Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heumen;
Gelet op de artikelen op grond van artikel 1:3 lid 4 jo bepalingen van Titel 4.3. Beleidsregels van de Algemene wet bestuursrecht (Awb): artikel 4:81, eerste lid, 4:83, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht;
Deze beleidsregel "Kader en handreiking paracommercie_BeleidsregeI 2024" is een uitwerking van de specifieke bevoegdheden die op grond van de geldende Algemene plaatselijke verordening van de gemeente Heumen en de Alcoholwet aan mij als Burgemeester van de gemeente Heumen (Algemene plaatselijke verordening gemeente Heumen 2021 | Lokale wet- en reqelaeving (overheid.nl) zijn toegekend.
Aanleiding
In onze gemeente zijn tal van paracommerciële instellingen actief. Deze zijn van grote lokale betekenis voor de sociale en maatschappelijke cohesie. Het belang daarvan is zichtbaar en meetbaar aan de enorme betrokkenheid van de vrijwilligers.
Onze inwoners zoeken soms steun bij elkaar. Dan is het van belang dat de inspanningen van de vrijwilligers worden erkend en gewaardeerd.
Het schenken van een kopje koffie met iets lekkers kan de samenhang veraangenamen en versterken. Anderzijds dient de gemeente ook oog te hebben voor de belangen van de commerciële horecaondernemer.
Ondergeschikte horeca-activiteiten van paracommerciële instellingen kunnen als oneerlijke concurrentie ten opzichte van de commerciële ondernemers/rechtspersonen/instellingen binnen de gemeente worden aangemerkt, en kunnen financiële schade berokkenen en ten koste gaan van bestaande commerciële horecabedrijven.
Ter voorkoming van die oneerlijke concurrentie zijn op grond van artikel 4 Alcoholwet, in Hoofdstuk 2, en in Afdeling 8a van de geldende Apv, bijzondere bepalingen opgenomen ter voorkoming van oneerlijke concurrentie.
Niet alleen oneerlijke concurrentie, maar ook volksgezondheid is een belangrijke zorg als het gaat om verkoop en schenken van alcohol. In de geldende Alcoholwet zijn nieuwe bepalingen opgenomen die met name zijn gericht op de bescherming van de volksgezondheid.
Belangenafweging
Voor de belangenafweging kan een overzichtelijk kader behulpzaam zijn. Er is bij zowel de paracommerciële als bij de commerciële instellingen en bedrijven behoefte aan meer duidelijkheid.
Soms is het een natuurlijke maatschappelijke ontwikkeling waardoor de grenzen opnieuw moeten worden gesteld en afgebakend.
In een aantal gevallen betreft het activiteiten die in het grijze gebied liggen, maar die van groot maatschappelijk lokaal of regionaal belang zijn dat het niet mogelijk maken van dergelijke activiteiten niet zou opwegen tegen de grote voordelen voor vrijwilligers en de betrokken omgeving.
Meer duidelijkheid vooraf kan ook voorkomen dat belanghebbenden in onwetendheid worden gelaten en dat is onwenselijk.
Het is ook in het belang van omwonenden om een prettige woon- en leefsituatie te hebben waarbij moet worden voldaan aan de geldende bestemmingsregels.
Incidenteel afwijken van geldende schenktijden moet in breder verband worden afgewogen waarbij ook het algemeen belang van de volksgezondheid in het oog moet worden gehouden.
Deze beleidsregel geeft een kader en een handreiking waarmee handvatten worden gegeven voor de beoordeling van grensgevallen. Niet dat daarmee alles wordt opgelost. Er zullen altijd situaties blijven waarvoor maatwerk moet worden geleverd. Bij twijfel kan de gemeente u altijd behulpzaam zijn om u zo goed mogelijk te informeren.
Wat wordt verstaan onder paracommercie/ paracommerciële instelling?
In artikel 1 lid 1 30 van de geldende Alcoholwet die 1 juli 2021 in werking is getreden en die de Drank- en Horecawet vervangt, wordt in de begripsbepalingen, de paracommerciële rechtspersoon als volgt gedefinieerd:
"paracommerciële rechtspersoon: een rechtspersoon niet zijnde een naamloze vennootschap of besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, die zich naast activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal-culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard richt op de exploitatie in eigen beheer van een horecabedrijf;"
In Hoofdstuk 2 Afdeling 8a van de geldende Algemene plaatselijke verordening (Apv), zijn de volgende bijzondere bepalingen van artikel 2:34a, 2:34b, 2:34c en 2:34d van toepassing. Een en ander mede ter voorkoming van oneerlijke concurrentie met commerciële horeca. Voor zover nodig en voor zover van toepassing kan de Apv op bepaalde punten worden aangepast.
