Aanhef
De raad van de gemeente Kaag en Braassem;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 6 januari 2026;
gelet op het bepaalde in artikel 41c, tweede lid, en 69, tweede lid, van de Gemeentewet;
b e s l u i t :
1De Gedragscode integriteit college van burgemeester en wethouders gemeente Kaag en Braassem 2026 vast te stellen.
2De Gedragscode integriteit bestuurders in de gemeente Kaag en Braassem, zoals vastgesteld in 2015, in te trekken.
Artikel 1 Algemene bepalingen
1De gedragscode geldt voor de burgemeester en voor de wethouders van de gemeente Kaag en Braassem, tenzij uit de tekst van een gedragsregel iets anders blijkt.
2De gedragscode is openbaar en via internet beschikbaar.
3De burgemeester en de wethouder ontvangen bij hun aantreden een exemplaar van deze gedragscode.
4De burgemeester en de wethouder zijn aanspreekbaar op naleving van deze gedragscode.
Artikel 2 Belangenverstrengeling
1a. De burgemeester en de wethouders leveren bij de gemeentesecretaris de informatie aan over de nevenfuncties die openbaar gemaakt moeten worden, bij aanvang van het ambt, dan wel binnen één maand na aanvaarding van de nevenfunctie en geven hem de wijzigingen daarin door.
b.De informatie betreft in ieder geval de omschrijving van de nevenfunctie, de organisatie voor wie de nevenfunctie wordt verricht, wat het (verwachte) tijdsbeslag is en wat de inkomsten daaruit zijn. c. De nevenfuncties van de burgemeester en de wethouders zijn te vinden op de website van de gemeente.
2De burgemeester of de wethouder vervult geen nevenfuncties die een risico vormen voor een integere invulling van de politieke functie.
3De burgemeester of de wethouder behoudt geen inkomsten uit een q.q.-nevenfunctie, tenzij dat op grond van de wet geheel of gedeeltelijk is toegestaan. De inkomsten komen ten goede aan de kas van de gemeente. Voor een voltijds bestuurder vindt verrekening plaats met inkomsten uit niet aan het ambt gebonden nevenfuncties .
4a. De burgemeester en de wethouders handelen in de uitoefening van hun ambt niet zodanig dat zij vooruitlopen op een functie na aftreden.
b.De wethouder bespreekt het voornemen tot tussentijdse aanvaarding van een functie met de burgemeester.
c.De burgemeester bespreekt de tussentijdse aanvaarding van een functie met de commissaris van de Koning.
5a. Het college van burgemeester en wethouders sluit de burgemeester en wethouders gedurende een jaar na aftreden uit van het tegen beloning verrichten van werkzaamheden ten behoeve van de gemeente.
b.De uitsluiting geldt niet bij aanvaarding van een dienstbetrekking bij de gemeente waar hij/zij burgemeester, dan wel wethouder was. Voor werving, selectie en indiensttreding bij de gemeente zijn de voor het ambtelijk personeel geldende regels ter zake van overeenkomstige toepassing.
6De burgemeester en de wethouders doen opgave van hun financiële belangen.
7Indien de onafhankelijke oordeelsvorming van de burgemeester of de wethouder over een onderwerp in het geding kan zijn (bijvoorbeeld bij een financieel belang, bij familie- of vriendschaps-betrekkingen of een anderszins persoonlijke betrekking met een aanbieder van diensten of zaken), geeft hij/zij bij de besluitvorming daarover aan in hoeverre het onderwerp hem persoonlijk aangaat. Hij/zij draagt, indien dit wenselijk is, dit dossier over en onthoudt zich van deelname aan besluitvorming.
8De burgemeester of de wethouder neemt van een aanbieder van diensten aan de gemeente geen persoonlijke geschenken, faciliteiten of diensten aan die zijn/haar onafhankelijke positie ten opzichte van de aanbieder kunnen beïnvloeden.
Artikel 3 Informatie
1De burgemeester of de wethouder gaat zorgvuldig en correct om met informatie waarover hij/zij uit hoofde van het ambt beschikt. Hij/zij zorgt ervoor dat vertrouwelijke en geheime informatie waarover hij/zij beschikt veilig wordt bewaard.
