5. Aanvraag tot exploitatie
5.1 Nieuwe voorziening
5.1.1 Illegale kinderopvang
De wettelijke definitie van kinderopvang
4artikel 1.1 van de Wet kinderopvang
is het 'bedrijfsmatig of anders dan om niet verzorgen, opvoeden en bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen tot de eerste dag van de maand waarop het voortgezet onderwijs voor de kinderen begint’. Er is sprake van ‘illegale kinderopvang' wanneer niet aan die definitie is voldaan én:
•bij de gemeente geen aanvraag tot exploitatie is ingediend; of
•bij de gemeente een aanvraag is ingediend, maar de exploitatie is gestart voordat het onderzoek van de GGD heeft plaats gevonden; of
•bij de gemeente een aanvraag is ingediend en het onderzoek voor registratie heeft plaatsgevonden, maar de exploitatie is gestart voordat er een besluit op de aanvraag is genomen.
Als wij constateren dat er sprake is van illegale opvang, is dit een reden om handhavend op te treden door het opleggen van een bestuurlijke boete. Illegale opvang kan op grond van de Wet Economische Delicten een reden zijn om aangifte te doen bij het Openbaar Ministerie
5het exploiteren van een kinderopvangvoorziening zonder toestemming van het college is strafbaar gesteld. Dit is een economisch delict (artikel 1, tweede lid Wet op de economische delicten).
. Als wij dit nodig achten, doen wij aangifte.
5.1.2 Streng aan de poort
Vanaf de start van de exploitatie moet een kindercentrum of een voorziening voor gastouderopvang verantwoorde en kwalitatief goede opvang bieden. Het kindercentrum en de voorziening voor gastouderopvang moeten aan de kwaliteitseisen voldoen.
De toezichthouder toetst bij het onderzoek voor registratie of er voldoende vertrouwen is dat er vanaf de start van exploitatie kwalitatief goede opvang of begeleiding zal zijn. Bij dit onderzoek komen (voor zover mogelijk) alle kwaliteitseisen aan de orde. Een gesprek met de houder kan duidelijkheid geven of men ‘redelijkerwijs’ aan de kwaliteitseisen zal voldoen. Op basis hiervan vormt de toezichthouder zich een oordeel over de aanvraag tot exploitatie.
Indien nodig betrekken wij bij de beoordeling van de aanvraag tot exploitatie de kwaliteit en handhavingshistorie van andere kinderopvangvoorzieningen van de houder. Voortdurende, ernstige en/of vele overtredingen op deze voorzieningen vormen een contra-indicatie voor de naleving van de kwaliteitseisen op een nieuwe voorziening. Signalen uit andere bronnen kunnen ook meewegen bij de beoordeling van de aanvraag.
Wij toetsen een nieuwe aanvraag voor het starten van een kindercentrum aan de hand van criteria (voorschriften) in de Wet kinderopvang. Vóór het inrichten van het kindercentrum moet de houder voldoen aan de eisen die andere wetten stellen, zoals bijvoorbeeld de bouwvoorschriften en brandveiligheidsvoorschriften. De houder is verantwoordelijk voor de aanvraag van de benodigde vergunningen.
5.1.3 Startdatum exploitatie
Op basis van het onderzoek voor registratie neemt de gemeente een beslissing op de aanvraag. In de beslissing op de aanvraag staat vanaf welke datum de exploitatie mag starten.
5.1.4 Onderzoek na registratie
De toezichthouder controleert binnen drie maanden na de registratiedatum of de kinderopvangvoorziening (uitgezonderd gastouderopvang) in de praktijk aan de gestelde kwaliteitseisen voldoet. Dit onderzoek betreft vooral het veiligheids-, gezondheids- en pedagogisch beleid, de inzet van het personeel en de wijze van opvang van de kinderen.
5.1.5 Mogelijkheden na afwijzing aanvraag tot exploitatie
Als een aanvraag tot exploitatie is afgewezen, kan de houder een nieuwe aanvraag indienen. Om met succes een nieuwe aanvraag in te dienen, moet er sprake zijn van nieuwe feiten en omstandigheden
6artikel 4:6, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht
.
Als de aanvraag geen nieuwe feiten of omstandigheden bevat, kunnen wij de aanvraag afwijzen onder verwijzing naar de eerder afgegeven afwijzende beschikking
7artikel 4:6, tweede lid van de Algemene wet bestuursrecht
.
