Aanhef
Zaaknummer: 3002085
Het college van Burgemeester en Wethouders;
gelezen het voorstel van team Zorg & Samenleving d.d. 9 december 2025;
gelet op artikelen van de:
1Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, 1.2.1 onder b en c, 1.2.2, 2.3.2, 2.3.3 en 2.3.6
2Jeugdwet 2015, 1.2 en 2.3
3Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Hoorn 2025
Besluit vast te stellen de:
Nadere regels Wonen met Ondersteuning Westfriesland 2026
INLEIDING
Wonen met Ondersteuning is bedoeld voor mensen met psychische kwetsbaarheden die een woon- en ondersteuningsbehoefte hebben. Binnen Wonen met Ondersteuning onderscheiden we vijf voorzieningen: Kortdurende Opvang, Ondersteund Wonen, Beschermd Wonen, Beschermd Thuis en Overbruggingszorg. Gemeente Hoorn is door de andere zes Westfriese gemeenten gemandateerd tot het behandelen van aanvragen en het nemen van besluiten op dit gebied en het vaststellen van nadere regels. De Regionale Toegang (RT) behandelt de aanvragen en neemt besluiten in dit kader.
KADER
•Wet maatschappelijke ondersteuning 2015
•Toekomstvisie kwetsbare aanvragers 2024-2028+
•Samenwerkingsconvenant (psychisch) kwetsbare inwoners Westfriesland 2022-2026
•Dienstverleningsovereenkomst gezamenlijke taken rond uitvoering Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang 2023/2026.
Hoofdstuk 1 Algemeen
Artikel 1 Begripsbepalingen
1In deze nadere regels wordt verstaan onder:
a.Aanvrager: In het kader van landelijke toegankelijkheid gebruiken we de term ‘aanvrager’. De persoon uit onze regio, die een aanvraag doet bij een andere gemeente dan de zeven Westfriese gemeenten in het kader van de landelijke toegankelijkheid. Of een persoon die bij de RT een aanvraag doet en uit een andere regio komt. De term ‘inwoner’ werkt verwarrend in dit kader, wat maakt dat er is gekozen voor de term ‘aanvrager’.
b.Beschermd Thuis (BT): Wonen in een (huur)woning met daarbij behorende toezicht en begeleiding, gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie, het psychisch en psychosociaal functioneren, stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld, het voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast of het afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen, bestemd voor personen met psychische of psychosociale problemen, die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. Er is sprake van een woonruimte waar de cliënt, ook nadat de ondersteuning stopt, kan blijven wonen. Er is sprake van 24 uurs bereikbaarheid en aanwezigheid binnen 30 minuten.
c.Beschermd Wonen (BW): wonen in een accommodatie van een instelling met daarbij behorende toezicht en begeleiding, gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie, het psychisch en psychosociaal functioneren, stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld, het voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast of het afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen, bestemd voor personen met psychische of psychosociale problemen, die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. Er is sprake van 24 uurs toezicht en nabijheid en aanwezigheid binnen 10 minuten.
d.budgetbeheerder: de vertegenwoordiger die ingesteld is door de budgethouder en het pgb beheert en toezicht houdt op de kwaliteit van de met een pgb ingekochte ondersteuning/hulp;
e.budgethouder: degene die ondersteuning vanuit de Wmo krijgt en dit in de vorm van een pgb ontvangt en dit budget zelf beheert;
f.crisis: Er is sprake van een crisis wanneer een cliënt (of cliëntsysteem) zo kwetsbaar is dat er een direct risico ontstaat voor de gezondheid van de cliënt zelf of diens omgeving, tenzij Wonen met Ondersteuning inclusief plaatsing wordt geboden.
g.Dagbesteding: Dagbesteding is een onderdeel van Wonen met Ondersteuning. Dagbesteding is bedoeld om structuur te bieden en een zinvolle invulling van de dag te geven
h.Eerste opvang: De gemeente waar iemand zich meldt, is verantwoordelijk voor het bieden van (eerste) opvang. Gemeente biedt altijd eerste opvang als het gaat om iemand in crisis.
i.Kortdurende Opvang (KO): de Kortdurende Opvang is een stabilisatie- en observatielocatie waar 24uurs toezicht aanwezig is en waar een aanvrager maximaal 3 maanden verblijft. Kortdurende Opvang is een van de voorzieningen van Wonen met Ondersteuning.
j.Landelijke toegankelijkheid: In de wet is opgenomen dat een inwoner van Nederland zich in alle gemeenten kan melden voor Wonen met Ondersteuning op het moment dat de aanvrager hier aanspraak op wil maken. De gemeente waar iemand zich meldt, doet onderzoek naar de hulpvraag en beoordeelt op basis van de vastgestelde criteria of er een succesvol traject gevolgd kan worden.
k.Maatschappelijke Opvang (MO): onderdak en begeleiding voor personen die de thuissituatie hebben verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor hun veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, en niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving;
l.Ondersteund Wonen (OW): Een woonvoorziening van een aanbieder met veelal gedeelde voorzieningen waarbij ondersteuning op geplande en ongeplande momenten wordt geboden. Er is sprake van 24 uurs bereikbaarheid en aanwezigheid binnen 30 minuten. Ondersteund Wonen is een van de voorzieningen van Wonen met Ondersteuning.
m.Overbruggingszorg (OZ): Overbruggingszorg is resultaatgerichte planbare én onplanbare ondersteuning aan een cliënt met een indicatie Wonen met Ondersteuning, die reeds gestart wordt in de tussentijd dat cliënt wacht op plaatsing of begeleid wordt naar plaatsing.
