Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van de gemeente Hoogezand-Sappemeer, ieder voor zover het zijn eigen bevoegdheid betreft;
Overwegende dat het op grond van artikel 4 van de Drank- en Horecawet noodzakelijk is voorschriften en beperkingen te verbinden aan drank- en horecavergunningen voor paracommerciële instellingen;
Overwegende dat artikel 2:29 van de Algemene plaatselijke verordening de mogelijkheid biedt om door middel van een vergunningvoorschrift andere sluitingstijden vast te stellen voor een afzonderlijk horecabedrijf of een daartoe behorend terras;
Gelet op het bepaalde in de Drank- en Horecawet, de Algemene wet bestuursrecht en de Gemeentewet;
BESLUIT:
Vast te stellen de volgende beleidregel ter voorkoming van oneerlijke concurrentie tussen paracommerciële instellingen en commerciële horecabedrijven.
Beleidsregel paracommercie gemeente Hoogezand-Sappemeer
hoofdstuk
Artikel 1 Begripsbepalingen
a.Bijeenkomst van persoonlijke aard:
Een bijeenkomst waarbij alcoholhoudende drank wordt genuttigd, die geen direct verband houdt met de activiteiten van de paracommerciële instelling. Voorbeelden van bijeenkomsten van persoonlijke aard zijn bruiloften, recepties bij jubilea, verjaardagsfeesten, barbecues, bedrijfsfeesten, koffietafels, condoleancebijeenkomsten en dergelijke
b.Burgemeester :
De burgemeester van de gemeente Hoogezand-Sappemeer
c.Collge:
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hoogezand-Sappemeer.
d.DHW:
Drank- en Horecawet
e.Drank- en Horecawet:
Wet van 7 oktober 1964, tot regeling van de uitoefening van de bedrijven en de werkzaamheid, waarin of in het kader waarvan alcoholhoudende drank wordt verstrekt
f.Exploitatievergunning openbare inrichting:
Een vergunning als bedoeld in artikel 2:28, lid 1, van de Algemene plaatselijke verordening
g.Ontheffing:
Een ontheffing, krachtens artikel 4, vijfde lid, van de Drank- en Horecawet, voor een bijzondere gelegenheid van zeer tijdelijke aard, van de aan een vergunning verbonden voorschriften of beperkingen.
h.Paracommerciële instellingen:
Een rechtspersoon niet zijnde een naamloze vennootschap of besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, die zich richt op activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal-culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard die een horecabedrijf voert.
i.Reglement:
Een reglement als bedoeld in artikel 9 van de Drank- en Horecawet, waarin het bestuur van de paracommerciële instelling waarborgt dat de verstrekking van alcoholhoudende drank in de instelling gedurende de openingstijden vanuit het oogpunt van sociale hygiëne te allen tijde geschiedt door op dit gebied gekwalificeerde personen.
j.Sterke drank
Drank die bij een temperatuur van 20 graden Celsius voor 15 of meer volumeprocent uit alcohol bestaat, met uitzondering van wijn (artikel 1, lid 1 Drank- en Horecawet).
k.Vergunning voor een paracommerciële instelling
Een vergunning op grond van artikel 3 van de Drank- en Horecawet.
Artikel 2 Voorschriften en beperkingen vergunning
Om oneerlijke concurrentie te voorkomen verbindt het bevoegd bestuursorgaan de volgende voorschriften aan een vergunning voor paracommerciële instellingen:
a.Er mogen in sportkantines geen bijeenkomsten van persoonlijke aard worden georganiseerd.
b.Er mag in sportkantines geen sterke drank worden geschonken.
c.In dorps- en wijkcentra en overige vergelijkbare paracommerciële instellingen mag aan personen van 18 jaar en ouder sterke drank worden geschonken.
d.Er mogen in dorps- en wijkcentra en overige vergelijkbare paracommerciële instellingen maximaal 9 keer per jaar bijeenkomsten van persoonlijke aard georganiseerd worden waarbij alcoholhoudende drank wordt geschonken. Voor Zalencentrum Het Brandpunt geldt, als uitzondering, een maximum van 12 bijeenkomsten van persoonlijke aard per jaar waarbij alcoholhoudende drank mag worden geschonken.
e.De vergunninghouder meldt het aantal in dat jaar gehouden bijeenkomsten van persoonlijke aard waarbij alcoholhoudende drank is geschonken uiterlijk 31 januari van het volgend kalenderjaar. Dit kan per e-mail: frontoffice@hoogezand-sappemeer.nl.
f.Het is niet toegestaan om reclame te maken voor bijeenkomsten van persoonlijke aard.
g.Alcoholhoudende drank mag uitsluitend worden verstrekt vanaf één uur vóór aanvang van de activiteiten die in het kader van de doelstelling van de paracommerciële instelling mogelijk plaatsvinden, tot sluitingstijd.
