Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Land van Cuijk,
gelet op: Participatiewet, Wet Huisbezoeken, Algemene wet op het binnentreden en Algemene wet bestuursrecht
besluit:
1vast te stellen:
Protocol Huisbezoek Participatiewet gemeente Land van Cuijk 2023;
2vervallen te verklaren:
Protocol Huisbezoek 2015 Sociale Zaken gemeenten Boxmeer en Sint Anthonis.
hoofdstuk
3. Toestemming tot binnentreden woning
3.1 Informed consent
Informed consent wil zeggen dat de toestemming van belanghebbende tot binnentreden van de woning, berust op volledige en juiste informatie over de reden en het doel van het huisbezoek en de gevolgen in geval van weigering. Dit dient te gebeuren voorafgaand aan het verzoek tot daadwerkelijke binnentreding van de woning.
Het begrip ‘informed consent’ houdt in dat:
•de belanghebbende zijn toestemming op basis van vrijwilligheid moet verlenen;
•deze toestemming moet gebaseerd zijn op volledige en juiste informatie over de reden en het doel van het huisbezoek;
•de rechten en plichten rondom het huisbezoek alsmede de gevolgen bij weigering van een huisbezoek voor de belanghebbende duidelijk moeten zijn.
Over de vraag of de belanghebbende al dan niet toestemming verleent mag geen twijfel bestaan.
De bewijslast van de toestemming tot het binnentreden van de woning, nadat de belanghebbende volledig is geïnformeerd, ligt bij de gemeente.
Om deze reden is het aan te bevelen om belanghebbende een schriftelijke “informed consent” te laten ondertekenen.
3.2 Aanbod van een huisbezoek ter verificatie
Het verifiëren van de leefsituatie kan onder meer via een huisbezoek. Door het huisbezoek is het mogelijk voor gemeenten om de woonsituatie, de leefvorm en/of het aantal kostendelers ‘achter de voordeur’ vast te stellen.
De “Wet Huisbezoeken” heeft betrekking op de volgende situaties:
1Wat betreft de leefvorm gaat het er om, dat de gemeente de belanghebbende kan verzoeken zijn leefvorm aan te tonen en hem kan aanbieden in dat kader een huisbezoek af te leggen. Onder aantonen van de leefvorm wordt verstaan:
a.aantonen dat belanghebbende alleenstaand is (de woning wordt niet gedeeld met andere meerderjarige personen) of
b.aantonen dat de kostendelersnorm van artikel 22a Participatiewet niet op belanghebbende van toepassing is (de woning wordt gedeeld met andere meerderjarige personen, maar er is bijvoorbeeld sprake van een zakelijke relatie) of
c.aantonen dat er niet meer dan het opgegeven aantal meerderjarige personen hoofdverblijf heeft in dezelfde woning.
2Wat betreft de woonsituatie gaat het er om dat de gemeente belanghebbende kan verzoeken aan te tonen waar hij woont en hem kan aanbieden in dat kader een huisbezoek af te leggen.
Wanneer de gemeente na administratieve verificatie vaststelt dat de verstrekte gegevens ‘op papier’ kloppen, maar onvoldoende duidelijkheid geven over de feitelijke leefsituatie, kan zij het aanbod doen om de leefsituatie aan te tonen d.m.v. een huisbezoek.
Dit aanbod gebeurt voorafgaand aan het verzoek tot daadwerkelijke binnentreding van de woning.
Het aanbod om de leefsituatie aan te tonen d.m.v. een huisbezoek wordt in het algemeen gedaan bij de voordeur, maar kan ook gedaan worden tijdens een (intake)gesprek in het gemeentehuis.
3.3 Afzien van huisbezoek i.v.m. dringende redenen c.q. belangenafweging
Het kan voorkomen dat de belanghebbende te kennen geeft een zeer dringende reden te hebben voor de weigering van het huisbezoek of voor de weigering -tijdens het huisbezoek- om bepaalde zaken te laten zien.
Er kan sprake zijn van zeer dringende redenen om de onmiddellijke uitvoering van een huisbezoek te weigeren. Hiervan zal, gezien de gebruikte beoordelingsnorm “zeer dringende redenen” slechts zeer zelden sprake van kunnen zijn.
