Gemeentelijke regelgeving

Intrekkingsbeleid omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen van een of meer woningen/appartementen

Gemeente Kerkrade · geldt sinds 16 mei 2014

2 Doelstelling en reikwijdte

2.1 Doelstelling

Het doel is om een uniform en gelijkluidend intrekkingsbeleid te formuleren dat door alle Parkstadgemeenten wordt gehanteerd en dat ondersteuning biedt bij het uitvoeren van de uitgangspunten van de Regionale Woonstrategie 2012-2020: Kiezen voor Parkstad. Nu het thans vigerende intrekkingsbeleid door de inwerkingtreding van de Wabo niet meer toepasbaar is, wordt het intrekkingsbeleid middels deze nota

‘Waboproof’ gemaakt.

2.2 Reikwijdte

De reikwijdte van het beleid betreft omgevingsvergunningen voor het bouwen van één of meer woningen / appartementen. Het betreft dus niet het intrekken van omgevingsvergunningen voor de activiteit bouwen betreffende aan- of bijgebouwen of bedrijfsgebouwen.

Opgemerkt wordt dat in eerste instantie altijd gestreefd zal worden naar het nakomen van gemaakte afspraken.

4 Wettelijke regelgeving

4.1 Artikel 2.33, lid 2, onder a, van de Wabo

Artikel 2.33, lid 2, onder a, van de Wabo geeft het college van burgemeester en wethouders de bevoegdheid een verleende omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen geheel of gedeeltelijk in te trekken als er niet binnen 26 weken na het onherroepelijk worden van de verkregen omgevingsvergunning een begin is gemaakt met de verleende activiteit of als de activiteit langer dan 26 weken heeft stilgelegen.

4.2 Intrekkingsregeling bij uitblijven aanvang bouw

Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd om een verleende

omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen geheel of gedeeltelijk in te trekken als er niet binnen 26 weken na het onherroepelijk worden van de verkregen omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen een begin is gemaakt met het bouwen.

Aan elke vergunninghouder waarvan geconstateerd is dat niet tijdig na het

onherroepelijk worden van een verleende omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen is begonnen met het bouwen, wordt een voornemen tot intrekking van de verleende omgevingsvergunning bekend gemaakt conform het gestelde onder 5 van de onderhavige beleidsregels.

In het geval er een zienswijze is ingediend wordt bekeken of de ingediende zienswijze aanleiding geeft tot het gunnen van een ruimere termijn waarbinnen met het bouwen een begin moet zijn gemaakt.

Voornoemde termijn wordt naar redelijkheid en in het licht van het concrete geval bepaald.

4.3 Intrekkingsregeling bij stilleggen bouwwerkzaamheden

Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd om een verleende

omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen geheel of gedeeltelijk in te trekken als het bouwen langer dan 26 weken na het onherroepelijk worden van de verkregen omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen heeft stilgelegen.

Aan elke vergunninghouder met een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen waarbij geconstateerd wordt dat het bouwen 26 weken heeft stilgelegen, wordt een voornemen tot intrekking van de verleende omgevingsvergunning bekend gemaakt conform het gestelde onder 5 van de onderhavige beleidsregels.

In het geval er een zienswijze is ingediend wordt bekeken of de ingediende zienswijze aanleiding geeft tot het gunnen van een ruimere termijn waarbinnen weer gestart moet worden met het bouwen.

Voornoemde termijn wordt naar redelijkheid en in het licht van het concrete geval bepaald.

4.4 Omgevingsvergunning in twee fasen

Op grond van artikel 2.5, lid 1, van de Wabo wordt op verzoek van de aanvrager een omgevingsvergunning in twee fasen verleend. In de eerste fase kan bijvoorbeeld het kapgedeelte en het planologisch gedeelte van de vergunning worden aangevraagd en in de tweede fase het bouwgedeelte. Op grond van de Wabo is het niet meer mogelijk om het bouwgedeelte op te splitsen. De beschikkingen waarbij positief is beslist op de aanvragen met betrekking tot de eerste en tweede fase worden, als deze in werking zijn getreden, tezamen aangemerkt als een omgevingsvergunning.

Het college van burgemeester en wethouders kan (op grond van het bepaalde in artikel 2.5, lid 5, van de Wabo) een beschikking intrekken waarbij positief is beslist op een aanvraag met betrekking tot:

de eerste fase: indien niet uiterlijk twee jaar nadat de beschikking onherroepelijk is geworden een aanvraag is ingediend voor de beschikking met betrekking tot de tweede fase;

de eerste of tweede fase: indien op de aanvraag met betrekking tot de andere fase negatief is beslist en niet uiterlijk twee jaar nadat de beschikking onherroepelijk is geworden een nieuwe aanvraag is ingediend.

5 Te volgen werkwijze en procedures

5.1 Algemeen

Het is niet mogelijk een omgevingsvergunning van rechtswege te laten vervallen.

