Aanhef
De raad van de gemeente Horst aan de Maas;
gezien het voorstel van het presidium van 12 augustus 2024,
gemeentebladnummer 2023.065;
gelet op het bepaalde in de Gemeentewet;
b e s l u i t :
vast te stellen de volgende regeling:
Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Horst aan de Maas 2024
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1 Begripsbepalingen
In dit reglement wordt verstaan onder:
1voorzitter: de voorzitter van de raad of de raadsavond, of diens plaatsvervanger of een door het presidium aangewezen raadslid;
2griffier: griffier van de raad of de raadsavond, of diens plaatsvervanger;
3amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerp-verordening of ontwerp-beslissing, naar de vorm geschikt om daarin direct te worden opgenomen;
4subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig amendement, naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen in het amendement, waarop het betrekking heeft;
5motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp waarmee een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken;
6voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de vergadering;
7initiatiefvoorstel: een voorstel van een raadslid voor een verordening of een ander voorstel;
8Wet: Gemeentewet;
9raadsvergadering: vergadering van de raad zoals bedoeld in de wet;
10raadsavond: raadsbijeenkomst zoals bedoeld in artikel 35 van deze regeling.
Artikel 2 Presidium en seniorenconvent, samenstelling
1Het presidium en het seniorenconvent bestaan uit de voorzitter van de gemeenteraad en in ieder geval de voorzitters van de fracties als bedoeld in artikel 7 van het Reglement van orde van de vergaderingen van de gemeenteraad. De griffier is in elke vergadering van het presidium aanwezig.
2Elke fractievoorzitter wijst een lid van zijn fractie aan, dat hem bij zijn afwezigheid in het presidium of het seniorenconvent vervangt.
3Elke fractievoorzitter heeft één stem in het presidium en seniorenconvent.
Artikel 3 Presidium, taak
De taak van het presidium omvat namens de raad:
1het vaststellen van de concept agenda van de raadsvergaderingen en de raadsavonden;
2het vaststellen van de vergadercyclus van de raad;
3het vaststellen van vergaderingen als bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de wet
4het voorbereiden en indien nodig in mandaat van de raad afdoen van:
-regels ten behoeve van de organisatie van de griffie;
-regels ten behoeve van de uitvoering van wet- en regelgeving met betrekking tot raads- en griffieaangelegenheden;
-raadsvoorstellen over de werkwijze van de raad en/of vanwege de raad ingestelde bestuursorganen;
-de raadsvergaderingen en de raadsavonden;
-overige door de raad aan te geven werkzaamheden
Artikel 4 Seniorenconvent, taak
Het seniorenconvent heeft als functie te dienen als overleg voor het verstrekken van informatie van de burgemeester dan wel de voorzitter van de raad respectievelijk van het college van burgemeester en wethouders aan de raad over aangelegenheden welke vanwege het belang van de gemeente, haar voorlopigheid of anderszins (nog) niet openbaar gemaakt kan worden en evenzeer voor het verstrekken van informatie aangelegenheden van de fractievoorzitters aan de burgemeester dan wel voorzitter van de raad respectievelijk van het college van burgemeester en wethouders welke eveneens (nog) niet openbaar gemaakt kan worden.
Artikel 5 Presidium en seniorenconvent, werkwijze
a.De oproeping voor een vergadering door de voorzitter vindt elektronisch plaats en wordt, behoudens in spoedeisende gevallen, zo mogelijk voor het weekeinde voorafgaande aan de vergadering aan de leden toegezonden.
b.Het seniorenconvent kan voorts worden opgeroepen voor een vergadering indien tenminste een vijfde van het aantal fractievoorzitters waaruit het seniorenconvent bestaat, met opgave van redenen, daarom verzoekt.
2De oproepingsbrief vermeldt de agenda met de onderwerpen die in de vergadering behandeld zullen worden in de volgorde waarin deze aan de orde zullen worden gesteld. Vraagpunten ten aanzien van de te behandelen onderwerpen worden zoveel mogelijk bij de onderwerpen vermeld.
3Van de vergaderingen wordt een afsprakenlijst opgesteld. Deze afsprakenlijst bevat:
a.de namen van de aanwezige leden en van de leden die afwezig waren;
b.een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest;
c.de conclusies en de, op grond van artikel 3, onder 4, genomen besluiten;
d.eventuele minderheidsstandpunten, met een korte aanduiding van de motieven.
