Aanhef
De burgemeester van gemeente Lelystad;
overwegende, dat de burgemeester op grond van artikel 2:78 van de Algemene Plaatselijke verordening Lelystad 2021 (hierna: APV) bevoegd is om aan overlastgevende personen een gebiedsontzegging op te leggen;
dat de burgemeester op grond van artikel 172a en 172b van de Gemeentewet (de Wet maatregelen bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast) met een gebiedsontzegging, groepsverbod, meldingsplicht en begeleidingsplicht kan optreden tegen (ernstige) verstoringen van de openbare orde;
dat als gevolg van de mogelijke samenloop van de maatregelen genoemd in de APV en de Gemeentewet een integraal beleid en een afwegingskader gewenst is omtrent de toepassing van deze maatregelen door de burgemeester;
gelet op artikel 2:78 van de APV, de artikelen 172a en 172b van de Gemeentewet en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;
besluit:
Vast te stellen: de beleidsregel gebiedsontzeggingen Lelystad 2025.
2. Om welke bevoegdheden gaat het?
2.1 Artikel 2:78 Algemene plaatselijke verordening
2.1.1 Proces Gebiedsontzegging artikel 2:78 APV
Een gebiedsontzegging op grond van artikel 2:78 van de APV kan worden opgelegd voor gedragingen zoals opgenomen in hoofdstuk 2.1 van deze beleidsregel.
Een persoon krijgt het bevel van de burgemeester zich niet te bevinden in een aangewezen gebied gedurende een in de ontzegging genoemde periode. De gedragingen, het tijdvak en het gebied waarvoor de gebiedsontzegging wordt opgelegd, worden schriftelijk vastgelegd in een besluit en in een proces-verbaal. Ook wordt zo mogelijk een kaart uitgereikt van het gebied waarvoor de ontzegging geldt. Voor het deel van de stad wordt gebruik gemaakt van de kaart met de wijkindeling behorende bij deze beleidsregel. Voor het deel buiten de stad wordt maatwerk toegepast. Deze kaart is ook via de website te raadplegen. Op de website van gemeente Lelystad is het mogelijk om in te zoomen op de kaart zodat de begrenzing van het gebied duidelijker zichtbaar wordt.
Uitgangspunt: eerst waarschuwing
Een gebiedsontzegging op grond van artikel 2:78 van de APV kan worden opgelegd nadat de betrokken persoon schriftelijk of mondeling is gewaarschuwd voor een gedraging waarvoor een ontzegging kan worden opgelegd. Deze waarschuwing geldt voor de gehele gemeente voor de duur van 6 maanden. De waarschuwing wordt namens de burgemeester gegeven door daartoe gemandateerde of aangewezen personen.
Vanwege de acute situatie zal in de regel een mondelinge waarschuwing worden gegeven. Van deze waarschuwing wordt een aantekening gemaakt in een proces verbaal en opgenomen in het bedrijfsprocessensysteem van de politie. Belangrijk is in ieder geval dat ergens geregistreerd staat dat de persoon (met vermelding van dag, tijdstip, plaats en door wie) is gewaarschuwd en waarvoor.
Een schriftelijke waarschuwing wordt gestuurd in het geval het gaat om een minderjarige zodat ouder(s)/voogd(en) ook hierover geïnformeerd zijn.
De waarschuwing moet, in geval van het opleggen van een gebiedsontzegging, in het dossier worden vermeld. Uit het dossier moet op te maken zijn, dat de persoon, door de waarschuwing had kunnen weten, dat bij het opnieuw plegen van een openbare orde verstorende handeling, de burgemeester over kan gaan tot het opleggen van een gebiedsontzegging.
Volledigheidshalve wordt hierover opgemerkt dat het niet dezelfde openbare orde verstorende handeling hoeft te zijn. Het kan dus elke openbare orde verstorende handeling zijn.
Nadat de persoon is gewaarschuwd maar toch overlast blijft veroorzaken, kan de burgemeester, op basis van een voldoende duidelijk en onderbouwd dossier, besluiten tot het opleggen van een gebiedsontzegging.
Gebiedsontzegging opleggen zonder waarschuwing
Door of namens de burgemeester kan een gebiedsontzegging zonder waarschuwing vooraf worden opgelegd als er sprake is van een vrees voor een verdere verstoring van de openbare orde b.v. tijdens een evenement, rondom horecabedrijven of bij escalatie van overlast in een wijk.
