Gemeentelijke regelgeving

Reglement kwijtschelding gemeentebelastingen

Gemeente Kaag en Braassem · geldt sinds 24 februari 2022

Aanhef

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Kaag en Braassem;

Gelet op het bepaalde in:

•artikel 255 Gemeentewet;

•artikel 26 Invorderingswet 1990;

•hoofdstuk II van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet;

•artikel 4:81 van de Awb.

Besluit vast te stellen het volgende:

Reglement kwijtschelding gemeentebelastingen

I. Algemeen

Begripsbepalingen

1Dit reglement verstaat onder:

a.gemeentebelasting(en) : belastingen die door de gemeente worden geheven;

b.college : het college van burgemeester en wethouders van de gemeente;

c.invorderingsambtenaar : De gemeenteambtenaar bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel c, van de Gemeentewet, met inbegrip van de ambtenaren aan wie ter zake mandaat is verleend;

d.Alleenstaande ouder: de ongehuwde die de volledige zorg heeft voor een of meer tot zijn last komende kinderen en geen gezamenlijke huishouding voert met een ander, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad of een bloedverwant in de tweede graad indien er bij één van de bloedverwanten in de tweede graad sprake is van zorgbehoefte.

e.ondernemer: de belastingschuldige die een onderneming drijft of zelfstandig een beroep uitoefent.

Toepassing Leidraad Invordering

2Bij het verlenen van kwijtschelding is artikel 26 (zijnde artikelen 26.1 tot en met 26.6) van de Leidraad Invordering 2008 en de daarop volgende wijzigingsbesluiten van toepassing, behoudens de in de verordening of deze regeling voorkomende afwijkingen.

Omvang kwijtschelding

3Kwijtschelding is mogelijk voor de volgende belastingsoorten:

-afvalstoffenheffing; met uitzondering van de extra afvalbak en grof afval;

-Rioolheffing.

Kosten van bestaan

4Bij de kwijtschelding van de in artikel 3 genoemde belasting(en) wordt in afwijking van artikel 16 eerste en tweede lid, onderdelen a en b, van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 het percentage voor de berekening van de kosten van bestaan gesteld op 100%.

Netto kosten kinderopvang

5Als uitgaven als bedoeld in artikel 15, eerste lid van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 worden mede in aanmerking genomen de in artikel 28, derde lid, van genoemde regeling bedoelde netto kosten van kinderopvang als aan de volgende voorwaarden is voldaan:

-de belastingschuldige is een alleenstaande ouder in de zin van artikel 4 lid 1 onderdeel b van de Participatiewet;

-de tot zijn last komende kind(eren) van de belastingschuldige waar kosten voor kinderopvang uit voortvloeien is/zijn jonger dan 5 jaar;

-de belastingschuldige ontvangt inkomen uit arbeid of volgt onderwijs waarvoor aanspraak op studiefinanciering als bedoeld in artikel 3.1 eerste of tweede lid, van de Wet studiefinanciering 2000 kan bestaan.

6Voor de berekening van de in het voorgaande lid genoemde kosten wordt gerekend met de maximum uurprijs zoals vermeld in artikel 4, eerste lid van het Besluit kinderopvangtoeslag en tegemoetkomingen in de kosten kinderopvang.

Kwijtschelding aan ondernemers

7Met inachtneming van artikel 8, lid 1, onder e van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 wordt geen kwijtschelding verleend aan een bedrijf of zelfstandig ondernemer tenzij artikel 26.3.1. van de Leidraad Invordering 2008 van toepassing is.

Dwangsom

8Op beslissingen inzake kwijtschelding is de regelgeving inzake -dwangsom niet tijdig beslissen- niet van toepassing.

II. Toetsing

Toetsing kwijtschelding vooraf

1De belastingschuldige die reeds over het voorafgaande jaar voor het aanslagbiljet gemeentebelastingen volledig kwijtschelding heeft ontvangen, kan in aanmerking komen voor toetsing vooraf door de gemeente. Hiervoor wordt toestemming van de belastingschuldige gevraagd.

Na toetsing van het inkomen en het vermogen via het Inlichtingenbureau van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, voorafgaand aan het opleggen van de aanslag, wordt de aanslag verminderd met het bedrag aan kwijtschelding.

Toetsing kwijtschelding achteraf

2Indien belastingschuldige op basis van de automatische toetsing als bedoeld in II artikel 1 niet in aanmerking komt voor kwijtschelding vooraf, behoudt deze het recht tot het indienen van een aanvraagformulier kwijtschelding.