n.Persoonsgebonden budget (pgb): Bedrag waaruit namens het college betalingen worden gedaan voor diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot een maatwerkvoorziening behoren, en die een budgethouder ontvangt.
o.Perspectiefplan: ondersteuningsplan zoals bedoeld in de wet, dat wil zeggen een document waarin de ondersteuningsbehoeften van de aanvrager zijn onderzocht en zijn vastgelegd samen met de resultaten waarin op verschillende leefgebieden de situatie in kaart is gebracht om een effectieve ondersteuning van de aanvrager mogelijk te maken.
p.Regionale Toegang (RT): de voor de zeven Westfriese gemeenten gemandateerde indicatiesteller tot de voorzieningen Wonen met Ondersteuning. De RT wordt uitgevoerd door 1.Hoorn, onderdeel van de gemeente Hoorn.
q.Safehouse: een safehouse is een specifieke vorm van Wonen met Ondersteuning. Een safehouse is een plek voor herstel na een (verslavings)behandeling en ter voorkoming van terugval.
r.Wonen met Ondersteuning: Wonen met Ondersteuning zijn voorzieningen met ondersteuning voor aanvragers met psychische kwetsbaarheden die 24 uurs toezicht en ondersteuning op geplande en ongeplande momenten nodig hebben. We onderscheiden vijf voorzieningen binnen Wonen met Ondersteuning: Kortdurende Opvang, Ondersteund Wonen, Beschermd Wonen, Overbruggingszorg en Beschermd Thuis. Binnen Wonen met Ondersteuning zijn de voorzieningen Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen ondergebracht.
s.Zelfredzaamheid: Het vermogen van mensen om zichzelf te redden met zo min mogelijk professionele ondersteuning en zorg. Zelfredzame aanvragers zijn in staat tot het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen en het voeren van een gestructureerd huishouden. Ze kunnen zich handhaven al dan niet met sociaal netwerk op de volgende levensgebieden:
a.Zelfverzorging: kan zichzelf verzorgen op het gebied van persoonlijke verzorging, hygiëne, lichamelijke en geestelijke gezondheid (inclusief medicatie innemen) of ambulante zorg ondersteunt hierbij.
b.Financieel redzaam: kan weekbudget (laten) beheren, geld wordt besteed aan voeding of andere noodzakelijke kosten waardoor iemand toegang heeft tot primaire levensbehoeften.
c.Kan zelfstandig een oordeel vormen over essentiële zaken in het dagelijks bestaan en hiernaar handelen.
d.Kan een hulpvraag stellen indien hij/zij ondersteuning wenst.
e.Kan een hulpvraag uitstellen; bijvoorbeeld naar de volgende dag om het spreekuur te bezoeken/planbare zorg.
f.Sociaal redzaam: is in staat sociale contacten aan te gaan (ter voorkoming van vereenzaming) en te begrenzen (waardoor ernstig overlast voorkomen wordt).
t.Zorgtoewijzing: Ondersteuning wordt toegewezen via een bericht zorgtoewijzing (301-bericht). In de toewijzing wordt opgegeven welke ondersteuning is toegewezen en dus welk product kan worden gedeclareerd. Een toewijzing is geldig tot en met de einddatum die wordt ingegeven.
2Alle begrippen die in deze nadere regels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet, de verordening en de Algemene wet bestuursrecht.
Hoofdstuk 2 Doelgroepen
Artikel 2 Algemene toegangscriteria voor Wonen met Ondersteuning
1De aanvrager moet 16 jaar of ouder zijn om in aanmerking te komen voor Wonen met Ondersteuning. Voor cliënten onder de achttien jaar blijft de Jeugdwet inclusief de voorzieningen voorliggend, tenzij bij aanvang van het traject al blijkt dat overgang na de achttiende verjaardag naar een Wmo – voorziening de beste oplossing biedt. Onnodig verhuizen wordt op deze manier voorkomen.
2De aanvrager heeft de Nederlandse nationaliteit of verblijft als vreemdeling rechtmatig in Nederland als in de zin van artikel 8, onder a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000.
3De aanvrager is niet in staat om op eigen kracht en/of met behulp van sociaal netwerk ergens te verblijven en te participeren in de samenleving.
4De aanvrager is bereid om actief mee te werken aan een passend ondersteuningstraject uitgaande van de mogelijkheden van de aanvrager.
5De aanvrager heeft een psychiatrische, psychosociale en/of een lichtverstandelijke beperking.
6De aanvrager kan niet zelfstandig wonen met hulp van (in dezelfde woning wonende) familie en/of vrienden.
7Aanvrager kan niet zelfstandig wonen zonder 24 uur per dag de directe nabijheid van toezicht of (on)geplande ondersteuning.
8De aanvrager beschikt niet over alternatieven die de noodzaak voor Wonen met Ondersteuning op kunnen heffen en zal hier ook niet over beschikken binnen een redelijke termijn.
Hoofdstuk 3 Eerste opvang
Artikel 3 Eerste opvang binnen kantoortijden
1In crisissituaties waarin eerste opvang noodzakelijk is, beslist de RT direct tot verstrekking van een voorziening Wonen met Ondersteuning.
2Over de toewijzing van (eerste) opvang ontvangt de aanvrager een beschikking van de RT met een motivering van het toewijzende besluit en een einddatum.