4De afsprakenlijst wordt zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen zeven dagen na de vergadering aan de leden gezonden.
5De afsprakenlijst wordt in de eerstvolgende vergadering vastgesteld.
6Het presidium en het seniorenconvent vergaderen in beslotenheid.
7De afsprakenlijst van het presidium is na vaststelling openbaar en wordt binnen twee dagen na vaststelling, met de onderliggende stukken, gepubliceerd in Notubox en op internet.
Hoofdstuk 2 Raadsvergaderingen
Paragraaf 1 Toelating van nieuwe leden; benoeming wethouders; fracties
Artikel 6 Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging; benoeming wethouders
1Bij de benoeming van nieuwe raadsleden stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden.
2De commissie onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van de nieuw benoemde raadsleden en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de toelating van de nieuw benoemde raadsleden tot de raad. Indien van toepassing, wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in dit advies.
3Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste raadsvergadering in oude samenstelling na de raadsverkiezingen.
4Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten raadsleden op om in de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.
5In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd lid van de raad op voor de raadsvergadering waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.
6Bij de benoeming van een wethouder wordt overeenkomstig het eerste lid een commissie ingesteld welke de benoembaarheid van de kandidaat toetst aan de hand van de volgende zaken:
-de Verklaring Omtrent Gedrag (VOG);
-de benoembaarheidsvereisten: artikelen 36a, 10 en 41a Gemeentewet;
-de onverenigbare functies: artikelen 36a lid 3, 36b en 46 Gemeentewet;
-de nevenfuncties: artikel 41b Gemeentewet;
-de verboden handelingen: artikelen 41c en 15 Gemeentewet;
-de gedragscode voor bestuurders van Horst aan de Maas op grond van artikel 41c Gemeentewet.”;
-een onafhankelijk oordeel naar aanleiding van de risicoanalyse integriteit.
De werkwijze van deze commissie is overeenkomstig het tweede lid.
7De in het zesde lid genoemde risicoanalyse wordt uitgevoerd door een onafhankelijke derde in opdracht van de burgemeester. De burgemeester rapporteert aan de in het zesde lid genoemde commissie naar aanleiding van de uitgevoerde risicoanalyse enkel of er al dan niet sprake is van een integriteitsrisico die de benoembaarheid van de kandidaat-wethouder in de weg staat. De commissie krijgt geen inzage in de risicoanalyse.
Artikel 7 Fractie
1Raadsleden die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zittingsperiode als één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd.
2Indien boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Indien geen aanduiding boven de kandidatenlijst was geplaatst, deelt de fractie in de eerste vergadering van de raad aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad zal voeren.
3De namen van de fractievoorzitter en diens plaatsvervanger worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter.
4Als één of meer raadsleden van één of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden of zich aansluiten bij een andere fractie, wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter.
5Een nieuwe naam van de fractie voldoet aan de eisen uit artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na naamswijziging.
Paragraaf 2 Tijdstip van vergaderen; voorbereiding
Artikel 8 Vergaderfrequentie
In de regel vindt de raadsvergadering om de vier weken plaats op dinsdagavond in het gemeentehuis en vangt aan om 20.00 uur. De vergadering eindigt in beginsel om 23.00 uur tenzij de raad anders beslist.
Artikel 9 Oproep en agenda
1Het presidium stelt de voorlopige agenda vast.
2De voorzitter zendt spoedeisende vergaderingen uitgezonderd - ten minste tien dagen voor een vergadering de leden van de raad elektronisch een oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken.
3In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van een elektronische oproep een aanvullende agenda opstellen. Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 24 uur voor aanvang van de raadsvergadering wordt deze met de daarbij behorende stukken aan de leden gezonden.
4Op de stukken, bedoeld in het eerste en tweede lid, is artikel 10 van toepassing.
5De agenda wordt bij aanvang van een raadsvergadering door de raad vastgesteld.
Artikel 10 Ter inzage leggen van stukken
1Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de elektronische oproep voor een ieder op het gemeentehuis ter inzage gelegd. Als na het verzenden van de elektronische oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk in een openbare kennisgeving.
2Elektronisch beschikbare stukken worden op de website van de gemeente geplaatst.