Een gebiedsontzegging van maximaal 3x24 uur kan namens de burgemeester zonder waarschuwing vooraf worden opgelegd als er sprake is van een vrees voor een verdere verstoring van de openbare orde. De vrees voor verdere verstoring van de openbare orde moet schriftelijk worden vastgelegd.
Gebiedsontzegging APV
Afhankelijk van de situatie kan een gebiedsontzegging worden opgelegd voor:
a.maximaal 3X24 uur;
b.maximaal 8 weken als de persoon binnen 6 maanden na een eerste ontzegging opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht.
Als de persoon minderjarig is, worden ook de ouder(s)/voogd(en), voor zover bekend, ingelicht over het gebiedsontzegging. Een gebiedsontzegging wordt schriftelijk medegedeeld. Daarbij wordt de persoon ook geïnformeerd over de mogelijkheden van bezwaar- en beroep.
Persoonsgebonden aanpak
De op te leggen maatregel kan onderdeel uitmaken van een integrale, persoonsgebonden aanpak. Zie hiervoor paragraaf 3.1.
Omvang gebied
Een gebiedsontzegging op grond van artikel 2:78 van de APV geldt in beginsel voor het gebied waarbinnen de gedraging heeft plaatsgevonden en wordt in beginsel begrensd door de grenzen van de wijkindeling zoals aangegeven op de kaart, behorende bij deze beleidsregel. Als het, gelet op de druk op de openbare orde in een ander gebied, noodzakelijk wordt geacht, kan ook dat gebied worden aangewezen. Indien noodzakelijk wordt een looproute aangegeven.
Als de gedraging heeft plaatsgevonden tijdens een evenement of in een horecagebied/bij een horecabedrijf, wordt een ontzegging opgelegd voor het gebied waar de gedraging heeft plaatsgevonden en wordt er tevens gebruik gemaakt van de wijkindeling van de bij deze beleidsregel behorende kaart.
Herhaling
Een procedure van een gebiedsontzegging op grond van artikel 2:78 van de APV wordt één keer, dat wil zeggen een waarschuwing, een ontzegging van maximaal 3X24 uur en een ontzegging van maximaal 8 weken
2Als een persoon in aanmerking komt voor een langere ontzegging wordt, vanwege de acute situatie (de verstoring van de openbare orde), een ontzegging opgelegd van maximaal 3X24 uur. Een afschrift van deze ontzegging wordt naar de burgemeester gestuurd met het advies om een ontzegging voor langere termijn op te leggen.
, gevoerd voor dezelfde persoon. Als de openbare orde verstorende handelingen blijven voortduren wordt opgetreden op grond van de Gemeentewet (MBVEO). Er is dan sprake van een herhaaldelijke verstoring van de openbare orde.
2.2 Artikel 172a Gemeentewet
2.2.1 Algemeen
In artikel 172a Gemeentewet is samengevat bepaald dat de burgemeester aan een persoon die individueel of in groepsverband de openbare orde ernstig heeft verstoord of bij groepsgewijze ernstige verstoring van de openbare orde een leidende rol heeft gehad, dan wel herhaaldelijk individueel of in groepsverband de openbare orde heeft verstoord of bij groepsgewijze verstoring van de openbare orde een leidende rol heeft gehad, bij ernstige vrees voor verdere verstoring van de openbare orde een bevel kan geven:
a.zich niet te bevinden in of in de omgeving van een of meer bepaalde objecten binnen de gemeente, dan wel in een of meer bepaalde delen van de gemeente;
b.zich niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een voor het publiek toegankelijke plaats zonder redelijk doel met meer dan drie andere personen in groepsverband op te houden, of
c.zich op bepaalde tijdstippen te melden op of vanaf bepaalde plaatsen, al dan niet in een andere gemeente.
De volledige bepaling van artikel 172a Gemeentewet is opgenomen in bijlage en is ook te raadplegen op www.overheid.nl
Wat is een ernstige verstoring van de openbare orde?
