Gemeentelijke regelgeving

Subsidieregeling Onderhoud Gemeentelijke Monumenten Land van Cuijk 2024

Gemeente Land van Cuijk · geldt sinds 1 januari 2024

Aanhef

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Land van Cuijk;

gelet op Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht;

gelet op het bepaalde in de Erfgoedverordening Land van Cuijk 2023;

gelet op de Algemene Subsidieverordening Land van Cuijk 2024;

overwegende dat

de gemeente in het algemeen belang het lokale cultureel erfgoed wil behouden;

de gemeente objecten of gebouwen die van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde heeft aangewezen als gemeentelijk monument;

het gewenst is activiteiten te stimuleren die bijdragen aan behoud en herstel van gemeentelijke monumenten;

de kosten van instandhouding van gemeentelijke monumenten hoger zijn dan de kosten van instandhouding van niet-monumentale gebouwen, vanwege de hogere eisen aan architectonische uitwerking, materiaalgebruik en detaillering;

subsidie wordt gegeven als tegemoetkoming van deze hogere kosten en het feit dat de monumenten zijn aangewezen in het algemeen belang.

besluit:

vast te stellen de navolgende regeling

‘Subsidieregeling Onderhoud Gemeentelijke Monumenten Land van Cuijk 2024’

Artikel 1. Begripsbepalingen

a.Gemeentelijk monument:

Monument of archeologisch monument als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet dat is ingeschreven in het gemeentelijk erfgoedregister – op het moment dat met de te subsidiëren activiteiten een aanvang wordt gemaakt.

b.Onderhoud:

Noodzakelijke reguliere werkzaamheden die gericht zijn op het behoud van de monumentale waarden.

c.Subsidie:

De aanspraak op financiële middelen door het college verstrekt aan de eigenaar, met het oog op onderhoud van een beschermd gemeentelijk monument, voor zover dit bij en/of krachtens deze regeling is bepaald.

d.Eigenaar:

De natuurlijke persoon of rechtspersoon die het recht van eigendom of een ander zakelijk recht, zoals recht op erfpacht of opstalhouderschap, van een gemeentelijk monument heeft op het monument.

e.Subsidieplafond:

Het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogte beschikbaar is voor subsidies krachtens een bepaald wettelijk voorschrift.

Artikel 2. Algemene bepalingen

1Burgemeester en wethouders kunnen aan een eigenaar van een gemeentelijk monument een bijdrage toekennen in de subsidiabele onderhoudskosten indien daartoe bestemde middelen dit toelaten.

2Indien de in lid 1 bedoelde gelden zijn uitgeput moeten burgemeester en wethouders de aanvraag om subsidie afwijzen.

3De bijdrage in de subsidiabele onderhoudskosten bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele onderhoudskosten (incl. BTW) tot een maximum bedrag van € 2.500,- éénmaal per vijf jaar.

4De in lid 1 bedoelde kosten komen slechts voor subsidie in aanmerking indien het monument waaraan het onderhoud zal geschieden in zodanige staat van onderhoud verkeert, dat burgemeester en wethouders het verrichten van onderhoud zinvol achten.

5Bij onderhoudssubsidies worden geen voorschotten verleend.

6De subsidiabele onderhoudskosten worden bepaald aan de hand van beoordeling op noodzakelijkheid, soberheid, doelmatigheid en de bepalingen in de bouw- en de erfgoedverordening.

7De uiteindelijke hoogte van de subsidie wordt bepaald en uitbetaald nadat de werkzaamheden conform subsidieverlening zijn uitgevoerd, gereed gemeld en akkoord zijn bevonden.

8De uitbetaling van de subsidie geschiedt uitsluitend op een door de eigenaar opgegeven bankrekeningnummer.

9Aanvragen worden behandeld op volgorde van ontvangst.

Artikel 3. De subsidieaanvraag

1In afwijking van artikel 7 van de Algemene Subsidieverordening Land van Cuijk 2024, moet een aanvraag om subsidie op grond van deze regeling bij burgemeester en wethouders voor 31 december voorafgaand aan het jaar waarin het onderhoud plaats vindt worden ingediend.