3Over de afwijzing van de opvang ontvangt de aanvrager een beschikking met afwijzing van de RT met een motivering van het afwijzende besluit.
4Vervolgens wordt de aanmelding opgepakt als een melding, zoals in artikel 5 omschreven staat.
5De tijdelijke beschikking wordt verlengd totdat er een besluit is genomen op de aanvraag.
Artikel 4 Eerste opvang buiten kantoortijden
1In spoedeisende situaties buiten kantoortijden waarin eerste opvang direct noodzakelijk is, kan de aanvrager zich melden bij de aanbieder voor eerste opvang buiten kantoortijden.
2Indien de aanbieder vaststelt dat er een recht op eerste opvang is, dan wordt een beschikking afgegeven tot uiterlijk de eerstvolgende werkdag.
3Op eerstvolgende werkdag wordt het aanmeldingsformulier en de eerste opvang beschikking van de aanvrager overgedragen naar de RT.
4Vervolgens wordt de aanmelding opgepakt als een melding, zoals in artikel 5 omschreven staat.
5De tijdelijke beschikking wordt verlengd totdat er een besluit is genomen op de aanvraag.
Hoofdstuk 4 Melding ondersteuningsvraag en het onderzoek
Artikel 5 Melding en aanvraag
1Als een aanvrager een ondersteuningsvraag heeft voor Wonen met Ondersteuning, dan kan diegene een melding doen bij de RT. Een melding is vormvrij.
2De aanvrager kan zich laten bijstaan of vertegenwoordigen door een begeleider, vertrouwenspersoon of onafhankelijke cliëntondersteuner.
3Het ingevulde en ondertekende perspectiefplan dat bij de RT wordt ingediend, wordt als een aanvraag gezien.
Artikel 6 Onderzoek, gesprek, perspectiefplan
1De RT verzamelt alle voor het onderzoek, bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet, van belang zijnde en toegankelijke gegevens over de aanvrager en zijn situatie. De aanvrager geeft de gegevens af die nodig zijn om tot een oordeel te komen.
2De aanvrager verstrekt, indien mogelijk, een identificatiedocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage.
3Als de aanvrager voldoende bekend is bij de gemeente, kan de RT in overeenstemming met de aanvrager afzien van een vooronderzoek als bedoeld in het eerste en tweede lid.
4De RT brengt de aanvrager op de hoogte van de mogelijkheid om een persoonlijk plan als bedoeld in artikel 2.3.2, tweede lid, van de wet op te stellen en stelt hem gedurende zeven dagen na de melding in de gelegenheid het plan te overhandigen.
5De RT stelt in een of meer gesprekken samen met de aanvrager vast:
a.wat de hulpvraag is en wat de situatie is of van invloed is op de verschillende leefgebieden, specifiek ook onderzoeken of er risico’s zijn ten aanzien van veiligheid voor de aanvrager zelf of zijn/haar omgeving;
b.welke problemen worden ondervonden bij de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie, dan wel het zich kunnen handhaven in de samenleving;
c.wat de aanvrager en het sociale netwerk zelf kunnen doen om de hulpvraag te beantwoorden;
d.of en welke ondersteuning nodig is vanuit voorliggende voorzieningen zoals algemene voorzieningen of vanuit voorliggende wetgeving zoals Wet Langdurige Zorg, Wet forensische zorg of Zorgverzekeringswet.
e.of en welke extra ondersteuning nodig is in de vorm van een maatwerkvoorziening;
f.op welke wijze de ondersteuning bedoeld onder c, d en e wordt afgestemd met andere voorzieningen;
g.wat de verwachte resultaten zijn van de ondersteuning;
h.wat de te betalen eigen bijdrage wordt en op welke wijze deze wordt geïnd.
i.gevraagd wordt of de aanvrager een pgb wenst.
6De schriftelijke weergave van de uitkomsten van het onderzoek als bedoeld in artikel 2.3.2 lid 8 van de wet wordt vastgelegd in een perspectiefplan.
7Wanneer Wonen met Ondersteuning wordt toegekend, maken de aanvrager en de zorgaanbieder binnen de kaders van het perspectiefplan op basis van de resultaten afspraken hoe de ondersteuning eruit gaat zien. De RT onderzoekt welk product en intensiteit passend is bij de ondersteuningsbehoefte. De onderbouwing hiervan wordt vastgelegd in het perspectiefplan.
8In het perspectiefplan worden, indien relevant, afspraken opgenomen over het moment en de wijze waarop het perspectiefplan wordt geëvalueerd tussen aanvrager, RT en zorgaanbieder.
9Het ingevulde perspectiefplan wordt door de aanvrager ondertekend. Het akkoord kan bij uitzondering ook mondeling gegeven worden. Het (ondertekende) perspectiefplan wordt door de RT, gedeeld met de betrokken aanbieder met inachtneming van de geldende privacyregelgeving.
10Het ondertekende perspectiefplan, dan wel de weergave ervan in een gespreksverslag, wordt door de RT gedeeld met de aanvrager en opgeslagen in de eigen administratie.
11De periode tussen de melding voor ondersteuning en het beoordelen van het perspectiefplan behelst maximaal zes weken. Deze termijn kan verlengd worden.
Hoofdstuk 5 Afwegingskader
Artikel 7 Toegangscriteria specifiek voor Kortdurende Opvang
1In de Kortdurende Opvang is zowel 12uurs opvang als 24uurs opvang beschikbaar. Voor de 24uurs opvang binnen de Kortdurende Opvang is het doel voor de aanvrager observatie en stabilisatie. De 12 uurs opvang kan gebruikt worden voor zorgmijders.