De burgemeester is bevoegd om op grond van artikel 172a Gemeentewet een maatregel op te leggen wanneer er sprake is van een ernstige verstoring van de openbare orde. Deze verstoring kan individueel of in groepsverband plaatsvinden. Een ernstige verstoring van de openbare orde is bijvoorbeeld een geweldsdelict en verboden wapenbezit
3ECLI:NL:RBLEE:2012:CA2962
. Andere voorbeelden zijn incidenten zoals het gooien van stenen of vuurwerk naar de politie en ernstige misdrijven als moord en openlijke geweldpleging. In deze gevallen is de voorwaarde van de herhaaldelijkheid niet van toepassing.
Wat is een ernstige vrees voor verdere verstoring van de openbare orde?
De burgemeester is pas bevoegd een maatregel op te leggen als er sprake is van ernstige vrees voor verdere verstoring van de openbare orde. Het is hierbij belangrijk om onderscheid te maken tussen het geval dat de openbare orde eerder is verstoord, of dat iemand voor het eerst de openbare orde heeft verstoord (een first offender).
Gaat het om een herhaaldelijke verstoring van de openbare orde, dan neemt de rechter aan dat er ernstige vrees is voor de verdere verstoring van de openbare orde.
Als het om een first offender gaat, dan moet de burgemeester aantonen dat er sprake is van ernstige vrees voor verdere verstoring. Er moet dan een inschatting gemaakt worden van de kans op herhaling.
Wat is een herhaaldelijke verstoring van de openbare orde?
De burgemeester is in de eerste plaats bevoegd een maatregel op te leggen wanneer een persoon herhaaldelijk, individueel of in groepsverband de openbare orde heeft verstoord. Dit houdt concreet in dat een persoon ten minste twee keer de openbare orde moet hebben verstoord.
Voorbeelden van gedrag dat herhaaldelijke verstoring van de openbare orde veroorzaakt, zijn geluidsoverlast, vernieling, belediging en het dealen van drugs. Ook kan, als de gebiedsontzegging op grond van de APV onvoldoende effect heeft gehad, artikel 172a Gemeentewet worden toegepast (zie paragraaf 2.1.1)
2.2.2 Gebiedsontzegging Gemeentewet in welke gevallen?
Als de openbare ordeverstoring ernstig van aard is (volgt uit een bestuurlijke rapportage van de politie) of herhaaldelijk heeft plaatsgevonden (als b.v. de procedure van de gebiedsontzegging van de APV is doorlopen), zoals in artikel 172a van de Gemeentewet en hiervoor in de toelichting is omschreven, zal in beginsel een gebiedsontzegging op grond van artikel 172a, lid 1, onder a, van de Gemeentewet worden opgelegd. De gebiedsontzegging moet voor wat betreft de inhoud, de duur, de omvang van het gebied etc. voldoen aan het gestelde in de Gemeentewet.
Groepsverbod Gemeentewet in welke gevallen?
Als de openbare ordeverstoring van ernstige aard is of herhaaldelijk en voor het merendeel in groepsverband heeft plaatsgevonden, zoals in artikel 172a Gemeentewet en hiervoor is omschreven, kan een groepsverbod worden opgelegd (artikel 172a, lid 1, onder b).
Het groepsverbod moet voor wat betreft de inhoud, duur, omvang van het gebied etc. voldoen aan het gestelde in de Gemeentewet. Het groepsverbod houdt in dat de personen zich niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een voor het publiek toegankelijke plaats zonder redelijk doel met meer dan drie andere personen in groepsverband mogen ophouden.
2.2.3 Meldingsplicht Gemeentewet in welke gevallen?
Bij een meldingsplicht (artikel 172a lid 1, onder c) krijgt de overlastgever het bevel van de burgemeester zich op bepaalde tijdstippen te melden op of vanaf bepaalde plaatsen, al dan niet in een andere gemeente.
De meldingsplicht wordt zoveel mogelijk opgelegd in de gemeente waar de persoon woonachtig is, tenzij de aard van de omstandigheden zich hiertegen verzet.
De tijdstippen en plaats van de melding worden per individueel geval bepaald. In het besluit worden de tijden en locatie waar de persoon zich moet melden vastgelegd. Een kopie van het besluit wordt afgegeven op de locatie waar de persoon zich moet melden
Een fysieke en digitale meldingsplicht is mogelijk. In beginsel wordt een fysieke meldingsplicht opgelegd. Uitgangspunt is dat de persoon zich meldt in de woonplaats waar hij woonachtig is.