2De burgemeester of de wethouder maakt niet ten eigen bate of ten bate van derden gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen (nog) niet openbare informatie.
3De burgemeester of de wethouder gaat verantwoord om met e-mail- en internetfaciliteiten alsmede met de sociale media van de gemeente.
Artikel 4 Geschenken, faciliteiten, diensten, excursies, evenementen en andere uitnodigingen
1De burgemeester of de wethouder accepteert en biedt geen geschenken, faciliteiten en diensten aan als zijn/haar onafhankelijke positie hierdoor kan worden beïnvloed.
2De burgemeester of de wethouder kan, tenzij het eerste lid van toepassing is, incidentele geschenken die een geschatte waarde van € 50 of minder vertegenwoordigen, behouden.
3Van geschenken die de burgemeester of de wethouder uit hoofde van het ambt ontvangt en die een geschatte waarde van meer dan € 50 vertegenwoordigen wordt melding gemaakt bij de burgemeester.
4Wanneer de burgemeester of de wethouder uit hoofde van het ambt een geschenk ontvangt op het woon-/huisadres, wordt hiervan melding gemaakt in het college.
5De burgemeester of de wethouder accepteert geen lunches, diners, recepties en andere uitnodigingen die door anderen betaald of georganiseerd worden, tenzij dat behoort tot de uitoefening van de functie en de aanwezigheid beschouwd kan worden als functioneel.
6Bij twijfel legt de burgemeester of de wethouder de uitnodiging ter bespreking voor aan het college van burgemeester en wethouders.
7a. Invitaties voor excursies, evenementen en buitenlandse reizen op rekening van anderen dan de gemeente legt de burgemeester of de wethouder vooraf ter bespreking voor aan het college van burgemeester en wethouders.
b.De burgemeester of de wethouder maakt de excursies en evenementen die hij/zij heeft aanvaard openbaar binnen één week nadat de excursie, dan wel het evenement heeft plaatsgevonden, onder vermelding van wie deze kosten voor zijn/haar/hun rekening heeft/hebben genomen. De informatie is via de gemeentelijke website beschikbaar.
c.De informatie over buitenlandse reizen voor rekening van derden wordt binnen één week na terugkeer in Nederland opgenomen op de website van de gemeente, zoals bedoeld in artikel 5, lid 3 onder b.
Artikel 5 Gebruik van voorzieningen van de gemeente
1a. Het college van burgemeester en wethouders richt de financiële en administratieve organisatie zodanig in dat er een getrouw beeld mogelijk is van de juistheid en rechtmatigheid van de uitgaven, met heldere procedures over de wijze waarop functionele uitgaven rechtstreeks in rekening worden gebracht of kunnen worden gedeclareerd bij de gemeente.
b.De burgemeester en de wethouders verantwoorden zich over hun gebruik van de voorzieningen volgens de onder a vastgestelde regels en procedures.
2a. De burgemeester of de wethouder meldt het voornemen tot een buitenlandse dienstreis of een uitnodiging daartoe aan het college van burgemeester en wethouders. Hij/zij geeft daarbij informatie over het doel en de duur van de reis, de bijbehorende beleidsoverwegingen, de samenstelling van het gezelschap dat meereist, de geraamde kosten en de wijze waarop van de reis verslag wordt gedaan.
b.De burgemeester dan wel de wethouder meldt daarbij tevens als hij/zij voornemens is om de buitenlandse dienstreis voor privédoeleinden te verlengen. De extra kosten van de verlenging komen daarbij volledig voor eigen rekening.
c.Het college van burgemeester en wethouders betrekt alle aspecten in de besluitvorming en informeert de gemeenteraad zo spoedig mogelijk over het genomen besluit.