2In de 24uurs opvang is toezicht, nabijheid en onplanbare ondersteuning beschikbaar binnen 5 minuten.
3De 24uurs opvang is voor alle aanvragers die direct opvang nodig hebben, maar waarvoor niet direct een geschikte plek beschikbaar is.
4De 24uurs opvang is voor alle aanvragers waarbij nog niet duidelijk is wat de ondersteuningsvraag is en welke plek passend is.
5Het streven is dat deze vorm van opvang maximaal 3 maanden duurt.
Artikel 8 Toegangscriteria specifiek voor een safehouse
1De aanvrager heeft na afronding van een traject in een verslavingskliniek een bepaalde mate van toezicht en ongeplande ondersteuning nodig binnen 30 minuten en 24/7 beschikbaar.
2De aanvrager kan zelf zijn ondersteuningsvraag formuleren.
Artikel 9 Toegangscriteria specifiek voor Beschermd Thuis
1De aanvrager heeft een woonruimte waar aanvrager, ook nadat de ondersteuning stopt, kan blijven wonen. Huurcontract staat zoveel mogelijk op eigen naam. Aanvrager kan ook inwonend zijn.
2De aanvrager heeft een bepaalde mate van toezicht en ongeplande ondersteuning nodig binnen 30 minuten en 24/7 beschikbaar.
3De aanvrager kan zelf zijn ondersteuningsvraag formuleren.
4Aanvrager kan (met ondersteuning) de huur van de woning betalen, het huis op orde houden en veroorzaakt geen overlast.
Artikel 10 Toegangscriteria specifiek voor Ondersteund Wonen
1De aanvrager kan eigen ondersteuningsvraag formuleren en tijdelijk uitstellen
2De aanvrager heeft een bepaalde mate van toezicht en ongeplande ondersteuning nodig binnen 30 minuten en 24/7 beschikbaar.
3De aanvrager heeft geen beschikking over eigen woonruimte.
Artikel 11 Toegangscriteria specifiek voor Beschermd Wonen
1De aanvrager is niet in staat een ondersteuningsvraag uit te stellen
2De aanvrager heeft toezicht, nabijheid en ongeplande ondersteuning nodig binnen 10 minuten en 24/7 beschikbaar.
3De aanvrager kan vaak geen eigen ondersteuningsvraag formuleren.
4De aanvrager heeft geen beschikking over eigen woonruimte.
Artikel 12 Toegangscriteria specifiek voor overbruggingszorg
1De aanvrager heeft een indicatie voor een voorziening Wonen met Ondersteuning.
2De aanvrager wacht op plaatsing binnen deze voorziening, of wordt begeleid richting plaatsing.
3De aanvrager heeft geplande en ongeplande ondersteuning nodig binnen 30 minuten en 24/7 beschikbaar. Als alleen planbare ondersteuning afdoende is, dan is de reguliere Wmo beschikbaar via het lokale team.
Artikel 13 Afwijzings- en beëindigingscriteria Wonen met Ondersteuning
1Er is noodzaak tot intramurale behandeling in plaats van Wonen met Ondersteuning bijvoorbeeld vanwege ernstige verslaving of acute psychiatrische problematiek waarvoor intramurale behandeling nodig is.
2De aanvrager heeft recht op een andere (verblijfs-)voorziening voortkomend uit de Wet langdurige zorg, Wet forensische zorg of Zorgverzekeringswet.
3De aanvrager is voldoende zelfredzaam waardoor Wonen met Ondersteuning niet meer nodig is.
4Aanvrager weigert tijdens het traject mee te werken aan het passend ondersteuningstraject en maakt daarmee geen gebruik van de ondersteuning.
5Aanvrager veroorzaakt onveilige situaties voor zichzelf, of anderen en is niet bij te sturen door het inzetten van veiligheids- of begeleidingsafspraken.
6Aanvrager weigert een eigen bijdrage te betalen, terwijl aanvrager wel financiële mogelijkheden heeft om deze te betalen.
7Aanvrager of zittende client weigert een sociale huurwoning, bijvoorbeeld vanuit de uitstroom-, urgentie- of spoedzoekersregeling.
8De aanvrager heeft recht op een andere voorziening voortkomend uit de Wmo die voldoende aansluit bij de ondersteuningsbehoefte.
9Aanvrager heeft medebewoners van wie geacht wordt te voorzien in de gebruikelijke zorg en die in voldoende mate voorziet in de ondersteuningsbehoefte.
Artikel 14 Toewijzing en vervolg
1Indien op basis van het onderzoek is gebleken dat een aanvrager recht heeft op Wonen met Ondersteuning, dan ontvangt de aanvrager een zorgtoewijzing in een vorm van een beschikking. De zorgaanbieder ontvangt een bericht zorgtoewijzing.
2De RT monitort, bewaakt en stuurt op de voortgang van de resultaten die zijn vastgelegd in het Perspectiefplan van een aanvrager die gebruik maakt van Wonen met Ondersteuning
3De RT maakt een afspraak met betrokken partijen voor de in het perspectiefplan geplande evaluatiemomenten en betrekt tijdig de lokale toegang in geval van naderende uitstroom. Bij het einde van de toewijzingsperiode vindt altijd een evaluatiegesprek plaats.
