Gemeentelijke regelgeving

Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Helmond 2023

Gemeente Helmond · geldt sinds 29 oktober 2025

Aanhef

De raad van de gemeente Helmond;

gezien het advies van het Fractievoorzittersoverleg d.d. 6 juni 2023;

gelet op de artikel 95, eerst en tweede lid, 96, eerste en tweede lid, 97, 98 en 99 van de Gemeentewet en het bepaalde in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers

besluit:

vast te stellen de Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Helmond 2023

Artikel 1. Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

a.commissielid: een lid van een commissie als bedoeld in de artikelen 82, 83 en 84 van de Gemeentewet, dat niet tevens raadslid is of ambtenaar die als zodanig tot lid van een commissie is benoemd.

b.griffier: de griffier, als bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet.

c.raadslid: lid van de gemeenteraad.

d.rechtspositiebesluit: Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers;

e.rechtspositieregeling: Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers.

Artikel 2. Reis- en verblijfkosten raads- en commissieleden voor reizen buiten de gemeente

1Voor reizen buiten het grondgebied van de gemeente kunnen aan een raads- of commissielid worden vergoed:

a.de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer;

b.bij gebruik van een eigen auto het maximumbedrag dat door een werkgever aan een werknemer per afgelegde kilometer onbelast kan worden verstrekt.

2Voor reizen buiten het grondgebied van de gemeente worden aan een raadslid of commissielid bij gebruik van eigen auto tevens de parkeer-, veer- en tolkosten vergoed;

3Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed.

4Als een raadslid of commissielid een tijdelijke functionele beperking heeft, kan voor reizen als bedoeld in het eerste lid, een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking gesteld.

5De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten die een raadslid of commissielid maakt in verband met reizen buiten het grondgebied worden ten laste van de gemeente vergoed op basis van de Reisregeling Binnenland en Reisregeling Buitenland die is opgenomen in de CAO Rijk.

Artikel 3. Reis- en verblijfskosten raads- en commissieleden voor reizen binnen de gemeente

1Voor reizen van en naar het gemeentehuis ten behoeve van het bijwonen van raads- of commissievergaderingen en andere reizen binnen het grondgebied van de gemeente kunnen aan een raads- of commissielid worden vergoed:

a.de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer;

b.bij gebruik van een eigen auto het maximumbedrag dat door een werkgever aan een werknemer per afgelegde kilometer onbelast kan worden verstrekt.

2Voor reizen binnen het grondgebied van de gemeente worden aan een raadslid of commissielid bij gebruik van eigen auto tevens de parkeerkosten vergoed;

3Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed.

4Als een raadslid of commissielid een tijdelijke functionele beperking heeft, kan voor reizen als bedoeld in het eerste lid, een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking gesteld.

5De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten die een raadslid of commissielid maakt in verband met reizen binnen het grondgebied worden ten laste van de gemeente vergoed op basis van Reisregeling Binnenland en Reisregeling Buitenland die is opgenomen in de CAO Rijk.

6Aan raads- en commissieleden wordt met het oog op het declareren van de kosten als bedoeld in dit artikel een declaratieformulier ter beschikking gesteld dat zij maandelijks kunnen indienen.

Artikel 4. Toelage raadslid onderzoekscommissie en bijzondere commissie

1Een raadslid dat lid is van een onderzoekscommissie (enquêtecommissie) als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet wordt voor de duur van de activiteiten van die commissie ten laste van de gemeente een toelage toegekend van € 267,64 per maand.

2Een raadslid dat lid is van een bijzondere commissie als bedoeld in artikel 3.1.4, eerste lid, van het rechtspositiebesluit wordt voor de duur van de activiteiten van de commissie een toelage toegekend van € 133,82 per maand.

Artikel 5. Toelage voor voorzitters van commissies

Een raadslid dat benoemd is als vaste voorzitter van een raadscommissie als bedoeld in artikel 3.1.4.a, eerste lid, van het rechtspositiebesluit wordt per maand een toelage toegekend van € 133,82 per maand.

Artikel 6. Niet-partijpolitiek georiënteerde scholing raads- en commissieleden

1Een raads- of commissielid dat wil deelnemen aan niet-partijpolitiek georiënteerde scholing in verband met de vervulling van zijn functie als bedoeld in artikel 3.3.3 van het rechtspositiebesluit, dient daartoe vooraf een gemotiveerde aanvraag in bij de griffier.

2De aanvraag gaat vergezeld van stukken met inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie.

3De maximale vergoeding van de scholing bedraagt:

a.€ 1.500 per jaar per raadslid;

b.€ 750 per jaar per commissielid.

