Aanhef
Het beleid met betrekking tot de handhaving van de naleving van de artikelen 2:67 en 2:68 van de Algemene Plaatselijke Verordening door handelaren ter voorkoming van heling.
Bijlage 1
Overtreding
Wettelijke grondslag
Sanctie 1e constatering
Sanctie 2e constatering binnen 2 jaar na constatering 1e overtreding
Sanctie 3e constatering binnen 2 jaar na constatering 2e overtreding
De handelaar houdt geen verkoopregister bij
Art 2:67 APV
Waarschuwing
Last onder dwangsom van € 1000,- per maand met een maximum van € 5.000,-
Sluiting lokaliteit voor de duur van vier weken
Verkoopregister wordt niet juist bijgehouden in een gewaarmerkt register (verschrijvingen 1 of 2 fouten)
Art. 2:67 APV
Waarschuwing
Waarschuwing
Last onder dwangsom van € 500,- per overtreding met een maximum van € 2.500,-.
Verkoopregister wordt niet juist bijgehouden in een gewaarmerkt register (verschrijvingen met meer dan 2 fouten)
Art. 2:67 APV
Waarschuwing
Last onder dwangsom van € 500,- per overtreding met een maximum van € 5000,-.
Sluiting lokaliteit voor de duur van vier weken
Geen schriftelijke opgave gedaan van woonadres en/ of handelslokaliteit(en) dan wel wijzigingen binnen gestelde termijn i.v.m. een beroep of gewoonte maken van het opkopen
Art. 2:68 APV
Waarschuwing
Last onder dwangsom van € 500,- per maand met een maximum van € 2.500,-.
Sluiting lokaliteit voor de duur van vier weken
Vervreemding of verandering goed binnen 5 dagen na verkrijging
Art. 2:68 APV
Waarschuwing
Last onder dwangsom van € 1000,- per overtreding tot een maximum van € 5000,-
Sluiting lokaliteit voor de duur van vier weken.
Nalaten medewerking te verlenen aan de toezichthouder bij de controle van het in- en/of verkoopregister
Art 2:68 APV
Waarschuwing
Last onder dwangsom van € 1000,- per maand met een maximum van € 5.000,-
Sluiting lokaliteit voor de duur van vier weken
Bijlage 2
Handhavingsbeleid artikel 437 SR
Het handhavingsbeleid ten aanzien van overtreding van artikel 437 Wetboek van Strafrecht (WvSr) ziet op de naleving van de registratie- en legitimatieplicht. De legitimatieplicht geldt alleen bij inkoop van koper en koperlegeringen. Opkopers hebben op grond van dit artikel de plicht een register bij te houden van hetgeen zij inkopen. In artikel 2, tweede lid van het Uitvoeringsbesluit ex artikel 437 SR is vermeld welke gegevens in dit register dienen te worden opgenomen. Eén van die vereiste gegevens is dat handelaren in koper in het register de omschrijving en het nummer van het document, waarmee een aanbieder van koper of koperlegeringen, die met contant geld wordt uitbetaald, zich identificeert, noteren.
We onderscheiden bij de handhaving vier categorieën.
Categorie 1. Verschrijvingen bij naw gegevens
Allereerst kan er sprake zijn van een verschrijvingen van naw-gegevens, zoals weergegeven in het Uitvoeringsbesluit bij artikel 2, tweede lid, onder e ex artikel 437 WvSr. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen verschrijvingen en gegevens die ontbreken of onjuist zijn. Bij onjuiste of ontbrekende gegevens is categorie 2 van toepassing. Wanneer er vijf of minder verschrijvingen (bijv.
Jansen ipv Janssen) zijn dan houdt de opsporingsambtenaar het bij een schriftelijke waarschuwing, voor zover er sprake is van een first offender. Binnen 28 kalenderdagen nadat deze constatering heeft plaatsgevonden krijgt de opkoper opnieuw een controle. Wanneer er dan sprake is van drie of meer verschrijvingen dan wel er bij de eerste controle sprake is van meer dan vijf verschrijvingen dan wordt gehandhaafd volgens onderstaand schema. Bij één of twee verschrijvingen wordt er niet opgetreden.