4De RT heeft de bevoegdheid en taak om waar nodig (bijvoorbeeld bij escalatie, conform AVE -methodiek) een aanvullend evaluatiemoment met aanvrager en betrokken partijen in te plannen om de voortgang te bespreken en nieuwe afspraken te maken. Dit kan ook gebeuren op verzoek van de procesregisseur, zorgaanbieder of de aanvrager.
5De RT beoordeelt bij evaluatiemomenten, na inbreng van de aanvrager en de betrokken zorgpartijen, of de ingezette voorzieningen effectief en efficiënt worden ingezet en of de resultaten (conform perspectiefplan) volledig of gedeeltelijk zijn behaald of dienen te worden aangepast.
6De RT wordt altijd betrokken bij uitstroom: vrijwillig (na geslaagd traject) of onvrijwillig (bij uitzetting bij aanbieder, gekeken wordt naar alternatieven). De RT ziet erop toe dat aanvullende informatie na een evaluatie met de aanvrager en de zorgaanbieder worden verwerkt in het perspectiefplan.
Artikel 15 Herindicatie Wonen met Ondersteuning
1Aanvrager dient, indien nodig met ondersteuning van begeleiding, acht weken voor de einddatum van de indicatie een verzoek in voor herindicatie bij de RT. Dit artikel is niet van toepassing op een indicatie voor eerste opvang. Voor eerste opvang geldt een afwijkende procedure (artikel 3 en 4).
2Na ontvangst van het verzoek tot herindicatie evalueert de RT de voortgang op de beoogde resultaten en de geleverde kwaliteit van de ondersteuning zoals vermeld in de beschikking.
3Bij een herindicatie onderzoekt de RT de actuele situatie van de aanvrager.
4In geval van een PGB, kan de aanvrager worden opgedragen een andere zorgverlener in te schakelen en/of het pgb kan worden beëindigd indien blijkt dat:
a.de geleverde ondersteuning onvoldoende aanvragergericht en/of doeltreffend is;
b.de activiteiten van de zorgverlener niet voldoende gericht zijn op het bereiken van de resultaten;
c.de kwaliteit onvoldoende geborgd is, zoals de wetgever dat heeft bedoeld;
5De RT zoekt in bovenstaande gevallen met aanvrager naar een passend alternatief.
6De aanvraag verloopt zoals omschreven in artikel 5 en 6 van deze nadere regels.
Artikel 16 Stapeling Wonen met Ondersteuning
1De producten Wonen met Ondersteuning kunnen niet gestapeld worden, er kan telkens slechts één product per aanvrager worden toegewezen. Hierop zijn enkele uitzonderingen.
2De inzet van dagbesteding is alleen toegestaan in combinatie met een ander Wonen met Ondersteuning product. De inzet van vervoer naar dagbesteding is alleen toegestaan in combinatie met het product dagbesteding.
3De inzet van de volgende Jeugdhulp mag gestapeld worden met een Wonen met Ondersteuning product: Specialistische jeugdhulp (alleen behandeling), Hoog specialistische jeugdhulp (alleen behandeling) en overige producten Jeugdhulp Vervoer, Medicatiecontrole en Dyslexiezorg.
4De volgende Jeugdhulp mag niet gestapeld worden met een Wonen met Ondersteuning product: Dagbesteding, Begeleiding, Jeugdhulp met verblijf en JeugdzorgPlus.
Hoofdstuk 6 Persoonsgebonden budget (pgb)
Artikel 17 Vereiste Pgb-vaardigheden
1In aanvulling op de verordening omvat Pgb-vaardigheid onder meer de volgende onderdelen:
a.Kwaliteit van het pgb-budgetplan
b.Financieel beheer
c.Zorginhoudelijk beheer
d.Werkgeverschap
a.Kwaliteit van het pgb-budgetplan
Een budgethouder is in staat om de doelstellingen en de resultaten, uit het perspectiefplan te kunnen vertalen in een pgb-budgetplan. De budgethouder zal voordat het pgb wordt toegekend een pgb-budgetplan moeten overleggen inclusief een daarbij horende zorgovereenkomst. Het invullen van het pgb-budgetplan en zorgovereenkomst vereist bepaalde vaardigheden. Deze vaardigheid brengt de volgende eisen mee die gesteld worden aan een budgethouder of budgetbeheerder:
•Kennis van het doel van de Wmo 2015;
•Kennis hebben van beperkingen en stoornissen/ de hulpvraag;
•Kennis hebben om de juiste ondersteunende activiteiten in te zetten en hun omvang om de geformuleerde doelstellingen/resultaten te kunnen behalen;
•Kennis hebben van kosten in relatie tot de inzet van activiteiten;
•Zelf het pgb-plan/budgetplan hebben opgesteld/ingevuld;
•Kennis over hoe de zorgverlening te organiseren om resultaatafspraken te behalen;
•Beheersen van de Nederlandse taal in woord en geschrift.
b.Financieel beheer
Een budgethouder moet in staat zijn een administratie te kunnen voeren. Deze vaardigheid brengt de volgende eisen mee:
•Kunnen ordenen;
•Facturen/declaraties kunnen controleren (passend binnen de zorgovereenkomst), accorderen en insturen;
•Inzicht hebben in het beschikbare en benodigde budget;
•Het budget voor de juiste doeleinden kunnen inzetten;
•Acties kunnen uitzetten bij externen indien iets verandert of niet correct loopt;
•Digitaal vaardig zijn.