5.3 Verhuizing
5.3.1 Verhuizing van een kindercentrum of voorziening voor gastouderopvang
Als een kindercentrum of voorziening voor gastouderopvang verhuist, nemen wij de verhuizing in behandeling als een nieuwe aanvraag. Hiervoor zijn de volgende documenten vereist:
•Voor de oude kinderopvangvoorziening: een wijzigingsverzoek tot intrekken toestemming exploitatie (uitschrijving) wegens verhuizing;
•Voor de nieuwe kinderopvangvoorziening: een aanvraag tot exploitatie (inschrijving).
Voor een verhuizing – die gelijk staat aan een nieuwe aanvraag – brengen wij eveneens leges in rekening, conform de gemeentelijke legesverordening.
5.3.2 Verhuizing van een gastouderbureau
Als een gastouderbureau (GOB) verhuist, geldt er een andere procedure. Wettelijk is vastgelegd dat een GOB geen nieuwe aanvraag tot exploitatie moet indienen als het adres wijzigt. Hiervoor moet de houder een verzoek tot wijziging van het vestigingsadres indienen.
Bij een verhuizing naar een andere gemeente, moet het wijzigingsverzoek naar de huidige gemeente van vestiging. Die gemeente stuurt het verzoek (na verwerking in het LRK) door naar de nieuwe gemeente van vestiging, die een besluit neemt op het wijzigingsverzoek.
6. Handhaving
6.2 Maatwerk in handhaving
6.2.1 Herstellend en/of bestraffend handhaven
Wij kunnen herstellend en bestraffend handhaven:
•Herstellend: de houder bewegen om de tekortkoming te herstellen en hersteld te houden;
•Bestraffend: gericht op het toevoegen van financieel leed (punitieve sanctie), ter voorkoming van tekortkomingen in de toekomst.
Het is mogelijk herstellend en bestraffend handhaven te combineren.
6.2.2 Escalatieladder
In beginsel start een herstellend handhavingstraject met een schriftelijke aanwijzing, inclusief een hersteltermijn waarbinnen de tekortkoming moet zijn hersteld. Gelijktijdig met het geven van de schriftelijke aanwijzing geven wij de toezichthouder de opdracht om kort na het verstrijken van de gegeven termijn een nader onderzoek in te stellen.
Blijkt uit het nader onderzoek van de toezichthouder dat de tekortkoming niet is opgeheven, dan vindt er een afweging plaats over de te nemen vervolgstap in de handhaving. Dit kan zijn het opleggen van een last onder dwangsom.
Leidt ook deze stap niet tot (volledige) naleving, dan vindt wederom een afweging plaats over de te nemen vervolgstap. In dat geval ligt een verhoogde last onder dwangsom of een exploitatieverbod voor de hand. Het uiterste middel binnen een herstellend traject is het intrekken van de toestemming tot exploitatie.
Naast een herstellend traject is het, zoals in 6.2.1. beschreven, ook mogelijk een bestraffend traject te starten. Dit betekent het opleggen van een bestuurlijke boete. De bestuurlijke boete is dan het gevolg van het overtreden van een bepaalde kwaliteitseis.
De aard van de overtreding kan er toe leiden dat wij bij een eerste tekortkoming volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing. Als uit een volgend inspectierapport van de toezichthouder blijkt dat er sprake is van recidive, kan dat aanleiding zijn tot het opleggen van een bestuurlijke boete.
Een bestuurlijke boete is ook mogelijk bij het niet opvolgen van een aanwijzing, bevel of exploitatieverbod. Ook het niet meewerken aan een vordering van de toezichthouder, illegale opvang of het niet tijdig doorgeven van een wijziging kan een bestuurlijke boete opleveren.
6.2.3 Handhavingsafwegingen
Bij de besluitvorming over een tekortkoming en de keuze voor een handhavingsmiddel vinden meerdere afwegingen plaats. Dit kan leiden tot gemotiveerd afwijken van de reguliere escalatieladder.
Voor de herstellende handhaving kan bij de besluitvorming het volgende relevant zijn:
•Heeft de toezichthouder een herstelaanbod gegeven?
•Wat is de aard en ernst van de tekortkoming?
•Is er sprake van meerdere tekortkomingen?
•Is er sprake van recidive?
•Is er sprake van bijzondere feiten en/of omstandigheden?
•Is er mogelijk sprake van een economische afweging (neemt men de kans op een bestuurlijke boete voor lief omdat het aanstellen van extra personeel meer kost)?
6.4 Handhaving na herstelaanbod
6.4.1 Herstelaanbod gedaan met positief resultaat
Als een tekortkoming na herstelaanbod is opgelost, is het niet nodig handhavend op te treden. De houder krijgt hiervan van ons wel een schriftelijke bevestiging, waarin één en ander is vastgelegd.
