Gemeentelijke regelgeving

Subsidieregeling decentrale politieke partijen Leiden

Gemeente Leiden · geldt sinds 21 oktober 2026

Aanhef

Het college van burgemeester en wethouders van Leiden,

gelet op artikelen 2 eerste lid, aanhef en onder a en 3 van de Algemene Subsidieverordening gemeente Leiden 2026 en daaropvolgende wijzigingen,

besluit de volgende regeling vast te stellen:

Subsidieregeling decentrale politieke partijen Leiden.

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:

a.aanvrager: een decentrale politieke partij;

b.ASV: de Algemene Subsidieverordening gemeente Leiden 2026 en daaropvolgende wijzigingen;

c.Awb: Algemene wet bestuursrecht;

d.college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leiden;

e.decentrale politieke partij:

o vereniging die met haar volgens artikel G 3 van de Kieswet geregistreerde naam boven de kandidatenlijst heeft deelgenomen aan de laatstgehouden verkiezing van de gemeenteraad van de gemeente Leiden, waarbij aan die lijst ten minste een zetel is toegewezen; of

o orgaan zonder rechtspersoonlijkheid dat volgens de statuten deel uitmaakt van een vereniging die met haar volgens artikel G 1 of G 2 van de Kieswet geregistreerde naam boven de kandidatenlijst heeft deelgenomen aan de laatstgehouden verkiezing van de gemeenteraad van de gemeente Leiden, waarbij aan die lijst ten minste een zetel is toegewezen;

f.gift: een bijdrage of handeling die door een decentrale politieke partij wordt aanvaard en die geen subsidie is, waarbij de gever de partij bevoordeelt ten koste van zijn of haar eigen vermogen;

g.raad: gemeenteraad van gemeente Leiden;

h.zetel: zetel in de gemeenteraad van gemeente Leiden.

Artikel 2 Doel van de subsidie

Deze subsidieregeling heeft als doel het verstrekken van subsidies door het college voor activiteiten die bijdragen aan de ondersteuning van de gemeentelijke democratie en de bevordering van financiële en organisatorische transparantie van decentrale politieke partijen.

Artikel 3 Reikwijdte

Voor zover in deze subsidieregeling niet anders is bepaald, zijn de begripsomschrijvingen en bepalingen van de ASV van toepassing.

Artikel 4 Voorwaarden subsidieaanvraag

De subsidieaanvraag voldoet aan de volgende voorwaarden:

1De aanvraag wordt schriftelijk en bij voorkeur digitaal via eHerkenning ingediend bij het college via het betreffende aanvraagformulier via de website van de gemeente www.leiden.nl/subsidies.

2Bij de aanvraag verstrekt de aanvrager ook het aantal zetels dat bij de vaststelling van laatstgehouden de verkiezingsuitslag aan de decentrale politieke partij is toegewezen.

Artikel 5 Indieningstermijn

1Een aanvraag wordt ingediend vóór 6 april van het jaar waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft.

2Een aanvraag wordt alleen in behandeling genomen als deze binnen de in het eerste lid genoemde termijn is ontvangen en vergezeld gaat van de in artikel 4 genoemde gegevens.

3Als de in artikel 4 genoemde gegevens ontbreken dan wordt een hersteltermijn van 10 werkdagen gegeven om de ontbrekende gegevens aan te leveren.

4In afwijking van de in het eerste lid genoemde aanvraagtermijn kan een aanvraag voor 2026 worden ingediend binnen acht weken na bekendmaking van deze subsidieregeling.

Artikel 6 Beslistermijn

1Het college beslist op een aanvraag voor een subsidie uiterlijk 30 juni na ontvangst van de volledige subsidieaanvraag.

2In afwijking van de in het eerste lid genoemde uiterlijke beslisdatum, beslist het college op een aanvraag voor 2026 binnen acht weken na ontvangst van de in het eerste lid genoemde aanvraag.

Artikel 7 Doelgroep

Deze subsidieregeling is bedoeld voor decentrale politieke partijen in gemeente Leiden die een of meer zetels in de gemeenteraad hebben toegewezen gekregen bij de laatstgehouden verkiezingen.

Artikel 8 Subsidiabele activiteiten

1De subsidie wordt verstrekt voor:

a.politieke vormings- en scholingsactiviteiten;

b.informatievoorziening;

c.het onderhouden van contacten met zusterpartijen buiten Nederland en het ondersteunen van vormings- en scholingsactiviteiten ten behoeve van het kader van die partijen;

d.politiek-wetenschappelijke activiteiten;

e.activiteiten ter bevordering van de politieke participatie van jongeren en andere ondervertegenwoordigde groepen;

f.het werven van leden;

g.het betrekken van niet-leden bij activiteiten van de politieke partij;

h.werving, selectie en begeleiding van politieke ambtsdragers;

i.activiteiten in het kader van verkiezingscampagnes.

2De in het eerste lid genoemde activiteiten komen alleen voor subsidie in aanmerking als zij plaatsvinden binnen of gericht zijn op het gebied van gemeente Leiden.

Artikel 9 Hoogte subsidie en verdeelregels

1De hoogte van de subsidie die wordt toegekend, is afhankelijk van het aantal zetels dat bij de laatstgehouden verkiezing van de leden van de raad is toegekend aan de aanvrager, en het aantal inwoners van de gemeente.

