Aanhef
De raad van de gemeente Houten
Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 9 januari 2018 (2018-003);
Gelet op de artikelen 95 eerste en tweede lid, 96 eerste en tweede lid, en 97, 99 en 147 van de Gemeentewet, de artikelen 22 eerste lid, 23 eerste lid en27a vijfde lid, van het Rechtspositiebesluit wethouders en de artikelen [2], [7a vierde lid, 13 tweede lid] van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden;
Besluit vast te stellen de volgende verordening:
VERORDENING RECHTSPOSITIE WETHOUDERS, RAADS- EN COMMISSIELEDEN GEMEENTE HOUTEN
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
a.commissie: een commissie ingesteld op grond van de artikelen 82, 83 of 84 van de Gemeentewet;
b.Rechtspositiebesluit wethouders: het Koninklijk Besluit van 22 maart 1994, Stb. 243;
c.Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden: het Koninklijk Besluit van 22 maart 1994, Stb. 244;
d.Regeling rechtspositie wethouders: de ministeriële regeling van 20 februari 2001, Stcrt. 41 als bedoeld in artikel 23 van het Rechtspositiebesluit wethouders;
e.Verplaatsingskostenregeling 1989: het besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken van 20 oktober 1989, nr. AB87/74/U6DGMP/AV/FAR, Stcrt. 212;
f.Reisregeling binnenland: het besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken van 16 maart 1993, nr. AD93/U280, Stcrt. 56;
g.Reisregeling buitenland: het besluit van de minister van Binnenlandse Zaken van 12 september 1994, nr. AD94/U1011, Stcrt. 181;
h.raadslid: lid van de gemeenteraad, niet zijnde wethouder;
i.commissielid: lid van een commissie, bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden;
j.griffier: de griffier bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet;
k.gemeentesecretaris: de secretaris bedoeld in artikel 102 van de Gemeentewet;
Hoofdstuk 2 Voorzieningen voor raads- en commissieleden
Artikel 2 Vergoeding voor de werkzaamheden van raadsleden
1De vergoeding voor werkzaamheden bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, is gelijk aan het door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vastgestelde maximum van de voor de gemeente Houten geldende klasse.
2De vergoeding wordt in zijn geheel uitbetaald.
Artikel 3 Reis- en verblijfkosten
1De vergoeding voor reis- en verblijfkosten als bedoeld in de artikelen 96 eerste lid, en 97 van de Gemeentewet is:
a.voor wat betreft de reiskosten gelijk aan het overeenkomstig in artikel 4, onderdeel a en b, van de Regeling rechtspositie wethouders bepaalde;
b.voor wat betreft de verblijfkosten gelijk aan het overeenkomstig in artikel 4, onderdeel c, van de Regeling rechtspositie wethouders bepaalde.
2De reiskosten worden voor ten hoogste één vergadering per dag vergoed.
Artikel 4 Scholing
1Raads- of commissieleden die willen deelnemen aan niet-partijpolitiek georiënteerde scholing in
verband met de vervulling van de functie van raads- of commissielid, dienen daartoe vooraf een
gemotiveerde aanvraag in bij de griffier.
2Deze aanvraag gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie.
3De vergoeding voor scholingskosten bedraagt maximaal € 2.000,- per persoon per raadsperiode.
4De griffier beslist op de aanvraag op basis van bewijsstukken, overeenkomstig het tweede lid.
5In voorkomende gevallen beslissen de fractievoorzitters van alle in de raad vertegenwoordigde politieke groeperingen op basis van meerderheid van stemmen.
Artikel 5 Computer en internetverbinding
1Raads- en commissieleden aan wie op aanvraag een computer, bijbehorende apparatuur en software in bruikleen ter beschikking wordt gesteld, ondertekenen hiervoor een bruikleenovereenkomst met de gemeente.
Artikel 6 Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel
1Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in artikel 13a van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.
2Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden verder aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in paragraaf 2 van deze verordening, voor zover deze worden gerekend tot een vergoeding, tegemoetkoming of verstrekking als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a tot en met h, van de Wet op de Loonbelasting 1964.
Hoofdstuk 3 Voorzieningen voor wethouders
Artikel 7 Reiskosten woon-werkverkeer
Wethouders hebben aanspraak op een vergoeding van de kosten woon-werkverkeer, bedoeld in artikel 23, eerste lid, onderdeel a, van het Rechtspositiebesluit wethouders, overeenkomstig artikel 3 van de Regeling rechtspositie wethouders.