c.Zorginhoudelijk beheer
In staat zijn om de doelstellingen in het perspectiefplan te volgen en te bewaken. Deze vaardigheid brengt de volgende eisen mee:
•Inzicht hebben in de activiteiten/ondersteuning die worden geleverd;
•Opzetten van een werkrooster;
•Inzicht hebben hoe deze ondersteuningsactiviteiten bijdragen aan de doelstellingen;
•Acties kunnen uitzetten om bij te sturen dan wel in te grijpen;
•In staat zijn om evaluatiegesprekken te voeren en de effecten te volgen en bij te sturen indien nodig;
•In staat zijn om de juiste hulpverleners te kiezen passend bij de doelstellingen;
•In staat zijn om afspraken te maken met de hulpverlener(s) en zorgovereenkomsten correct te kunnen invullen en afsluiten;
•Aansturing en inwerken van de zorgverlener.
d.Werkgeverschap (3 dagen ondersteuning of meer)
De budgethouder moet in staat zijn de werkgeversverplichtingen voortkomend uit het pgb te kunnen vervullen (indien van toepassing). Deze vaardigheid brengt de volgende eisen mee:
•Het juiste type zorgovereenkomst kunnen kiezen.
•Het kunnen kiezen voor een arbeidsovereenkomst voor bepaalde dan wel onbepaalde tijd.
•Het kunnen hanteren van wel/geen proeftijd.
•Via het portaal SVB ziekmeldingen kunnen doen en de gemeente te informeren.
•Doorbetalen van de hulpverlener bij ziekte.
•Overeenkomen van een correct uurtarief conform het wettelijk minimumloon.
•Correct hanteren van de opzegtermijn.
2Vereisten aan wettelijke vertegenwoordiger of gemachtigde als budgethouder:
Als de budgethouder niet zelf het pgb kan beheren is het mogelijk een vertegenwoordiger aan te stellen die het budget beheert. De vertegenwoordiger kan een wettelijk vertegenwoordiger zijn of een gemachtigde. Aan de budgetbeheerder stellen we de volgende eisen:
•In de Wmo zijn de budgetbeheerder en de persoon die de ondersteuning levert niet dezelfde;
•In uitzonderlijke gevallen kan de medewerker van de RT daar specifiek toestemming voor geven;
•De budgetbeheerder moet over dezelfde pgb-vaardigheden beschikken als is genoemd in lid 1;
•De budgetbeheerder toont aan dat ondanks de fysieke afstand van de budgethouder kan worden voldaan aan de taken een verantwoordelijkheden en woont op redelijke afstand;
•Als een toekomstig budgethouder een wettelijk vertegenwoordiger heeft kan deze ook als budgetbeheerder worden aangewezen;
•De budgetbeheerder van het pgb wordt niet uit het pgb betaald;
•Het aanstellen van een budgetbeheerder is een vrijwillige en bewuste keuze van de aanvrager en is niet onder druk van de budgetbeheerder gebeurd;
•De budgethouder heeft zelf de keuze gemaakt voor pgb i.p.v. zorg in natura en niet de budgetbeheerder;
•De budgetbeheerder kennis heeft op het gebied van zowel financiën als zorgtaken;
•De budgetbeheerder mag zelf niet onder bewind staan;
•De budgetbeheerder mag niet meer dan 3 budgethouders bedienen.
Artikel 18 Kwaliteit in te kopen ondersteuning bij verstrekkingsvorm Pgb
De kwaliteit van de in te kopen of ingekochte ondersteuning is belangrijk om de doelen en resultaten die in het perspectiefplan zijn opgesteld effectief in te zetten en uiteindelijk tot een goed eindresultaat te leiden. In de wet is als basiseis geformuleerd dat de ondersteuning veilig, doeltreffend, doelmatig en aanvragergericht moet worden verstrekt. De eisen zoals geformuleerd in de wet behoeft vertaling naar werkbare eisen, waarover duidelijke afspraken gemaakt kunnen worden. Om te kunnen spreken van goede kwaliteit van ondersteuning worden in aanvulling op artikel 9 van de verordening de volgende eisen gesteld:
Basiseisen:
a.Kan garanderen dat de ondersteuningscontinuïteit gewaarborgd is.
b.De ondersteuning is tijdig en conform afspraak.
c.De ondersteuning is afgestemd op de reële behoefte van de budgethouder en op andere vormen van zorg of hulp.
d.De ondersteuning wordt verstrekt met respect voor en inachtneming van de rechten van de budgethouder.
e.De zorgverlener, budgethouder of budgetbeheerder heeft een actieve signaleringsplicht richting de RT ten aanzien van veranderingen in de gezondheid (fysiek en psychisch), de sociale situatie en de behoefte van de budgethouder aan meer of andere zorg.
f.De te leveren ondersteuning is vastgesteld in het perspectiefplan.
g.De zorg of hulp leidt tot het behalen van de doelen en resultaten die beschreven staan in het perspectiefplan.
h.De zorgverlener spreekt de taal van de budgethouder en er is een gelijkwaardige, volwassen relatie.
i.De budgethouder heeft vertrouwen in de zorgverlener.
j.j. De budgethouder kan zijn verhaal goed kwijt, de zorgverlener luistert en sluit aan bij de behoeften van de budgethouder.
k.Er is ook oog voor alle levensgebieden, zoals de woon-, werk- en leefomgeving van de budgethouder.
l.De budgethouder kan zijn familie en mantelzorger betrekken in de zorg, de zorgverlener houdt daar rekening mee.
m.De budgethouder kan erop vertrouwen dat de zorgverlener de juiste expertise en ervaring heeft.
n.Iedere zorgverlener heeft een Verklaring omtrent gedrag (VOG).