Indien de automatische afwijzing het banksaldo of voertuigbezit betreft, beslist de invorderingsambtenaar of deze aanvraag via een vereenvoudigd formulier mogelijk is.

3De belastingschuldige die niet reeds over het voorafgaande jaar voor het aanslagbiljet gemeentebelastingen volledig kwijtschelding heeft ontvangen of niet eerder in de gemeente kwijtschelding heeft aangevraagd of bij een eerdere aanvraag geheel of gedeeltelijk is afgewezen, kan kwijtschelding aanvragen door middel van het daarvoor bestemde formulier of elektronisch. Het Inlichtingenbureau van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan daarbij door de gemeente worden verzocht een toetsing op inkomen en vermogen uit te voeren.

Kwijtschelding per belastingjaar

4Op het aanvraagformulier kwijtschelding kan voor meer aanslagen tegelijk kwijtschelding worden aangevraagd. Deze aanslagen dienen echter wel hetzelfde belastingjaar te betreffen. Voor andere belastingjaren dient een afzonderlijk formulier te worden ingevuld, waarna deze afzonderlijk worden getoetst.

III. Vormvereisten

Aanvraagformulier kwijtschelding

1Een aanvraag om kwijtschelding moet worden ingediend op het daarvoor bestemde aanvraagformulier.

2In afwijking van de in het voorgaande artikel genoemde wijze, kan de aanvraag langs elektronische weg worden gedaan door het inleveren of toezenden van de gevraagde gegevens of bescheiden via de website van de gemeente www.kaagenbraassem.nl.

3Indien de aanvraag niet is gedaan door middel van het daarvoor bestemde aanvraagformulier of indien dit formulier niet juist of onvolledig is ingevuld dan wel de juiste bijlagen ontbreken, wordt de belastingschuldige één keer in de gelegenheid gesteld een juist aanvraagformulier en de ontbrekende gegevens binnen veertien dagen aan te vullen.

De aanvraag wordt pas verder in behandeling genomen als eventueel verzuim is hersteld. De afhandelingstermijn wordt met even zoveel dagen als het verzuim duurt verlengd.

Indien het verzuim niet binnen de gestelde termijn wordt hersteld, wordt de aanvraag afgewezen.

Ontvangstbevestiging

1Als het aanvraagformulier kwijtschelding volledig ingevuld is ontvangen, dan ontvangt de belastingschuldige een ontvangstbevestiging, waarin de afhandelingstermijn wordt vermeld.

IV. Invordering bij indienen aanvraag

Opschorten invordering

1Op het moment van in behandeling nemen van de aanvraag, wordt de invordering van het aanslagbedrag waarvoor een aanvraag kwijtschelding mogelijk is door de invorderingsambtenaar opgeschort.

V. Beschikking

Behandeling van de aanvraag

1De invorderingsambtenaar neemt een beslissing waarbij de volgende zaken in de beoordeling worden meegenomen:

-de op het aanvraagformulier verstrekte gegevens;

-de (eventueel) gevraagde aanvullende gegevens of bescheiden;

-de gegevens die hem uit andere hoofde bekend zijn, waarbij ook eerder ingediende aanvragen om kwijtschelding behoren;

-uit onderzoek van derden verkregen inlichtingen.

Nader onderzoek en het inwinnen van inlichtingen

2De invorderingsambtenaar kan in het kader van de aanvraag een nader onderzoek instellen of inlichtingen inwinnen bij belastingschuldige of derden. Hieronder valt tevens het inwinnen van inlichtingen bij het Inlichtingenbureau van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

VI. Beroep

Administratief beroep tegen de beschikking van de invorderingsambtenaar

1Binnen tien dagen na dagtekening van de beschikking op de aanvraag kwijtschelding kan schriftelijk beroep worden ingesteld. Dit dient te zijn gericht aan het college van burgemeester en wethouders. Belastingschuldige ontvangt hiervan een ontvangstbevestiging, waarin de afhandelingstermijn wordt vermeld.

De nagestreefde afhandelingstermijn bedraagt in beginsel tien weken, welke termijn met mededeling aan belastingschuldige met een redelijke termijn, aangeduid in weken of maanden, kan worden verlengd. Hierbij geldt het bepaalde onder I artikel 5.