Artikel 8 Zakelijke reis- en verblijfkosten
Wethouders hebben aanspraak op een vergoeding van de reis- en verblijfkosten voor reizen gemaakt voor de uitoefening van het ambt, bedoeld in artikel 23, eerste lid, onderdeel b, van het Rechtspositiebesluit wethouders binnen en buiten het grondgebied van de gemeente, overeenkomstig artikel 4 van de Regeling rechtspositie wethouders.
Artikel 9 Dienstauto
1Wethouders kunnen voor reizen ten behoeve van de gemeente gebruik maken van een dienstauto. Onder dienstauto wordt voor de toepassing van dit artikel mede verstaan een door de gemeente ingehuurde auto.
Artikel 10 Computer en internetverbinding
1Wethouders aan wie op aanvraag een computer, bijbehorende apparatuur en software in bruikleen ter beschikking wordt gesteld, ondertekenen hiervoor een bruikleenovereenkomst met de gemeente.
Artikel 11 Communicatieapparatuur
1Wethouders aan wie op aanvraag communicatieapparatuur in bruikleen ter beschikking wordt gesteld, ondertekenen hiervoor een bruikleenovereenkomst met de gemeente.
2Een aanvraag als bedoeld in dit artikel wordt gedaan bij de gemeentesecretaris. De gemeentesecretaris beslist over de aanvraag, overeenkomstig het eerste lid, op basis van bewijsstukken.
Artikel 12 Verhuis-, reis-en pensionkosten en tegemoetkoming dubbele woonlasten bij benoeming
1Wethouders die bij benoeming nog niet over woonruimte in de gemeente beschikken hebben aanspraak op een vergoeding van reis- en pensionkosten, dubbele woonlasten en verhuiskosten, bedoeld in artikel 22, eerste lid, onderdeel a en b, van het Rechtspositiebesluit wethouders, overeenkomstig de artikelen 1 en 2 en 4a van de Regeling rechtspositie wethouders.
2Wethouders die bij benoeming nog niet over woonruimte in de gemeente beschikken hebben aanspraak op een vergoeding van:
a.reis- en pensionkosten, bedoeld in artikel 22, eerste lid, onderdeel a, van het Rechtspositiebesluit wethouders, overeenkomstig artikel 1 en 4a van de Regeling rechtspositie wethouders, en
b.dubbele woonlasten en verhuiskosten, bedoeld in artikel 22, eerste lid, onderdeel b, van het Rechtspositiebesluit wethouders, overeenkomstig artikel 2 en 4a van de Regeling rechtspositie wethouders.
Artikel 13 Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel
1Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen genoemd in artikel 28a van het Rechtspositiebesluit wethouders.
2Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden verder aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in paragraaf 3 van deze verordening, voor zover deze worden gerekend tot een vergoeding of verstrekking als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a tot en met h, van de Wet op de Loonbelasting 1964.
Hoofdstuk 4 Procedure van declaratie
Artikel 14 Betaling vaste vergoeding
De betaling van de vergoeding voor werkzaamheden, de bezoldiging voor de wethouders op grond van het Rechtspositiebesluit wethouders, de onkostenvergoedingen en declaraties geschiedt maandelijks of in maandelijkse termijnen als er sprake is van een vergoeding op jaarbasis,tenzij het Rechtspositiebesluit wethouders, het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden of de Regeling rechtspositie wethouders anders bepalen.
Artikel 15 Betaling en declaratie van onkosten
1De betaling van kosten die op grond van deze verordening voor vergoeding of tegemoetkoming in
aanmerking komen vindt plaats door:
a.betaling uit gemeentelijke middelen, op basis van een rechtstreekse aan de gemeente toegezonden factuur, of
b.betaling vooruit uit eigen middelen.
2Een aanvraag om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van een
declaratieformulier en bewijsstukken.
3Het declaratieformulier en de bewijsstukken worden binnen 2 maanden na factuurdatum of betaling
door:
a.raads- en commissieleden ingediend bij de griffier;
b.wethouders ingediend bij de gemeentesecretaris.
4De declaraties van wethouders, raads- en commissieleden worden elk kwartaal gepubliceerd op de website van de gemeente als “declaraties politieke ambtsdragers”.
Hoofdstuk 5 Slotbepalingen
Artikel 16 Intrekking oude regeling
De Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden gemeente Houten, zoals vastgesteld op 20 september 2011, wordt ingetrokken.
Artikel 17 Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na publicatie.
Artikel 18 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden gemeente Houten.
Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad op 13 februari 2018.
De raad van de gemeente Houten,
De griffier, W. van Zanen
De voorzitter, W.M. de Jong