Eisen voor niet-professionele ondersteuning:
a.De zorgverlener is op de hoogte van de omgevingsfactoren.
b.De zorgverlener voldoet aan de basiseisen.
c.De zorgverlener heeft de juiste inzet of deskundigheid die verlangd wordt bij de zorgvraag.
Eisen voor professionele ondersteuning:
a.De zorgverlener voldoet aan de basiseisen.
b.Is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel in het zorgdomein.
c.Ondersteuning op HBO en WO niveau bij Wonen met Ondersteuning
d.De ondersteuning wordt geleverd met gekwalificeerd personeel, passend bij de behoeften en persoonskenmerken van de budgethouder.
e.De zorgverlener draagt zorg voor scholing om medewerkers over kwalitatief verantwoorde kennis en kunde kunnen (blijven) beschikken. In geval van een zzp-er draagt deze zelf de verantwoordelijkheid voor de hierboven geformuleerde eis.
f.Medewerkers, indien van toepassing, zijn geregistreerd volgens de geldende beroepsregistratie.
g.De zorgverlener draagt zorg voor het naleven van beroeps- en meldcodes door de medewerkers.
h.De zorgverlener heeft een systematische kwaliteitsbewaking.
i.De zorgverlener voldoet aan de landelijk geldende kwaliteitscriteria voor ingekochte zorg.
j.De zorgverlener heeft de meldplicht om calamiteiten en geweld te melden aan gemeenten of inspectie voor gezondheidszorg.
k.De zorgverlener heeft de verplichting om een vertrouwenspersoon in de gelegenheid te stellen zijn taak uit te oefenen.
l.Stelt via het perspectiefplan een plan van aanpak op hoe het resultaat gehaald gaat worden.
Artikel 19 Pgb-toetsgesprek en een (tussentijds) evaluatiegesprek
1Het pgb-toetsgesprek is een goed middel om vooraf te beoordelen of de budgethouder en/of budgetbeheerder pgb-vaardig zijn en of het pgb juist besteed gaat worden. Een toekomstig budgethouder kan zich door de RT laten informeren over de taken en verantwoordelijkheden als budgethouder. Alleen als de toekomstig budgethouder en de budgetbeheerder, als er sprake is van een vertegenwoordiger of gemachtigde, aanwezig zijn kan een pgb-toetsgesprek plaatsvinden. De eisen die gesteld worden voor een effectief pgb-toetsgesprek zijn:
a.De toekomstig budgethouder mag altijd een onafhankelijk cliëntondersteuner meenemen.
b.Voorafgaand aan het pgb-toetsgesprek ontvangt de toekomstig budgethouder of budgetbeheerder een checklist van de pgb-vaardigheden en van de kwaliteitseisen die gesteld worden aan de aanbieder.
c.Voorafgaand aan het pgb-toetsgesprek ontvangt de toekomstig budgethouder of budgetbeheerder een format voor een pgb-budgetplan om in aan te geven hoe het pgb budget ingezet gaat worden door vermelding van de activiteiten en resultaten.
d.Tijdens het pgb-toets gesprek neemt de toekomstig budgethouder een ingevulde zorgovereenkomst mee (model SVB).
e.Het pgb-toets gesprek wordt vastgelegd in het perspectiefplan.
f.De medewerker van de RT mag besluiten een pgb-toets gesprek te houden in aanwezigheid van een tweede collega of een toezichthouder.
2Een evaluatiegesprek is noodzakelijk om te onderzoeken hoe de budgethouder en de zorgverlener werken aan de doelstelling. Tijdens een evaluatiegesprek kunnen de doelen bijgesteld worden en zo ook het budget. Uitgaande van een indicatietermijn van één jaar zou op de helft van de termijn een evaluatiegesprek moeten plaatsvinden teneinde nog te kunnen bijsturen op de doelen die gesteld zijn.
3Als na het eerste jaar blijkt dat ondersteuning nog nodig is kan het pgb gecontinueerd worden. Dit kan pas als vastgesteld is dat het pgb effectief is ingezet, de zorgverlener de juiste activiteiten levert en er geen budgetoverschrijding is. Pas dan kan een tweede indicatietermijn worden afgegeven voor twee jaar. Voor alle termijnen geldt:
a.Op de helft van het indicatietermijn wordt door de RT een evaluatiegesprek afgesproken met de budgethouder/budgetbeheerder.
b.Aan het eind van de indicatietermijn wordt er een evaluatiegesprek gehouden om vast te stellen de geleverde ondersteuning voortgezet, afgeschaald, opgehoogd of stopgezet kan worden.
Artikel 20 Betalingen via een pgb
1De volgende uitgaven mogen worden betaald uit het pgb:
a.facturen voor de geleverde zorg;
b.uitbetaling van een zorgverlener woonachtig in Nederland, ingeschreven in de BRP;
c.doorbetaling in het buitenland is alleen mogelijk voor persoonlijke begeleiding (Wmo), mits dit is opgenomen in het perspectiefplan en toestemming is verkregen middels een beschikking;
d.eenmalige uitkering bij overlijden voor de periode van de dag van overlijden tot aan het einde van de desbetreffende maand.
