Inleiding
Algemeen
Voor u ligt het uitvoeringsprogramma integrale handhaving 2014. Het uitvoeringsprogramma maakt de inwoners en bedrijven van gemeente Hollands Kroon duidelijk wat ze van ons mogen verwachten op het gebied van toezicht en handhaving. Andersom is ook het geval; de inwoners en bedrijven weten wat de gemeente van hen verwacht.
Wettelijk en beleidskader
Bij handhaving gaat het om naleving van wettelijke en beleidsregels. Die vormen de basis van toezicht en handhaving. Het aantal handhavingstaken, de omvang, de complexiteit en ontwikkelingen zijn zo groot dat de gemeente gedwongen wordt om keuzes te maken.
Op 19 december 2013 is de Kadernota integrale handhaving 2014-2018 vastgesteld door de raad. In deze kadernota zijn de keuzes voor de komende vier jaren vastgesteld. Het is aan het college om jaarlijks, binnen deze kaders, een uitvoeringsprogramma op te stellen.
Verantwoordelijkheid
Zoals in de ondertitel is te lezen, streven wij naar een hoge mate van verantwoordelijkheid bij inwoners en bedrijven. Dit is in de lijn van de landelijke trend en de strategische visie van Hollands Kroon. De strategische visie is doorgezet in de visie van de Kadernota integrale handhaving 2014-2018. Wij streven naar een regiegemeente. Deze benut de zelfredzaamheid en verantwoordelijkheid van inwoners en bedrijven. Dat vinden wij belangrijk en daardoor zal er in dit programma veel aandacht aan worden besteed.
Visie, missie en doelen
Voor de volledigheid worden hieronder de visie, missie en doelen uit de Kadernota integrale handhaving 2014-2018 herhaald.
Visie
Het bereiken en in stand houden van een aantrekkelijk woon-, werk- en leefklimaat voor inwoners en ondernemers waarbij oog is voor:
· vertrouwen in burger en bedrijf;
· de eigen verantwoordelijkheid van de burger en bedrijf;
· gezondheid en veiligheid.
Missie
Integraal toezicht en handhaving zijn erop gericht een zo groot mogelijk nalevingsgedrag op de gestelde doelen te bereiken. Daarbij krijgt preventie door actieve voorlichting de aandacht. Bij overtredingen handhaaft de gemeente op een integrale en transparante wijze met oog voor zowel de algemene als individuele belangen. Toezicht en handhaving richten zich op de bestuurlijk en maatschappelijk meest risicovolle situaties en ontwikkelingen in de samenleving.
Integrale veiligheid
De prioriteiten uit de Kadernota integrale handhaving 2014-2018 zijn naast de prioriteiten van het Integrale Veiligheidsbeleid gehouden. De taken van de Buitengewoon opsporingsambtenaar (Boa) worden in beide beleidsstukken genoemd. In het Integrale Veiligheidsbeleid heeft de Boa een signaalfunctie naar de wijkagent. Zowel in het Integrale Veiligheidsbeleid als in de Kadernota integrale handhaving 2014-2018 hebben aandachts- en risicoevenementen prioriteit. In het Integrale veiligheidsbeleid heeft de Boa een adviesfunctie voor vergunningverlening. De brandweer heeft een toezichthoudende rol op brandveiligheid; dat is een prioriteit uit de Kadernota integrale handhaving.
Communicatie
De keuzes die de raad op 19 december 2013 heeft gemaakt brengen grote veranderingen. Niet alleen extern bij de inwoners en bedrijven, maar ook intern zal dit veel impact hebben. Daarom is een communicatieplan opgesteld. Alle actoren komen aan bod en worden op gepaste wijze geïnformeerd, na vaststelling van het programma over de veranderingen in handhaving.
1. Waarom?
Verantwoordelijkheid
Wij streven naar meer verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid bij de inwoners zelf. Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Door de inwoners ruimte en vertrouwen te geven om die verantwoordelijkheid op te pakken, zet de gemeente het proces stapsgewijs in gang. Door duidelijk te maken wat inwoners en bedrijven van ons mogen verwachten en andersom, stimuleren we het nemen van verantwoordelijkheid.
