2. Wettelijke grondslag
2.1. Algemene Plaatselijke Verordening
Van toepassing is de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Hoeksche Waard (hierna: APV), artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen.
Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen
1Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te vervoeren of bij zich te hebben.
2Dit verbod is niet van toepassing indien de bedoelde werktuigen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen.
2.2. Gemeentewet en Algemene wet bestuursrecht
Op grond van artikel 125 van de Gemeentewet en artikel 5:32 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) is het college van burgemeester en wethouders (hierna: college) bevoegd tot handhaving respectievelijk het opleggen van een last onder dwangsom.
3. Aanpak
3.1 Huidige aanpak
De politie heeft de mogelijkheid te handhaven op naleving van de APV. Als de politie een persoon treft die inbrekerswerktuigen bij zich heeft en/of vervoert, dan kan de politie een proces verbaal opmaken. De strafbeschikking wordt namens de Officier van Justitie door het CJIB verzonden.
Een strafrechtelijke aanpak kent beperkingen als het gaat om (woning) inbraken. In de huidige situatie kan de politie strafrechtelijk vervolgen ( op grond van artikel 46 jo. Artikel 311 Wetboek van Strafrecht) als bewezen kan worden dat een (woning)inbraak wordt voorbereid. De bewijslast betreffende de voorbereiding van een inbraak is moeilijk.
3.2 Nieuwe aanpak
Stijging aantal inbraken
In 2016 heeft de politie in haar inbraakregister 87 inbraken of pogingen daartoe in de Hoeksche Waard geregistreerd. In 2017 waren dat 91 inbraken of pogingen daartoe en in 2018 waren dat er 93.
Het onderwerp woninginbraken verdient blijvend aandacht. De impact op het veiligheidsgevoel van de bewoners na een inbraak is zeer groot. Door de ligging van bepaalde woonkernen nabij op- en afritten van de rijksweg A29 zijn deze kernen gevoeliger voor mobiel banditisme.
De meeste woninginbraken zijn gelegenheidsdelicten. Dit betekent dat als daders een kans zien, zij deze pakken om hun misdrijf te plegen.
De hoogte van de strafbeschikking is onvoldoende om veelplegers te beletten een volgende keer weer op pad te gaan voor een (woning)inbraak. Daarom wordt ervoor gekozen om naast de strafbeschikking een last onder dwangsom op te leggen.
Preventieve werking van een last onder dwangsom
Met het opleggen van een last onder dwangsom wordt beoogd herhaling van de overtreding te voorkomen. In tegenstelling tot de strafrechtelijke aanpak, gaat van het opleggen van een last onder dwangsom een preventieve werking uit, doordat per geconstateerde overtreding het te betalen bedrag vele malen hoger is dan bij een strafbeschikking.
Het opleggen van een last onder dwangsom op grond van genoemd APV-artikel is een methode welke is goedgekeurd door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Een dwangsom van € 2.500,00 per geconstateerde overtreding met een maximum van € 10.000,00 heeft de gerechtelijke toets doorstaan.