4De griffier beslist op de aanvraag op basis van de overlegde stukken. Indien er verschil van mening is over de beslissing tussen aanvrager en griffier, legt de griffier het verzoek voor aan het Fractievoorzittersoverleg dat alsdan een beslissing neemt.

Artikel 7. Vergoeding commissieleden (niet-raadsleden) voor het bijwonen van commissievergaderingen

1Aan een commissielid wordt per bijgewoonde vergadering van de commissie ten laste van de gemeente een vergoeding toegekend.

2De vergoeding per vergadering bedraagt €127,01. Dat is het bedrag waarop een lid van de commissie aanspraak maakt op grond van op grond van artikel 3.4.1, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Het bedrag wordt jaarlijks door het college geïndexeerd conform het bepaalde in artikel 3.4.1 lid 3 van voornoemd rechtspositiebesluit.

3Op grond van hun bijzondere beroepsmatige deskundigheid of in verband met de zwaarte van hun taak en de omvang van de door hun te verrichten arbeid wordt de vergoeding voor de navolgende commissieleden, met toepassing van artikel 3.4.2 van het Rechtspositiebesluit politieke ambtsdragers, hoger vastgesteld:

Onderstaande bedragen zijn per bijgewoonde vergadering.

a.Commissie voor de behandeling van bezwaarschriften:

Voorzitter: € 263,07

Leden: € 204,62

b.Commissie ruimtelijke kwaliteit;

Voorzitter en leden: €400,-

c.Commissie makersregeling:

Voorzitter en leden: € 225,-

4Daar waar het advies van de commissie geheel buiten een hoorzitting als bedoeld onder het vorige lid tot stand komt, bedraagt de vergoeding de helft van het op grond van het derde lid te vergoeden bedrag. Dit geldt ook voor zover een lid een hoorzitting niet heeft bijgewoond, maar aan de totstandkoming van een advies wel zijn noodzakelijk zijnde bijdrage heeft geleverd.

Artikel 8. Informatie- en communicatievoorzieningen raads- en commissieleden

1Een raads- of commissielid tekent een bruikleenovereenkomst wanneer hem ten laste van de gemeente voor de duur van de uitoefening van zijn functie informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking worden gesteld bedoeld in artikel 3.3.2 van het rechtspositiebesluit.

2Een raads- of commissielid levert na beëindiging van zijn functie de ter beschikking gestelde informatie- en communicatievoorzieningen in bij de gemeente. Indien het wettelijk (juridisch, fiscaal) mogelijk is, kan besloten worden dat de raads- en commissieleden de voorziening kunnen overnemen tegen de economische restwaarde.

Artikel 9. Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel

1Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in artikel 3.3.8 van het rechtspositiebesluit.

2Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden verder aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in deze verordening, voor zover deze worden gerekend tot een vergoeding, tegemoetkoming of verstrekking als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a tot en met h, van de Wet op de Loonbelasting 1964.

Artikel 10. Betaling vaste vergoedingen

1Tenzij het rechtspositiebesluit of de rechtspositieregeling anders bepalen, vindt de betaling van de vergoeding van commissieleden, als bedoeld in artikel 3.4.1 het rechtspositiebesluit bij voorkeur maandelijks plaats met inachtneming van een vergoeding per bijgewoonde vergadering.

2Voor het bepalen van de in het eerste lid genoemde vergoeding, wordt het deelnemen door een commissielid aan één of meer vergaderingen die op dezelfde dag en tegelijkertijd worden gehouden, beschouwd als het bijwonen van één vergadering.

Artikel 11. Betaling en declaratie van onkosten

1Tenzij het rechtspositiebesluit of de rechtspositieregeling anders bepalen, vindt de betaling van kosten die op grond van deze verordening voor vergoeding of tegemoetkoming in aanmerking komen plaats door:

a.betaling uit gemeentelijke middelen, op basis van een rechtstreeks aan de gemeente toegezonden factuur, of

b.betaling vooruit uit eigen middelen.

2Een aanvraag om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van een declaratieformulier en bewijsstukken.

3Het declaratieformulier en de bewijsstukken worden binnen 3 maanden na factuurdatum of betaling door raads- of commissieleden ingediend bij de griffier.

4Voor zover van toepassing draagt de gemeente er zorg voor dat de betaling aan raadsleden wordt meegenomen in de betaling van de maandelijkse vergoeding en onkostenvergoeding. Voor commissieleden draagt de gemeente er zorg voor dat de betaling gelijktijdig plaats vindt met de betaling van de vergadervergoeding als bedoeld in artikel 9 van deze verordening.

Artikel 12. Intrekking oude verordening

De Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Helmond 2019 wordt ingetrokken.

Artikel 13. Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking.

Artikel 14. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Helmond 2023.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.