6.4.2 Herstelaanbod aangeboden maar geen (volledig) herstel
Als de tekortkoming na herstelaanbod niet (volledig) is opgelost, handhaven wij conform het reguliere handhavingsbeleid.
7. Handhavingsmiddelen
7.9 Bestuurlijke boete
7.9.1 Situaties
Wij kunnen een bestuurlijke boete opleggen in de volgende situaties:
•Bij recidive: voor een tekortkoming in eenzelfde domein is eerder een schriftelijke waarschuwing geven;
•Bij het overtreden van de kwaliteitseisen uit de Wet kinderopvang en aanverwante regelgeving;
•Bij het niet opvolgen van een bevel of aanwijzing;
•Bij het niet meewerken aan een verzoek van de toezichthouder of het bewust verkeerd informeren van de toezichthouder;
•Bij het starten met de exploitatie van de voorziening vóór de datum waarvoor toestemming is verleend;
•Bij het niet tijdig melden van wijzigingen van de in het LRK geregistreerde gegevens;
•Het overtreden van een exploitatieverbod.
De Wet kinderopvang geeft ons de bevoegdheid om bij tekortkomingen een bestuurlijke boete op te leggen van maximaal € 45.000,00
12artikel 1.72, eerste lid van de Wet kinderopvang
. Voor de hoogte van boetes zijn in het afwegingsoverzicht normbedragen opgesteld.
7.9.2 Grootte organisatie
Bij de keuze voor het handhavingsmiddel is het van belang rekening te houden met de status van de houder. Een element hierbij is het aantal kinderen dat een houder opvangt in de voorzieningen die de houder heeft (ook buiten de gemeentegrenzen).
De grootte van een organisatie is relevant: hoe meer voorzieningen een houder heeft en hoe meer kinderen een houder opvangt, des de hoger de eisen zijn die wij aan de professionaliteit van de houder mogen stellen.
Wij onderscheiden vier soorten organisaties, afhankelijk van het aantal kinderen dat de houder opvangt:
1Grote organisaties: een totale capaciteit van meer dan 150 kindplaatsen / bemiddelde voorzieningen voor gastouderopvang.
2Middelgrote organisaties: een totale capaciteit van 51 tot en met 150 kindplaatsen / bemiddelde voorzieningen voor gastouderopvang.
3Kleine organisaties: een totale capaciteit van minder dan 51 kindplaatsen / bemiddelde voorzieningen voor gastouderopvang.
4Voorzieningen voor gastouderopvang.
Toelichting bij 1.
Voor een grote organisatie geldt het volledige normbedrag zoals opgenomen in het afwegingsmodel handhaving (zie bijlage).
Toelichting bij 2.
Voor een middelgrote organisatie is twee derde van het normbedrag de richtlijn.
Toelichting bij 3.
Voor een kleine organisatie is dat één derde deel van het normbedrag.
Toelichting bij 4.
Voor voorzieningen voor gastouderopvang is dat één vijfde deel van het normbedrag. Dit geldt niet voor die voorwaarden in het afwegingsmodel waar specifiek gastouder staat vermeld. Daar is de hoogte van de som al afgestemd op deze voorziening.
Bij de bepaling van de grootte van de organisatie is de registratie in het LRK op het moment van begaan van de overtreding het uitgangspunt. Zoals eerder aangegeven: hierbij kijken we over de gemeentegrenzen heen.
Na bepaling van de categorie en het bijbehorende normbedrag kan er een verlaging of verhoging van het bedrag van toepassing zijn, afhankelijk van de ernst van het feit, de verwijtbaarheid of de omstandigheden van het geval, de eventuele verzachtende of verzwarende omstandigheden.
Bijlage: Afwegingsmodel
Diversen m.b.t. naleving, registratie en wijzigingen
Wettelijke bepaling / kwaliteitseis
Maximale hersteltermijn
Maximale bestuurlijke boete
Last onder dwangsom per constatering
15Voor alle op te leggen lasten onder dwangsom geldt dat we de uiteindelijk hoogte van het bedrag berekenen conform het handhavingsbeleid.
Niet voldoen aan de definitie van kinderopvang, gastouderopvang, gastouder of gastouderbureau.
N.v.t., intrekken toestemming tot exploitatie is aan de orde.
n.v.t.
n.v.t.
Start exploitatie voor ontvangst toestemming college
16Overtreding van de artikelen 1.45 en 1.66 van de Wet kinderopvang is een economisch delict op grond van artikel 1, tweede lid van de Wet op de economische delicten. Het college doet eerst aangifte bij het Openbaar Ministerie (OM). Als het OM besluit geen vervolging in te stellen en de bestraffing aan het college over te laten, leggen we een bestuurlijke boete op dit maximaal gelijk is aan de bestuurlijke boete als genoemd in de Wet op de economische delicten.
of voor de datum waarop college bepaald heeft dat exploitatie mag aanvangen.
n.v.t.