Planmatigheid en transparantie
In de milieuwetgeving geldt al langer de wettelijke verplichting voor het hebben van een kadernota en uitvoeringsprogramma. Bij de evaluatie van het Besluit kwaliteitseisen handhaving milieubeheer is vastgesteld dat de kwaliteitseisen de planmatigheid en de transparantie van de handhaving heeft vergroot. Ook is het inzicht in de gewenste en feitelijke handhavingscapaciteit vergroot. De conclusie is dat het interne beheer op een aantal punten is verbeterd. Dat is de reden geweest om kwaliteitseisen te stellen aan de handhaving op het brede terrein van het omgevingsrecht.
Afgaande op de ervaringen binnen de milieuwethandhaving, tilt deze manier van werken de handhaving naar een hoger niveau.
Kwaliteit
De risicoanalyse heeft ertoe geleid dat er keuzes zijn gemaakt. Deze keuzes zorgen ervoor dat we niet meer alle toezichttaken uitvoeren. Het uitgangspunt is dat wat we doen, goed doen.
2. Wat wel
Risicoanalyse
Voor de Kadernota integrale handhaving 2014-2018 is er een risicoanalyse gemaakt (bijlage 1). Hiervoor is gebruik gemaakt van de het risicomodel ‘DBC risico’.
Al onze taken hebben een score gekregen. Dit is een score van 1 tot en met 5. De raad heeft met de vaststelling van de kadernota besloten dat wij zelf op zoek gaan naar overtredingen bij categorieën hoog en zeer hoog. In de categorieën laag en gemiddeld gaan wij niet zelf op zoek naar overtredingen.
Melding of verzoek
Alle handhavingsverzoeken, ongeacht de risicocategorieën, worden in behandeling genomen. En meldingen die vallen binnen de risicocategorieën of wanneer acuut gevaar dreigt. Meldingen die vallen in de categorieën laag en gemiddeld, worden dus niet opgepakt, tenzij er een verzoek om handhaving wordt ingediend.
Verzoeken om handhaving moeten schriftelijk zijn binnengekomen. Onder schriftelijk wordt ook per email verstaan. Hier ligt een juridische reden aan ten grondslag. Een handhavingsverzoek is juridisch gezien een aanvraag waarop binnen acht weken op beslist dient te worden. Aan een aanvraag worden eisen gesteld door de Algemene wet bestuursrecht (Awb) deze worden omschreven in artikel 4:1 tot en met 4:6 van de Awb. Het is daardoor ook niet mogelijk om een anoniem verzoek tot handhaving te doen.
Uiteraard moeten wij wel bevoegd zijn om de klachten, meldingen en verzoeken in behandeling te nemen. Wanneer een van onze handhavingspartners bevoegd is zetten wij de klacht, melding of verzoek door naar de bevoegde instantie.
Thema's
In de kadernota wordt gesteld dat er elk jaar ruimte is voor maximaal twee thema’s waarbij we actief op inzetten met voorlichting, toezicht en handhaving. Dit jaar zijn dat het project Kompas Noordkop en Drank en Horeca.
Project Kompas Noordkop
De vier gemeenten binnen de Noordkop (Den Helder, Hollands Kroon, Heerhugowaard en Schagen) hebben zich aangesloten bij Kompas, een project rond huisvesting van arbeidsmigranten. Dit betekent dat ook de Noordkop controleert op de huisvesting van EU-arbeidsmigranten. Ook wordt gekeken naar alternatieve huisvestingsvormen.De huisvesting is al jarenlang een probleem. Er is regelmatig sprake van misstanden; te veel mensen die in een pand verblijven, dat vaak ook geen bestemming heeft voor deze vorm van wonen.Kompas is een project dat twee jaren draait, waarvan het eerste jaar in 2013 heeft plaatsgevonden. 2014 Is het laatste jaar dat wij intensief inzetten op huisvesting van arbeidsmigranten.
Drank en Horeca
Op 1 januari 2014 is de nieuwe Drank en Horecawet van kracht geworden. Dit houdt in dat de burgemeester de bevoegdheid heeft om toezicht te houden op de naleving van de Drank en Horecawet en om sancties op te leggen. Dit jaar gaan we van start met toezicht en handhaving op het schenken van alcohol aan minderjarigen en het terugdringen van alcohol gerelateerde overlast en verstoring van de openbare orde.
