Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hollands Kroon,
gelet op artikel 1:3 lid 4 en 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht,
gelet op artikel 43a van de Participatiewet,
besluit:
vast te stellen de Beleidsregels Vereenvoudigde Aanvraagprocedure Participatiewet 2026 Gemeente Hollands Kroon.
Artikel 1. Begrippen
1In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
a.belanghebbende: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken;
b.college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hollands Kroon.
2Begrippen die in deze beleidsregel voorkomen en niet nader worden toegelicht, hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet en Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 2. Vereenvoudigde aanvraagprocedure
1Het college kan bij een nieuwe aanvraag voor algemene bijstand gebruikmaken van een vereenvoudigde aanvraagprocedure, waarbij reeds bekende gegevens uit eerdere bijstandsverlening worden hergebruikt.
2Voor toepassing van de vereenvoudigde aanvraagprocedure gelden de volgende cumulatieve voorwaarden:
a.De nieuwe aanvraag is ingediend binnen een termijn van maximaal 12 maanden na beëindiging van de eerdere bijstandsverlening.
b.De eerdere bijstandsverlening is beëindigd wegens:
-het aanvaarden van arbeid;
-het van toepassing zijn van een uitsluitingsgrond als bedoeld in artikel 13 van de Participatiewet;
-verblijf buiten de gemeente;
-een andere, door het college nader te bepalen, beëindigingsgrond.
3Voorafgaand aan het toepassen van de vereenvoudigde aanvraagprocedure verifieert het college ten minste of er wijzigingen zijn opgetreden in:
-het hoofdverblijf van de belanghebbende;
-de gezinssamenstelling;
-het inkomen en vermogen.
4Indien aan de voorwaarden is voldaan en geen relevante wijzigingen zijn geconstateerd, kan de aanvraag zonder nadere gegevensverstrekking worden afgedaan.
Artikel 3. Bijzondere omstandigheden
Het college handelt overeenkomstig deze beleidsregel, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregels te dienen doelen.
Artikel 4. Inwerkingtreding en citeertitel
1Deze beleidsregels treden in werking op 1 januari 2026, gelijktijdig met de inwerkingtreding van de wetswijzigingen van de Participatiewet in Balans, zoals gepubliceerd in het Staatsblad.
2Deze beleidsregels worden aangehaald als: ‘Beleidsregels Vereenvoudigde Aanvraagprocedure Participatiewet 2026 Gemeente Hollands Kroon’.
Algemene toelichting
Deze beleidsregels zijn opgesteld om de uitvoering van de Participatiewet binnen de gemeente Hollands Kroon te stroomlijnen, met name rond herhaalde aanvragen voor algemene bijstand. Ze bieden ruimte voor maatwerk en efficiëntie, terwijl ze ook waarborgen dat de rechten van belanghebbenden worden gerespecteerd.
Artikelsgewijze toelichting
Artikel 1. Begrippen
Lid 1 definieert twee kernbegrippen:
Belanghebbende: een juridisch begrip uit de Awb, essentieel voor het bepalen wie bezwaar of beroep mag instellen.
College: het uitvoerend orgaan dat besluiten neemt over bijstandsaanvragen.
Lid 2 zorgt voor consistentie: begrippen die niet expliciet zijn gedefinieerd, volgen de betekenis uit de Participatiewet of Awb. Dit voorkomt interpretatieverschillen.
Artikel 2. Vereenvoudigde aanvraagprocedure
Lid 1 introduceert een procedure waarbij eerder bekende gegevens worden hergebruikt. Dit bevordert snelheid en vermindert administratieve lasten.
Lid 2 stelt cumulatieve voorwaarden:
De aanvraag moet binnen 12 maanden na beëindiging van de vorige bijstand zijn ingediend.
De reden van beëindiging moet passen binnen een limitatieve lijst (arbeid, uitsluitingsgrond, vertrek uit gemeente, of andere door het college vastgestelde reden).
Lid 3 waarborgt dat essentiële gegevens worden geverifieerd: verblijfplaats, gezinssamenstelling, inkomen en vermogen. Dit voorkomt fouten en misbruik.
Lid 4 maakt duidelijk dat bij een ongewijzigde situatie de aanvraag zonder aanvullende gegevens kan worden afgehandeld. Dit is een vorm van vertrouwensbeginsel en efficiënt bestuur.
Artikel 3. Bijzondere omstandigheden
Het college mag afwijken van de beleidsregels als toepassing in een individueel geval tot een onevenredig nadelig gevolg leidt. Juridisch is dit gebaseerd op artikel 4:84 Awb: een bestuursorgaan mag niet vasthouden aan een beleidsregel als dat onredelijk uitpakt. Dit artikel biedt ruimte voor maatwerk en voorkomt dat de regels "onmenselijk" worden toegepast.
Artikel 4. Inwerkingtreding en citeertitel
Standaard slotartikel dat de datum van inwerkingtreding regelt en de citeertitel vastlegt. Dit is belangrijk voor juridische duidelijkheid en verwijzing.