Een persoon kan een meldingsplicht krijgen indien hem reeds door een private organisatie een sanctie is opgelegd wegens gedrag dat bij de burgemeester de ernstige vrees doet ontstaan dat die persoon de openbare orde zal verstoren.
Persoonsgebonden aanpak
De op te leggen maatregel kan onderdeel uitmaken van een integrale, persoonsgebonden aanpak. Zie hiervoor paragraaf 3.1.
2.3 Artikel 172b Gemeentewet
2.3.1 Begeleidingsverplichting ten aanzien van 12 minners in welke gevallen?
Een persoon die het gezag uitoefent over een minderjarige die herhaaldelijk (in groepsverband) de openbare orde heeft verstoord en de leeftijd van twaalf jaren nog niet heeft bereikt, kan bij ernstige vrees voor verdere verstoring van de openbare orde het bevel van de burgemeester krijgen:
a.dat de minderjarige zich niet bevindt in of in de omgeving van een of meer bepaalde objecten binnen de gemeente, dan wel in een of meer bepaalde delen van de gemeente. Dit tenzij de minderjarige wordt begeleid door een persoon die het gezag over hem uitoefent of door een andere in het bevel aangewezen meerderjarige
b.dat de minderjarige zich op bepaalde dagen gedurende een aangegeven tijdvak tussen 8 uur ’s avonds en 6 uur ’s ochtends niet bevindt op voor het publiek toegankelijke plaatsen. Dit tenzij de minderjarige wordt begeleid door een persoon die het gezag over hem uitoefent of door een andere in het bevel aangewezen meerderjarige.
Tijdsduur
Het bevel geldt voor een door de burgemeester vast te stellen periode van ten hoogste drie maanden.
Afweging
Bij jongeren, in het bijzonder de categorie 12-minners, moet een zwaardere afweging worden gemaakt bij de beoordeling of het (kind)gedrag als overlastgevend kan worden aangemerkt. Als de (vrees voor verdere) verstoring van de openbare orde dermate ernstig is, dat het wenselijk is om artikel 172b van de Gemeentewet toe te passen, kan hiertoe worden overgegaan.
Persoonsgebonden aanpak
De maatregel kan onderdeel uitmaken van een integrale, persoonsgebonden aanpak. Zie hiervoor paragraaf 3.1.
Recidive 12 plusser
Als de persoon inmiddels de leeftijd van 12 jaar heeft bereikt, kan bij een volgende overtreding binnen 12 maanden verstrijken van de maatregel direct worden overgestapt op andere maatregelen als genoemd in deze beleidsregel.
Deze beleidsregel treedt in werking op de eerste dag nadat deze bekend is gemaakt.
Bijlage 1 Handhavingsarrangement Gebiedsontzegging APV*
Overtreding
Burgemeester (en gemandateerden, zie mandaatbesluit)
Eerste constatering
Waarschuwing namens burgemeester
Tweede constatering binnen 6 maanden na de eerste constatering of zonder waarschuwing bij een verdere vrees voor de openbare orde
Eerste ontzegging namens burgemeester.
a.Maximaal 3X24 uur aaneengesloten.
b.Bij een evenement gedurende ten hoogste de duur van dat evenement en niet langer dan maximaal voor 3X24 uur.
Derde constatering binnen 6 maanden na de tweede constatering
Tweede ontzegging door burgemeester:
Politie legt een ontzegging op van maximaal 3x24 uur en stuurt een afschrift daarvan naar de burgemeester waarna er een ontzegging wordt opgelegd van:
a.maximaal een aaneengesloten periode van 8 weken
Iedere verdere constatering binnen 6 maanden na de derde constatering
Optreden op grond van artikel 172a van de Gemeentewet
*Dit handhavingsarrangement laat onverlet de bevoegdheid van de burgemeester om op te treden op grond van de Gemeentewet. Afhankelijk van de veiligheidssituatie, de aard van de strafbare feiten en de termijn waarbinnen deze feiten zijn gepleegd, kan de burgemeester er voor kiezen om de overlastgever aan te pakken op basis van de Overlastwet (MBVEO).
Bij overtreding van een gebiedsontzegging wordt een proces verbaal opgesteld en geldt de sanctiebepaling van artikel 6:1 van de APV.