2De aanvraag om subsidie dient door de eigenaar schriftelijk, op een daartoe beschikbaar gesteld formulier, bij het college van burgemeester en wethouders te worden ingediend.

3Naast het in lid 2 genoemde formulier overlegt de aanvrager de volgende gegevens:

a.Een gespecificeerde begroting van de onderhoudskosten. In deze begroting moeten duidelijk per aangevraagd onderdeel de materiaalkosten, de hoeveelheden en de te besteden arbeidsuren gespecificeerd zijn, zo nodig inclusief algemene kosten, bouwplaatskosten e.d.;

b.Kopie van de opstalverzekering;

c.Een omschrijving van de onderhoudswerkzaamheden;

d.Tekeningen en/of (detail)foto’s die de aan te pakken onderdelen van het monument aangeven;

e.De naam en het adres van de voor de uitvoering van de werkzaamheden verantwoordelijke persoon/bedrijf;

4Burgemeester en wethouders kunnen bepalen dat naast de in het lid 3 genoemde bescheiden andere gegevens moeten worden overlegd.

5Alvorens op een aanvraag te beslissen kan door burgemeester en wethouders een advies bij een deskundige commissie (Commissie Ruimtelijke Kwaliteit of Welstandscommissie) worden ingewonnen.

6Burgemeester en wethouders nemen, in afwijking van artikel 8 van de Algemene Subsidieverordening Land van Cuijk 2024, uiterlijk 15 maart van het jaar waarin de onderhoudswerkzaamheden dienen te worden uitgevoerd een besluit op de subsidieaanvraag.

Artikel 4. Subsidiabele werkzaamheden

Onder subsidiabele werkzaamheden worden verstaan de kosten die worden gemaakt voor:

1Herstel van dakvlakken gedekt met pannen (met deklatten), leien, lood, zink of koper met beperkt herstel van dakbeschot en sporen;

2Herstel van goten in zink, koper of lood inclusief bijbehorende hemelwaterafvoeren;

3Herstel van rieten daken met daklatten en beperkt herstel van sporen;

4Herstel van buitenkozijnen inclusief buitendeuren en luiken, ramen, glas en besponning;

5Herstel van windveren, schoorstenen, kapellen en loodaansluitingen;

6Inboeten, beperkt herstel van muurwerk en opvoegen of pleisteren van gevels;

7Beperkt vervangen of inboeten van natuursteen;

8Behandeling van muur- en houtwerk ter regulering van de vochthuishouding dan wel ter bestrijding van zwamaantasting of houtaantasters;

9Herstel, vervangen en indien nodig het aanbrengen van een nieuwe bliksembeveiliging

10Buitenschilderwerk en binnenschilderwerk voor wat betreft buitenkozijnen, - deuren en -ramen;

11Beperkt herstel van dragende constructies (ankerbalk gebinten, schoren en platen, balkkoppen, spantbenen);

12Vervanging en herstel van overige bouwelementen met waarde van grote zeldzaamheid of historische waarde.

Artikel 5. Onderhoudskosten die voor subsidie in aanmerking komen.

1Onderhoudskosten die voor subsidie in aanmerking komen zijn kosten die, naar het oordeel van burgemeester en wethouders regelmatig noodzakelijk zijn om een monument, op sobere en doelmatige wijze, als zodanig te onderhouden.

2Indien een eigenaar zelf werkzaamheden in het kader van het onderhoud verricht, komen de kosten voor tijdsinvestering, kilometervergoeding en/of aanschaf van gereedschappen niet in aanmerking voor subsidie.

Artikel 6. Voorwaarden

1Met de uitvoering van het onderhoud mag niet eerder worden begonnen, dan nadat de subsidie in een beschikking is toegekend.

2Als voor de werkzaamheden een omgevingsvergunning is vereist, mag met de uitvoering van de werkzaamheden niet eerder worden begonnen dan nadat burgemeester en wethouders deze hebben verleend.