3Informatie van de raad of aan de raad verstrekte informatie waaromtrent op grond van hoofdstuk Va , van de wet geheimhouding is opgelegd, wordt, in afwijking van het eerste en tweede lid, alleen elektronisch in de besloten omgeving van de vergaderapp beschikbaar gesteld
Artikel 11 Openbare kennisgeving
1De vergadering wordt door aankondiging in het gemeentelijk informatieblad of op de voor afkondigingen in de gemeente gebruikelijke wijze en door plaatsing op de gemeentelijke website openbaar gemaakt.
2In spoedeisende gevallen kan de openbare kennisgeving uitsluitend langs elektronische weg plaatsvinden.
Paragraaf 3 Orde der raadsvergadering
Artikel 12 Presentielijst
Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid van de raad de presentielijst die aan het einde van elke vergadering door de voorzitter en de griffier door ondertekening wordt vastgesteld.
Artikel 13 Zitplaatsen
1De voorzitter, de leden van de raad en de griffier hebben een vaste zitplaats, door de voorzitter na overleg in het presidium bij aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode van de raad aangewezen.
2Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling herzien na overleg in het presidium.
3De voorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de wethouders, secretaris en overige personen, die voor de vergadering zijn uitgenodigd.
Artikel 14 Opening vergadering;
De vergadering wordt door de voorzitter met een hamerslag geopend.
Artikel 15 Opening vergadering; quorum
1De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, indien het daarvoor door de wet vereiste aantal leden van de raad blijkens de presentielijst aanwezig is.
2Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na voorlezing van de namen der afwezige leden, dag en uur van de volgende vergadering, met inachtneming van artikel 20 van de Gemeentewet.
Artikel 16 Primus bij beraadslaging en hoofdelijke stemming
Alvorens de aangekondigde onderwerpen aan de orde te stellen deelt de voorzitter mede, bij welk lid van de raad, de hoofdelijke stemming zal beginnen. Daartoe wordt bij loting een volgnummer van de presentielijst aangewezen. De beraadslaging begint bij de fractie van het lid dat door loting is aangewezen.
Artikel 17 Aantal spreektermijnen
1De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist.
2Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.
Artikel 18 Handhaving orde; schorsing
1Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij
a.de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement te herinneren;
b.een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden.
2Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de betreffende spreker, hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering, waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen.
3De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten.
Artikel 19 Deelname aan de beraadslaging door anderen
Onverminderd artikel 21, eerste en tweede lid van de wet kan de raad besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de vergadering.
Artikel 20 Voorstellen van orde
Raadsleden kunnen tijdens een raadsvergadering mondeling een voorstel betreffende de orde van de vergadering doen. De raad beslist hier terstond over.
Paragraaf 4 Procedures bij Stemmingen
Artikel 21 Beslissing
1Wanneer de voorzitter vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de raad anders beslist.
2Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, kunnen raadsleden hun voorgenomen stemgedrag in een korte verklaring toelichten.
3Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel over de te nemen beslissing.
Artikel 22 Stemming; procedure hoofdelijke stemming
1In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in de besluitenlijst vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich op grond van artikel 28 Gemeentewet van stemming te hebben onthouden.
2Als een raadslid om stemming of hoofdelijke stemming vraagt, doet de voorzitter daarvan mededeling.
3De voorzitter roept de leden van de raad bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het lid dat daarvoor overeenkomstig artikel 16 is aangewezen. Vervolgens geschiedt de oproeping naar de volgorde van de zitplaatsen.
4Bij hoofdelijke stemming brengen ter vergadering aanwezige leden die zich niet ingevolge artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming moeten onthouden, hun stem uit door zich ‘voor’ of ‘tegen’ te verklaren zonder enige toevoeging.
5Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing herstellen tot het volgende raadslid heeft gestemd. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming.
6De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee, met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij mededeling van het genomen besluit.
Artikel 23 Volgorde stemming over amendementen en moties
1Indien op een aanhangig voorstel amendementen zijn ingediend, wordt eerst over die amendementen gestemd en vervolgens over het voorstel zoals het dan luidt in zijn geheel.
2Als een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement waarop dat betrekking heeft.
3Als meerdere amendementen of subamendementen op eenzelfde gedeelte van een aanhangig voorstel zijn ingediend, wordt, onverminderd het eerste en tweede lid, eerst over het meest verstrekkende amendement of subamendement gestemd.
4Als aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie. De raad kan besluiten van deze volgorde af te wijken.