Gelijk aan bedrag boete 4e categorie
17Bij het vaststellen van de maximale bestuurlijke boete sluiten wij aan bij artikel 23, vierde lid van het Wetboek van Strafrecht.
(2018: € 22.500)
€ 20.750
18Betreft een preventieve last onder dwangsom.
Houder geeft wijziging van in het LRK opgenomen gegevens later door / niet door terwijl dit zou moeten gebeuren zodra de houder bekend is met deze wijziging.
2maanden
€ 2.000
€ 2.000
Niet nakomen van een vordering tot medewerking van de toezichthouder.
n.v.t.
Gelijk aan bedrag boete 2e categorie4
(2022: € 4.500)
Gelijk aan bedrag boete 2e categorie
Niet opvolgen van een aanwijzing / bevel.
2weken
€ 4.000
n.v.t.
Niet opvolgen van exploitatieverbod gegeven opgelegd op grond van art. 1.66 Wko.
n.v.t.
€ 20.750
n.v.t.
Niet nakomen van een afspraak zoals genoemd in 1.67 Wet op het primair onderwijs.
n.v.t.
€ 4.000
n.v.t
Praktijk / uitvoering
Wettelijke bepaling / kwaliteitseis
Maximale hersteltermijn
Bestuurlijke boete
Last onder dwangsom per constatering
De houder biedt geen verantwoorde opvang.
2weken
€ 8.000
GO: € 2.000
€ 8.000
GO: € 2.000
Het gastouderbureau voldoet niet aan zijn zorgplicht.
2weken
€ 4.000
€ 4.000
De houder voldoet niet aan zijn informatieplicht.
2maanden
€ 1.000
€ 1.000
De houder zorgt er niet voor dat conform het beleid gehandeld wordt.
2weken
€ 2.000
€ 2.000
De houder voldoet niet aan de eisen gesteld aan veilige en gezonde kinderopvang
19Met uitzondering van het niet handelen conform beleid, dat valt onder “houder zorgt er niet voor dat conform het beleid gehandeld wordt”.
.
2weken
€ 3.000
GO: € 500
€ 3.000
GO: € 500
De houder voldoet niet aan de eisen mbt formatie en/of kwalificatie.
2weken
€ 5.000
GO: € 200
€ 5.000
GO: € 200
De houder voldoet niet aan de eisen mbt stabiliteit
(GO: groepsgrootte).
2weken
€ 3.000
GO: € 300
€ 3.000
GO: € 300
De houder voldoet niet aan de eisen mbt de VOG’s en het personenregister kinderopvang.
2weken
€ 3.000
GO: € 500
€ 3.000
GO: € 500
De houder voldoet niet aan de eis mbt de voertaal, taaleis VE en de taaleis BSO.
2weken
€ 3.000 (voertaal)
€ 1.500 (overige)
GO: € 200
€ 2.000
GO: € 200
De binnen- en buitenspeelruimtes voldoen niet aan de eisen.
De VGO voldoet niet aan de eisen.
2weken
€ 2.000
GO: € 200
€ 2.000
GO: € 200
De houder voldoet niet aan het ouderadviesrecht / klachtrecht.
2maanden (OC)
6maanden (klachtrecht)
€ 1.000
€ 1.000
De houder van het gastouderbureau voert aantoonbaar de kassiersfunctie en de verplicht gestelde gesprekken niet uit.
2weken
€ 3.000
€ 3.000
De houder voldoet niet aan de uren norm voor VE
2weken
€ 2.000
€ 2.000
Documenten
Wettelijke bepaling / kwaliteitseis
Maximale hersteltermijn
Bestuurlijke boete
Last onder dwangsom
De houder heeft actuele beleidsdocumenten die onvolledig zijn en/of niet alle verplicht te beschrijven onderwerpen bevatten.
2maanden
€ 3.000 voor het ontbreken van het document
€ 750 voor iedere (sub)eis waaraan niet is voldaan
€ 3.000 het ontbreken van het document
€ 750 voor iedere (sub)eis waaraan niet is voldaan
De administratie van de houder bevat niet alle verplicht op te nemen documenten en is op verzoek van de toezichthouder onverwijld te raadplegen.
2maanden
€ 3.000
per ontbrekend document
€ 3.000
per ontbrekend document
De houder gebruikt geen VE-programma dat voldoet aan de eisen.
2maanden
€ 1.000
€ 1.000