Horen op verzoek

2De invorderingsambtenaar kan belastingschuldige inzake zijn beroep horen op verzoek. De invorderingsambtenaar is niet verplicht tot horen.

Inwinnen gegevens ten behoeve van een beroepschrift

3In verband met het uit te brengen advies aan het college van burgemeester en wethouders, vraagt de invorderingsambtenaar zo nodig nadere gegevens aan belastingschuldige met het verzoek deze binnen tien dagen te verstrekken. Indien hieraan door belastingschuldige niet wordt voldaan, adviseert de invorderingsambtenaar het college om een beslissing te nemen op basis van de reeds beschikbare gegevens.

Nader onderzoek en het inwinnen van inlichtingen bij derden

4De invorderingsambtenaar kan in het kader van beroep een nader onderzoek instellen of inlichtingen inwinnen bij belastingschuldige of derden. Hieronder valt tevens het inwinnen van inlichtingen bij het Inlichtingenbureau van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid of bij de Belastingdienst.

Intrekken beroepschrift

5De belastingschuldige kan zijn beroepschrift schriftelijk of mondeling intrekken. Van de intrekking wordt een schriftelijke bevestiging gestuurd aan de belastingschuldige.

VII. Invordering bij afwijzing aanvraag of beroep

Voortzetting invordering na afwijzing

1Wanneer de invorderingsambtenaar afwijzend heeft beslist op een kwijtscheldingsaanvraag of wanneer het college van burgemeester en wethouders afwijzend heeft beslist op een ingediend beroepschrift, moet het op de aanslag(en) verschuldigde bedrag binnen veertien dagen na dagtekening van de afwijzende beschikking worden voldaan. Indien de betaaltermijnen van de aanslag op dat moment nog niet zijn verstrekken, geldt dat de aanslag binnen de op het aanslagbiljet aangegeven betaaltermijnen moet worden voldaan.

Betalingsregeling

2Op verzoek van belastingschuldige kan bij een afwijzende beschikking zoals genoemd in VII artikel 1 tot een betalingsregeling worden overgegaan.

VIII. Bijzondere bepalingen

Motorvoertuigen

1Het bezit van een tweede en/of volgende motorvoertuig, wordt, ongeacht doel of bestemming van deze voertuigen, in het beginsel volledig als vermogen aangemerkt.

2Onder een motorvoertuig wordt verstaan: kentekenplichtige rijtuigen zoals vermeld in het Kentekenreglement.

Teveel ontvangen huurtoeslag of zorgtoeslag

3Indien de bankrekening een te hoog saldo laat zien en dit aantoonbaar wordt veroorzaakt door teveel ontvangen huurtoeslag of zorgtoeslag, wordt, zolang het terugvorderingsbesluit van de rijksbelastingdienst op zich laat wachten de behandeling van de kwijtscheldingsaanvraag opgeschort en/of invorderingsacties achterwege gelaten.

Op voorwaarde dat betrokkene zich ingespannen heeft om een terugvorderingsbesluit te verkrijgen, worden de gereserveerde bedragen niet tot het vermogen gerekend. De feitelijke terugbetalingen worden dan niet ook nog bij de berekening van het netto-besteedbare inkomen in mindering gebracht.

Eenmalige uitkering inzake verzekeringsuitkering / smartengeld

4Een eenmalig verstrekte verzekeringsuitkering in verband met schadeloosstelling wordt, gedurende 12 maanden na ontvangst van dit bedrag, niet tot het vermogen gerekend.

5Een eenmalig verstrekte uitkering in verband met smartengeld wordt gedurende 12 maanden na ontvangst van dit bedrag, niet tot het vermogen gerekend.

IX. Hardheidsclausule

Als zich met betrekking tot de uitvoering reglement kwijtschelding omstandigheden voordoen waarin dit reglement niet voorziet, beslist de daartoe aangewezen invorderingsambtenaar zoveel mogelijk in de geest van dit reglement.

X. Inwerkingtreding

Inwerkingtreding

1Dit reglement kan worden aangehaald als “Reglement kwijtschelding gemeentebelastingen”. Zij treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking en werkt, indien deze dag later ligt, terug tot en met 1 januari 2022.

2De beleidsregels inzake kwijtschelding zoals vastgesteld op 10 december 2019 door de gemeente Kaag en Braassem worden ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijven op de belastbare feiten die zich voor 1 januari 2022 hebben voorgedaan.

3De datum van ingang van dit reglement is 1 januari 2022.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.