Bijlage 2 Handhavingsarrangement Overlastwet (artikel 172a Gemeentewet)
Constatering
Burgemeester
1
Ernstige ordeverstorende gedraging of herhaaldelijk* ordeverstorende gedragingen
–Politie levert dossier aan de burgemeester aan.
Ordeverstorende gedragingen merendeel in groepsverband gepleegd:
–groepsverbod van ten hoogste 3 maanden of voor tijdstippen en perioden verspreid over ten hoogste 90 dagen binnen een tijdvak van ten hoogste 24 maanden
Ordeverstorende gedragingen merendeel individueel gepleegd:
–gebiedsontzegging voor ten hoogste 3 maanden of voor tijdstippen en perioden verspreid over ten hoogste 90 dagen binnen een tijdvak van ten hoogste 24 maanden
2
Bij 1e overtreding van het bevel
politie overlegt dossier aan burgemeester
Overtreden groepsverbod
–alleen overtreding: verlenging groepsverbod van ten hoogste 3 maanden en/of uitbreiding gebied, tenzij het groepsverbod was opgelegd voor vastgestelde tijdstippen of perioden verspreid over 90 dagen binnen een tijdvak van 24 maanden> dan uitbreiding perioden en tijdstippen.
Overtreding groepsverbod met ordeverstorend gedrag:
–groepsverbod wordt vervangen door gebiedsontzegging van ten hoogste 3 maanden, tenzij groepsverbod was opgelegd voor vastgestelde tijdstippen of perioden verspreid over 90 daten binnen een tijdvak van 24 maanden > dan uitbreiding perioden en tijdstippen.
Overtreden gebiedsontzegging
–verlenging ontzegging van ten hoogste 3 maanden en/of uitbreiding;
–indien gewenst opleggen meldingsplicht
3
Bij 2e en volgende overtredingen bevel
–*Verlengen maatregel voor de duur van ten hoogste 3 maanden
Alleen geen actie bij vervolging waarbij gedragsaanwijzing (meldingsplicht, groepsverbod, gebiedsontzegging) wordt opgelegd door OvJ.
*Verlenging door bgm kan ten hoogste drie keer drie maanden (art. 172a, lid 6, onder a, Gemwet)
Bij opnieuw constateren ordeverstorende gedraging binnen 12 maanden na verstrijken maatregel
eerste stap handhavingsarrangement wordt overgeslagen
*Zie bijlage 1 voor informatie over de herhaaldelijkheid.
Bijlage 3 Handhavingsarrangement maatregelen bij (ernstige of herhaaldelijke) verstoring jeugd 12–18 jaar, Overlastwet
Constatering
Burgemeester
1
Ernstige ordeverstorende gedraging of herhaaldelijk* ordeverstorende gedragingen
politie overlegt dossier aan de burgemeester
Ordeverstorende gedragingen merendeel in groepsverband gepleegd:
–groepsverbod van ten hoogste 3 maanden
Ordeverstorende gedragingen merendeel individueel gepleegd:
–gebiedsontzegging van ten hoogste 3 maanden
Bovengenoemde maatregelen worden pas opgelegd nadat onderzocht is of een hulpverleningstraject met minder vergaande middelen tot een vermindering van het overlastgevend gedrag van de persoon of personen gekomen kan worden. Hiertoe moet afstemming plaatsvinden met de procescoördinator ZVH/PGA.
2
Bij 1e overtreding opgelegde maatregel
politie overlegt dossier aan burgemeester
Overtreden groepsverbod:
–alleen overtreding: verlenging van ten hoogste 3 maanden
Overtreding groepsverbod met ordeverstorend gedrag:
–gebiedsontzegging van ten hoogste 3 maanden
Overtreden gebiedsontzegging:
–verlenging gebiedsontzegging van ten hoogste 3 maanden
–indien gewenst meldingsplicht
Voorgaande maatregelen worden uitsluitend toegepast als dit een hulpverleningstraject niet in de weg staat. Hiertoe moet afstemming plaatsvinden met de procescoördinator ZVH/PGA.
3
Bij 2e overtreding opgelegde maatregel
Verlengen maatregel voor de duur van 3 maanden.
Geen actie bij vervolging waarbij gedragsaanwijzing (meldingsplicht, groepsverbod, gebiedsontzegging) kan worden opgelegd door OvJ.
