Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregel Gemeentelijke taken uitvoering Wet kinderopvang Kapelle 2024 D24.310207

Gemeente Kapelle · geldt sinds 24 januari 2025

Aanhef

Zaaknummer Z24.020810

Documentnummer D24.310207

5. Aanvraag tot exploitatie

5.1 De aanvraag voor toestemming tot exploitatie

5.1.1. Illegale kinderopvang

Zonder, of voorafgaand aan de schriftelijke toestemming tot exploitatie mag een kinderopvangvoorziening niet geëxploiteerd worden. Indien dit toch gebeurt, wordt dit ook wel aangeduid met illegale kinderopvang. De gemeente Kapelle treedt streng op tegen illegale opvang. Illegale opvang is op grond van de Wet Economische Delicten reden voor aangifte bij het Openbaar Ministerie of het opleggen van een bestuurlijke boete door de gemeente (het exploiteren van een kinderopvangvoorziening zonder toestemming van het college is strafbaar gesteld. Dit is een economisch delict (artikel 1 lid 2 Wet op de economische delicten).

Ook bij een kinderopvangvoorziening waarvan de toestemming tot exploitatie is ingetrokken en die desondanks in exploitatie blijft, is sprake van illegale opvang met dezelfde gevolgen als hiervoor beschreven.

5.1.2. Streng aan de Poort

Vanaf de start van de exploitatie moet een kindercentrum of een voorziening voor gastouderopvang verantwoorde en kwalitatief goede opvang bieden. Het gastouderbureau en de gastouders moeten aan de kwaliteitseisen voldoen.

De toezichthouder toetst bij het onderzoek voor registratie of er voldoende vertrouwen is dat er vanaf de start van exploitatie kwalitatief goede opvang of begeleiding zal zijn. Bij dit onderzoek komen (voor zover mogelijk) alle kwaliteitseisen aan de orde. Een gesprek met de houder kan duidelijkheid geven of men ‘redelijkerwijs’ aan de kwaliteitseisen zal voldoen. Op basis hiervan vormt de toezichthouder zich een oordeel over de aanvraag tot exploitatie.

Indien nodig betrekken wij bij de beoordeling van de aanvraag tot exploitatie de kwaliteit en handhavingshistorie van andere kinderopvangvoorzieningen van de houder. Voortdurende, ernstige en/of vele overtredingen op deze voorzieningen vormen een contra-indicatie voor de naleving van de kwaliteitseisen op een nieuwe voorziening. Signalen uit andere bronnen kunnen ook meewegen bij de beoordeling van de aanvraag.

Wij toetsen een nieuwe aanvraag voor het starten van een kindercentrum aan de hand van criteria (voorschriften) in de Wet kinderopvang. Vóór het inrichten van het kindercentrum moet de houder voldoen aan de eisen die andere wetten stellen, zoals bijvoorbeeld de bestemming, de bouwvoorschriften en brandveiligheidsvoorschriften. De houder is verantwoordelijk voor de aanvraag van de benodigde vergunningen.

5.1.3. Startdatum exploitatie

Op basis van het onderzoek voor registratie neemt de gemeente een beslissing op de aanvraag. In de beslissing op de aanvraag wordt aangegeven vanaf welke datum de exploitatie mag starten op grond van de wet kinderopvang.

5.1.4. Onderzoek na registratie

Binnen drie maanden na de registratiedatum beoordeelt de toezichthouder of de kinderopvangvoorziening (uitgezonderd gastouderopvang) in de praktijk aan de kwaliteitseisen voldoet. Hierbij wordt met name gekeken naar de uitvoeringspraktijk van het veiligheids-, gezondheids- en pedagogisch beleid, de inzet van het personeel en de wijze waarop de kinderen worden opgevangen.

5.1.5. Mogelijkheden na afwijzing aanvraag tot

Als een aanvraag tot exploitatie is afgewezen, kan de houder een nieuwe aanvraag indienen. Om met succes een nieuwe aanvraag in te dienen, moet er sprake zijn van nieuwe feiten en omstandigheden . Deze moeten door de houder bij een nieuwe aanvraag worden vermeld. Als de aanvraag geen nieuwe feiten of omstandigheden bevat, kunnen wij de aanvraag afwijzen onder verwijzing naar de eerder afgegeven afwijzende beschikking.