Samen met gemeente Schagen, Texel en Den Helder zijn er drie fte (full time eenheid) aangesteld om te controleren in de vier gemeenten. Deze Boa’s (Buitengewoon opsporingsambtenaar) zullen van 1 april 2014 tot 1 april 2015 toezichthouden in een regionale poule onder de leiding van Den Helder. Voor gemeente Den Helder en Texel is er twee fte beschikbaar en voor Schagen en Hollands Kroon samen één fte.
Samenleving
Op het gebied van samenleving worden er door de GGD controles uitgevoerd bij kinderopvang, gastoudergezinnen en peuterspeelzalen. Deze controles betreffen de veiligheid en gezondheid van de kinderen. In bijlage 2 vindt u de Beleidsregels handhaving Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen van gemeente Hollands Kroon.
Buitengewoon opsporingsambtenaar
De taken van de Boa, veelal taken op het gebied van de algemene plaatselijke verordening (APV), scoren niet hoog. Het gros van die taken vallen binnen de categorie laag en gemiddeld (zie bijlage 1). De Boa’s zullen worden ingezet op de volgende punten:
· afhandelen handhavingsverzoeken;
· uitvoeringsprogramma met (zeer)hoog risico;
· Drank- en Horecawet;
· afhandelen meldingen met acuut gevaar;
· adviesfunctie voor kwaliteit vergunningen aandacht- en risico evenementen;
· signaalfunctie voor de wijkagent (Integrale Veiligheid).
Bouw en woningtoezicht
De bouw- en woningtoezichthouders hebben vijf taken. Niet bij elk onderwerp scoort de taak hoog. Het kan zo zijn dat niet elke taak bij een onderwerp wordt uitgevoerd. Dat betekent dat het risico niet hoog genoeg is om erop toe te zien.
Een overzicht van alle onderwerpen en taken vindt u in bijlage 1.
Hieronder een opsomming van de vijf taken:
1Controle afwijking regels bouw
Dit gaat over bestaande gebouwen. Gebouwen worden in principe voor 50 jaar ontworpen. Dus gebouwen ouder dan 50 jaar worden gecontroleerd om te zien of de constructie nog in orde is, de ventilatie etc.
1Toezicht op OV bouwen, constructieve veiligheid
Bij dit onderdeel wordt nauwlettend toezicht en controle gehouden bij het heiwerk, controle van de wapening van de fundering, begane grond-, verdieping- en dakvloeren en andere betonconstructies, staalconstructies, lateien, enz.;
3Controle bestaande bouw, constructieve veiligheid
Ook hier worden, voor zover deze nog zichtbaar is, alle bovengenoemde constructies gecontroleerd;
5Toezicht op OV bouwen, gezondheid en bruikbaarheid
Hierbij worden bijvoorbeeld de ventilatie en maatvoering van oppervlakten, breedten en hoogten gecontroleerd;
7Controle afwijkend gebruik bestemmingsplan
Alleen van toepassing bij het onderwerp ‘agrarisch overig’. Er wordt gekeken of op het perceel geen andere activiteiten plaatsvinden dan agrarisch gebruik.
Regionale uitvoeringsdienst (RUD)
De RUD heeft zeven taken (zie bijlage 1) die zich richten op het Besluit bodemkwaliteit, Besluit tankstations en het Activiteitenbesluit. In de dienstverleningsovereenkomst is opgenomen dat het beleid van de gemeente leidend is voor het uitvoeringsprogramma van de RUD. Zij volgen met hun uitvoeringsprogramma dat van ons.
Brandweer
De brandweer heeft twee taken (zie bijlage 1): controle van bestaande bouw betreffende de brandveiligheid en het toezicht op brandveiligheid. Deze taken verspreiden zich over verschillende onderwerpen.
3. Wat niet meer
Toezicht op verleende vergunningen
Vergunningen die niet binnen de risicocategorieën hoog en zeer hoog vallen, zullen niet meer door de toezichthouders worden bezocht. Grootste verandering vindt plaats bij woningen. Wij gaan ervan uit dat de aanvrager het bouwwerk uitvoert volgens tekening.
Toezicht op slopen
Bij het onderwerp slopen wordt alleen toezicht gehouden op het slopen van benzinestations met lpg en op industrie met gevaarlijke stoffen. De RUD (regionale uitvoeringsdienst) houdt bij slopen wel oog voor het Bodembesluit. Zij ontvangen bodemonderzoeken voor de aanvang van nieuwbouw.