Verlenging door burgemeester kan ten hoogste drie keer drie maanden (art. 172a, lid 6, onder a, Gemwet)
Bij opnieuw constateren ordeverstorende gedraging binnen 12 maanden na verstrijken maatregel
eerste stap van dit arrangement wordt overgeslagen
*Zie bijlage 1 voor toelichting herhaaldelijkheid
Bijlage 4 Handhavingsarrangement 12 minners, Overlastwet
bij constatering 2e ordeverstorende gedraging in groepsverband binnen 12 maanden
politie overlegt dossier aan burgemeester
De burgemeester legt aan de persoon die het gezag over de minderjarige uitoefent het bevel op dat de minderjarige zich gedurende een aangegeven tijdvak tussen 8 uur ‘s avonds en 6 uur ‘s ochtends niet op openbare plaatsen zonder zijn of haar begeleiding bevindt voor de duur van ten hoogste 3 maanden.
Voordat de maatregel getroffen wordt, vindt afstemming plaats met de procescoördinator ZVH/PGA. De maatregel wordt in beginsel alleen ingezet als de persoonsgerichte aanpak, met minder vergaande middelen, niet tot een vermindering van het overlastgevend gedrag van de persoon kan leiden.
bij constatering 1e overtreding maatregel en volgende (iedere overtreding binnen 12 maanden na de vorige overtreding)
politie overlegt dossier aan burgemeester
Maatregel wordt verzwaard voor de resterende tijd met het bevel dat de minderjarige zich niet mag begeven in een nader aan te wijzen gebied zonder begeleiding van de persoon die het gezag over hem of haar heeft.
Bijlage 5 Overzicht openbare orde verstorende handeling (niet limitatief)
APV 2021
Strafbare feit
Artikel 2:1
Samenscholing en ongeregeldheden
Artikel 2:1A
Verstoring van de openbare orde
Artikel 2:26
Ordeverstoring bij een evenement
Artikel 2:47
Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen
Artikel 2:48
Verboden drankgebruik
Artikel 2:49
Verboden gedrag bij of in gebouwen
Artikel 2:50
Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten
Artikel 2:50A
Messen en andere vormen van steekwapens
Artikel 2:65
Bedelarij
Artikel 2:74
Drugshandel op straat
Artikel 2:74A
Openlijk drugsgebruik
Artikel 3:19
Straatprostitutie
Verordening fysieke leefomgeving
Strafbare feit
Artikel 6.1
Natuurlijke behoefte doen
Wetboek van strafrecht
Strafbare feit
Artikel 131
Opruiing
Artikel 137c
Belediging van groep mensen
Artikel 138
Huisvredebreuk
Artikel 141
Openlijke geweldpleging
Artikel 179
Ambtsdwang
Artikel 180
Wederspannigheid
Artikel 181
Ambtsdwang en wederspannigheid met letsel
Artikel 182
Ambtsdwang en wederspannigheid in vereniging
Artikel 184
Niet opvolgen van een ambtelijk bevel
Artikel 186
Samenscholen
Artikel 239
Schennis van de eerbaarheid
Artikel 246
Feitelijke aanranding van de eerbaarheid
Artikel 252
Toedienen bedwelmende drank
Artikel 266
Eenvoudige belediging
Artikel 267
Belediging van het openbaar gezag
Artikel 285
Bedreiging
Artikel 300
Eenvoudige mishandeling
Artikel 301
Mishandeling met voorbedachten rade
Artikel 302
Zware mishandeling
Artikel 303
Zware mishandeling met voorbedachten rade
Artikel 306
Deelneming aan aanval of vechtpartij
Artikel 317
Afpersing
Artikel 318
Afdreiging
Artikel 350
Beschadiging goederen
Artikel 424
Straatschenderij
Artikel 426
Verkeersbelemmering in staat van dronkenschap
Artikel 431
Rumoer/burengerucht
Artikel 453
Openbaar dronkenschap
Opiumwet
Strafbare feit
Artikel 2
Verbodsbepaling
Artikel 3
Verbodsbepalingen lijst II
Wet Wapens en Munitie
Strafbare feit
Artikel 13
Vervaardigen etc.