Aangezien de bevoegdheid tot het intrekken van omgevingsvergunning voor

de activiteit bouwen een discretionaire betreft, zal bij het intrekken van

omgevingsvergunningen voor de activiteit bouwen altijd sprake moeten zijn van een belangenafweging. De werkwijze en procedures omtrent het intrekken van omgevingsvergunningen voor de activiteit bouwen spitsen zich toe op de gevallen waarin (niet) tijdig is begonnen met de bouw of dat wel is begonnen maar er sprake is van een vertraging gedurende een bepaalde periode (artikel 2.33, lid 2, onder a, van de Wabo).

In de onderstaande werkwijze en procedures wordt onderscheid gemaakt tussen nog te vergunnen en reeds vergunde woningbouwontwikkelingen.

Bij nog te vergunnen woningbouwontwikkelingen van één of meerdere woningen wordt vergunninghouder in het kader van de vergunningverlening er altijd op gewezen dat als een onherroepelijke omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen na 26 weken niet gebruikt is, het college op basis van artikel 2.33, lid 2, onder a, van de Wabo bevoegd is om de omgevingsvergunning in te trekken.

Overeenkomstig artikel 3.15 van de Wabo wordt voor de intrekking van de

omgevingsvergunning dezelfde procedure gevolgd als de voorbereidingsprocedure waarmee de vergunning tot stand gekomen is.

5.2 Reguliere voorbereidingsprocedure

Hierbij krijgen belanghebbenden, voordat een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen wordt ingetrokken, de gelegenheid om hierover binnen 4 weken een zienswijze naar voren te brengen (conform artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht). Het college van burgemeester en wethouders neemt binnen 8 weken na de ontvangst van de zienswijze een besluit over het al dan niet intrekken van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen conform de beleidsregels. Het besluit tot intrekking van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen wordt bekendgemaakt aan de vergunninghouder en eventueel aan derdebelanghebbenden.

Tevens wordt het besluit gepubliceerd op de website van de gemeente (en eventueel in een huis-aan-huisblad).

5.3 Uniforme openbare voorbereidingsprocedure

Hierbij wordt op grond van het bepaalde in Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht voordat een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen wordt ingetrokken het ontwerp van het te nemen besluit gedurende 6 weken ter inzage gelegd. Voorafgaand aan deze ter inzage legging wordt een kennisgeving van het ontwerp-besluit gepubliceerd op de website van de gemeente (en eventueel in een huis-aan-huisblad). Belanghebbenden kunnen zowel schriftelijk als mondeling hun zienswijze over het ontwerp naar voren brengen. Indien er geen zienswijzen naar voren zijn gebracht neemt het college van burgemeester en wethouders binnen 4 weken nadat de termijn voor het naar voren brengen van zienswijzen is verstreken

het besluit. Indien er wel zienswijzen naar voren zijn gebracht neemt het college van burgemeester en wethouders het besluit uiterlijk 12 weken na de ter inzage legging (conform artikel 3:18 van de Algemene wet bestuursrecht).

Het besluit tot intrekking van de omgevingsvergunning voor de activiteit

bouwen wordt bekendgemaakt aan de vergunninghouder en eventueel aan

derdebelanghebbenden. Tevens wordt het besluit gepubliceerd op de website van de gemeente (en eventueel in een huis-aan-huisblad).

5.4 Zienswijze

Indien geen zienswijze naar voren wordt gebracht binnen de daarvoor gestelde termijn, wordt besloten de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen in te trekken. In het geval de vergunninghouder wel een zienswijze naar voren brengt over het voornemen tot intrekking, wordt afhankelijk van de argumenten die worden aangevoerd inzake het niet (tijdig) uitvoeren van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen, besloten of al dan niet tot intrekking wordt ingegaan. Redenen om (voorlopig) af te zien van het intrekken van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen kunnen onder meer zijn:

● nadere (contractuele) afspraken tussen vergunninghouder en gemeente over de aanvang van de bouwwerkzaamheden;

● familiaire kwesties (overlijden, ziektes);

● andere onvoorziene omstandigheden.

De genoemde punten dienen op een kenbare en aantoonbare wijze te worden onderbouwd. Het is aan het college van burgemeester en wethouders om dit te beoordelen en hier een standpunt over in te nemen. Terughoudend dient te worden omgegaan met argumenten die samenhangen met (juridische conflicten) met een aannemer of andere financiële gevolgen. Ingeval het college naar aanleiding van een zienswijze van vergunninghouder wenst af te zien van het intrekken van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen, dan wordt aan vergunninghouder een termijn gegund waarbinnen alsnog overgegaan dient te worden tot het uitvoeren van de omgevingsvergunning. Per individueel geval wordt een redelijke termijn (van maximaal één jaar) gesteld waarbinnen met de bouwwerkzaamheden moet zijn aangevangen. Bij het laten verstrijken van deze termijn, kan zonder vooraanschrijving overgegaan worden tot het intrekken van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen.

5.5 Hardheidsclausule

Er wordt volgens deze beleidsregels gehandeld tenzij dat voor één of meer

belanghebbenden gevolgen heeft die wegens bijzondere omstandigheden

onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregels te dienen doelen.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.