3a. De burgemeester of de wethouder legt verantwoording af over afgelegde buitenlandse dienstreizen. Hij/zij maakt in ieder geval openbaar wat het doel, de bestemming en de duur van de buitenlandse dienstreis is geweest en wat daarvan de kosten waren voor de gemeente.
b.De informatie over buitenlandse dienstreizen worden geregistreerd en openbaar via de website van de gemeente beschikbaar gesteld.
4Voor de toepassing van artikel 5 lid 2 en 3 wordt onder buitenlandse dienstreis niet verstaan een dienstreis naar een Europese instelling.
5De burgemeester of de wethouder declareert geen kosten die al op andere wijze worden vergoed.
6Gebruik van gemeentelijke voorzieningen en eigendommen voor privédoeleinden is niet toegestaan, tenzij het bruikleen betreft of dit wettelijk of volgens interne regels is toegestaan.
Artikel 6 Uitvoering gedragscode
1De gemeenteraad bevordert de eenduidige interpretatie van de gedragscode. Ingeval van leemtes en onduidelijkheden in de gedragscode voorziet de gemeenteraad daarin.
2Integriteit staat als vast punt op de agenda van de collegevergadering.
3Een ieder kan een melding doen bij de burgemeester van het (redelijk vermoeden van) niet naleven van de gedragscode. In het geval een melding wordt gedaan, treedt het “Protocol naleving gedragscode burgemeester en wethouders Kaag en Braassem” in werking. Dit protocol is de werkwijze van de procesgang en is opgenomen onder bijlage 1 en maakt integraal onderdeel uit van deze gedragscode.
Wettelijk kader en toelichting behorende bij de Gedragscode burgemeester en wethouders gemeente Kaag en Braassem
Artikel 1 Algemene bepalingen
Wettelijk kader
De Gemeenteraad stelt een gedragscode vast voor de voorzitter en overige leden van het dagelijks bestuur (artikelen 41c, tweede lid, en 69, tweede lid, Gemeentewet).
Artikel 2 Voorkomen van belangenverstrengeling
Wettelijk kader
Afleggen eed of belofte (artikelen 41a en 65 Gemeentewet)
Alvorens zijn/haar functie te kunnen uitoefenen legt de burgemeester en de wethouder de volgende eed (verklaring en belofte) af: Ik zweer (verklaar) dat ik om tot het ambt benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer(beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten uit het ambt naar eer en geweten zal vervullen.
Stemonthouding (artikel 28 Gemeentewet) en belangenverstrengeling
Een bestuurder neemt niet deel aan de beraadslaging en stemming over
•een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij/zij als vertegenwoordiger is betrokken;
•de vaststelling of goedkeuring der rekening van een lichaam waaraan hij rekenplichtig is of tot welks bestuur hij hoort (artikel 58 jo artikel 28 Gemeentewet).
Het bestuursorgaan waakt ertegen dat tot het bestuursorgaan behorende of daarvoor werkzame personen die een persoonlijk belang bij een besluit hebben, de besluitvorming beïnvloeden (artikel 2:4, tweede lid, Algemene wet bestuursrecht).
Incompatibiliteiten en nevenfuncties
•Verboden overeenkomsten/handelingen: bestuurders mogen in geschillen, waar de gemeente(bestuur) partij is, niet als advocaat, adviseur of gemachtigde werkzaam zijn. Zij mogen bepaalde overeenkomsten, waar de gemeente bij betrokken is, niet rechtstreeks of middellijk aangaan. Van verboden overeenkomsten kan ontheffing worden verleend.
•(artikelen 41c, eerste lid, en 69, eerste lid, jo artikel 15, eerste en tweede lid, Gemeentewet).
•Onverenigbaarheid van functies: het zijn van een bestuurder sluit het hebben van een aantal andere functies uit (artikelen 36b en 68 Gemeentewet).
•Op overtreding van de incompatibiliteitenregeling staat uiteindelijk de sanctie van ontslag (artikelen 46, tweede lid, en 47 Gemeentewet).