Categorie 2. Ontbrekende of onjuiste gegevens anders dan onder categorie 3
Bij de tweede categorie zijn er één of meerdere van de in het Uitvoeringsbesluit genoemde onderdelen in artikel 2, tweede lid, onder a tot en met e ex artikel 437 WvSr die ontbreken of onjuist zijn, anders dan kennelijke verschrijvingen. Hier geldt dat naarmate er meerdere fouten of onjuistheden worden geconstateerd, de hoogte van de sanctie oploopt.
Categorie 3. Ontbrekende gegevens m.b.t. legitimatieplicht
De derde categorie is de overtreding van de legitimatieplicht, artikel 2, tweede lid, onder f van het Uitvoeringsbesluit ex artikel 437 WvSr. Hierbij gaat het om het soort legitimatiebewijs en het nummer op het legitimatiebewijs. In het kader van de actie Koperslag ligt het zwaartepunt bij dit subonderdeel. Deze wordt hierdoor zwaarder bestraft.
In geval van een combinatie van overtredingen in verschillende categorieën geldt handhaving conform categorie waar de hoogste straf op is gesteld.
Categorie 4. Geen register (bijhouden)
In de vierde categorie is er geen register of wordt deze in zijn geheel niet bijgehouden, artikel 437, eerste lid, onder a WvSr. Op deze overtreding staat de zwaarste straf.
Categorie 1:
Gepleegde overtreding ten aanzien van artikel 2, tweede lid, onder e van het Uitvoeringsbesluit ex artikel 437 WvSr, waarbij het gaat om verschrijvingen van naw- gegevens:
1of 2
3-5
6-10
>10
Eerste overtreding
-
Schriftelijke waarschuwing
OM-strafbeschikking 150
OM-Strafbeschikking 300
Tweede overtreding (binnen twee jaar na afdoening eerste overtreding)
OM-strafbeschikking 100
OM-strafbeschikking 220
OM-strafbeschikking 450
Derde overtreding (binnen vier jaar na afdoening eerste overtreding)
OM-strafbeschikking 150
OM-strafbeschikking 300
OM-strafbeschikking 600
Categorie 2:
Gepleegde overtredingen ten aanzien van artikel 2, tweede lid, onder a tot en met e van het Uitvoeringsbesluit ex artikel 437 WvSr:
1-5
6-10
>10
Eerste overtreding
OM-strafbeschikking 250
OM-strafbeschikking 500
OM-strafbeschikking 750
Tweede overtreding (binnen twee jaar na afdoening eerste overtreding)
OM- strafbeschikking 370
OM- strafbeschikking 750
OM- strafbeschikking 1100
Derde overtreding(binnen vier jaar na afdoening eerste overtreding)
OM- strafbeschikking 500
OM- strafbeschikking 1000
Dagvaarden, eis ter zitting 1500
Categorie 3:
Gepleegde overtredingen ten aanzien van artikel 2, eerste lid jo. artikel 2, tweede lid, onder f van het Uitvoeringsbesluit ex artikel 437 WvSr, waarbij het gaat om het soort identiteitsbewijs en het nummer van het identiteitsbewijs:
1-5
6-10
>10
Eerste overtreding
OM-strafbeschikking 500
OM-strafbeschikking 1000
OM-strafbeschikking 1500
Tweede overtreding (binnen twee jaar na afdoening eerste overtreding)
OM- strafbeschikking 750
OM- strafbeschikking 1500
Dagvaarden, eis ter zitting 2200
Derde overtreding(binnen vier jaar na afdoening eerste overtreding)
Dagvaarden, eis ter zitting 1000
Dagvaarden, eis ter zitting 2000
Dagvaarden, eis ter zitting 1 maand hechtenis
Categorie 4:
Geen register of een register wordt in zijn geheel niet bijgehouden, overtreding van artikel 437, eerste lid, onder a WvSr.