Artikel 3 Multifunctioneel centrum
Voor een multifunctioneel centrum gelden de voorschriften c t/m g van artikel 2.
Artikel 4 Tijdelijke ontheffing
1Het bevoegd bestuursorgaan kan op grond van artikel 4, vijfde lid, van de Drank- en Horecawet ontheffing verlenen van de aan de vergunning verbonden beperkingen, voor uitsluitend een van de volgende bijzondere gelegenheden van zeer tijdelijke aard:
a.Toneelvoorstellingen, gegeven door statutair in de gemeente Hoogezand-Sappemeer gevestigde toneelverenigingen;
b.Concerten, gegeven door statutair in de gemeente Hoogezand-Sappemeer gevestigde koren, harmonieën of andere muziekgezelschappen;
c.Het vieren van clubkampioenschappen van seniorenteams in de kantine van de betreffende sportvereniging;
d.Gymnastiekuitvoeringen, gegeven door statutair in de gemeente Hoogezand-Sappemeer gevestigde gymnastiekverenigingen;
e.Festiviteiten met een charitatief karakter
2Het is verboden een bijzondere gelegenheid van zeer tijdelijke aard, zoals genoemd in lid 1, onder a t/m e te houden, als
a.daarvan niet minimaal 2 weken van tevoren melding is gedaan aan het bevoegd bestuursorgaan,
b.het bevoegd bestuursorgaan het houden van de bijzondere gelegenheid van zeer tijdelijke aard heeft verboden.
3Er is ontheffing verleend voor de bijzondere gelegenheid van zeer tijdelijke aard als het bevoegd bestuursorgaan niet binnen 2 weken na ontvangst van de melding heeft beslist dat de gewenste activiteit wordt verboden/de tijdelijke ontheffing wordt geweigerd.
4Als een tijdelijke ontheffing is verleend, mag de openbare instelling tot 03.00 uur geopend zijn en mag er ook tot die tijd alcoholhoudende drank worden geschonken.
Artikel 5 Weigeringsgronden tijdelijke ontheffing
Het bevoegd bestuursorgaan weigert in ieder geval de tijdelijke ontheffing, als:
a.De aanvraag wordt ingediend voor een andere activiteit dan de activiteiten genoemd in artikel 4 van deze beleidsregel;
b.Redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet overeenkomst met hetgeen in de aanvraag word gesteld;
c.De aanvrager niet beschikt over een geldige drank- en horecavergunning;
d.De paracommerciële instelling geen reglement heeft vastgesteld;
e.Voor het kalenderjaar waarop de aanvraag ziet, al 6 tijdelijke ontheffingen aan de vergunninghouder zijn verleend.
Artikel 6 Hardheidsclausule
In bijzondere omstandigheden kan het bevoegd bestuursorgaan gemotiveerd van deze beleidsregel afwijken, indien toepassing ervan niet in verhouding staat tot de met deze beleidsregel te dienen doelen.
Artikel 7 Citeertitel, inwerkingtreding
1Deze beleidsregel kan worden aangehaald als ‘Beleidsregel Paracommercie gemeente Hoogezand-Sappemeer’.
2Deze beleidsregel treedt in werking op 1 augustus 2012.
Artikel 8 Gevolgen voor nieuwe vergunningaanvragen
Voor aanvragen waarop ten tijde van de inwerkingtreding van deze beleidsregel nog geen besluit is genomen, worden de voorschriften genoemd in artikel 2 toegepast.