•Vervulling nevenfuncties: voor bestuurders is bepaald dat zij geen nevenfuncties hebben die ongewenst zijn met het oog op een goede vervulling van hun ambt. Voor burgemeesters is daaraan toegevoegd dat zij evenmin nevenfuncties hebben die ongewenst zijn met het oog op de handhaving van hun onpartijdigheid en onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin. Bestuurders melden het voornemen tot aanvaarding van de nevenfunctie aan de gemeenteraad. Voor de burgemeester geldt deze meldverplichting niet voor ambtshalve nevenfuncties (artikelen 41b en 67 Gemeentewet).
•Openbaarmaking nevenfuncties: bestuurders maken openbaar welke nevenfuncties zij vervullen. De lijst met nevenfuncties ligt ter inzage op gemeentehuis (artikelen 41b en 67 Gemeentewet).
•Openbaarmaking inkomsten nevenfuncties: fulltime bestuurders maken hun inkomsten uit nevenfuncties openbaar; de opgave van neveninkomsten wordt ter inzage gelegd op het gemeentehuis, uiterlijk 1 april na het jaar waarin de inkomsten zijn genoten (artikelen 41b en 67 Gemeentewet).
•Verrekening inkomsten nevenfuncties: bestuurders mogen geen vergoedingen ontvangen voor ambtshalve nevenfuncties; die worden in de gemeentekas gestort. Voor fulltime bestuurders is geregeld dat de inkomsten uit andere nevenfuncties voor een deel worden verrekend, volgens dezelfde verrekenings-systematiek als voor leden van de Tweede Kamer (artikelen 44 en 66 Gemeentewet).
Toelichting
Lid 1 De bepalingen betreffen een uitwerking van de wettelijke verplichting om nevenfuncties openbaar te maken. De informatie wordt openbaar gemaakt via de website van de gemeente. De ambtsdrager is zelf verantwoordelijk voor de tijdige aanlevering van de informatie en voor de actualiteit daarvan.
Het bepaalde in lid 4 (vooruitlopen op een nieuwe functie na aftreden) geldt uiteraard evenzeer voor een functie bij de voormalige gemeente.
Lid 5 In deze bepalingen is de zogenaamde draaideurconstructie geregeld. De draaideurconstructie geldt niet bij aanvaarding van het raadslidmaatschap.
Aanvaarding van een dienstbetrekking bij de voormalige gemeente is niet uitgesloten. Dat kan van belang zijn in het kader van de re-integratie van de voormalige bestuurder en ter voorkoming van uitkeringslasten voor de gemeente. Uiteraard dienen daarbij de regels van werving en selectie en aanstelling te gelden die er voor iedereen zijn die bij de gemeente gaat solliciteren.
In het eerste jaar na aftreden kunnen in elk geval oud-bestuurders niet worden aangetrokken om tegen beloning activiteiten voor de eigen gemeente te verrichten.
Artikel 3 Informatie
Wettelijk kader
Informatieplicht
Het college van burgemeester en wethouders en elk van zijn leden zijn verplicht alle inlichtingen te geven die de volksvertegenwoordiging nodig heeft voor de uitoefening van zijn/haar taak. Het betreft zowel een actieve als een passieve informatieplicht. Ook als individuele volksvertegenwoordigers informatie vragen zal die informatie aan de volksvertegenwoordiging moeten worden verstrekt. De informatie kan alleen worden geweigerd als die in strijd is met het openbaar belang (artikelen 169 en 180 Gemeentewet).
Geheimhouding
•Een ieder die is betrokken bij de uitvoering van de taak van een bestuursorgaan en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit (artikel 2:5 Algemene wet bestuursrecht).
•Het college van burgemeester en wethouders kan op grond van een belang, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet open overheid, geheimhouding opleggen. Ook de burgemeester heeft die bevoegdheid.
•De geheimhouding duurt voort totdat deze wordt opgeheven door het orgaan dat de geheimhouding oplegde, of – indien het aan de volksvertegenwoordiging is overgelegd – de volksvertegenwoordiging de geheimhouding opheft.
•Het schenden van de geheimhoudingsplicht is een misdrijf (artikel 272 Wetboek van Strafrecht).
