Aanhef
De raad van de gemeente Huizen;
in vergadering bijeen op 30 oktober 2025;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 23 september 2025;
gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel a en b, van de Gemeentewet;
b e s l u i t :
vast te stellen:
Verordening op de heffing en invordering van marktgelden Huizen 2026
Artikel 1. Belastbaar feit
In deze gemeente wordt onder de naam marktgeld een recht geheven voor het innemen van een standplaats op voor de markt aangewezen plaatsen gedurende voor de markt aangewezen tijd.
Artikel 2. Belastingplicht
Het marktgeld wordt geheven van degene, die een standplaats inneemt.
Artikel 3. Heffingsgrondslag
De grondslag waarnaar het marktgeld wordt geheven is het aantal vierkante meters dat door de standplaatshouder wordt ingenomen.
Artikel 4. Tarief
1Zaterdagmarkt Oude Raadhuisplein
De belasting bedraagt:
Voor het innemen van een standplaats op de markt, voor elke m² of gedeelte daarvan:
a.
per dag
€ 1,45
b.
per maand, gedurende een dag per week
€ 6,14
c.
per jaar, gedurende een dag per week
€ 66,99
2Dinsdagmarkt Oostermeent
De belasting bedraagt:
Voor het innemen van een standplaats op de markt, voor elke m² of gedeelte daarvan:
a.
per dag
€ 1,15
b.
per maand, gedurende een dag per week
€ 4,58
c.
per jaar, gedurende een dag per week
€ 49,39
a.Indien het belastbare feit zich slechts een gedeelte van het voor de berekening van de belasting per jaar voordoet of zal voordoen, wordt ontheffing verleend over de resterende volle maanden van dit tijdvak.
b.Van de belasting welke wordt berekend naar een tarief per maand, per week of per dag wordt over gedeelten van een maand, week of dag geen ontheffing verleend.
Artikel 5. Wijze van heffing/betaling
1Het marktgeld moet worden voldaan op het moment van de kennisgeving van het verschuldigde bedrag.
2De belasting waarvoor een vergunning voor onbepaalde tijd is verleend en waarop het jaartarief van toepassing is, wordt geheven bij wege van aanslag. De belasting is invorderbaar in één termijn vervallende op de laatste dag van de tweede maand volgende op die welke in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.
3De belasting waarvoor een vergunning naar tijdsgelang is verleend wordt geheven door middel van een gedagtekende nota, waarin het verschuldigde bedrag wordt vermeld en moet worden voldaan op het tijdstip waarop de nota voor het in artikel 1 bedoelde gebruik of een daarmede verband houdende dienst wordt uitgereikt.
Artikel 6. Kwijtschelding
De mogelijkheid tot het verkrijgen van kwijtschelding als bedoeld in artikel 26 van de Invorderingswet 1990 blijft voor deze verordening buiten toepassing.
Artikel 7. Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders
Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de marktgelden.
Artikel 8. Overgangsrecht
De Marktgeldverordening Huizen 2025, laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van 7 november 2024, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 9, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Artikel 9. Inwerkingtreding
1Deze verordening treedt in werking met ingang van de derde dag na die van de bekendmaking.
2De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.
Artikel 10. Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: ‘Marktgeldverordening Huizen 2026’.