Belangrijke noot: Tot 1 juli 2021 was de Drank- en Horecawet van toepassing. De vergunningen die zijn afgegeven onder de Drank- en Horecawet, zijn geldig tenzij er wijzigingen zijn in de bedrijfsvoering waardoor er een nieuwe vergunning moet worden aangevraagd.
KADER WAARBIJ HET COLLEGE ONDER VOORWAARDEN EEN VERGUNNING KAN VERLENEN VOOR MAXIMAAL 3 ACTIVITEITEN MET EEN BIJZONDER KARAKTER
Wat kan nu al:
Paracommerciële instellingen met ondergeschikte horeca en die een maatschappelijke, sociaal-culturele, sport, educatieve functie of bestemming hebben en volgens hun statuten die activiteiten mogen uitoefenen en voor zover nodig een geldende omgevingsvergunning, en een geldende vergunning hebben op grond van de Drank- en Horecawet of de Alcoholwet kunnen nu al:
1Bijeenkomsten en activiteiten organiseren die voldoen aan:
•de statuten,
•de geldende brede bestemming "Maatschappelijk",
•de eventuele specifieke functieaanduiding,
•de geldende omgevingsvergunning
•de geldende alcoholvergunning binnen de gestelde tijden.
2Evenementen waarvoor een meldingsplicht of een vergunningplicht geldt.
Wat wordt mogelijk gemaakt met deze beleidsregel
Voor de volgende activiteiten (niet zijnde evenementen) kan het college onder voorwaarden een vergunning verlenen:
1Maximaal 3 activiteiten per kalenderjaar die voor de desbetreffende paracommerciële instelling ongebruikelijk zijn omdat ze niet tot de reguliere activiteiten behoren die belanghebbenden en omwonenden verwachten en mogen verwachten, of omdat de activiteiten tijdelijk maar kortdurend buiten de scope van de omgevingsvergunning vallen.
2Daarvoor dient de paracommerciële instelling een vergunning aan te vragen ten minste 6 weken voor aanvang van de desbetreffende activiteit. Indien de paracommerciële instelling de 3 activiteiten voor het gehele kalenderjaar kan plannen, dan kunnen die in 1 keer worden aangevraagd.
a.Het college maakt bij de vergunningverlening een afweging van belangen: De activiteit valt binnen de brede begripsbepaling van bestemming "Maatschappelijk", en de activiteit is volgens de ruime begripsbepaling wel mogelijk, maar er is wel sprake van een grijs gebied.
b.De 3 tijdelijke en uitzonderlijke activiteiten kunnen niet onder de omgevingsvergunning worden begrepen.
c.De instelling beschikt over een geldende Alcoholvergunning.
d.De instelling dient het belang en/of de bijzondere gelegenheid te motiveren en aan te tonen en die informatie bij de vergunningaanvraag te voegen.
e.De activiteit is van groot cultureel of maatschappelijk regionaal of lokaal belang omdat bijvoorbeeld een aantal instellingen gezamenlijk een activiteit willen organiseren.
f.De activiteit is een unieke kans voor de instelling om meer naamsbekendheid te verwerven.
3Het college kan onder andere de volgende uitvoeringsvoorwaarden verbinden aan de vergunningverlening.
g.De impact van de activiteit moet in beeld gebracht worden: meer geluid, meer verkeershinder, parkeerhinder ook al is de activiteit binnen.
h.Er kunnen door het college ook voorwaarden worden verbonden aan het regelen van extra tijdelijke parkeerplaatsen voor de duur van de activiteit.
i.Als de activiteiten buiten de gebruikelijke openingstijden plaatsvinden, kunnen die tijden worden begrensd voor de concrete activiteit en in de vergunning worden opgenomen.
j.Omwonenden en buren fatsoenshalve via een bericht of brief op de hoogte te stellen van de bijzondere activiteit.
k.De duur van de activiteit te begrenzen op maximaal 3 dagen (3 X 24 uur) inclusief de voorbereidingen van die activeit.