Toelichting
Het is belangrijk de juiste maatregelen te treffen om te voorkomen dat onbevoegden vertrouwelijke en/of geheime gegevens kunnen bezitten, raadplegen of beschadigen. Daarbij moet in de digitale setting worden gedacht aan de beveiliging van de computer, smartphones e.d. met wachtwoorden en het niet onbeheerd achterlaten van USB-sticks met vertrouwelijke/geheime informatie.
Artikel 4 Geschenken, faciliteiten, diensten, excursies, evenementen en andere uitnodigingen
Wettelijk kader
Afleggen eed of belofte
De eed of belofte die op grond van de artikelen 41a en 65 van de Gemeentewet moet worden afgelegd heeft onder meer betrekking op het geven, aannemen of beloven van giften, gunsten of geschenken. Zie voor de wetstekst inzake de eed of belofte het wettelijk kader onder artikel 2 voor de bepalingen ter voorkoming van belangenverstrengeling.
Toelichting
Lid 1 In de gedragscode is uitgangspunt dat geschenken, faciliteiten en diensten niet worden geaccepteerd als hiermee de onafhankelijke positie van de bestuurder kan worden beïnvloed. Dat is in ieder geval aan de orde in onderhandelingssituaties. Is daarvan geen sprake dan kunnen om praktische redenen incidentele kleine geschenken (met een geschatte waarde van € 50 of minder) door de bestuurder worden aanvaard. Dit is een in de praktijk ontstaan gebruikelijk richtbedrag maar is geen scherpe grens. Er zijn omstandigheden denkbaar waar elk geschenk, ongeacht de waarde, onacceptabel is. Ontvangen van geschenken uit hoofde van het ambt op het huisadres valt nooit volledig te voorkomen (denk aan bloemen of een beterschapswens bij ziekte). Om transparant te zijn, wordt hiervan melding gemaakt in het college.
Lid 7 Het gaat hier om excursies en evenementen die betrokkene als burgemeester, dan wel als wethouder aanvaardt. Excursies en evenementen in de hoedanigheid van lid van een politieke partij vallen hier niet onder. Hier dienen eveneens als afwegingskader voor de motieven van de uitnodigende partij beoordeeld te worden. Het mag er niet om gaan de onafhankelijke positie van de bestuurders te beïnvloeden.
Artikel 5 Gebruik van voorzieningen van de gemeente
Wettelijk kader
Geen andere inkomsten
Een bestuurder geniet geen andere vergoedingen ten laste van provincie/de gemeente/het waterschap dan die bij of krachtens de wet zijn toegestaan (artikelen 44 en 66 Gemeentewet).
Procedure van declaratie (modelverordeningen rechtspositie VNG)
Er zijn voor wethouders voorschriften opgenomen in de gemeentelijke verordening over de wijze van declaratie (inclusief het overleggen van bewijsstukken) van vooruit betaalde (zakelijke) kosten en over rechtstreekse facturering van (zakelijke) kosten bij gemeente. Ook zijn in de gemeentelijke verordening voor wethouders voorschriften opgenomen over het (zakelijk) gebruik van een gemeentelijke creditcard.
Buitenlandse dienstreis voor wethouders (modelverordeningen VNG)
1Als de wethouder in het gemeentelijk belang een reis buiten Nederland maakt, worden de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reis- en verblijfkosten vergoed.
2Voor een reis in het gemeentelijk belang buiten Nederland, niet zijnde een reis naar een Europese instelling, is vooraf toestemming van burgemeester en wethouders vereist.
3De gemeenteraad kan aan deze toestemming voorwaarden verbinden.
Toelichting
Aan bestuurders worden de voorzieningen, vergoedingen en andere verstrekkingen in bruikleen geboden die een goed functioneren van de bestuurders mogelijk maken:
In beginsel worden voorzieningen en verstrekkingen in bruikleen ter beschikking gesteld;
Het vergoeden van voorzieningen en verstrekkingen achteraf door het indienen van declaraties, wordt tot een minimum beperkt;
Uitgangspunt is hier dat zo weinig mogelijk uitgaven door de bestuurder zelf worden gedaan via zijn of haar privérekening. Geldstromen tussen de rekening van het bestuursorgaan en de persoonlijke rekening van de bestuurder maken een zwaardere controle op de uitgaven noodzakelijk.