Artikel 24 Stemming over personen
1Bij stemmingen over personen voor benoemingen of het opstellen van voordrachten of aanbevelingen, benoemt de voorzitter twee leden tot stembureau.
2Aanwezige raadsleden die zich niet ingevolge artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming moeten onthouden, zijn verplicht een door het stembureau verstrekt stembriefje in te leveren.
3Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van het stembureau beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje.
4In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad, op voorstel van het stembureau.
Paragraaf 5 Bevoegdheden, instrumenten raadsleden
Artikel 25 Amendementen en subamendementen
1Raadsleden dienen amendementen en subamendementen voor het sluiten van de beraadslaging van het voorstel waarop deze betrekking hebben schriftelijk in bij de voorzitter tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat.
2Er wordt alleen beraadslaagt over amendementen en subamendementen die ingediend zijn door raadsleden die de presentielijst getekend hebben.
3Intrekking door de indiener van een amendement of subamendement is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond.
Artikel 26 Moties
1Raadsleden dienen moties schriftelijk in bij de voorzitter, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat.
2De behandeling van een motie vindt gelijktijdig plaats met de beraadslaging over het onderwerp of voorstel waarop het betrekking heeft.
3De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda opgenomen onderwerpen zijn behandeld.
4Intrekking door de indiener van een motie is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond.
Artikel 27 Initiatiefvoorstel
1Raadsleden dienen initiatiefvoorstellen schriftelijk in bij de voorzitter. Deze brengt een ingediend voorstel zo spoedig mogelijk ter kennis van het college.
2Het college kan binnen twee weken nadat het ter kennis is gesteld van een voorstel schriftelijk wensen en bedenkingen met betrekking tot het voorstel ter kennis van de raad brengen.
3Nadat het college schriftelijk wensen of bedenkingen ter kennis van de raad heeft gebracht of kenbaar heeft gemaakt hiertoe niet te zullen overgaan, dan wel nadat de in het tweede lid gestelde termijn is verlopen, wordt het voorstel op de agenda van de eerstvolgende raadsvergadering geplaatst. Als de oproep hiervoor reeds verzonden is wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende raadsvergadering geplaatst.
Artikel 28 Collegevoorstel
1Een collegevoorstel aan de raad dat vermeld staat op de voorlopige agenda van de raadsvergadering, wordt niet ingetrokken zonder toestemming van de raad.
2Als de raad van oordeel is dat het nodig is een voorstel als bedoeld in het eerste lid voor advies terug te zenden aan het college, bepaalt de raad binnen welke termijn het voorstel opnieuw geagendeerd wordt.
Artikel 29 Interpellatie
1Raadsleden dienen verzoeken tot het houden van een interpellatie schriftelijk in bij de voorzitter. Het verzoek bevat in ieder geval de te stellen vragen.
2De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en de wethouders. Over verzoeken die tenminste 48 uur voor aanvang van een raadsvergadering zijn ingediend of in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, wordt tijdens de eerstvolgende raadsvergadering gestemd. In andere gevallen tijdens de daaropvolgende raadsvergadering. Voor behandeling door de raad is vereist dat minimaal één vijfde deel van de raad instemt met de interpellatie.
3De interpellant voert niet meer dan tweemaal het woord. De overige raadsleden, de burgemeester en de wethouders niet vaker dan eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft.
Paragraaf 6 Verslaglegging
Artikel 30 Besluitenlijst
1De griffier draagt zorg voor het bijhouden van de besluitenlijst van de vergadering.
2De conceptbesluitenlijst van de voorgaande vergadering wordt, zo mogelijk, aan de leden van de raad elektronisch toegezonden gelijktijdig met de elektronische oproep.
3De besluitenlijst bevat ten minste:
a.de namen van de voorzitter, de griffier, de wethouders en de raadsleden, allen voor zover aanwezig, alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben;
b.een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest;
c.een weergave van de stemverhouding, met vermelding van de namen van de leden of fracties die een stemverklaring hebben afgelegd, bij hoofdelijke stemming van de namen van de leden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de leden die zich overeenkomstig de Gemeentewet van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist;
d.de tekst van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen;
4De besluitenlijst wordt in de eerstvolgende vergadering vastgesteld, waarna dit door de voorzitter en de griffier wordt ondertekend.
Artikel 31 Beeld- en geluidsverslag
1Van openbare vergaderingen wordt rechtstreeks via internet verslag gedaan in beeld en geluid.