Toezicht vergunningvrije bouwwerken
Ook vergunning vrije bouwwerken dienen aan regelgeving te voldoen (Bouwverordening en het Bouwbesluit). Voor vergunning vrije bouwwerken heb je geen vergunning nodig. De gemeente hoeft dit niet te toetsen. Het is de verantwoordelijkheid van de bouwer geworden.
Opsporen en handhaven van illegale bouwwerken
Illegale bouwwerken worden niet meer actief opgespoord. Uiteraard wordt bij een handhavingsverzoek wél opgetreden.
Diverse Boa- taken
De Boa’s worden op een andere manier ingezet. Veel van de taken die de boa’s uitvoerden scoren niet hoog in de risicoanalyse. Taken als parkeercontrole, toezicht op reguliere evenementen, controle op loslopende honden en hondenpoep worden daarom niet meer uitgevoerd.
Risicoanalyse
Bijlage 2
Beleidsregels handhaving Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen gemeente Hollands Kroon
Hoofdstuk 1 Algemeen
Artikel 1. Begrippen
1Awb: Algemene wet bestuursrecht
2College: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hollands Kroon
3Houder:
-Degene aan wie een onderneming als bedoeld in de Handelsregisterwet 2007 toebehoort en die met die onderneming een kindercentrum of een gastouderbureau exploiteert;
-De gastouder die een voorziening voor gastouderopvang exploiteert.
4Kindercentrum: een voorziening waar kinderopvang plaatsvindt, anders dan gastouderopvang.
5Kinderopvang: het bedrijfsmatig of anders dan om niet verzorgen, opvoeden en bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen tot de eerste dag van de maand waarop het voortgezet onderwijs voor die kinderen begint.
6Peuterspeelzaalwerk: de verzorging, de opvoeding en het bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen uitsluitend bestemd voor kinderen vanaf de leeftijd van twee jaar tot het tijdstip waarop die kinderen kunnen deelnemen aan het basisonderwijs.
7Peuterspeelzaal: voorziening waar peuterspeelzaalwerk plaatsvindt, anders dan gastouderopvang of kinderopvang in een kindercentrum.
8VOG: een verklaring omtrent het gedrag natuurlijke personen of een verklaring omtrent het gedrag rechtspersonen.
9Wet: de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen.
Artikel 2. Toepassing
Deze beleidsregels zijn van toepassing op de handhaving naar aanleiding van overtreding van de bij of krachtens de Wet gestelde regelgeving.
Artikel 3. Vormen van sanctioneren
1Bij het uitvoeren van het handhavingsbeleid heeft het college de volgende mogelijkheden:
2herstelsanctie;
3bestraffende sanctie.
4Als blijkt dat een houder van een kindercentrum, een gastouderbureau, voorziening voor gastouderopvang of een peuterspeelzaal niet voldoet aan één of meer kwaliteitseisen van de Wet en alle aanverwante regelgeving, start het college in beginsel een herstellend traject. Dit traject is gericht op beëindiging van de overtreding(-en) en voorkoming van herhaling van de overtreding(-en).
5In afwijking van het vorige lid start het college direct een bestraffend traject bij overtredingen zoals omschreven in artikel 7 van deze beleidsregels.
Artikel 4. Kwaliteitseisen
1De kwaliteitseisen waaraan peuterspeelzalen en kindercentra moeten voldoen, staan genoemd in de Wet en aanverwante regelgeving.
4In deze beleidsregels wordt uitgegaan van deze kwaliteitseisen.
6In het stroomschema dat als bijlage aan deze beleidsregels is toegevoegd worden de te nemen stappen in de handhaving op deze kwaliteitseisen weergegeven.
8In het afwegingsoverzicht dat als bijlage aan deze beleidsregels is toegevoegd worden voor de prioritering en de hoogte van de bestuurlijke boete per domein de kwaliteitseisen geclusterd weergegeven.
Hoofdstuk 2 Herstellend traject
Artikel 5. Herstelsancties
1Bij het uitvoeren van het herstellend traject hanteert het college de volgende stappen:
a.stap 1: aanwijzing;
b.stap 2: last onder dwangsom/last onder bestuursdwang;
c.stap 3: exploitatieverbod;
d.stap 4: verwijdering uit het register kinderopvang of het register peuterspeelzaalwerk.
