Aanhef
Zaaknummer: 3029894
Gelezen het voorstel van Zorg & Samenleving
Beleidsregels schuldhulpverlening gemeente Hoorn 2026
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hoorn besluit:
•gelet op de artikelen 3 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening en 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht, de Beleidsregels schuldhulpverlening gemeente Hoorn 2026 vast te stellen.
HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1. Definities
In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
•aanvraag: verzoek om, of het accepteren van, een aanbod voor schuldhulpverlening als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de wet;
•begeleidingsproducten: hulp en begeleiding die geboden wordt om de kennis, vaardigheden en competenties van de inwoner te vergroten, door financiële begeleiding (begeleiding die bestaat uit het verbeteren van de financiële situatie van de inwoner, budgetbegeleiding, budgetcoaching, budgetbeheer of beschermingsbewind) en zo nodig begeleiding door flankerende hulp;
•BKR: Bureau Kredietregistratie;
•CKI: Centraal Krediet Informatiesysteem;
•crisissituatie: gedwongen woningontruiming, beëindiging van de levering van gas, elektriciteit, stadsverwarming of water, gedwongen opzegging of ontbinding van de zorgverzekering (Wgs artikel 4 lid 2). Voor ondernemers/ zzp’ers geldt ook beslag op (on)roerende zaken dat het voortbestaan van de onderneming bedreigt en opzegging van het bankkrediet. Faillissementsaanvraag, aangekondigde boedelverkoop of verkoop van de eigen woning en loon- of bankbeslag.
•fraude: Het opzettelijk handelen of nalaten door een inwoner waardoor een bestuursorgaan financieel is benadeeld, en waarvoor de inwoner onherroepelijk strafrechtelijk is veroordeeld of waaraan een onherroepelijke bestuurlijke sanctie is opgelegd.
•intake: gestructureerde werkwijze voor het voeren van één of meer gesprekken na een aanvraag om een integraal beeld te krijgen van de situatie van de inwoner en om de hulpvraag van de inwoner vast te stellen;
•jongeren: inwoners in de leeftijd van 18 tot en met 27 jaar.
•leefgebieden: thema’s die bij het bieden van schuldhulpverlening centraal staan: werk, inkomen, opleiding, spaargeld, schulden, wonen, gezin, gezondheid en sociaal netwerk;
•meetinstrument: middel dat een objectieve inschatting van de huidige situatie, kennis, vaardigheden en competenties van een inwoner geeft op de leefgebieden;
•niet vrij toegankelijke voorziening: voorziening waarvoor een besluit van de gemeente nodig is;
•ondernemers: iemand die zelfstandig economische activiteiten verricht met een commercieel doel, zoals het leveren van producten of diensten, waarbij hij of zij risico's neemt en daarvoor een vergoeding ontvangt. In het geval van schuldhulpverlening, natuurlijke personen die persoonlijk aansprakelijk zijn voor (zowel zakelijke als privé-) schulden van hun onderneming.
•plan van aanpak: het plan, bedoeld in artikel 9 en als bedoeld in artikel 4a, eerste lid, onder a, van de wet dat zich specifiek op de inwoner richt, waarin de hulpvraag staat zoals die aan de hand van de intake is vastgesteld en dat het aanbod voor de schuldhulpverlening bevat;
•problematische schulden: een schuld is problematisch wanneer te voorzien is dat een inwoner schulden niet zal kunnen blijven afbetalen of is gestopt met afbetalen. Het gaat dan om een situatie waarin niet binnen 36 maanden alle opeisbare vorderingen betaald kunnen worden.
•schuldhulpverlening: schuldhulpverlening als bedoelt in artikel 1 van de wet
•terugval: het ontstaan van nieuwe betaalachterstanden of andere omstandigheden waardoor de financiële stabiliteit in gevaar komt.
•wet: Wet gemeentelijke schuldhulpverlening.
HOOFDSTUK 2. DOELGROEP EN AANVRAAG
Artikel 2. Doelgroep
1Inwoners met financiële zorgen of schulden kunnen zich tot het college wenden voor schuldhulpverlening.
2Bijzondere omstandigheden, als bedoeld in artikel 3, vijfde lid, van de wet, waarin het college na overleg met de woongemeente ook schuldhulpverlening geeft aan een persoon die geen inwoner is, zijn:
a.verhuizing;
b.detentie of
c.andere bijzondere omstandigheden
3De persoon, bedoeld in het tweede lid, wordt gelijkgesteld met een inwoner.
Artikel 3. Aanvraag
Een aanvraag is vormvrij en kan zowel schriftelijk als mondeling worden ingediend.
Artikel 4. Intake
1Na de aanvraag volgt een intake waarin het college in overleg met de inwoner de hulpvraag vaststelt en het college de inwoner informeert over het proces.’
