adequate samenstelling op enig moment voor haar adviesfunctie zelf niet beschikt over de benodigde kennis en of ervaring, kan de hulp van expertgroepen of andere (externe) deskundigen ingeroepen worden.

Artikel 11 – Leden cliëntenraad

1De leden van de cliëntenraad worden benoemd door het college, op voordracht van de cliëntenraad.

2De leden nemen plaats in de cliëntenraad op persoonlijke titel zonder last.

3De leden worden benoemd voor een periode van vier jaar, met de mogelijkheid van een herbenoeming voor een periode van vier jaar.

4Het lidmaatschap van de cliëntenraad wordt tussentijds beëindigd:

a.op eigen verzoek;

b.door overlijden;

c.door intrekking van de benoeming door het college, nadat de cliëntenraad hierover een gemotiveerd voorstel heeft ingediend;

d.bij het niet meer voldoen aan de benoemingsvereisten, zoals genoemd in deze verordening.

Artikel 12 – Nadere regels

Het college kan nadere regels stellen ter uitvoering van deze verordening, voor zover deze niet in strijd zijn met de wet of deze verordening.

Artikel 13 – Overgangsbepaling

1De personen die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze verordening lid zijn van de Cliëntenraad Sociaal Domein als bedoeld in de Verordening cliëntenparticipatie sociaal domein Lelystad 2019, worden met ingang van de inwerkingtreding van deze verordening geacht te zijn benoemd als lid van de cliëntenraad als bedoeld in deze verordening.

2Voor de toepassing van artikel 11, derde lid, geldt dat de periode waarin zij lid waren van de cliëntenraad op grond van de Verordening cliëntenparticipatie sociaal domein Lelystad 2019 wordt meegeteld bij de bepaling van de maximale zittingstermijn van acht jaar. Herbenoeming is uitsluitend mogelijk voor zover die maximale termijn nog niet is bereikt.

3Wanneer in de toekomst de Participatiewet, Jeugdwet of Wmo wordt vervangen door een andere wet, treedt de nieuwe wet automatisch in de plaats van de oude wet en hoeft de verordening niet volledig te worden herzien.

Artikel 14 – Intrekking bestaande verordening

Met de inwerkingtreding van deze verordening wordt de Verordening cliëntenparticipatie sociaal domein Lelystad 2019 ingetrokken.

Artikel 15 – Slotbepalingen

1In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet beslist het college na consultatie van de cliëntenraad.

2Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening cliëntenparticipatie sociaal domein Lelystad 2026.

3Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.