Artikel 26
Verbodsbepaling
Artikel 27
Dragen
Bijlage 6 Juridisch kader
Algemene plaatselijke verordening
Artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen
1De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste 3x24 uur in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn.
2Bij overtredingen als bedoeld in het eerste lid, kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een tijdelijk verbod is opgelegd als bedoeld in dat lid en die binnen zes maanden na een eerder tijdelijk verbod opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste aantal acht weken in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn.
3De burgemeester beperkt het krachtens het eerste of tweede lid opgelegde verbod, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een tijdelijk verbod.
4Indien de officier van justitie een persoon een gedragsaanwijzing heeft gegeven als bedoeld in artikel 509hh, tweede lid, onderdeel a, van het Wetboek van Strafvordering, legt de burgemeester aan deze persoon voor hetzelfde gebied niet een tijdelijk verbod op als bedoeld in het eerste of tweede lid.
Gemeentewet
Artikel 172a Gemeentewet bepaalt het volgende.
1Onverminderd artikel 172, derde lid, en hetgeen bij gemeentelijke verordening is bepaald omtrent de bevoegdheid van de burgemeester om bevelen te geven ter handhaving van de openbare orde, kan de burgemeester aan een persoon die individueel of in groepsverband de openbare orde ernstig heeft verstoord of bij groepsgewijze ernstige verstoring van de openbare orde een leidende rol heeft gehad, dan wel herhaaldelijk individueel of in groepsverband de openbare orde heeft verstoord of bij groepsgewijze verstoring van de openbare orde een leidende rol heeft gehad, bij ernstige vrees voor verdere verstoring van de openbare orde een bevel geven:
a.zich niet te bevinden in of in de omgeving van een of meer bepaalde objecten binnen de gemeente, dan wel in een of meer bepaalde delen van de gemeente;
b.zich niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een voor het publiek toegankelijke plaats zonder redelijk doel met meer dan drie andere personen in groepsverband op te houden, of
c.zich op bepaalde tijdstippen te melden op of vanaf bepaalde plaatsen, al dan niet in een andere gemeente.
2De burgemeester kan tevens een bevel geven aan een persoon aan wie door een private organisatie een sanctie is opgelegd, wegens gedrag dat bij de burgemeester de ernstige vrees doet ontstaan dat die persoon de openbare orde zal verstoren.
3De burgemeester van een andere gemeente kan een burgemeester verzoeken om een persoon tevens namens hem een overeenkomstig bevel te geven, indien de burgemeester die het bevel geeft, de ernstige vrees heeft dat die persoon ook in de andere gemeente de openbare orde zal verstoren. Het verzoek bevat een aanduiding van de objecten of gebieden waar de aanwezigheid van die persoon niet gewenst is en van de tijdstippen of perioden waarvoor het bevel geldt. De burgemeester zendt een afschrift van het bevel dat hij namens een andere burgemeester heeft gegeven, aan die burgemeester.
4Van een bevel zich te melden in een andere gemeente, wordt tijdig mededeling gedaan aan de burgemeester van die gemeente.
5Indien de officier van justitie een persoon als bedoeld in het eerste lid een gedragsaanwijzing heeft gegeven als bedoeld in artikel 509hh, tweede lid, onderdeel a, van het Wetboek van Strafvordering, geeft de burgemeester aan deze persoon niet een bevel als bedoeld in het eerste lid, onder a of b, voor hetzelfde gebied.
6Het bevel geldt voor:
a.een door de burgemeester vast te stellen periode van ten hoogste drie maanden, in welk geval het bevel ten hoogste driemaal kan worden verlengd met een door de burgemeester vast te stellen periode van telkens ten hoogste drie maanden, of
b.door de burgemeester vast te stellen tijdstippen of perioden, verspreid over ten hoogste negentig dagen binnen een tijdvak van ten hoogste vierentwintig maanden.
7Op grond van nieuwe feiten of omstandigheden kan de burgemeester het bevel wijzigen ten nadele van betrokkene.
8De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van de verboden of geboden die voortvloeien uit het bevel, dan wel van een of meer onderdelen daarvan. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.
9Indien nieuwe feiten of omstandigheden daartoe aanleiding geven, wijzigt de burgemeester het bevel ten gunste van betrokkene. Het bevel wordt ingetrokken zodra het niet langer nodig is ter voorkoming van verdere verstoringen van de openbare orde.