2Indien de overtreding hiertoe aanleiding geeft, kan het college besluiten om een bepaalde stap of bepaalde stappen van het herstellende traject over te slaan dan wel meerdere keren toe te passen.
3De duur van de hersteltermijn is afhankelijk van de prioriteit die is toegekend aan de kwaliteitseis zoals afgeleid kan worden uit het afwegingsoverzicht dat als bijlage is opgenomen.
4Bij het opleggen van een aanwijzing, last onder dwangsom en/of last onder bestuursdwang gelden de volgende hersteltermijnen:
5prioriteit hoog: maximaal 2 weken;
6prioriteit gemiddeld: maximaal 2 maanden;
7prioriteit laag: maximaal 12 maanden.
Hoofdstuk 3 Bestraffend traject
Artikel 6.
Dit hoofdstuk is niet van toepassing op gesubsidieerde peuterspeelzalen.
Artikel 7. Gebruik bevoegdheid opleggen bestuurlijke boete
1Het college legt een bestuurlijke boete op bij:
2overtredingen met de prioriteit “hoog” zoals opgenomen in het afwegingsoverzicht in de bijlage;
3overtreding van een norm zoals genoemd in het afwegingsoverzicht onder “overige overtredingen”.
4Bij overtredingen met een prioriteit “gemiddeld” of “laag” zoals opgenomen in het afwegingsoverzicht in de bijlage kan het college een bestuurlijke boete opleggen.
Artikel 8. Hoogte bestuurlijke boete
1Bij de berekening van de bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 1.72, eerste lid en artikel 2.28, eerste lid van de Wet, wordt voor alle overtredingen het boetebedrag dat is neergelegd in het afwegingsoverzicht gehanteerd.
4In afwijking van het vorige lid, geldt voor voorzieningen voor gastouderopvang dat het boetebedrag zoals neergelegd in het afwegingsoverzicht met 0,5 wordt vermenigvuldigd.
Artikel 9. Recidive
1De boete bedraagt 1,5 maal het onder artikel 8 bepaalde boetebedrag indien een door een bestuurlijke boete te handhaven overtreding plaatsvindt binnen een periode van drie jaar nadat een eerdere overtreding van dezelfde wettelijke norm heeft plaatsgevonden;
2De boete bedraagt 2 maal het onder artikel 8 bepaalde boetebedrag indien er sprake is van een derde of volgende overtreding van dezelfde wettelijke norm binnen een periode van drie jaar nadat de daaraan voorafgaande overtreding zich heeft voorgedaan.
Artikel 10. Matiging
1Het college kan besluiten om de bestuurlijke boete te matigen, indien de belanghebbende aannemelijk maakt dat op grond van:
-de ernst van de overtreding,
-de mate van verwijtbaarheid,
-de omstandigheden waaronder de overtreding is begaan of
-de omstandigheden waarin de overtreder verkeert, boeteoplegging volgens deze beleidsregels onevenredig is.
2Van een situatie als bedoeld in het vorige lid kan in beginsel slechts sprake zijn bij bijzondere omstandigheden waarin bij de vaststelling van deze beleidsregels niet is voorzien.
Artikel 11. Samenloop
De totale bij boetebeschikking op te leggen boete bestaat, ingeval er sprake is van meerdere overtredingen, uit de som van de per overtreding berekende boetebedragen.
Artikel 12. Citeertitel
Deze beleidsregels worden aangehaald als “Beleidsregels handhaving Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen gemeente Hollands Kroon”.
Bijlage: Stroomschema
* Cautie is het recht tot zwijgen van de houder, nadat door de gemeente een voornemen tot het opleggen van een bestuurlijke boete is aangekondigd. De houder moet, bij mondeling contact met de gemeente, op dit recht gewezen worden. Het is verstandig om een gespreksverslag te maken, waarin ook wordt opgenomen dat de gemeente cautie heeft verleend.