Artikel 9 Overgangsperiode voor verleende vergunningen
Voor verleende en onherroepelijk zijnde vergunningen geldt een overgangsperiode van:
a.1 jaar na inwerkingtreding van de gewijzigde Drank- en Horecawet (wetsvoorstel 32 022), of
b.1 augustus 2014 (2 jaar na inwerkingtreding van deze beleidsregel), afhankelijk van welke datum zich als eerste voordoet.
afdeling
Artikel 1 Begripsbepalingen
In artikel 1 worden diverse belangrijke begrippen gedefinieerd. Het merendeel van de definities spreekt voor zich. Vooral het begrip ‘bijeenkomsten van persoonlijke aard’ behoeft mogelijk nadere toelichting.
Met bijeenkomsten van persoonlijke aard wordt, volgens de Memorie van Toelichting die behoort bij de Drank- en Horecawet, gedoeld op bijeenkomsten met een veelal feestelijk karakter, waarbij alcoholhoudende drank pleegt te worden genuttigd, die geen direct verband houden met de activiteiten van de betreffende rechtspersoon of hoofddoelstelling (bron: statuten). Daarbij moet dan gedacht worden aan bruiloften, recepties bij jubileas, verjaardagsfeesten, barbecueavond, feestavond, koffietafel, carnaval en dergelijke.
Artikel 2 Voorschriften en beperkingen aan vergunning
Artikel 4 van de Drank- en Horecawet verplicht het bevoegd bestuursorgaan om beperkingen op te leggen ter voorkoming van (oneerlijke) concurrentie. Als duidelijk is dat de instelling activiteiten ontplooit die genoemd worden in artikel 4, moet worden bepaald of sprake is van oneerlijke concurrentie. Er zijn diverse stroomschema’s beschikbaar die kunnen helpen bij het beantwoorden van deze vraag. Zie bijvoorbeeld stroomschema beoordeling paracommercie uit F. Joosten ‘Horecawetgeving in de praktijk 2009’. (Kluwer), opgenomen als bijlage bij deze beleidsregel
In artikel 2 van deze beleidsregel staat welke beperkingen en voorschriften worden verbonden aan een vergunning voor een paracommerciële instelling. Wij verbinden de volgende voorschriften en beperkingen aan dergelijke vergunningen:
1Er mogen in sportkantines geen bijeenkomsten van persoonlijke aard worden georganiseerd.
2Er mag in sportkantines geen sterke drank worden geschonken.
3In dorps- en wijkcentra en overige vergelijkbare paracommerciële instellingen mag aan personen van 18 jaar en ouder sterke drank worden geschonken.
4Er mogen in dorps- en wijkcentra en overige vergelijkbare paracommerciële instellingen maximaal 9 keer per jaar bijeenkomsten van persoonlijke aard georganiseerd worden waarbij alcoholhoudende drank wordt geschonken. Voor Zalencentrum Het Brandpunt geldt, als uitzondering, een maximum van 12 bijeenkomsten van persoonlijke aard per jaar waarbij alcoholhoudende drank mag worden geschonken.
5De vergunninghouder meldt het aantal in dat jaar gehouden bijeenkomsten van persoonlijke aard waarbij alcoholhoudende drank is geschonken uiterlijk 31 januari van het volgend kalenderjaar. Dit kan per e-mail: frontoffice@hoogezand-sappemeer.nl.
6Het is niet toegestaan om reclame te maken voor bijeenkomsten van persoonlijke aard.
7Alcoholhoudende drank mag uitsluitend worden verstrekt vanaf één uur vóór aanvang van de activiteiten die in het kader van de doelstelling van de paracommerciële instelling mogelijk plaatsvinden, tot sluitingstijd.
Bijeenkomsten van persoonlijke aard
Voorschriften a. t/m e. gaan over bijeenkomsten van persoonlijke aard.
In sportkantines mogen geen bijeenkomsten van persoonlijke aard worden gehouden.
Voor overige paracommerciële instellingen (buurt- en dorpshuizen en vergelijkbare instellingen) geldt een maximum van 9 bijeenkomsten van persoonlijke aard per jaar.
Benadrukt wordt dat het gaat om bijeenkomsten van persoonlijke aard waarbij alcoholhoudende drank wordt geschonken. Als er geen alcoholhoudende drank wordt geschonken (bijvoorbeeld bij kinderfeestjes o.i.d.) geldt geen beperking in het aantal bijeenkomsten van persoonlijke aard die mogen worden gehouden.