5.2. Houderwijziging of rechtsvorm

5.2.1 Wijziging aantal kindplaatsen

Bij de toestemming tot exploitatie is het maximumaantal kindplaatsen aangegeven. Dit maximumaantal kindplaatsen neemt de toezichthouder ook mee in de beoordeling of de houder redelijkerwijs aan de kwaliteitseisen voldoet, bijvoorbeeld met betrekking tot de eisen in het domein accommodatie en groepen.

Wanneer dit aantal later wijzigt is het van belang dat de houder dit als wijziging doorgeeft. Voor een verhoging van het aantal kindplaatsen is aanvullende toestemming van het college nodig. Om hierover een besluit te kunnen nemen is een advies van de toezichthouder nodig. Het college geeft toestemming voor de wijziging als de houder daarmee aan de kwaliteitseisen blijft voldoen.

5.2.2. Wijziging extra bemiddelingsrelatie en beëindiging bemiddelingsrelatie

Als een gastouder zich wil aansluiten bij een extra gastouderbureau, dan moet dit gastouderbureau deze extra bemiddelingsrelatie aanvragen via een wijzigingsformulier. Ook het beëindigen van een bemiddelingsrelatie moet tijdig worden gemeld. Bij het toezicht op een gastouderbureau kijkt het college ook naar de aangesloten gastouders.

5.2.3 Wijzigingsformulier tijdig indienen

Wijzigingen moeten worden ingediend met een wijzigingsformulier. Deze is te vinden op rijksoverheid.nl en ook op landelijkregisterkinderopvang.nl. Het college beoordeelt of er een onderzoek door de toezichthouder moet plaatsvinden. Het college besluit binnen 8 weken of de wijziging kan plaatsvinden en kan worden geregistreerd. Voor de houderwijziging en wijziging rechtsvorm geldt een termijn van 10 weken.

Voor sommige wijzigingen (zoal het wijzigen van een telefoonnummer of correspondentieadres) wordt geen besluit afgegeven. Het college informeert de houder als de wijziging is opgenomen in het LRK. Een gastouder moet wijzigingen bij het gastouderbureau melden. Het gastouderbureau geeft wijzigingen voor gastouderopvang door aan de gemeente.

5.3 Verhuizing

5.3.1. Verhuizing van een kindercentrum of voorziening voor gastouderopvang

Wanneer een kindercentrum of voorziening voor gastouderopvang verhuist moet dit in behandeling worden genomen als zijnde een nieuwe aanvraag.

Bij de gemeente wordt ingediend:

•Voor de oude kinderopvangvoorziening een wijzigingsverzoek tot intrekken toestemming exploitatie (uitschrijving). Hierbij moet de aanvrager op het wijzigingsformulier vermelden dat het een verhuizing betreft.

•Voor de nieuwe kinderopvangvoorziening een aanvraag tot exploitatie (inschrijving).

5.3.2. Verhuizing van een gastouderbureau

Wanneer een gastouderbureau (GOB) of ouderparticipatiecrèche verhuist, geldt een andere procedure. Wettelijk is vastgelegd dat een GOB geen nieuwe aanvraag tot exploitatie hoeft in te dienen wanneer het adres van een GOB wijzigt.

Bij de gemeente wordt ingediend: Een wijzigingsverzoek tot wijziging van het vestigingsadres.

Indien de verhuizing naar een andere gemeente is, moet het wijzigingsverzoek gestuurd worden naar de huidige gemeente van vestiging. Deze stuurt het verzoek door (na verwerking in het LRK), waarna de beoogde gemeente van vestiging een besluit zal nemen over het verzoek. Die gemeente kan de GGD vragen advies uit te brengen over het verzoek alvorens dat besluit te nemen.

6. Handhaving

6.2. Maatwerk in handhaving

6.2.1. Herstellend en/of bestraffend handhaven

De gemeente Kapelle heeft de mogelijkheid om zowel herstellend als bestraffend te handhaven:

•Herstellend betekent dat de gemeente de houder er toe aanzet de overtreding van een kwaliteitseis op te heffen en opgeheven te houden.