De bestuurder zal zich nauwgezet moeten houden aan de regels en procedures die er met het oog hierop voor hem/haar gelden.
Lid 2 en 3 Uitgangspunten zijn hier eigen verantwoordelijkheid, transparantie en bereidheid om verantwoording af te leggen. De beoordeling van de noodzaak van de buitenlandse dienstreis ligt bij het college van burgemeester en wethouders.
Ingevolge lid 4 gelden de bepalingen van lid 2 en 3 niet voor de meer reguliere (buitenlandse) dienstreizen naar een Europese instelling of een dienstreis naar een buurgemeente in het buitenland. Voor dergelijke (buitenlandse) reizen vormen deze bepalingen wel een belangrijke richtsnoer.
Buitenlandse reizen die worden gemaakt ten behoeve van de politieke partij zijn geen ‘dienstreizen’ en vallen dus niet onder lid 2 en 3 en komen niet ten laste van de gemeente.
Artikel 6 Uitvoering gedragscode
Toelichting
De gemeenteraad is het hoogste bestuursorgaan en als zodanig verantwoordelijk voor de inhoud van de gedragscode en voor een eenduidige interpretatie daarvan. En voor wijziging/aanvulling daarvan bij leemtes of onduidelijkheden.
Aanvullend op de wettelijke regels die gelden voor politieke ambtsdragers, bevat de gedragscode een aantal materiële normen waaraan de politieke ambtsdragers zich committeren.
De burgemeester heeft de wettelijke taak om de bestuurlijke integriteit van zijn of haar gemeente te bevorderen (art. 170 lid 2 Gemeentewet). Hiermee is de verantwoordelijkheid voor de portefeuille ‘integriteit’ duidelijk belegd. De wettelijke bepalingen bieden de ruimte om naar gelang de situatie handelend op te treden, waarbij niet alleen gedacht moet worden aan het optreden bij incidenten. Het protocol in de bijlage wordt gevolgd in geval van melding van een vermoeden van integriteitsschending.
Bijlage 1. Protocol naleving gedragscode burgemeester en wethouders Kaag en Braassem
Artikel 1 Algemeen
1Dit protocol beschrijft hoe om te gaan met (vermoedens van) integriteitsschendingen door de burgemeester of de wethouder. Dit protocol is vastgesteld door de raad en maakt onderdeel uit van de Gedragscode Integriteit burgemeester en wethouders gemeente Kaag en Braassem 2026.
2In gevallen waarin dit protocol niet voorziet of waarbij de toepassing niet eenduidig is, vindt bespreking plaats in het college;
3Het protocol is openbaar en via de gemeentelijke website te raadplegen. De burgemeester en de wethouders ontvangen bij hun aantreden een exemplaar van het protocol.
Artikel 2 Het bespreken van integriteitskwesties
1Als de wethouder twijfelt of een handeling die hij/zij wil verrichten of nalaten een overtreding van de gedragscode zou kunnen zijn, wint hij/zij advies in bij de gemeentesecretaris en/of de burgemeester. De burgemeester wint in een dergelijk geval advies in bij de gemeentesecretaris.
2Bij twijfel over het handelen van een ander is het uitgangspunt dat men eerst betrokkene daarop aanspreekt. Daar wordt alleen van afgeweken als het om een vermoeden van een ernstige schending gaat en eventueel vervolgonderzoek in gevaar komt als de betrokken wethouder of de burgemeester op de hoogte gesteld wordt. Wanneer de ander na het aanspreken zijn handelen niet feitelijk corrigeert of het vermoeden blijft bestaan dat de gedragscode wordt overtreden, is melding van het vermoeden van schending de vervolgstap.