2De rijksoverheid stelt jaarlijks het subsidiebedrag per zetel vast dat beschikbaar is voor de periode van één jaar lopend van 1 juli tot en met 30 juni van het volgende kalenderjaar.

3Als bij de laatste verkiezingen zetels zijn verdeeld over een gezamenlijke kandidatenlijst van meerdere decentrale politieke partijen (toepassing van artikel H 3 derde lid van de Kieswet), dan verklaren deze partijen samen hoeveel zetels aan elke partij worden toegerekend. Voor de berekening van het aantal zetels wordt uitgegaan van deze gezamenlijke verklaring.

4Als een decentrale politieke partij fuseert met een andere partij (zoals bedoeld in artikel 309 Boek 2 Burgerlijk Wetboek), dan worden de zetels van de betrokken partijen opgeteld en toegerekend aan de nieuwe partij. Dit geldt alleen voor zetels waarvoor nog niet eerder subsidie is aangevraagd door een van de oorspronkelijke partijen.

5Als een volksvertegenwoordiger zich afsplitst van de decentrale politieke partij, dan wel zich aansluit bij een andere politieke partij nadat de subsidie is verleend, heeft dit geen invloed op de al verleende subsidie tot de nieuwe subsidieperiode ingaat.

Artikel 10 Verplichtingen van de subsidieontvanger

In aanvulling op het bepaalde in de artikelen 12 en 13 van de ASV heeft de subsidieontvanger de volgende verplichtingen:

1De subsidieontvanger is verplicht transparant te zijn over zijn organisatie en een zodanige administratie te voeren dat deze een betrouwbaar beeld geeft van de financiële positie van de partij.

2Op grond van de in het eerste lid genoemde transparantieplicht maakt de subsidieontvanger op een algemeen toegankelijke wijze elektronisch actueel openbaar:

a.de statuten van de vereniging;

b.een overzicht van eventuele neveninstellingen als bedoeld in artikel 1 van de Wet financiering politieke partijen;

c.de procedure voor de kandidaatstelling en de benoeming van de leden van het bestuur en de statutaire organen;

d.de voorwaarden die aan het lidmaatschap, en aan de benoeming in de organen, bedoeld in onderdeel c, worden verbonden;

e.de samenstelling van de in onderdeel c bedoelde statutaire organen;

f.de procedure voor de totstandkoming van kandidatenlijsten bij verkiezingen en, indien van toepassing, de criteria op basis waarvan personen daarvoor worden geselecteerd;

g.een financieel verslag over het voorafgaande kalenderjaar op uiterlijk 30 juni;

h.een activiteitenverslag over het voorafgaande kalenderjaar uiterlijk op 31 augustus.

3Op grond van de in het eerste lid genoemde verplichting tot het voeren van een transparante financiële administratie neemt de subsidieontvanger de volgende zaken in zijn administratie op en bewaart deze gedurende zeven jaar:

a.de ontvangen subsidies;

b.de aanvaarde giften met een cumulatieve geldwaarde van meer dan € 250,00 van één donateur in het kalenderjaar, inclusief de naam en het adres van de donateur en de datum van ontvangst;

c.de overige inkomsten;

d.de vermogenspositie;

e.de schulden boven de € 5.000,00, inclusief de naam en het adres van de schuldeiser en de datum van het ontstaan.

4Het financiële verslag, genoemd in het tweede lid, aanhef en onder g, bevat de informatie die in het derde lid is genoemd, behalve het adres van de donateur. Als een donateur vanwege zijn of haar veiligheid bezwaar maakt tegen het vermelden van de naam, hoeft de naam niet te worden opgenomen. In dat geval wordt wel aangegeven tot welke soort organisatie of instelling de donateur behoort.

Artikel 11 Bevoorschotting subsidie

1Het college bevoorschot de subsidie in zijn geheel.

2De uitbetaling vindt plaats op het moment van de verlening van de subsidie.

Artikel 12 Verantwoording en vaststelling subsidie

1Het college stelt, in afwijking van artikel 16 en 17 van de ASV, de subsidie direct vast, zonder voorafgaande verantwoording door de subsidieontvanger.

2Het college zal bij subsidies die direct worden vastgesteld steekproefsgewijs controleren of de gesubsidieerde activiteiten overeenkomstig de subsidieaanvraag en de overige verplichtingen zijn gerealiseerd.

3Het college behoudt op grond van artikel 4:49 van de Awb de mogelijkheid om, na de vaststelling van de subsidie de subsidie (deels) terug te vorderen als de subsidie niet is besteed aan de activiteiten zoals benoemd in artikel 8, of wanneer het aantal zetels afwijkt van het gestelde aantal in het subsidieverzoek.

Artikel 13 Inwerkingtreding

1Deze regeling treedt in werking op de dag na bekendmaking en werkt terug tot en met 1 juli 2026.

2Deze regeling vervalt op de dag dat de Wet op de politieke partijen van kracht wordt. Vastgestelde subsidiebedragen worden dan enkel via een eventuele steekproef nog gecontroleerd.

Artikel 14 Citeertitel

Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: ’Subsidieregeling decentrale politieke partijen Leiden’.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.