Als voorbeeld zou kunnen gelden een afspraak van belanghebbende bij de dokter/met het ziekenhuis. Indien belanghebbende zich hierop beroept, is het aan te bevelen om deze afspraak in diens bijzijn direct telefonisch te checken of de belanghebbende dit te laten tonen d.m.v. een afsprakenlijst.
3.4 Intrekken toestemming
Natuurlijk kan de bewoner zijn eenmaal gegeven toestemming op elk moment intrekken. Vanaf dat moment bevindt men zich zonder toestemming van de bewoner in de woning en zal men de woning dienen te verlaten. Wordt dit niet gedaan dan is men wederrechtelijk in de woning en pleegt men een ambtsmisdrijf (ambtelijke huisvredebreuk) in de zin van artikel 370 Wetboek van Strafrecht.
Om schending van de inlichtingenplicht (artikel 17, lid 2 Participatiewet) aan besluitvorming ten grondslag te kunnen leggen moet de gemeente aannemelijk maken, dat betrokkene zijn eenmaal gegeven toestemming heeft ingetrokken. De belanghebbende dient duidelijk te zijn gemaakt dat weigering, om medewerking te verlenen aan voortzetting van het huisbezoek, gevolgen heeft voor het recht op bijstand, dan wel op de hoogte van de bijstand.
3.5 Weigeren huisbezoek
Als een uitkeringsgerechtigde of de aanvrager van een uitkering niet meewerkt aan een huisbezoek kan dit gevolgen hebben voor het recht op bijstand.
Geen vermoeden van fraude:
De “Wet Huisbezoeken” regelt de rechtsgevolgen van het weigeren van een huisbezoek ter verificatie.
Wanneer iemand een huisbezoek ter verificatie van de verstrekte inlichtingen weigert en niet op andere wijze aantoont dat hij feitelijk woont op het opgegeven adres of wat zijn leefvorm is, kan dit de volgende gevolgen hebben:
Indien de belanghebbende niet aantoont dat hij alleenstaande (ouder) is
De uitkering wordt vastgesteld op 50% van de gehuwdennorm, zonder verdere toeslag. Artikel 9, lid 4 van de Participatiewet wordt buiten toepassing gelaten
Indien belanghebbende niet aantoont dat hij feitelijk woont op het opgegeven adres
De uitkering wordt opgeschort met het verzoek binnen de gestelde termijn alsnog op andere wijze aan te tonen aldaar feitelijk te verblijven. Indien betrokkene dit nalaat wordt het recht ingetrokken vanaf datum schorsing
Indien betrokkene niet aantoont dat hij zijn kosten niet met een ander kan delen.
De toepasselijke norm wordt verlaagd overeenkomstig de bepalingen van de Participatiewet. Dit geldt voor zowel de alleenstaande en de alleenstaande ouder als voor het gezin.
Vermoeden van fraude:
Eerder is vermeld dat de rechtsgevolgen van het weigeren mee te werken aan een huisbezoek ter controle van de woon- en leefsituatie het afwijzen van een bijstandsaanvraag dan wel het intrekken van de bijstand tot gevolg kan hebben.
Hersteltermijn
Bij het weigeren hoeft geen hersteltermijn gegeven te worden omdat een hersteltermijn de belanghebbende in de gelegenheid zou stellen de situatie aan te passen aan de door hem gewenste situatie. Gezien de mogelijke gevolgen van de weigering is het wel zorgvuldig de belanghebbende bedenktijd te geven.
D. Richtlijnen huisbezoek
1Algemene richtlijnen
Bij het afleggen van huisbezoeken kunnen de volgende richtlijnen worden gehanteerd:
•Alvorens een huisbezoek wordt afgelegd, wordt de door belanghebbende opgegeven leefsituatie geverifieerd met behulp van authentieke bronbestanden (bijv. uitkeringsdossier, Basisregistratie Personen <BRP>, Dienst Wegverkeer <RDW>, etc.) waarover de gemeente de beschikking heeft.
•Bij voorkeur vindt huisbezoek overdag plaats binnen de kantooruren. Afwijking hiervan is mogelijk, indien daartoe een specifieke aanleiding aanwezig is.
•Met uitzondering van het huisbezoek vanuit het oogpunt van dienstverlening, wordt het huisbezoek door twee personen afgelegd om redenen van veiligheid en betere- respectievelijk sterkere oordeel- en bewijsvorming.