2De intake start met een eerste gesprek. Dit gesprek vindt, overeenkomstig artikel 4, eerste en tweede lid, van de wet, plaats binnen vier weken na de aanvraag of binnen drie werkdagen als sprake is van een crisissituatie.
3Tijdens de intake informeert het college de inwoner in elk geval over:
a.de wijze waarop het college de inwoner ontzorgt en ondersteunt bij financiële problemen en indien mogelijk schuldenvrij en financieel zelfredzaam maakt;
b.de persoonsgegevens die het college verwerkt om:
I. de beschikking over de toegang tot schuldhulpverlening af te geven;
II. het plan van aanpak op te stellen en
III. de beschikking eventueel in het CKI van het BKR te registreren
c.de te verwachten doorlooptijd tussen:
I. het eerste gesprek en de beschikking over de toegang tot schuldhulpverlening;
II. de beschikking over de toegang tot schuldhulpverlening en het bereiken van het resultaat
d.het proces over:
I. het verder aanvullen van het Plan van aanpak
II. de periode van nazorg.
4Als blijkt dat de inwoner een hulpvraag heeft waarvoor andere ondersteuning nodig is en de inwoner deze ondersteuning wenst, wordt de inwoner doorverwezen naar de afdeling binnen de gemeente die deze ondersteuning kan bieden.
5Het college maakt bij de intake gebruik van een meetinstrument.
HOOFDSTUK 3. BESLISSING OP DE AANVRAAG
Artikel 5. Beschikking
Het college geeft, overeenkomstig artikel 1 van de Verordening beslistermijn schuldhulpverlening gemeente Hoorn 2026 na de dag van het eerste gesprek een beschikking af over de toegang tot schuldhulpverlening binnen een termijn van:
a.vier weken voor jongeren;
b.vier weken voor een één- of meerpersoonshuishouden met minderjarige kinderen of
c.acht weken in alle overige gevallen.
Artikel 6. Toegang
Het college geeft toegang tot schuldhulpverlening als:
a.de inwoner is opgehouden met het betalen van schulden;
b.de inwoner niet door kan gaan met het betalen van schulden of
c.de inwoner financiële zorgen heeft en een voorziening nodig is die niet vrij toegankelijk is.
Artikel 7. Weigering
Het college kan de toegang tot schuldhulpverlening weigeren als een inwoner:
a.al eerder gebruik heeft gemaakt van schuldhulpverlening als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de wet en de aanvraag is ingediend binnen zes maanden na het afgeven van een beëindigingsbeschikking
b.fraude heeft gepleegd die financiële benadeling van een bestuursorgaan tot gevolg heeft en waarvoor die inwoner onherroepelijk strafrechtelijk is veroordeeld of waarvoor aan die inwoner een onherroepelijke bestuurlijke sanctie is opgelegd als bedoeld in artikel 3, derde lid, van de wet en de aanvraag is ingediend binnen zes maanden na de veroordeling of de sanctieoplegging;
c.zich heeft misdragen tegenover personen die de schuldhulpverlening hebben geven en de aanvraag is ingediend binnen zes maanden na de misdraging.
d.een schuldregeling door eigen toedoen heeft beëindigd en niet te goeder trouw heeft gehandeld; in dat geval kan een uitsluiting van maximaal drie jaar worden toegepast.
Artikel 8. Begeleiding bij wettelijke schuldsanering
Het college begeleidt een inwoner met schulden die niet in aanmerking komt voor minnelijke schuldsanering natuurlijke personen bij de toelating tot de wettelijke schuldsanering natuurlijke personen en gedurende dat schuldsaneringstraject.
HOOFDSTUK 4. PLAN VAN AANPAK
Artikel 9. Inhoud plan van aanpak
1Als het college toegang tot schuldhulpverlening geeft, maakt het na overleg met de inwoner een plan van aanpak als onderdeel van de toelatingsbeschikking.
2Het plan van aanpak bevat in ieder geval:
a.het doel van de schuldhulpverlening;
b.het aanbod voor de schuldhulpverlening dat bestaat uit het oplossen van de schulden en de begeleidingsproducten;
c.de verplichtingen waar de inwoner zich aan moet houden;
d.een overzicht van de momenten die voor de schuldhulpverlening van belang zijn;
e.de nazorg die geboden wordt;
f.de beslagvrije voet, bedoeld in artikel 4a, vijfde lid, van de wet; en
g.de afloscapaciteit, op basis van het vrij te laten bedrag.
3Het plan van aanpak wordt regelmatig geëvalueerd en waar nodig aangepast. Bij de evaluatie wordt gebruik gemaakt van een meetinstrument.
Artikel 10. Aanbod schuldhulpverlening
1Het aanbod voor de schuldhulpverlening bestaat uit een betalingsregeling, herfinanciering, saneringskrediet, schuldbemiddeling of schuldregeling zonder afloscapaciteit en één of meer begeleidingsproducten.