2Het beeld- en geluidsverslag is direct na de vergadering via internet raadpleegbaar en doorzoekbaar op spreker en onderwerp.
3De griffier draagt zorg voor de totstandkoming van de internetuitzending en het beeld- en geluidsverslag.
Paragraaf 7 Besloten raadsvergaderingen
Artikel 32 Toepassing reglement op besloten vergaderingen
Op een besloten vergadering is dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover dit niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering.
Artikel 33 Besluitenlijst besloten vergadering
1Conceptbesluitenlijsten van besloten raadsvergaderingen worden alleen elektronisch in de besloten omgeving van de vergaderapp beschikbaar gesteld.
2Deze besluitenlijsten worden zo spoedig mogelijk in een besloten raadsvergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet opheffen van de geheimhouding op de vastgestelde besluitenlijst.
3De vastgestelde besluitenlijsten worden door de voorzitter en de griffier ondertekend.
Artikel 34 Geheimhouding
Als de raad op grond van artikel 89, vierde lid,, van de wet voornemens is de geheimhouding van aan de raad verstrekte informatie op te heffen, wordt, als het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten vergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd.
Hoofdstuk 3 Raadsavond
Paragraaf 1 Algemene bepalingen
Artikel 35 Raadsavond, instelling (art. 82 Gemeentewet), taak
1De raadsavond wordt aangemerkt als een commissie als bedoeld in artikel 82 van de Gemeentewet en wordt hiermee ingesteld.
2De raadsavond heeft tot taak om de meningsvorming en oordeelsvorming van de raad te ondersteunen betreffende de volgende aangelegenheden:
a.Het informatief bespreken van en eventueel adviseren over een raadsvoorstel;
b.Het bespreken van en eventueel adviseren over een concept kadernota in de ontwerpfase;
c.Het informatief bespreken van een ingekomen stuk aan de raad;
d.Het mondeling beantwoorden van schriftelijke raadsvragen;
e.Het verstrekken van informatie over een bepaald onderwerp;
f.Het verstrekken van actieve informatie door het college van burgemeester en wethouders.
3De raadsavond overlegt hiertoe met elkaar, het college, inwoners, verenigingen, bedrijven en maatschappelijke instanties.
Artikel 36 Ingekomen stukken
1Bij de raad ingekomen stukken, waaronder schriftelijke mededelingen van het college aan de raad, worden op een lijst geplaatst. Deze lijst wordt aan de leden van de raad elektronisch toegezonden en ter inzage gelegd.
2De lijst bevat de stukken die door het presidium in de week voorafgaand aan de raadsavond, op de concept-agenda van de raadsavond zijn geplaatst.
3De lijst van ingekomen stukken wordt in zijn geheel tijdens de eerste raadsavond aan de orde gesteld. Ingekomen stukken kunnen afzonderlijk informatief aan de orde worden gesteld indien dit uiterlijk 9.00 uur op de maandag voorafgaand aan de vergadering is gemeld bij de griffier. Behandeling vindt plaats in één termijn.
Artikel 37 Raadsavond, samenstelling, aanwijzing en ontslag
1De raadsavond bestaat uit een door het presidium aan te wijzen voorzitter en de raadsleden.
2Iedere fractie kan burgerraadsleden laten deelnemen aan de raadsavond in de plaats van haar raadsleden met dien verstande dat tenminste de helft van de fractie bestaat uit raadsleden en dat het totaal aantal deelnemers per fractie het zetelaantal van die fractie niet overschrijdt. Indien er sprake is van een oneven zetelaantal mag het aantal burgerraadsleden naar boven worden afgerond.
a.De burgerraadsleden worden op voordracht van de fracties door het presidium aangewezen voor de duur van de zittingsperiode van de raad.
b.Iedere fractie kan maximaal 5 burgerraadsleden voordragen.
4Voor deze aanwijzing tot burgerraadslid is vereist dat men ingezetene is van de gemeente en de leeftijd van zestien jaar heeft bereikt.
5Burgerraadsleden worden in hun eerste raadsavond door de voorzitter opgeroepen om de eed of verklaring en belofte af te leggen zoals bedoeld in artikel 6 van dit reglement.
6Een burgerraadslid kan te allen tijde ontslag nemen, hij geeft daarvan schriftelijk kennis aan het presidium.