•Uit privacy overwegingen wordt het gesprek over de leefsituatie niet bij de voordeur van de woning gevoerd, maar in de woning van de belanghebbende of een andere daartoe geschikte ruimte naar keuze van de belanghebbende.
Let wel: voordat men de woning naar binnen gaat, dient aan de eerder vermelde voorwaarden zijn voldaan.
•Als belanghebbende weigert mee te werken aan het huisbezoek wordt altijd gevraagd naar de reden van weigering. Dit in verband met de mogelijkheid die de belanghebbende heeft op grond van dringende redenen.
•Het huisbezoek start in eerste instantie in de huiskamer van de woning.
•Een rondleiding door de woning van de belanghebbende is alleen toegestaan met de uitdrukkelijke toestemming van de belanghebbende en in diens aanwezigheid.
•Bij het betreden van de diverse woonruimten loopt de belanghebbende steeds voorop.
•Kasten en/of deuren worden geopend door de belanghebbende.
•Tijdens het huisbezoek moet er objectief worden waargenomen, details kunnen belangrijk zijn.
•Er mogen alleen vragen worden gesteld, die noodzakelijk zijn voor het vaststellen van het doel dat voorafgaand aan het binnentreden aan de belanghebbende is medegedeeld.
•Het stellen van confronterende vragen in de woning van belanghebbende is juridisch toegestaan. Om onnodige agressie en discussie te voorkomen wordt in specifieke gevallen echter aangeraden om de belanghebbende hiervoor op een later tijdstip uit te nodigen.
•Het is aan te bevelen om de belanghebbende niet in de woning te confronteren met een mogelijke voor de belanghebbende negatieve/nadelige uitslag.
•Mochten tijdens het huisbezoek in de woning overige bevindingen gesignaleerd worden, welke niet in relatie staan tot het doel/de reden welke aan de belanghebbende is medegedeeld, dan wordt opnieuw toestemming gevraagd voor het huisbezoek.
•De ambtenaar stelt zich tegenover de belanghebbende correct (niet provocerend), zakelijk, respectvol, transparant en zorgvuldig op.
•Na afloop van het huisbezoek leggen de ambtenaren de vervolgprocedure uit aan de belanghebbende.
•De belanghebbende wordt (zo spoedig mogelijk) voor een vervolggesprek uitgenodigd.
•Belanghebbende krijgt na afloop van het huisbezoek de ruimte om vragen te stellen en er wordt aan belanghebbende gevraagd of alles duidelijk is.
•Indien de belanghebbende zijn eenmaal gegeven toestemming intrekt, wordt het huisbezoek gestopt en wordt de woning verlaten.
•Tijdens het vervolggesprek op het gemeentehuis wordt de belanghebbende gelegenheid gegeven om de onderzoeksgegevens in te zien. Belanghebbende krijgt hierbij de gelegenheid tot het lezen van het verslag van het huisbezoek en wordt in staat gesteld correcties/aanvullingen aan te brengen.
•Het is aan te bevelen om de belanghebbende het verslag van het huisbezoek mee te geven.
•Indien op basis van het huisbezoek duidelijkheid is ontstaan over de leefsituatie, dan wordt de belanghebbende hiervan in kennis gesteld, waarbij hem tevens wordt medegedeeld over de aard van het advies met betrekking tot het te nemen besluit.
•Belanghebbende wordt medegedeeld dat het besluit in de vorm van een beschikking wordt toegestuurd.
•Specifiek bij kamerbewoning:
Indien belanghebbende een kamer bewoont en de hoofdbewoner/verhuurder bezwaar heeft met betrekking tot het betreden van de woning, dan wordt afgezien van het binnentreden van de woning.
Als ten gevolge van deze weigering de rechtmatigheid van de uitkering niet kan worden vastgesteld, zal dit consequenties hebben voor de uitkering van de belanghebbende.
Een door de belanghebbende gehuurde kamer mag alleen betreden worden in aanwezigheid en met toestemming van de belanghebbende.
2Veiligheid
De gezondheid en veiligheid van de uitvoerders van het huisbezoek is een belangrijke voorwaarde bij het afleggen van een huisbezoek.