2Bij het bepalen van het aanbod voor de schuldhulpverlening houdt het college rekening met:
a.of sprake is van een crisissituatie;
b.de aard, zwaarte en omvang van de schulden en de mate waarin deze regelbaar zijn;
c.de actuele situatie op de relevante leefgebieden;
d.de vaardigheden, kennis en competenties van de inwoner, waaronder de mate van zelfredzaamheid en beschikbaarheid van steun vanuit het sociaal netwerk;
e.de houding en het gedrag van de inwoner ten aanzien van het oplossen van de schulden;
f.of de inwoner tot een specifieke doelgroep behoort;
g.eerder gebruik van schuldhulpverlening, minnelijke schuldsanering natuurlijke personen of wettelijke schuldsanering natuurlijke personen;
h.de doelmatigheid van de in te zetten ondersteuning.
3Het college kiest op basis van bovenstaande afweging de ondersteuningsvorm die het meest passend en doelmatig is om te komen tot een duurzame oplossing van de schulden.
Artikel 11. Verplichtingen
1De inlichtingenplicht uit artikel 6 van de wet en de medewerkingsplicht uit artikel 7 van de wet zijn van toepassing vanaf de aanvraag tot de beëindiging van de schuldhulpverlening.
2Het college houdt bij de beoordeling van de naleving van de inlichtingenplicht in ieder geval rekening met de tijdigheid van aanlevering van noodzakelijke bewijsstukken voor de schuldhulpverlening en de melding van wijzigingen in de financiële situatie.
3Het college verstaat onder de medewerking die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van de schuldhulpverlening in elk geval:
a.het nakomen van gemaakte afspraken en verplichtingen;
b.het afzien van het aangaan van nieuwe schulden die het aflossen van bestaande schulden moeilijker maken;
c.het bewust meewerken aan de begeleiding;
d.het zorgen voor zoveel mogelijk afloscapaciteit en die ook gebruiken om schulden af te lossen en
e.het volledig benutten van de arbeidscapaciteit om inkomsten te verweven, het aanvaarden van passende arbeid of het proberen te verkrijgen van passende arbeid in de mate die redelijkerwijs van de inwoner gevraagd kan worden.
4Het college geeft de inwoner in het gesprek en in de beschikking uitleg over de verplichtingen die voor de inwoner gelden.
HOOFDSTUK 5. NAZORG
Artikel 12. Periode van nazorg
Als uit de evaluatie blijkt dat alle doelen behaald zijn, gaat de periode waarin de inwoner ondersteund wordt over in een periode van nazorg. Nazorg is in principe een periode van 12 maanden.
Artikel 13. Nazorg
Het college onderzoekt met de inwoner welke vorm van nazorg gewenst is. Het college legt de vorm en duur van nazorg in overleg met de inwoner vast.
HOOFDSTUK 6. BEËINDIGING SCHULDHULPVERLENING
Artikel 14. Beëindiging schuldhulpverlening
Nadat alle niet vrij toegankelijke onderdelen uit het plan van aanpak zijn afgerond, beëindigt het college na overleg met de inwoner de schuldhulpverlening en geeft het college een beëindigingsbeschikking af.
Artikel 15. Voortijdige beëindiging schuldhulpverlening
1Het college kan besluiten de schuldhulpverlening eerder te beëindigen als:
a.de inwoner een verplichting niet of onvoldoende nakomt en:
I. dit aan de inwoner te verwijten is;
II. er een termijn is gegeven om de verplichting alsnog na te komen en
III. daarvan geen gebruik is gemaakt of de verplichting alsnog niet of onvoldoende is nagekomen;
b.de inwoner zich misdraagt tegenover personen die de schuldhulpverlening geven of
c.de inwoner zelf om beëindiging van de schuldhulpverlening verzoekt.
2De schuldhulpverlening eindigt van rechtswege bij het overlijden van de inwoner.
HOOFDSTUK 7. BKR-REGISTRATIE
Artikel 16. BKR-registratie problematische schulden
1Het college doet een melding (SH) bij het BKR als een inwoner is toegelaten tot een schuldhulpverleningstraject wegens problematische schulden, zodat dit in het CKI wordt geregistreerd.
2Het college verwijdert de BKR-registratie zodra de schuldhulpverlening is beëindigd.
HOOFDSTUK 8. SLOTBEPALINGEN
Artikel 17. Inwerkingtreding
Deze beleidsregels treden de dag na bekendmaking in werking.
Artikel 18. Citeertitel
Deze beleidsregels worden aangehaald als Beleidsregels schuldhulpverlening gemeente Hoorn 2026.
Te bepalen dat bovenstaand wordt bekendgemaakt:
-door opname in het Gemeenteblad.
Aldus vastgesteld, 31 maart 2026
College van burgemeester en wethouders
de secretaris, de burgemeester,