7De artikelen 13 en 15 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op burgerraadsleden met dien verstande dat een burgerraadslid in dienst kan zijn bij een gemeenschappelijke regeling waarbij, ter vermijding van het ontstaan van de schijn van belangenverstrengeling, door het betreffende burgerraadslid niet wordt deelgenomen aan de beraadslaging aangaande de betreffende gemeenschappelijke regeling.
8Zodra blijkt dat een burgerraadslid de hoedanigheid op rond waarvan hij is benoemd niet meer bezit, dan wel dat hij een met het lidmaatschap onverenigbare betrekking vervult, dan wel dat hij handelt in strijd met artikel 15 van de Gemeentewet, houdt hij onmiddellijk op burgerraadslid te zijn.
9De griffier is in elke raadsavond aanwezig.
Paragraaf 2 Tijdstip van vergaderen; voorbereiding
Artikel 38 Vergaderfrequentie
1De raadsavond vindt in de regel twee keer per vier weken plaats op dinsdagavond in het gemeentehuis, normaliter drie weken en twee weken voorafgaand aan de raadsvergadering als bedoeld in art. 1 lid 9, en vangt aan om 20.00 uur.
2Het presidium kan in bijzondere gevallen een andere dag en aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen.
Artikel 39 Oproep en agenda
1Het presidium stelt de conceptagenda vast.
2De voorzitter zendt spoedeisende vergaderingen uitgezonderd - ten minste zeven dagen voor een vergadering de leden van de raad elektronisch een oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken.
3In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van een elektronische oproep een aanvullende agenda opstellen. Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 24 uur voor aanvang van de raadsvergadering wordt deze met de daarbij behorende stukken aan de leden gezonden.
4Op de stukken, bedoeld in het eerste en tweede lid, is artikel 40 van toepassing.
5De agenda wordt bij aanvang van de vergadering door de raadsavond vastgesteld.
Artikel 40 Ter inzage leggen van stukken
1Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de elektronische oproep voor een ieder op het gemeentehuis ter inzage gelegd. Als na het verzenden van de elektronische oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk in een openbare kennisgeving.
2Elektronisch beschikbare stukken worden op de website van de gemeente geplaatst.
3Informatie van de raadsavond of aan de raadsavond verstrekte informatie waaromtrent op grond van hoofdstuk Va van de wet geheimhouding is opgelegd, wordt, in afwijking van het eerste en tweede lid, alleen elektronisch in de besloten omgeving van de vergaderapp beschikbaar gesteld.
Artikel 41 Openbare kennisgeving
1De vergadering wordt door aankondiging in het gemeentelijk informatieblad of op de voor afkondigingen in de gemeente gebruikelijke wijze en door plaatsing op de gemeentelijke website openbaar gemaakt.
2In spoedeisende gevallen kan de openbare kennisgeving uitsluitend langs elektronische weg plaatsvinden.
Artikel 42 Openbaarheid vergaderingen
1De raadsavonden zijn openbaar.
2Op voorstel van de voorzitter of op verzoek van tenminste een vijfde van de aanwezige leden wordt overwogen of de behandeling van een agendapunt in beslotenheid plaatsvindt.
3De raadsavond beslist vervolgens of met gesloten deuren zal worden vergaderd.
4De griffier is te allen tijde bevoegd besloten vergaderingen van de raadsavond bij te wonen.
5Concept-afsprakenlijsten van een besloten vergadering worden alleen elektronisch in de besloten omgeving van de vergaderapp beschikbaar gesteld. Deze afsprakenlijsten worden zo spoedig mogelijk in een besloten raadsavond vastgesteld, waarbij de raadsavond een besluit neemt over het al dan niet opheffen van de geheimhouding op de vastgestelde afsprakenlijst.
6Op een besloten raadsavond is dit regelement van overeenkomstige toepassing voor zover dit niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering.
Artikel 43 Geheimhouding
Als de raad op grond van artikel 89, vierde lid, van de wet voornemens is de geheimhouding van aan de raad verstrekte informatie op te heffen, wordt, als de raadsavond die geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten vergadering met de raadsavond overleg gevoerd.
Paragraaf 3 Orde der raadsavond
Artikel 44 Zitplaatsen
1Artikel 13 is van overeenkomstige toepassing.
2De burgerraadsleden nemen de zitplaats in van de raadsleden voor wie zij in de plaats komen.