Waar dat mogelijk is, moet voorkomen worden dat er een onveilige situatie ontstaat voor de uitvoerder van het huisbezoek en voor de belanghebbende.
Belangrijke aanbevelingen hierbij zijn:
•Bij de voorbereiding van het huisbezoek dient aandacht te worden geschonken aan mogelijk onveilige situaties die zich al eerder in het contact met de belanghebbende of diens directe omgeving hebben voorgedaan.
•Informeer vooraf goed over de belanghebbende (als dat mogelijk is) bij de handhaver.
•Bespreek vooraf de indicaties die erop wijzen dat de kans van een onveilige situatie zich kan voordoen (bijvoorbeeld is de belanghebbende in het kader van het agressieprotocol de toegang tot de gemeentelijke locatie ontzegd).
•Bij een sterke aanwijzing van onveiligheid vooraf overleg plegen met leidinggevenden en zo mogelijk met de handhaver.
•Huisbezoeken worden door 2 personen afgelegd.
•Zorg voor telefonische bereikbaarheid in de vorm van een mobiele telefoon.
•Indien er een gevoel van onveiligheid ontstaat tijdens het onderzoek dient de woning zo snel mogelijk te worden verlaten.
•Tijdens het huisbezoek zijn de ambtenaren altijd in dezelfde ruimte, dus nooit één van de twee alleen bij de belanghebbende.
•De naaste collega’s weten bij wie, waar, met welk doel en wanneer het huisbezoek plaatsvindt.
•Collega’s nemen telefonisch contact op, in geval men niet op de afgesproken tijd terug is op het gemeentehuis.
•Bespreek de onderzoeksbevindingen niet op het moment van het huisbezoek maar (zo mogelijk) de volgende dag tijdens het gesprek op het gemeentehuis. Deel de belanghebbende dat ook mee.
3Verslag van het huisbezoek
Van ieder huisbezoek dient een schriftelijk verslag opgemaakt te worden. Het verslag bevat in ieder geval de volgende gegevens:
•Naam van de ambtenaren die het huisbezoek hebben afgelegd.
•Dat het huisbezoek een redelijk middel is om tot het uiteindelijke doel te komen en dat er geen minder ingrijpend middel voorhanden was.
•Plaats, adres, dag, datum en tijdstip (begin en einde) van het huisbezoek.
•Dat belanghebbende volledige informatie is verstrekt (informed consent).
•Dat de belanghebbende toestemming heeft gegeven voor het binnentreden van de woning.
•Dat de belanghebbende aanwezig is geweest tijdens het huisbezoek.
•De verschillende ruimten in de woning welke betreden zijn.
•Een beschrijving van de woning (intern en extern).
•Vermeld alleen zakelijke en objectieve feiten die relevant zijn voor het onderzoek en het doel.
•Baseer conclusies alleen op objectieve en feitelijke omstandigheden.
•Voorkom het maken van ‘sfeerverslag’ door veronderstellingen te melden.
•Dagtekening en ondertekening van het verslag door beide ambtenaren.
•Noteer opmerkingen/aanvullingen van de belanghebbende in het verslag.
•Laat de belanghebbende het verslag mede ondertekenen. Stel het verslag beschikbaar aan de belanghebbende.
4Bespreking huisbezoek met de belanghebbende
Het past bij zorgvuldig behoorlijk handelen dat de belanghebbende in de gelegenheid wordt gesteld om op de uitkomst van het huisbezoek te reageren alvorens te besluiten, als er nog vraagtekens zijn na afloop van het huisbezoek.
Dit brengt met zich mee dat:
•De belanghebbende in de gelegenheid gesteld moet worden zijn zienswijze kenbaar te maken, in het bijzonder wanneer het voornemen bestaat een voor de belanghebbende nadelig besluit te nemen.
•Op grond daarvan getrokken conclusies ten aanzien van het recht op bijstand aan belanghebbende kenbaar worden gemaakt.
•Belanghebbende zo spoedig mogelijk (zo mogelijk de dag na het huisbezoek) op het gemeentehuis wordt uitgenodigd.
•De zienswijze van belanghebbende met betrekking tot de conclusies in het rapport wordt vastgelegd en in de beoordeling wordt meegewogen. Dit wordt ook in de motivering van het besluit opgenomen. Het besluit mag voor belanghebbende niet ‘vanuit het niets’ komen.