•Bestraffend betekent dat de gemeente een bestuurlijke boete geeft voor bepaalde overtredingen.

Herstellend en bestraffend kan naast elkaar ingezet worden.

In hoofdstuk 3 van dit beleid is aangegeven dat de gemeente Kapelle de volgende visie heeft op handhaven:

Wanneer geconstateerd wordt dat een kwaliteitseis niet nageleefd wordt, grijpt de gemeente actief in met een handhavingsmaatregel. Feiten en omstandigheden waaronder de overtreding is begaan worden daarbij meegewogen.

De gemeente zet in op samenwerking en een goede relatie met de houder. Het doel van handhaven is om principe niet bestraffend op te treden. De gemeente streeft herstel na van de overtreding. Indien nodig treden we bestraffend op. De gemeente is mild waar mogelijk en streng waar nodig.

6.2.2. Escalatieladder

In beginsel start een herstellend handhavingstraject met een waarschuwing of met aanwijzing met een hersteltermijn. Na de hersteltermijn vindt een nader onderzoek plaats.

Blijkt uit het nader onderzoek dat de kwaliteitseis(en) nog niet of niet volledig worden nageleefd en/of is er vrees voor herhaling van de overtreding(en), dan zal er een afweging plaatsvinden over een vervolgstap in de handhaving. Dit is doorgaans het opleggen van een voornemen van een last onder dwangsom.

Leidt ook deze stap niet tot (volledige) naleving dan zal wederom een afweging over een vervolgstap plaatsvinden. In dat geval ligt een verhoogde last onder dwangsom of een exploitatieverbod voor de hand. Het uiterste middel binnen een herstellend traject is het intrekken van de toestemming tot exploitatie.

Naast een herstellend traject kan ook een bestraffend traject worden ingezet. Dit is een bestuurlijke boete. De boete kan opgelegd worden voor het overtreden van een bepaalde kwaliteitseis. Ook kan de boete opgelegd worden voor het niet opvolgen van een aanwijzing, een bevel of exploitatieverbod, het niet meewerken aan een vordering van de toezichthouder, illegale opvang of het niet tijdig doorgeven van een wijziging.

6.2.3. Handhavingsafwegingen

Om te komen tot de uiteindelijke beoordeling van de situatie en de in te zetten handhaving worden meerdere afwegingen gemaakt om te bepalen of en zo ja welke actie nodig is. Deze beoordeling van deze afwegingen kan leiden tot gemotiveerd afwijken van de reguliere escalatieladder.

Voor de herstellende handhaving zijn dit onder andere de volgende afwegingen:

•Is er herstelaanbod geweest?

•Wat is de aard van de overtreding?

•Wat is de ernst van de overtreding?

•Hoeveel overtredingen zijn er totaal?

•Betreft het een herhaalde overtreding (recidive)?

•Wat zijn de omstandigheden waaronder de overtreding begaan is?

•Komt de overtreding voort uit economisch belang?

6.4 Handhaving na herstelaanbod

6.4.1 Herstelaanbod gedaan met positief resultaat

Als een tekortkoming na herstelaanbod is opgelost, is het niet nodig handhavend op te treden. De houder krijgt hiervan van ons wel een schriftelijke bevestiging, waarin één en ander is vastgelegd.

6.4.2 Herstelaanbod aangeboden maar geen (volledig) herstel

Als de tekortkoming na herstelaanbod niet (volledig) is opgelost, handhaven wij conform het reguliere handhavingsbeleid.

7. Handhavingsmiddelen

7.5 Het exploitatieverbod

7.5.1 Intrekken toestemming tot exploitatie in vervolg op handhaving

Er zijn verschillende gronden waarop, in het kader van handhaving, de toestemming tot exploitatie kan worden ingetrokken:

-indien is gebleken dat de houder de kinderopvangvoorziening niet langer exploiteert;

-indien de feitelijke exploitatie van de voorziening drie maanden na de inschrijving in het LRK niet daadwerkelijk is aangevangen;

-indien uit een GGD-onderzoek of anderszins is gebleken dat de houder niet of niet langer zal voldoen aan de bij en krachtens hoofdstuk 1, afdeling 3, paragrafen 2 en 3 gegeven voorschriften van de Wet kinderopvang.