Artikel 45 Opening vergadering; quorum
1De voorzitter opent de vergadering nadat hem is gebleken dat, naast de voorzitter, tenminste de helft van de opgeroepen leden en minimaal 4 raadsleden van tenminste 3 raadsfracties, aanwezig zijn.
2Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, met een tussentijd van ten minste 24 uren een nieuwe vergadering.
Artikel 46 Deelname aan vergaderingen door collegeleden/actieve informatie
1Een lid van het college kan, al dan niet op zijn verzoek, door de voorzitter worden uitgenodigd om in de vergadering aanwezig te zijn en aan de beraadslaging deel te nemen. Hij kan zich daarbij ambtelijk laten bijstaan.
2Een lid van het college kan gebruik maken van de mogelijkheid om actief informatie te verstrekken in de tweede raadsavond. Hiervan dient uiterlijk vóór 20.00 uur de avond voorafgaand aan de raadsavond een melding te worden gedaan bij de griffier.
Artikel 47 Bijwonen van de raadsavond door ambtenaren en deskundigen
De voorzitter is bevoegd, eigener beweging of op uitnodiging van de raadsavond, ambtenaren en andere deskundigen tot het bijwonen van een vergadering uit te nodigen voor het verstrekken van informatie.
Artikel 48 Bijwonen van een raadsavond door inwoners en derden/spreekrecht burgers
1De voorzitter van de raadsavond is bevoegd, uit eigener beweging of op uitnodiging van de raadsavond, inwoners of derden tot het bijwonen van een vergadering uit te nodigen voor het verstrekken van informatie en/of deelname aan beraadslagingen.
2Inwoners of derden kunnen tijdens de eerste raadsavond het agendapunt Burgerpodium inspreken over onderwerpen die niet die op de agenda van de raadsavond staan. Het onderwerp moet wel binnen de bevoegdheid van de gemeente vallen. Het burgerpodium staat niet open voor leden van de raad of burgerraadsleden.
3Bij de bespreking van onderwerpen die op de agenda van de raadsavond staan worden inwoners en derden in de gelegenheid gesteld om bij aanvang van behandeling hierover in te spreken. Het is echter niet toegestaan om in te spreken op een door hem of haar zelf ingezonden brief.
4Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit uiterlijk 24 uur voor aanvang van de vergadering aan de griffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam en het onderwerp waarover hij het woord wil voeren.
5De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en de deelnemers van de vergadering.
6De voorzitter of een lid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de inspreker.
7De inspreker kan het woord niet voeren over:
a.een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep open staat of heeft opengestaan;
b.benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen;
c.een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend.
a.De totale beschikbare spreektijd voor burgers/derden, bedoeld in het tweede en derde lid bedraagt maximaal 30 minuten.
b.Zij die zich als spreker, bedoeld in het tweede en derde lid, hebben aangemeld krijgen opeenvolgend maximaal 5 minuten het woord.
c.Indien zich meer dan 5 sprekers, bedoeld in het tweede en derde lid, hebben aangemeld, kunnen insprekers, bedoeld in het tweede lid, worden doorgeschoven naar een volgende raadsavond. Hierbij hebben nieuwe insprekers voorrang op insprekers die al eerder over een vergelijkbaar onderwerp hebben ingesproken. In bijzondere gevallen kan de voorzitter van de raadsavond afwijken van de maximale lengte van de spreektijd.
Artikel 49 Schriftelijke vragen
1Raadsleden en burgerraadsleden dienen schriftelijke vragen aan het college of de burgemeester in bij de griffier waarbij wordt aangegeven of er een voorkeur voor schriftelijke of mondelinge beantwoording bestaat.
2De griffier brengt de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester.
3Schriftelijke beantwoording vindt plaats binnen dertig dagen nadat de vragen zijn ingediend. De schriftelijke beantwoording van het college of de burgemeester wordt door de griffier aan de raadsleden toegezonden.
4Mondelinge beantwoording vindt plaats tijdens het vragen- en spreekrecht raads- en burgerraadsleden zoals bedoeld in artikel 52, in de eerstvolgende raadsavond mits de vragen uiterlijk donderdag 12.00 uur voorafgaande aan de raadsavond zijn ingediend.
5De vragensteller kan bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raadsavond en bij mondelinge beantwoording in dezelfde raadsavond nadere inlichtingen vragen over het door het college of de burgemeester gegeven antwoord.