Voor Zalencentrum Het Brandpunt blijft het mogelijk om 12 bijeenkomsten van persoonlijke aard per jaar te organiseren. Zalencentrum Het Brandpunt heeft in 2009 vergunning gekregen waaraan o.a. het voorschrift was verbonden dat er maximaal 12x per jaar een bijeenkomst van persoonlijke aard mag worden gehouden, waarbij alcoholhoudende drank wordt geschonken. Tot die tijd gold voor Het Brandpunt geen enkele beperking. De enige reden waarom Het Brandpunt (een zalencentrum) een paracommerciële vergunning heeft, is dat dit zalencentrum wordt geëxploiteerd door een kerk. Het is daarom een unieke situatie: een zalencentrum dat wordt geëxploiteerd door een kerk. Er zijn in de gemeente Hoogezand-Sappemeer geen andere kerkelijke instellingen die een zalencentrum exploiteren. Als er een andere exploitant was geweest, had er een reguliere vergunning kunnen worden verstrekt, dus zonder enige beperkingen in het houden van bijeenkomsten van persoonlijke aard.
De aan Het Brandpunt verstrekte vergunning is door het Bureau Eerlijke Mededinging aangevochten tot en met de hoogste bestuursrechter: de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde dat wij terecht de bestreden vergunning hebben kunnen verlenen. Een van de overwegingen hierbij was dat er binnen de gemeente een zeer beperkt aantal bedrijven aanwezig is waar vergelijkbare zaalverhuurmogelijkheden zijn en dat er dus geen sprake is van oneerlijke concurrentie. Gelet op deze unieke situatie wordt voor Zalencentrum Het Brandpunt een uitzonder gemaakt dat daar maximaal 12x per jaar bijeenkomsten van persoonlijke aard mogen worden gehouden.
Schenken van sterke drank
Voorschrift c. gaat over het schenken van sterke drank in dorps- en wijkcentra. In de gemeentelijke Drank- en Horecaverordening 1997 was al bepaald dat het is verboden om in sportverenigingen en dorps- en wijkcentra sterk-alcoholhoudende drank te schenken. Voor sportverenigingen geldt ook daadwerkelijk sinds jaren een verbod op het schenken van sterke drank en wordt dit in de praktijk ook nageleefd. Voor buurt- en wijkcentra geldt dit niet. Er wordt regelmatig een borreltje gedronken. Met name door de oudere bezoekers. Daarom wordt – in afwijking van het bepaalde in de Drank- en horecaverordening 1997 – in deze beleidsregel bepaald dat het wel is toegestaan in buurt- en wijkcentra sterke drank te schenken aan personen van 18 jaar en ouder. Bij het bepalen van deze leeftijdsgrens is aansluiting gezocht bij landelijke wetgeving.
Reclame
Voorschrift e. verbiedt het maken van reclame voor het organiseren van bijeenkomsten van persoonlijke aard in een paracommerciële instelling waarbij alcoholhoudende drank kan worden verstrekt. Het gaat dan om alle vormen van reclame: bijvoorbeeld posters, brochures, advertenties in een krant of tijdschrift, flyers, internet etc.
Schenktijden
Voorschrift g. gaat over schenktijden. Paracommerciële instellingen mogen alleen alcohol schenken vanaf één uur voorafgaand aan de activiteiten van de instelling, tot sluitingstijd.
Omdat een paracommerciële instelling geen kroeg is, en ook geen verkapte kroeg moet worden, mag er alleen alcoholhoudende drank worden geschonken op dagen dat er daadwerkelijk een activiteit van de paracommerciële instelling plaatsvindt. Als dit niet het geval is, mag er geen alcohol worden geschonken. Het schenken van alcohol moet ondergeschikt zijn aan de hoofdfunctie van de paracommerciële instelling.
Het grote voordeel van één algemene eindtijd is dat het voor iedereen duidelijk is en beter en eenvoudiger te handhaven is dan bijvoorbeeld de regel ‘één uur voor, tijdens en twee uur na afloop van een activiteit’.
Overige relevante voorschriften
Naast deze voorschriften uit de Beleidsregel, gelden voor paracommerciële instellingen ook nog voorschriften uit andere gemeentelijke regelgeving. Met name het bepaalde in de Algemene plaatselijke verordening over openingstijden is van belang.