2De volgende uitgaven mogen niet worden betaald uit het pgb (niet limitatief):
a.maandlonen, al dan niet automatisch uitgekeerd
b.reiskosten voor een hulpverlener
c.kosten voor bemiddeling
d.kosten voor het voeren van een pgb-administratie
e.kosten voor het aanvragen van een VOG
f.kosten voor het deelnemen aan overleggen in het kader van afstemmen en samenwerken met andere hulpverleners
g.kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en/of beheren van het pgb.
h.kosten voor het lidmaatschap van Per Saldo
i.kosten voor het volgen van cursussen over het pgb
j.kosten voor het bestellen van informatiemateriaal
k.alle zorg en ondersteuning die onder een andere wet dan de Wmo valt
l.zorg en ondersteuning die onder een algemene voorziening en/of algemeen gebruikelijke voorzieningen vallen
m.eigen bijdragen
n.consumentenbestedingen zoals toegangskaartjes voor de stoomtram, musea of een fiets
o.zorg die direct ingezet moet worden (crisishulp)
p.kosten gemaakt vooraf aan de beschikkingsperiode
q.zorg vanuit een algemene of een collectieve voorziening komt
r.ondersteuning die niet of niet in voldoende mate zal bijdragen aan het bereiken van het beoogd resultaat.
s.aanvullend Openbaar Vervoer (AOV)
t.onkosten zoals postzegels, cadeautjes, telefoonkosten
u.vrij besteedbaar c.q. verantwoordingsvrij bedrag
v.eenmalige uitkering
w.feestdagenvergoeding
Artikel 21 Terug- en invordering
1Onder verwijzing naar het bepaalde in artikel 11 van de verordening kan het college het bedrag wat de gemeente aan een voorziening in natura heeft vergoed of verstrekt terugvorderen.
2Het college houdt zich het recht voor terug te vorderen bij een budgethouder, zijn budgetbeheerder of de aanbieder in geval van schuld of mede-schuld bij oneigenlijk gebruik, onrechtmatige besteding, misbruik of fraude bij opzettelijke verwijtbaarheid van de zijde van de cliënt als de budgethouder, budgetbeheerder of aanbieder daaraan heeft meegewerkt.
3In geval van dringende redenen kan het college in individuele gevallen tijdelijk of geheel afzien van (verdere) terugvordering. Bij dringende redenen moet gedacht worden aan (niet limitatieve) situaties als: et hebben van een levensbedreigende ziekte, of het hebben van (grote) schulden.
4Het college kan afzien van (verdere) invordering: als de cliënt komt te overlijden en de vordering niet op de nalatenschap kan worden verhaald of op verzoek van de cliënt of van de schuldhulpverlener van de gemeente als dit naar het oordeel van het college noodzakelijk is voor het tot stand laten komen van een schuldregeling.
5Is terugbetaling van de vordering in een keer niet mogelijk, dan vindt terugbetaling plaats in termijnen totdat het gehele verschuldigde bedrag is terugbetaald.
Artikel 22 Omvang van de eigen bijdrage
1Een aanvrager met een indicatie voor Wonen met Ondersteuning is een bijdrage in de kosten verschuldigd overeenkomstig met artikel 10 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Hoorn 2025.
2Bij de Kortdurende Opvang en Ondersteund Wonen wordt de inning van de eigen bijdrage namens het college verricht door de instellingen die hiervoor door het college worden gefinancierd.
3De tarieven van de eigen bijdrage voor Kortdurende Opvang en Ondersteund Wonen staan in het financieel besluit Wmo gemeente Hoorn 2026.
4De eigen bijdragen voor Kortdurende Opvang en Ondersteund Wonen worden jaarlijks geïndexeerd met de consumenten prijsindex tot en met september van het voorafgaande jaar.
5De eigen bijdrage voor Beschermd Thuis en Overbruggingszorg is gebaseerd op het abonnementstarief en wordt geïnd door het Centraal Administratie Kantoor (CAK).
6De eigen bijdrage voor Beschermd Wonen is inkomensafhankelijk en wordt geïnd door het CAK. Client houdt minimaal zak- en kleedgeld over.
Artikel 23 Klachten
1Bij klachten van aanvragers over dienstverlening van de RT geldt de ‘Klachtenregeling en Klachtencommissie Sociaal Domein’.
2Als een aanvrager een klacht heeft over de geleverde dienst van een zorgaanbieder, dan legt deze in beginsel de klacht neer bij deze aanbieder en volgt daar de klachtenprocedure.
3Als een medewerker van de RT een klacht heeft over de geleverde dienst van een zorgaanbieder, dan levert de RT de klacht aan bij de accounthouder van de RT.
Hoofdstuk 7 Slotbepalingen
Artikel 24 Hardheidsclausule
De RT kan, indien er zeer dringende redenen zijn, in het voordeel van de aanvrager afwijken van de bepalingen in deze nadere regels, als toepassing van deze verordening tot bijzondere en onvoorziene nadelige gevolgen voor de aanvrager leidt.
Artikel 25 Inwerkingtreding, overgangsrecht en citeertitel
1Deze nadere regels treden in werking met ingang van 1 januari 2026.
2Gelijktijdig wordt 'Nadere regels Wonen met Ondersteuning’ ingetrokken.
3De eigen bijdragen zoals opgenomen in de Nadere regels Wonen met Ondersteuning 2025 blijven gelden voor nog lopende indicaties die afgegeven zijn vóór 1 januari 2026.
4De citeertitel van deze nadere regels is: Nadere regels Wonen met Ondersteuning Westfriesland 2026.
Hoorn, 9 december 2025
Het college van Burgemeester en Wethouders
de secretaris, de burgemeester,
Bekendmaking:
•via www.officielebekendmakingen.nl
•door opname in het Gemeenteblad