3De aanvrager dient een door burgemeester en wethouders aangewezen deskundige desgewenst de gelegenheid te geven de wijze waarop het onderhoud wordt of is uitgevoerd te controleren.

4Burgemeester en wethouders kunnen nadere subsidievoorwaarden opleggen.

Artikel 7. Weigeren van onderhoudssubsidie

1De subsidie wordt geweigerd indien:

a.De kosten van de te treffen voorzieningen door een verzekeringsmaatschappij of anderszins zijn of worden gedekt;

b.Met de uitvoering van de onderhoudswerkzaamheden is begonnen voordat op de aanvraag door burgemeester en wethouders is beslist;

c.Er niet aan de subsidiabele werkzaamheden wordt voldaan zoals deze genoemd staan in artikel 4 van deze subsidieregeling;

d.Er niet aan de subsidiabele onderhoudskosten wordt voldaan zoals deze genoemd staan in artikel 5 van deze subsidieregeling;

e.De subsidiabele onderhoudskosten minder bedragen dan € 250,-.

2De subsidie wordt tevens geweigerd indien voor het te treffen van onderhoud een omgevingsvergunning vereist is en deze is geweigerd;

3Burgemeester en wethouders kunnen de ingevolge dit hoofdstuk toegekende subsidie verlagen, de verleende subsidie geheel of gedeeltelijk terugvorderen en/of de eigenaar van verdere subsidie uitsluiten indien:

a.De eigenaar de in artikel 6 neergelegde of de door burgemeester en wethouders nader gestelde subsidievoorwaarden niet naleeft;

b.De eigenaar opzettelijk onjuiste gegevens verstrekt welke, indien zij juist waren geweest, tot afwijzing van de subsidieaanvraag of tot een lager subsidiebedrag zouden hebben geleid.

Artikel 8. Vaststelling van de subsidie

Tot vaststelling en uitbetaling van de subsidie wordt overgegaan nadat aan de volgende voorwaarden is voldaan:

1De subsidieontvanger dient binnen drie maanden na voltooien van de instandhoudingswerkzaamheden en uiterlijk 1 jaar na de datum van de beschikking dit gereed te melden op een daartoe door de gemeente beschikbaar gesteld formulier. Bij deze gereedmelding dienen de volgende documenten te worden gevoegd:

a.Een volledig overzicht van de uitgevoerde instandhoudingswerkzaamheden;

b.Een specificatie van de op lid a betrekking hebbende kosten inclusief uitgevoerde meer- en minder werk;

c.Facturen en betalingsbewijzen met betrekking tot de instandhoudingwerkzaamheden en de benodigde vergunning indien sprake is van vergunningplichtige activiteiten.

2De gereedmelding, als bedoeld in het eerste lid, is ook de aanvraag om vaststelling van de definitieve subsidie.

3De aanvrager dient een door burgemeester en wethouders aangewezen deskundige desgewenst de gelegenheid te geven de wijze waarop het onderhoud is uitgevoerd te controleren.

Artikel 9. Subsidieplafond

1Het college stelt voor ieder kalenderjaar een subsidieplafond, als bedoeld in artikel 4.25 e.v. van de Algemene wet bestuursrecht, voor de in deze regeling beschreven subsidies vast.

2Het subsidieplafond wordt jaarlijks vóór 1 januari van het subsidiejaar bekend gemaakt.

3Verstrekking van subsidie vindt plaats op volgorde van ontvangst van complete aanvragen, totdat het voor de betrokken subsidiecategorie vastgestelde subsidieplafond is bereikt.

4Als de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van ontvangst van de aanvraag de datum waarop de aangevulde aanvraag is ontvangen.

Artikel 10. Hardheidsclausule

Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen ten gunste van een belanghebbende afwijken van deze regeling, indien strikte toepassing ervan tot onbillijkheden van overwegende aard zouden leiden.

Artikel 11. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2024.

Artikel 12. Citeertitel

Deze regeling kan worden aangehaald als ‘Subsidieregeling Onderhoud Gemeentelijke Monumenten Land van Cuijk 2024’.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.