Algemene plaatselijke verordening
Afdeling 8 van hoofdstuk 2 van de Algemene plaatselijke verordening gaat over toezicht op horecabedrijven. In deze afdeling wordt onder ‘openbare inrichting’ verstaan:
“de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of spijzen voor directe consumptie worden bereid of verstrekt. Onder horecabedrijf wordt in ieder geval verstaan: een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis.”
Dit betekent dat de paracommerciële instellingen in de gemeente vallen onder de werking van de Algemene plaatselijke verordening. Momenteel geldt voor alle horecabedrijven (zoals gedefinieerd in de APV) dat zij geopend mogen zijn op maandag t/m vrijdag tot 02.00 uur en op zaterdag en zondag tot 03.00 uur.
Uit oogpunt van voorkoming van oneerlijke concurrentie met de reguliere horeca, zal aan de gemeenteraad worden geadviseerd de APV op dit punt aan te passen, zodat voor alle paracommerciële instellingen in de gemeente de volgende openingstijden gelden:
-Zondag: tot 24.00 uur
-Maandag: tot 24.00 uur
-Dinsdag: tot 24.00 uur
-Woensdag: tot 24.00 uur
-Donderdag: tot 24.00 uur
-Vrijdag: tot 01.00 uur
-Zaterdag: tot 01.00 uur
Hiertoe kan een artikel worden opgenomen in de APV dat luidt: Paracommerciële inrichtingen zijn gesloten op maandag tot en met vrijdag tussen 24.00 uur en 08.00 uur, en op zaterdag en zondag tussen 01.00 uur en 08.00 uur (sluitingstijd). l
Artikel 3 Multifunctioneel centrum
Binnen een multifunctioneel centrum kan een en dezelfde locatie op verschillende momenten gebruikt worden t.b.v. bijvoorbeeld een sportkantine of een buurt-/wijkcentrum. De vraag is hoe hiermee omgegaan moet worden. Omdat deze situatie zich niet veel voordoet (de gemeente kent een zeer beperkt aantal multifunctionele centra), worden bij een multifunctioneel centrum de regels toegepast voor een buurt- of wijkcentrum (iets minder strenge regels dan voor een sportkantine).
Artikel 4 Tijdelijke ontheffing
De Drank- en Horecawet geeft de bevoegdheid om ontheffing te verlenen van de beperkingen in de vergunning. Voor bijzondere gelegenheden willen wij ook van deze mogelijkheid gebruik maken. De wijze waarop wij dit doen, staat in artikel 4. De melding moet minimaal 2 weken van te voren met alle bijbehorende stukken worden ingediend. Een melding die later binnenkomt of niet volledig is, wordt geweigerd. Het tijdig en volledig indienen van meldingen is nodig om de melding goed te kunnen beoordelen.
Een tijdelijke ontheffing kan alleen worden verleend voor een van de volgende bijzondere gelegenheden van zeer tijdelijke aard:
Onder ‘bijzondere gelegenheid van zeer tijdelijke aard’ wordt in deze beleidsregel verstaan een activiteit dat op 1 (kalender)dag plaatsvindt.
Als een tijdelijke ontheffing wordt verleend, mag de instelling tot 03.00 uur geopend zijn en mag er ook tot die tijd alcohol worden geschonken. Er mag tot sluitingstijd worden geschonken omdat er sprake is van een uitzonderlijke situatie die zich maximaal 6 keer per jaar mag voordoen.
In dit artikel maakt de burgemeester gebruik van de bevoegdheid om een beleidsregel vast te stellen ter uitoefening van de bevoegdheid genoemd in artikel 2:30, eerste lid, van de APV.
1Toneelvoorstellingen, gegeven door statutair in de gemeente Hoogezand-Sappemeer gevestigde toneelverenigingen;
2Concerten, gegeven door statutair in de gemeente Hoogezand-Sappemeer gevestigde koren, harmonieën of andere muziekgezelschappen;
3Het vieren van clubkampioenschappen van seniorenteams in de kantine van de betreffende sportvereniging;
4Gymnastiekuitvoeringen, gegeven door statutair in de gemeente Hoogezand-Sappemeer gevestigde gymnastiekverenigingen;
5Festiviteiten met een charitatief karakter.