Het intrekken van de toestemming tot exploitatie is een uiterste handhavingsmiddel. De gemeente zal in de basis een zo licht mogelijk handhavingsmiddel inzetten om het doel (herstel) te bereiken (subsidiariteits- en proportionaliteitsbeginsel). Het intrekken van de toestemming tot exploitatie vanwege het niet of niet langer voldoen aan de wettelijke voorschriften wordt ingezet wanneer eerder ingezette handhavingsmiddelen zoals een aanwijzing, last onder dwangsom of een exploitatieverbod niet het beoogde (blijvende) herstellende effect hebben.

Wanneer de toestemming tot exploitatie is ingetrokken, wordt de voorziening uit het Landelijk Register Kinderopvang (LRK) verwijderd. Dit betekent dat er geen sprake meer is van kinderopvang in de zin van de wet. Er mag geen opvang of bemiddeling meer plaatsvinden. Voortzetten van exploitatie leidt tot illegale opvang en tot een boete of vervolging door het Openbaar Ministerie op basis van overtreding van de Wet Economische Delicten.

De gemeente publiceert het intrekken van de toestemming tot exploitatie en de uitschrijving uit het LRK in de gemeenteberichten (niet wanneer dit een voorziening voor gastouderopvang betreft).

7.6 De bestuurlijke boete (hierna: boete)

7.6.1 Handhaving bij een gastouderbureau gevestigd buiten onze gemeente

De toezichthouder kan bij een onderzoek bij een voorziening voor gastouderopvang binnen onze gemeente een overtreding vaststellen, begaan door een gastouderbureau gevestigd buiten onze gemeente. Aan gastouderbureaus gevestigd buiten onze gemeente mag het college geen aanwijzing opleggen. Ook het opleggen van een last onder dwangsom is in dit geval geen geschikt handhavingsmiddel. Immers, het college is doorgaans niet zelf verantwoordelijk voor het toezicht op deze bureaus. Een last onder dwangsom is alleen een effectief handhavingsmiddel als deze ook wordt ingevorderd bij herhaling van een overtreding. Nu het college hierop buiten haar gemeentegrenzen geen toezicht kan houden, vervalt de effectiviteit van dit handhavingsmiddel. Het enige handhavingsmiddel dat geschikt en daarmee noodzakelijk voor handhaving bij deze bureaus is het opleggen van een bestuurlijke boete.

BIJLAGE 1 : Afwegingsmodel

Diversen m.b.t. naleving, registratie en wijzigingen

Wettelijke bepaling / kwaliteitseis

Maximale hersteltermijn

Maximale bestuurlijke boete

Last onder dwangsom per constatering

1Voor alle op te leggen lasten onder dwangsom geldt dat we de uiteindelijk hoogte van het bedrag berekenen conform het handhavingsbeleid.

Niet voldoen aan de definitie van kinderopvang, gastouderopvang, gastouder of gastouderbureau.

n.v.t. intrekken toestemming exploitatie is aan de orde

n.v.t.

n.v.t.

Start exploitatie voor ontvangst toestemming college

2Overtreding van de artikelen 1.45 en 1.66 van de Wet kinderopvang is een economisch delict op grond van artikel 1, tweede lid van de Wet op de economische delicten. Het college doet eerst aangifte bij het Openbaar Ministerie (OM). Als het OM besluit geen vervolging in te stellen en de bestraffing aan het college over te laten, leggen we een bestuurlijke boete op dit maximaal gelijk is aan de bestuurlijke boete als genoemd in de Wet op de economische delicten.

of voor de datum waarop college bepaald heeft dat exploitatie mag aanvangen.

n.v.t.

Gelijk aan bedrag boete van de 4e categorie

3Bij het vaststellen van de maximale bestuurlijke boete sluiten wij aan bij artikel 23, vierde lid van het Wetboek van Strafrecht.

€ 20.750 ,--

4Betreft een preventieve last onder dwangsom.

