Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregels intrekking omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen

Gemeente Hollands Kroon · geldt sinds 8 januari 2016

Beleidsregels intrekking omgevingsvergunning voor bouwactiviteiten

1. Begripsbepalingen

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

1activiteit:

activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;

2intrekken:

het geheel of gedeeltelijk intrekken van een omgevingsvergunning;

3omgevingsvergunning:

vergunning als bedoeld in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;

4Wabo:

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;

5Awb:

Algemene wet bestuursrecht.

2. Intrekkingsregeling bij uitblijven aanvang van bouwactiviteiten

1Op grond van het bepaalde in artikel 2.33, tweede lid, sub a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht zijn Burgemeester en Wethouders bevoegd een verleende omgevingsvergunning geheel of gedeeltelijk in te trekken als binnen 26 weken respectievelijk de in de vergunning bepaalde termijn, de bouwactiviteiten niet zijn aangevangen.

2Als er sprake is van wijziging in wet-, regelgeving of beleid wordt van deze bevoegdheid gebruik gemaakt indien 26 weken na het onherroepelijk zijn van de verleende vergunning hiervan nog geen gebruik is gemaakt.

3Als er geen sprake is van wijziging in wet-, regelgeving of beleid wordt van deze bevoegdheid gebruik gemaakt indien twee jaar na het onherroepelijk zijn van de verleende vergunning hiervan nog geen gebruik is gemaakt.

3. Intrekkingsregeling bij stilliggen van de bouwactiviteiten

1Op grond van het bepaalde in artikel 2.33, tweede lid, sub a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht zijn Burgemeester en Wethouders bevoegd een verleende omgevingsvergunning geheel of gedeeltelijk in te trekken als de bouwactiviteiten langer dan 26 weken respectievelijk de in de vergunning bepaalde termijn hebben stilgelegen.

2Van deze bevoegdheid wordt gebruik gemaakt indien de bouwactiviteiten langer dan één jaar hebben stilgelegen.

4. Procedure tot intrekking van de omgevingsvergunning

1Als de omgevingsvergunning tot stand is gekomen met de reguliere voorbereidingsprocedure:

a.krijgen belanghebbenden voordat een omgevingsvergunning wordt ingetrokken de gelegenheid om hierover binnen een termijn van twee weken zienswijzen naar voren te brengen (artikel 4:8 Awb).

b.de gemeente neemt binnen 8 weken na de ontvangst van de zienswijzen een besluit over het intrekken van de omgevingsvergunning volgens deze beleidsregels.

c.het besluit om de omgevingsvergunning in te trekken wordt bekendgemaakt aan vergunninghouder en eventuele derdebelanghebbenden en wordt gepubliceerd op dezelfde wijze als gebruikelijk is voor de verlening van gelijkwaardige vergunningen.

2Als de omgevingsvergunning tot stand is gekomen met de uitgebreide voorbereidingsprocedure:

a.Wordt voordat een omgevingsvergunning wordt ingetrokken het ontwerp van het te nemen besluit zes weken ter inzage gelegd. Hiervoor wordt een kennisgeving van het ontwerpbesluit gepubliceerd op dezelfde wijze als gebruikelijk is voor ontwerpbesluiten voor verlening van gelijkwaardige vergunningen.

b.Belanghebbenden kunnen zowel schriftelijk als mondeling hun zienswijzen over het ontwerp naar voren brengen.

c.Als er geen zienswijzen naar voren zijn gebracht neemt de gemeente binnen vier weken nadat de termijn voor het naar voren brengen van zienswijzen is verstreken het besluit.

d.Als er wel zienswijzen naar voren zijn gebracht neemt de gemeente het besluit uiterlijk 12 weken na de terinzagelegging (artikel 3:18 Awb).

e.Het besluit om de omgevingsvergunning in te trekken wordt bekendgemaakt aan vergunninghouder, eventueel derdebelanghebbenden en wordt gepubliceerd op dezelfde wijze als gebruikelijk is voor de verlening van gelijkwaardige vergunningen.

3De vergunninghouder krijgt niet de gelegenheid zijn zienswijzen op het voornemen tot intrekking van de vergunning naar voren te brengen, indien er zich een situatie voordoet als bedoeld in artikel 4:11 van de Awb.

5. Gunnen ruimere termijn voor start of herstart bouwwerkzaamheden

In de volgende situaties is sprake van een concreet geval waarvoor een ruimere termijn kan worden gegund dan gesteld in artikel 2, derde lid en artikel 3, tweede lid van deze beleidsregels:

a.De vergunninghouder kan met concrete documenten (geaccepteerde offerte van een bouwondernemer, facturen van bestelde bouwmaterialen en/of hiermee gelijk te stellen documenten) zijn intentie tot het starten met het bouwen aantonen.

b.De vergunninghouder kan persoonlijke omstandigheden opvoeren. Bijvoorbeeld een sterfgeval of ziekte in de familie, die aantoonbaar tot uitstel van het bouwen hebben geleid. Een ruimere termijn wordt alleen gegund als de persoonlijke omstandigheid zich niet meer dan 26 weken voor de start van de intrekkingsprocedure heeft voorgedaan, of deze op dat moment nog voortduurt.

6. Intrekken na toekenning ruimere termijn

Als binnen de ten gevolge van het voorgaande artikel gestelde ruimere termijn geen begin is gemaakt met het bouwen, wordt de betreffende omgevingsvergunning zonder voorafgaande aankondiging ingetrokken.

7. Overige intrekkingsgronden

Deze beleidsregels hebben geen betrekking op de overige intrekkingsgronden als bedoeld in artikel 2.33 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en sluiten deze niet uit.

8. Hardheidsclausule

Er wordt volgens deze beleidsregels gehandeld tenzij dat voor één of meerdere belanghebbenden gevolgen heeft die door bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregels te dienen doelen.

9. Citeertitel

Deze beleidsregels kunnen worden aangehaald als “Beleidsregels intrekking omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen”.

10. Inwerkingtreding

Deze beleidsregels treden in werking op de dag na bekendmaking.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.