Artikel 3 Melding en vooronderzoek bij vermoedens van schendingen door de burgemeester of de wethouder
1Indien er een redelijk vermoeden is van niet naleving van de gedragscode (hierna: een overtreding van gedragscode) door de wethouder, kan hiervan melding worden gedaan bij de burgemeester. Een redelijk vermoeden van een overtreding van de gedragscode door de burgemeester, kan worden gemeld bij de gemeentesecretaris. Een ieder kan een melding doen. De naam van de melder kan op verzoek geheim blijven, dit wordt opgenomen in het dossier;
2De burgemeester (of gemeentesecretaris wanneer de melding ziet op de burgemeester) houdt na ontvangst van de melding de regie op het administratieve proces en zorgt ervoor dat er een (digitaal) dossier wordt bijgehouden;
3Als de burgemeester vermoedt dat een regel van de gedragscode wordt overtreden door een wethouder, dan verricht de burgemeester hiernaar vooronderzoek. De burgemeester kan hierbij te rade gaan bij de gemeentesecretaris en/of een externe adviseur. Als de gemeentesecretaris vermoedt dat een regel van de gedragscode wordt overtreden door de burgemeester, dan verricht de gemeentesecretaris hiernaar vooronderzoek. Hij/zij kan hierbij te rade gaan bij de loco-burgemeester en/of een externe adviseur.
4De burgemeester (of gemeentesecretaris wanneer de melding ziet op de burgemeester) meldt het voornemen tot een vooronderzoek bij de melder en bij het college. Allen betrachten discretie en prudentie ten aanzien van deze informatie en treden hiermee niet in openbaarheid;
5Ook de betrokken wethouder of de burgemeester wordt op de hoogte gesteld van het vooronderzoek naar een vermeende schending. Daar wordt alleen van afgeweken als het om een vermoeden van een ernstige schending gaat en eventueel vervolgonderzoek in gevaar komt als betrokkene op de hoogte wordt gesteld;
6Van de bevindingen uit het vooronderzoek wordt een rapport gemaakt;
7De melder, de betrokkene en het college worden op hoofdlijnen geïnformeerd over de uitkomsten van het vooronderzoek;
Artikel 4 Beoordeling van een (lichte) overtreding
De burgemeester (of gemeentesecretaris wanneer de melding ziet op de burgemeester) beoordeelt aan de hand van het vooronderzoek of er sprake is van (een redelijk vermoeden van) een (lichte) overtreding. De beoordeling kan leiden tot de volgende uitkomsten:
a.Er is sprake van een lichte overtreding, waarbij verder onderzoek niet noodzakelijk wordt geacht. De burgemeester (of gemeentesecretaris wanneer de melding ziet op de burgemeester) bespreekt in dat geval de lichte overtreding met de overtreder. De melder en het college worden op hoofdlijnen geïnformeerd over de uitkomsten van het vooronderzoek;
i.Onder een lichte overtreding wordt verstaan: een eenmalige gedraging die niet structureel van aard is en geen direct nadeel heeft veroorzaakt voor personen en het functioneren van het college of de raad.
b.Er is sprake van (een redelijk vermoeden van) een overtreding, waarbij verder onderzoek noodzakelijk wordt geacht. De burgemeester (of gemeentesecretaris wanneer de melding ziet op de burgemeester) geeft opdracht om een feitenonderzoek te verrichten.
Artikel 5 Feitenonderzoek bij vermoedelijke schendingen door een raadslid.
1De burgemeester (of gemeentesecretaris wanneer de melding ziet op de burgemeester) meldt het voornemen tot een feitenonderzoek bij de melder, de betrokkene en aan het college. Allen betrachten discretie en prudentie ten aanzien van deze informatie en treden hiermee niet in de openbaarheid;
2De opdracht wordt gegeven aan een interne of externe onderzoekscommissie;
3Een interne onderzoekscommissie bestaat minimaal uit de burgemeester en de gemeentesecretaris wanneer de melding ziet op een wethouder. Wanneer de melding ziet op de burgemeester, bestaat een interne onderzoekscommissie minimaal uit de gemeentesecretaris en de loco-burgemeester. Ter ondersteuning kunnen zij ambtenaren en/of wethouders aanwijzen. Aan de commissie kunnen externe deskundigen worden toegevoegd;
4Als de afstand tussen de interne onderzoekers en de betrokkene te klein is om voldoende objectief onderzoek te garanderen, wordt een externe onderzoekscommissie ingesteld;
5Een externe onderzoekscommissie bestaat uit personen buiten de organisatie.