Bijlage: Afwegingsoverzicht
Domein
Prioriteit
Bestuurlijke boete
Ouders
Houder heeft een reglement oudercommissie vastgesteld
Laag
€ 500,-
Inhoud van reglement oudercommissie
Laag
€ 500,-
Houder heeft een oudercommissie ingesteld
Laag
€ 500,-
Voorwaarden oudercommissie
Laag
€ 500,-
Adviesrecht oudercommissie
Laag
€ 500,-
Informatie aan de ouders
Laag
€ 500,-
Het gastouderbureau is goed bereikbaar
Gemiddeld
€ 1000,-
De houder plaatst het inspectierapport op de eigen website of legt het op een voor ouders, personeel en/of gastouders toegankelijke plaats
Gemiddeld
€ 1000,-
In de schriftelijke overeenkomst met de vraagouder is duidelijk te zien welk deel van het betaalde bedrag naar GOB gaat en welk deel naar de gastouder (GOB)
Gemiddeld
€ 1000,-
Personeel
Verklaring omtrent gedrag (VOG)
·in bezit zijn van VOG
·VOG is voor aanvang werkzaamheden overlegd
·VOG is bij aanvang werkzaamheden niet ouder dan 2 maanden
Hoog
€ 4.000,- per ontbrekende VOG of VOG die ouder is dan 2 maanden voor aanvang werkzaamheden
Gebruik voorgeschreven voertaal
Gemiddeld
€ 1.000,-
Het gastouderbureau draagt er zorg voor dat er per aangesloten gastouder op jaarbasis tenminste 16 uur wordt besteed aan begeleiding en bemiddeling
Laag
€ 500,- per gastouder met < 16 uur
Passende beroepskwalificatie voor beroepskrachten en gastouders
Hoog
€ 4.000,- per beroepskracht die niet voldoet
Gastouder beschikt over geregistreerd certificaat eerste hulp aan kinderen bij ongevallen conform de ministeriele regeling
Hoog
€ 2.000,-
Vrijwilligersbeleid (peuterspeelzalen)
Gemiddeld
€ 1.000,-
Houder heeft vrijwilligers tegen wettelijke aansprakelijkheid verzekerd (peuterspeelzalen)
Gemiddeld
€ 1.000,-
De houder van een kindercentrum of peuterspeelzaal waar VVE wordt aangeboden stelt jaarlijks een opleidingsplan op
Gemiddeld
€ 1.000,- als geen beleid
€ 750,- als te oud beleid
De gastouder is goed telefonisch bereikbaar
Gemiddeld
€ 750,-
Veiligheid en gezondheid
Risico-inventarisatie veiligheid
·ontbreken
·maximaal 1 jaar oud
·actuele situatie
Hoog
€ 8.000,- indien risico-inventarisatie ontbreekt;
€ 4.000,- als > dan 1 jaar of niet actuele situatie
Ongevallenregistratie
Hoog
€ 8.000,-
De houder van een gastouderbureau draagt zorg voor een inventarisatie van de veiligheids- en gezondheidsrisico’s door een bemiddelingsmedewerker van het bureau (samen met gastouder) vóór aanvang van de opvang en daarna jaarlijks voor elke woning waar gastouderopvang plaatsvindt
Hoog
€ 8.000,-
Risico-inventarisatie gezondheid
·ontbreken
·maximaal 1 jaar oud
·actuele situatie
Hoog
€ 8.000,- indien risico-inventarisatie ontbreekt;
€ 4.000,- als > dan 1 jaar of niet de actuele situatie
Plan van aanpak bij risico-inventarisatie veiligheid en bij risico-inventarisatie gezondheid
Hoog
€ 8.000,-
Risico-inventarisaties veiligheid en gezondheid beschrijven alle veiligheids- en gezondheidsrisico’s op de vaste thema’s
Hoog
€ 2.000,- per niet beschreven thema
Personeel kan kennisnemen van risico-inventarisaties
Hoog
€ 4.000,-
Houder gastouderbureau draagt er zorg voor dat alle aangesloten gastouders handelen naar de opgestelde risico-inventarisaties
Hoog
€ 1.000,- per gastouder die er niet naar handelt
Risico-inventarisaties zijn inzichtelijk voor vraagouders van gastouderbureau
Hoog
€ 4.000,-
Meldcode kindermishandeling
Hoog
€ 8.000,-
Personeel, gastouders zijn op de hoogte van meldcode kindermishandeling
Hoog
€ 2.000,-
Houder gastouderbureau draagt er zorg voor dat alle bij zijn gastouderbureau aangesloten gastouders de meldcode naleven.