Geen register
Eerste overtreding
OM-strafbeschikking 2000
Tweede overtreding (binnen twee jaar na afdoening eerste overtreding)
Dagvaarden, eis ter zitting 3000
Derde overtreding (binnen vier jaar na afdoening eerste overtreding)
Dagvaarden, eis ter zitting, 2 maanden hechtenis
Artikel 437 Wetboek van Strafrecht
1Met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie wordt gestraft de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen handelaar die in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf:
a.niet met inachtneming van de bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels aantekening houdt van alle gebruikte of ongeregelde goederen die hij heeft verworven dan wel voorhanden heeft,
b.een gebruikt of ongeregeld goed verwerft van iemand, zonder dat diegene zijn identiteitsgegevens heeft opgegeven of zonder dat hij die gegevens in zijn administratie heeft aangetekend,
c.nalaat zijn administratie op eerste aanvraag ter inzage te geven aan een daartoe door de burgemeester aangewezen ambtenaar.
d.nalaat een gebruikt of ongeregeld goed dat hij heeft verworven of voorhanden heeft, op eerste vordering van een ambtenaar als bedoeld in onderdeel c, ter bezichtiging af te staan en deze te laten zien waar dit goed in zijn administratie staat ingeschreven,
e.een goed dat bij hem door of vanwege de politie met een duidelijke schriftelijke omschrijving als door misdrijf aan de rechthebbende is onttrokken of als verloren is aangegeven, verwerft of voorhanden heeft,
f.aan een hem schriftelijk uitgereikt last van een ambtenaar, zoals bedoeld in onderdeel c, tot het gedurende een daarbij aangegeven tijd, veertien dagen niet te boven gaande, bewaren of in bewaring geven van een goed dat hij voorhanden heeft, of aan een hem bij die last gegeven aanwijzing, geen gevolg geeft, of
g.nalaat de van hem bij schriftelijke vordering van een ambtenaar, zoals bedoeld in onderdeel c, gevraagde opgaven betreffende door hem verworven of bij hem voorhanden zijnde goederen binnen de termijn, bij de vordering gesteld, naar waarheid te verschaffen.
2Met dezelfde straf wordt gestraft de voor de handelaar uit het eerste lid optredende persoon die een feit begaat als in dit lid onder a tot en met g omschreven;
3De schuldige kan worden ontzet van de uitoefening van het beroep waarin hij de overtreding begaat.
4Onder ongeregelde goederen worden verstaan goederen die wegens hun aard of uitvoering, hun herkomst of de staat waarin zij verkeren, niet tot de algemeen gangbare goederen kunnen worden gerekend.
Uitvoeringsbesluit ex artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht
Artikel 1
1De handelaren, bedoeld in artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, zijn opkopers en handelaren in gebruikte en ongeregelde goederen, metalen, edelstenen, uurwerken, kunstvoorwerpen, auto's, motorfietsen, bromfietsen, fietsen, foto-, film-, radio-, audio- en videoapparatuur en apparatuur voor automatische registratie.
2In het eerste lid wordt onder metalen mede verstaan: legeringen en metalloïden.
Artikel 2
1Indien de in artikel 1 aangewezen handelaar de koopprijs van koper en koperlegeringen in contant geld voldoet, controleert hij de identiteit van de aanbieder aan de hand van een identiteitsbewijs in de zin van artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht.
2De handelaar, aangewezen in artikel 1 van dit besluit, voldoet aan de verplichting ingevolge artikel 437, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht tot het aantekening houden van alle gebruikte of ongeregelde goederen die hij heeft verworven of voorhanden heeft indien hij een doorlopend en een door of namens de burgemeester gewaarmerkt register houdt en daarin onverwijld vermeldt:
a.het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het goed;
b.de datum van verkrijging van het goed;
c.een omschrijving van het goed, daaronder begrepen - voor zover dat mogelijk is - soort, merk en nummer van het goed;
d.de koopprijs of andere voorwaarden van verkrijging van het goed;
e.de naam en het adres van degene van wie het goed is verkregen;
f.zowel een omschrijving als het nummer van het document bedoeld in het eerste lid waarmee hij de identiteit van de aanbieder heeft vastgesteld, voor zover het de inkoop van koper en koperlegeringen betreft en de koopprijs van dat goed in contant geld wordt uitbetaald.
Artikel 3
Dit besluit treedt in werking op de dag waarop de Wet van 9 oktober 1991, Stb. 520 tot aanvulling van het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering met voorzieningen ten behoeve van de bestrijding van heling, in werking treedt.