Aanhef
De raad van de gemeente Leiden:
Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders (Raadsvoorstel 18.0125 van 2018), mede gezien het advies van de commissie,
gelet op artikel 2.1.3. van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning, artikel 2.10 van de Jeugdwet, artikel 47 van de Participatiewet, artikel 42 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en artikel 42 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;
overwegende dat het gewenst is om de advisering van inwoners bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen met betrekking tot het sociaal domein vanwege het integrale karakter en de onderlinge samenhang van de beleidsterreinen onder te brengen bij één adviesraad ;
BESLUIT
vast te stellen
Verordening cliëntenparticipatie sociaal domein gemeente Leiden 2019
Artikel 1. Begripsbepalingen
1In deze verordening wordt verstaan onder:
a.Cliënt
1°persoon als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid van de Wet maatschappelijke ondersteuning
2°persoon aan wie jeugdhulp wordt verleend als bedoeld in artikel 1.1. van de Jeugdwet
3°persoon, als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a van de Participatiewet
4°persoon die aanspraak maakt op een voorziening in het sociaal domein, niet zijnde een voorziening op grond van de WMO, de Jeugdwet of de Participatiewet.
b.College
College van burgemeester en wethouders van Leiden
c.Sociaal Domein
Het geheel van beleidsterreinen waarop de gemeente inspanningen verricht en dienstverlening biedt rond werk, participatie zorg en jeugdhulp, op basis van de Wmo 2015, de Jeugdwet, de Participatiewet alsmede aanverwante taken van de gemeente, onder meer: schuldhulpverlening, handhaving leerplicht, het voorkomen van voortijdig schoolverlaten, betrokkenheid bij passend onderwijs, organisatie leerlingenvervoer en (jeugd)gezondheidzorg.
2Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Algemene wet bestuursrecht, de Wmo 2015 de Jeugdwet de Participatiewet, de Ioaw en de Ioaz.
Artikel 2. Adviesraad sociaal domein
1Het college stelt een adviesraad sociaal domein in met de taak om het college gevraagd en ongevraagd te adviseren over beleidsvoorstellen en verordeningen met betrekking tot het sociaal domein.
2Het doel van de adviesraad is het bevorderen en bewaken van de kwaliteit en integraliteit van beleid en dienstverlening van de gemeente in het sociaal domein.
Artikel 3. Samenstelling adviesraad
1De adviesraad bestaat uit maximaal elf leden en een voorzitter
2De adviesraad is een afspiegeling van de Leidse samenleving in het bijzonder van de belanghebbenden bij de voorzieningen van het sociaal domein. In de adviesraad zijn de doelgroepen van de WMO, de Participatiewet en de Jeugdwet zowel op grond van deskundigheid als op grond van eigen ervaring evenredig vertegenwoordigd. Daarbij is expliciet de intentie dat ook jeugdigen in de adviesraad kunnen worden benoemd. De leden en de voorzitter worden op voordracht van de adviesraad door het college benoemd. Indien de leden niet tot de voordracht van een voorzitter kunnen komen, benoemt het college een voorzitter.
3De leden en de voorzitter worden voor een periode van drie jaar benoemd. Deze termijn kan twee maal met een periode van drie jaar worden verlengd.
Artikel 4. Werkwijze
1Het college draagt er zorg voor dat de adviesraad wordt betrokken bij de voorbereiding van beleid en regelgeving door:
a.de adviesraad te informeren over onderwerpen waarop wijziging van beleid of regelgeving verwacht wordt;
b.waar mogelijk in gezamenlijkheid te komen tot voorstellen voor beleid of regelgeving;
c.conceptvoorstellen voor beleid en regelgeving met verzoek om advies voor te leggen aan de adviesraad.
2Het college bevestigt de ontvangst van een advies terstond en deelt de adviesraad binnen zes weken na ontvangst zijn standpunt mee. Het college betrekt de adviezen bij de verdere besluitvorming. Wanneer van het advies wordt afgeweken wordt dit in het besluit gemotiveerd.
3Het college kan besluiten de adviesraad niet te betrekken bij de voorbereiding van beleid of regelgeving indien:
a.er sprake is van ondergeschikte herzieningen van eerder vastgesteld beleid;
b.er sprake is van hogere regelgeving waarbij het college geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft;
c.de invoering of wijziging van beleid of regelgeving het gevolg is van een rechterlijke uitspraak, contractuele verplichtingen of andere schriftelijke afspraken;
d.het advies niet kan worden afgewacht omdat het beleidsvoornemen met grote spoed moet worden uitgevoerd.
Artikel 5. Ondersteuning
Het college verstrekt de adviesraad de benodigde informatie en financiële middelen om zijn taak naar behoren te kunnen vervullen. De gemeente wijst één of meerdere ambtenaren aan die als aanspreekpunt voor de adviesraad fungeren.
Artikel 6. Bestuurlijk overleg
1De adviesraad of een afvaardiging daarvan heeft ten minste éénmaal per jaar overleg met de wethouders die verantwoordelijk zijn voor de beleidsterreinen waarop hij adviseert.
2Zowel de wethouders als de adviesraad kunnen voor het overleg, bedoeld in het eerste lid, bespreekpunten aandragen.
Artikel 7. Inwerkingtreding en citeertitel
1Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van haar bekendmaking onder gelijktijdige intrekking van de Verordening Cliëntenparticipatie Participatiewet 2015
2Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening cliëntenparticipatie sociaal domein Leiden 2019