Artikel 50 Vragen- en spreekrecht raads- en burgerraadsleden
1Tijdens het agendapunt vragen- en spreekrecht raads- en burgerraadsleden kunnen schriftelijke vragen mondeling worden beantwoord en kunnen mondeling vragen worden gesteld.
2Leden die mondeling vragen willen stellen melden dit onder korte aanduiding van de vraag uiterlijk vóór maandagochtend 9.00 uur voorafgaand aan de vergadering bij de griffier.
3De schriftelijke raadsvragen worden in maximaal twee termijnen mondeling beantwoord waarna aansluitend de mondelinge vragen kunnen worden gesteld die in één termijn worden beantwoord.
4Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven.
5De voorzitter kan aan andere leden het woord verlenen om, hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of de burgemeester, vragen te stellen over hetzelfde onderwerp.
6Raads- en burgerraadsleden kunnen slechts het woord voeren over niet op de agenda vermelde onderwerpen indien zij dit uiterlijk om 9.00 uur op de maandag voorafgaand aan de vergadering hebben gemeld bij de griffier.
7De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter of een lid van de raadsavond doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de spreker.
8Nadat een raads- of burgerraadslid gebruik heeft gemaakt van de hem gegeven spreektijd antwoordt het college binnen de haar gegeven spreektijd.
9Vervolgens krijgen zowel de in het vorige lid genoemde raads- of burgerraadslid als de overige leden van de raadsavond, de gelegenheid om in één termijn op het antwoord van het college te reageren.
10Tijdens het agendapunt vragen- en spreekrecht raads- en burgerraadsleden worden geen interrupties toegestaan.
11Het agendapunt vragen- en spreekrecht raads- en burgerraadsleden duurt maximaal 30 minuten, waarbij de mondelinge beantwoording van schriftelijke vragen als eerste wordt afgedaan. Indien de 30 minuten voorbij zijn, dan wordt het mondeling spreekrecht doorgeschoven naar de volgende raadsavond waarbij het (burger)raadslid als eerste de gelegenheid krijgt om zijn vragen te stellen c.q. in te spreken, tenzij het een onderwerp betreft waarover hij of zij al eerder heeft ingesproken.
Artikel 51 Voorstellen van orde
Raadsleden en burgerraadsleden kunnen tijdens een raadsavond mondeling een voorstel van orde betreffende de vergadering doen. De raadsavond beslist hier terstond over.
Paragraaf 4 Verslaglegging
Artikel 52 Afsprakenlijst
1Onder de zorg van de griffier wordt van het behandelde in de raadsavond een afsprakenlijst opgesteld.
2De ontwerp-afsprakenlijst wordt in de eerstvolgende vergadering ter vaststelling aan de orde gesteld.
3De afsprakenlijst moet inhouden:
a) De namen van de voorzitter, de griffier, en de ter vergadering aanwezige leden en de namen van de genodigde sprekers;
b) Een vermelding van de onderwerpen die aan de orde zijn geweest;
c) De toezeggingen die door (leden van) het college zijn gedaan.
4De vastgestelde afsprakenlijst wordt aan het college en de raad ter kennis gebracht.
5De vastgestelde afsprakenlijst wordt binnen twee werkdagen op internet geplaatst.
Artikel 53 Beeld- en geluidsverslag
1Van openbare vergaderingen wordt rechtstreeks via internet verslag gedaan in beeld en geluid.
2Het beeld- en geluidsverslag is direct na de vergadering via internet raadpleegbaar en doorzoekbaar op spreker en onderwerp.
3De griffier draagt zorg voor de totstandkoming van de internetuitzending en het beeld- en geluidsverslag.
Hoofdstuk 4 Toehoorders en pers
Artikel 54 Toehoorders en pers
1De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare vergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen.
2Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is hen verboden.
Artikel 55 Geluid- en beeldregistraties
Degenen die in de vergaderzaal tijdens een openbare vergadering geluid- of beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen.
Hoofdstuk 5 Slotbepalingen
Artikel 56 Uitleg reglement
In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de voorzitter.
Artikel 58 Intrekking oude reglement
Het Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad gemeente Horst aan de Maas 2022, vastgesteld bij raadsbesluit van9 mei 2023, wordt ingetrokken.
Artikel 59 Inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking op de dag na die van haar bekendmaking.
Artikel 60 Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als “Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad gemeente Horst aan de Maas 2024”.