Hoog
€ 2.000,-
Medewerkers, gastouders zijn geïnformeerd over de werkwijze bij een vermoeden van gewelds-of zedendelict jegens een opgevangen kind door een collega of de houder
Hoog
€ 2.000,-
Vierogenprincipe is ingevoerd
Hoog
€ 4.000,-
Accommodatie en inrichting
Binnenspeelruimte
Elke stamgroep beschikt over een afzonderlijke vaste groepsruimte
Gemiddeld
€ 2.000,- per ontbrekende ruimte
Er is ten minste 3,5 m2 binnenspeelruimte beschikbaar per aanwezig kind, waaronder mede begrepen passend voor spelactiviteiten ingerichte ruimtes buiten de groepsruimte (dagopvang)
Gemiddeld
3-3.5 m2 = € 2.000,-
< 3 m2 = € 3.000,-
Er is ten minste 3,5 m2 passend ingerichte binnenspeelruimte beschikbaar per aanwezig kind (BSO)
Gemiddeld
3-3.5 m2 = € 2.000,-
< 3 m2 = € 3.000,-
De binnenspeelruimte is passend ingericht in overeenstemming met het aantal en de leeftijd van de op te vangen kinderen.
Gemiddeld
€ 2.000,-
Er is een afzonderlijke slaapruimte voor in ieder geval kinderen tot anderhalf jaar (dagopvang)
Gemiddeld
€ 2.500,-
De woning waar gastouderopvang plaatsvindt beschikt over voldoende binnenspeelruimte en buitenspeelmogelijkheden voor kinderen, afgestemd op het aantal en de leeftijd van de op te vangen kinderen
Gemiddeld
€ 1.000,-
De woning waar gastouderopvang plaatsvindt is te allen tijde rookvrij
Gemiddeld
€ 1.000,-
Buitenspeelruimte
Er is ten minste 3 m2 buitenspeelruimte beschikbaar per aanwezig kind
Gemiddeld
2-2.5 m2 = € 1.000,-
< 2 m2 = € 2.000,-
De buitenspeelruimte is toegankelijk
Gemiddeld
€ 1.000,-
De buitenspeelruimte is aangrenzend aan het kindercentrum (dagopvang)
Gemiddeld
€ 1.000,-
Aanvullende eisen indien de buitenspeelruimte niet aangrenzend is (BSO)
Gemiddeld
€ 1.000,-
De buitenspeelruimte is vast beschikbaar voor de buitenschoolse opvang (BSO)
Gemiddeld
€ 1.000,-
De buitenspeelruimte is passend ingericht in overeenstemming met de leeftijd van de op te vangen kinderen en het pedagogisch beleid
Gemiddeld
€ 1.000,-
Groepsgrootte en beroepskracht-kind-ratio (bkr)
Opvang in groepen
De opvang vindt plaats in stamgroepen (dagopvang) of basisgroepen (BSO) of vaste groepen (peuterspeelzaal)
Hoog
€ 4.000,-
De maximale omvang van de stamgroep of basisgroep
Hoog
€ 2.000,- per kind teveel
De groep bestaat uit ten hoogste 16 feitelijk aanwezige kinderen (VVE en psz)
Hoog
€ 2.000,- per kind teveel
De maximale groepsgrootte per gastouder wordt afgestemd op de leeftijdscategorieën van de kinderen
Hoog
€ 2.000,- per kind teveel
Ieder kind behoort bij een basisgroep (BSO)
Hoog
€ 4.000,-
Gebruik maken van extra stamgroep of basisgroep
Hoog
€ 2.000,- indien niet tijdelijk of indien niet vooraf schriftelijke toestemming is van ouders
Vaste beroepskrachten en vaste ruimtes
Maximaal 3 vaste beroepskrachten per kind (dagopvang, peuterspeelzalen)
Hoog
€ 1.000,-
Maximaal 2 stamgroepruimtes per kind (dagopvang)
Hoog
€ 1.000,-
Beroepskracht-kind-ratio
Beroepskracht-kind-ratio
Hoog
€ 5.000,- per ontbrekende beroepskracht
Als conform de beroepskracht-kind-ratio slechts één beroepskracht in het kindercentrum aanwezig is, dan is ondersteuning van deze beroepskracht door een andere volwassene in geval van calamiteiten geregeld
Hoog
€ 2.000,-
Inzet beroepskrachten in afwijking van de beroepskracht-kind-ratio bij openingstijden van ≥ 10 uur (dagopvang)
Hoog
€ 2.000,-
Inzet beroepskrachten in afwijking van de beroepskracht-kind-ratio (BSO)
Hoog
€ 2.000,-
Indien er meer dan 3 kinderen op het opvangadres aanwezig zijn, dan is ondersteuning van de gastouder door een andere volwassene in geval van calamiteiten geregeld.