Houder geeft wijziging van in het LRK opgenomen gegevens later door / niet door terwijl dit zou moeten gebeuren zodra de houder bekend is met deze wijziging.

2maanden

€ 2.000,--

€ 2.000,--

Niet nakomen van een vordering tot medewerking van de toezichthouder.

n.v.t.

Gelijk aan bedrag boete van de 2e categorie

Gelijk aan bedrag boete van de 2e categorie

Niet opvolgen van een aanwijzing / bevel.

2weken

€ 4.000,--

n.v.t.

Niet opvolgen van exploitatieverbod gegeven opgelegd op grond van art. 1.66 Wko

n.v.t.

€ 20.750 ,--

n.v.t.

Niet nakomen van een afspraak zoals genoemd in 1.67 Wet op het primair onderwijs.

n.v.t.

€ 4.000,--

n.v.t.

Praktijk / uitvoering

Wettelijke bepaling / kwaliteitseis

Maximale hersteltermijn

Maximale bestuurlijke boete

Last onder dwangsom per constatering1

De houder biedt geen verantwoorde opvang.

2weken

€ 8.000,--

GO: € 2.000

€ 8.000,--

GO: € 2.000

Het gastouderbureau voldoet niet aan zijn

zorgplicht

2weken

€ 4.000,--

€ 4.000,--

De houder voldoet niet aan zijn informatieplicht.

2maanden

€ 1.000,--

€ 1.000,--

De houder zorgt er niet voor dat conform het beleid gehandeld wordt

weken

€ 2.000,--

€ 2.000,--

De houder voldoet niet aan de eisen gesteld aan veilige en gezonde kinderopvang

5Met uitzondering van het niet handelen conform beleid, dat valt onder “houder zorgt er niet voor dat conform het beleid gehandeld wordt”.

2weken

€ 3.000,--

GO: € 500,--

€ 3.000,--

GO: € 500,--

De houder voldoet niet aan de eisen m.b.t. formatie en/of kwalificatie.

2weken

€ 5.000,--

GO: € 200

€ 5.000,--

GO: € 200

De houder voldoet niet aan de eisen m.b.t. stabiliteit (GO: groepsgrootte)

2weken

€ 3.000,--

GO: € 300

€ 3000,--

GO:€ 300

De houder voldoet niet aan de eisen m.b.t. de VOG’s en het personenregister kinderopvang

2weken

€ 3.000,--

GO: € 500

€ 3.000,--

GO: € 500

De houder voldoet niet aan de eis m.b.t. de voertaal, taaleis VE en de taaleis BSO.

2weken

€ 3.000,--(voertaal)

€ 1.500 ,--(overige)

GO: € 200

€ 2.000,--

GO: € 200

De binnen- en buitenspeelruimtes voldoen niet aan de eisen.

De VGO voldoet niet aan de eisen.

2weken

€ 2.000,--

GO: € 200

€ 2.000,--

GO: € 200

De houder voldoet niet aan het ouderadviesrecht / klachtrecht.

2maanden (OC)

6maanden ( klachtrecht)

€ 1.000,--

€ 1.000,--

De houder van het gastouderbureau voert aantoonbaar de kassiersfunctie en de verplicht gestelde gesprekken niet uit.

2weken

€ 3.000,--

€ 3.000,--

De houder gebruikt geen VE programma dat voldoet aan de eisen/uren

2maanden

€ 1.000.--

€ 1.000,--

Documenten

Wettelijke bepaling / kwaliteitseis

Maximale hersteltermijn

Maximale bestuurlijke boete

Last onder dwangsom per constatering1

De houder heeft actuele beleidsdocumenten die onvolledig zijn en/of niet alle verplicht te beschrijven onderwerpen bevatten.

2maanden

€ 3.000,-- voor ontbreken van het document

€ 750,-- voor iedere (sub)eis waaraan niet is voldaan

€ 3.000,-- voor ontbreken van het document

€ 750,-- voor iedere (sub)eis waaraan niet is voldaan

De administratie van de houder bevat niet alle verplicht op te nemen documenten en is op verzoek van de toezichthouder onverwijld te raadplegen.

2maanden

€ 3.000,-- per ontbrekend document

€ 3.000,-- per ontbrekend document

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.