Artikel 5 Weigeringsgronden
In artikel 5 staan de weigeringsgronden voor de melding tijdelijke ontheffing. De kern van de regeling is dat het bevoegd bestuursorgaan per paracommerciële instelling een maximaal aantal ontheffingen kan verlenen per jaar. Het maximum is 6 ontheffingen per vergunninghouder per kalenderjaar.
Artikel 6 Hardheidsclausule
De hardheidsclausule moet met terughoudendheid worden toegepast. Het spreekt daarbij vanzelf dat toepassing hiervan uiterst zorgvuldig moet worden gemotiveerd.
Als eerste uitgangspunt geldt: het bestuur handelt overeenkomstig de beleidsregel. Het vastleggen van deze beleidsregel heeft tot gevolg dat het bevoegd bestuursorgaan handelt overeenkomstig de uitgangspunten die in dit beleid zijn geformuleerd en dat ook derden daarop moeten kunnen vertrouwen.
Als tweede uitgangspunt geldt: behoudens bijzondere omstandigheden. Er kunnen bijzondere omstandigheden zijn die bij toepassing van het vastgestelde beleid in een concreet geval tot onevenredige – en onwenselijke – situaties kunnen leiden. In zo’n geval kan van de beleidsregel worden afgeweken. Dit is geen verplichting, maar een belangenafweging kan tot deze uitkomst leiden.
Strikt genomen hoeft de hardheidsclausule niet in het beleid opgenomen te worden. De Algemene wet bestuursrecht (artikel 4:84) voorziet in een algemene formulering van deze clausule.
Artikel 7 Citeertitel en inwerkingtreding
Dit artikel spreekt voor zich.
Artikel 8 Gevolgen voor nieuwe vergunningaanvragen
Het nieuwe beleid ter voorkoming van oneerlijke concurrentie door paracommerciële instellingen zal als gevolg hebben dat de voorschriften en beperkingen in alle nieuw verleende drank- en horecavergunningen voor paracommerciële instellingen hetzelfde zijn. Zo is er minder onduidelijk over wat wel en niet mag en wordt oneerlijke concurrentie voorkomen.
Ook voor ingediende aanvragen waarop ten tijde van de inwerkingtreding van dit beleid nog geen besluit was genomen, geldt het nieuwe beleid. Dit houdt in dat bij vergunningverlening de in artikel 2 genoemde voorschriften aan de vergunning zullen worden verbonden.
Artikel 9 Overgangsperiode voor verleende vergunningen
Voor verleende (en onherroepelijk zijnde) vergunningen geldt een overgangsperiode van
a.1 jaar na inwerkingtreding van de gewijzigde Drank- en Horecawet, of
b.1 augustus 2014 (2 jaar na vaststelling van dit beleid),
afhankelijk van welke datum zich als eerste voordoet.
Omdat na inwerkingtreding van de gewijzigde Drank- en Horecawet alle vergunningen van paracommerciële instellingen moeten worden herzien, is het beter om een overgangsperiode te hanteren tot (1 jaar na) inwerkingtreding van deze gewijzigde wet. Echter, het is niet geheel duidelijk wanneer deze wet inwerking zal treden. Naar verwachting 1 januari 2013.
Als achtervang geldt daarom een overgangstermijn van 2 jaar na inwerkingtreding van deze beleidsregel.
Als binnen de overgangsperiode een nieuwe vergunningaanvraag wordt ingediend, wordt dit beleid hierop toegepast. Als na de overgangsperiode nog geen nieuwe vergunningaanvraag is ingediend, zal de bestaande vergunning ambtshalve worden aangepast.
Op die manier gelden binnen relatief korte tijd voor alle paracommerciële instellingen dezelfde rechten en plichten en is er duidelijkheid over wat wel en niet mag en wordt oneerlijke concurrentie voorkomen. Ook ontstaat er een duidelijker onderscheid tussen commerciële en paracommerciële
horeca. En ‘last, but not least’, wordt met deze beleidsregel een goede basis gelegd voor de verplicht op te stellen Verordening Paracommercie, binnen 1 jaar na inwerkingtreding van de gewijzigde Drank- en Horecawet.