Artikel 6 Kennisgeving aan betrokkene
1De betrokken wethouder of de burgemeester wordt over het instellen van een feitenonderzoek op tijd per brief geïnformeerd;
2In de brief is in ieder geval opgenomen:
a.een omschrijving van het handelen of nalaten dat aanleiding is tot instelling van het onderzoek;
b.de melding dat betrokkene en getuigen kunnen worden gehoord;
c.de melding dat als andere feiten en omstandigheden bekend worden die van belang kunnen zijn voor het bepalen van de omvang, aard en ernst van de integriteitsschending, het onderzoek zich kan uitstrekken tot die feiten en omstandigheden.
Artikel 7 Horen van betrokkene en getuigen
1De betrokkene (wethouder of burgemeester) en getuigen worden gehoord;
2De gesprekken worden gehouden door minimaal 2 personen;
3Er wordt een gespreksverslag opgemaakt en ondertekend door de onderzoekers en de getuige/betrokkene;
4De gehoorde krijgt de mogelijkheid om binnen vijf werkdagen schriftelijk te reageren op het verslag;
5Als de gehoorde weigert te tekenen, wordt daarvan melding gemaakt in het verslag. Als de gehoorde dat wil, wordt een schriftelijke weergave van de afwijkende mening van de gehoorde bij het verslag gedaan.
Artikel 8 Overtreding van de gedragscode
1a. Indien de onderzoekscommissie na onderzoek van oordeel is dat er sprake is van een overtreding van de gedragscode door de wethouder, dan stelt zij aan de burgemeester een passende maatregel voor tegen de overtreder. De burgemeester stelt, in overleg met het college, de passende maatregel vervolgens aan de overtreder voor. De overtreder wordt in de gelegenheid gesteld om op het voorstel te reageren.
b.Indien de onderzoekscommissie na onderzoek van oordeel is dat er sprake is van een overtreding van de gedragscode door de wethouder, dan stelt zij aan het college een passende maatregel voor tegen de overtreder. Het college stelt de passende maatregel vervolgens aan de overtreder voor. De overtreder wordt in de gelegenheid gesteld om op het voorstel te reageren.
2a. Als er vermoeden is van een misdrijf door een wethouder, doet de burgemeester aangifte bij de politie;
b.Als er vermoeden is van een misdrijf door de burgemeester, doet de gemeentesecretaris aangifte bij de politie.
3Vanaf dat moment wordt alle informatie voorgelegd aan de politie eventueel na overleg met de officier van justitie.
Artikel 9 Onderzoeksrapportage bij schendingen door een wethouder of de burgemeester
1De onderzoeksrapportage wordt door de burgemeester (of gemeentesecretaris wanneer het onderzoek ziet op de burgemeester) aangeboden aan het college, zodat zij als eerste kennis kunnen nemen van de rapportage. Allen betrachten discretie en prudentie ten aanzien van deze informatie en treden hiermee niet in openbaarheid;
2Daarna wordt het rapport (binnen de mogelijkheden van de wetgeving ten aanzien van openbaarheid van bestuur en privacybescherming) toegezonden aan de raad. De rapportage bevat alle informatie die nodig is om een oordeel te kunnen vormen over het vermoeden van integriteitsschending;
3De raad beoordeelt of het rapport aanleiding geeft om aangifte te doen of een motie in te dienen.
Artikel 10 Communicatie en openbaarheid
1De burgemeester (of loco-burgemeester, wanneer de melding ziet op de burgemeester) zorgt voor de interne en externe communicatie. Hierbij wordt afhankelijk van de situatie afgestemd met het college of het Openbaar Ministerie;
2In de communicatie geldt de wetgeving ten aanzien van openbaarheid van bestuur en privacybescherming als juridisch kader.