Hoog
€ 1.000,-
De achterwacht is telefonisch bereikbaar tijdens de opvangtijden
Gemiddeld
€ 1.000,-
De achterwacht is in geval van calamiteiten binnen 15 minuten op het opvangadres aanwezig
Gemiddeld
€ 1.000,-
Pedagogisch beleid
Pedagogisch beleidsplan
Gemiddeld
€ 2.000,-
Inhoud pedagogisch beleidsplan
Gemiddeld
€ 1.000,-
Houder draagt zorg voor uitvoering van pedagogisch beleidsplan door personeel, vrijwilligers (peuterspeelzaal) danwel gastouders
Gemiddeld
€ 1.000,-
Waarborgen emotionele veiligheid
Gemiddeld
€ 1.000,-
Zorgdragen voor ontwikkeling persoonlijke competentie
Gemiddeld
€ 1.000,-
Zorgdragen voor ontwikkeling sociale competentie
Gemiddeld
€ 1.000,-
Zorgdragen voor overdracht van normen en waarden
Gemiddeld
€ 1.000,-
Het pedagogisch beleidsplan van een gastouderbureau beschrijft in duidelijke en observeerbare termen de leeftijdopbouw en aantallen kinderen die door een gastouder worden opgevangen
Hoog
€ 4.000,-
Het pedagogisch beleidsplan van een gastouderbureau beschrijft in duidelijke en observeerbare termen de eisen die gesteld worden aan de adressen waar opvang plaatsvindt
Hoog
€ 4.000,-
Gastouder kent de inhoud van het pedagogisch beleid
Gemiddeld
€ 1.000,-
Klachten
Wet klachtrecht cliënten zorgsector (Wkcz)
Laag
€ 1.000,- indien regeling ontbreekt;
€ 500,- indien regeling niet aan de eisen voldoet
Klachtenregeling oudercommissie
Laag
€ 1.000,- indien regeling ontbreekt;
€ 500,- indien regeling niet aan de eisen voldoet
Administratie gastouderbureau
Een contract per vraagouder
Gemiddeld
€ 1.000,- per ontbrekende overeenkomst
Kopieën van de VOG’s van de bij het gastouderbureau werkzame personen en van de aangesloten gastouders en volwassen huisgenoten
Hoog
€ 1.500,- per ontbrekende VOG
Kopieën van de getuigschriften en/of EVC-bewijsstukken en certificaten Eerste Hulp aan kinderen van de gastouders
Gemiddeld
€ 1.000,- per ontbrekend stuk
Inzichtelijke betalingen van vraagouders aan gastouderbureau en van gastouderbureau aan gastouders
Gemiddeld
€ 1.500,- per vraagouder/gastouder waarbij niet inzichtelijk is
Een door de gastouder en bemiddelingsmedewerkers ondertekende versie van de risico-inventarisaties veiligheid en gezondheid en de bijbehorende plannen van aanpak
Gemiddeld
€ 1.500,- per ontbrekend stuk
Kwaliteitscriteria gastouderbureau
De houder draagt er zorg voor dat per gastouder beoordeeld wordt of de samenstelling van de groep kinderen die wordt opgevangen verantwoord is
Hoog
€ 2.000,- per kind teveel
Overige kwaliteitscriteria gastouderbureau
Gemiddeld
€ 1.250,-
Overige overtredingen
Schenden medewerkingsplicht artikel 5:20 Awb
Hoog
€ 3.900 (boete tweede categorie)
Exploitatie zonder toestemming college
Hoog
€ 19.500,- (boete vierde categorie)
Wijzigingen melden
Hoog
€ 2.000,-
Overtreding aanwijzing/bevel
Hoog
Zie de genoemde bedragen bij de betreffende overtreding
Overtreden exploitatieverbod
Hoog
€ 19.500,- (boete vierde categorie)
Niet nakomen afspraak als bedoeld in artikel 167 Wet op primair onderwijs
Hoog
€ 5.000,-