Gemeentelijke regelgeving

Verordening Participatieraad: meedenken is meedoen

Gemeente Heerenveen · geldt sinds 1 januari 2015

Aanhef

Wettelijke grondslag : Artikel 150 Gemeentewet, artikel 2.1.3 Wmo 2015, artikel 2.10 Jeugdwet, artikel 47 Participatiewet, artikel 42 Ioaz en artikel 42 Ioaw.

Datum inwerkingtreding : 1 januari 2015

De gemeenteraad;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 28 april 2015;

gelet op artikel 150 van de Gemeentewet, artikel 2.1.3. van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015), artikel 2.10 van de Jeugdwet, artikel 47 van de Participatiewet, artikel 42 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (Ioaz) en artikel 42 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Ioaw).

BESLUIT:

vast te stellen de volgende

Verordening “Participatieraad: meedenken is meedoen”

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

Participatieraad:

adviesraad voor participatie inzake Maatschappelijke ondersteuning, Jeugd en Sociale Zaken;

Participatie:

betrokkenheid bij en deelname aan de samenleving;

College:

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerenveen.

Artikel 2 Taakstelling participatieraad

De Participatieraad heeft tot taak om desgevraagd of uit eigen beweging het college te adviseren over alle aangelegenheden van beleidsvoorbereiding en beleidsuitvoering die betrekking hebben op het terrein van de Wmo 2015, Jeugdwet, Participatiewet (Wwb) en aanverwante wetten die participatie in de samenleving beogen en van invloed zijn op de positie van de inwoners van de gemeente Heerenveen.

Artikel 3 Samenstelling participatieraad

1De Participatieraad bestaat uit een oneven aantal leden, de voorzitter daaronder begrepen, met een minimum van negen en een maximum van vijftien leden.

2De samenstelling van de Participatieraad vormt zoveel mogelijk een afspiegeling van de Heerenveense samenleving, rekening houdend met de werkterreinen van de wetten waarop deze verordening van toepassing is.

3De leden verrichten hun werkzaamheden zonder last.

Artikel 4 Voordracht en benoeming leden

1De leden van de Participatieraad worden door het college, op voordracht van de Participatieraad, benoemd, waarbij de voorzitter in functie wordt benoemd.

2Het college benoemt de leden van de Participatieraad voor een periode van vier jaar.

3Leden van de Participatieraad kunnen eenmalig voor maximaal vier jaar worden herbenoemd.

4De Participatieraad draagt zelf zorg voor de continuïteit van haar werkzaamheden.

5De Participatieraad kiest uit zijn midden een vice-voorzitter en secretaris.

6De leden mogen geen lid zijn van een bestuursorgaan van de gemeente Heerenveen, in dienst zijn van de gemeente Heerenveen of in dienst zijn van een organisatie waarmee de gemeente contractuele afspraken of een subsidierelatie heeft op het gebied van de taakstelling.

Artikel 5 Beëindiging lidmaatschap

1Leden van de Participatieraad zijn woonachtig in de gemeente Heerenveen.

2Het lidmaatschap van de Participatieraad eindigt:

-door het aflopen van de zittingsperiode;

-door overlijden;

-door ontslag te nemen als lid;

-bij vertrek uit de gemeente Heerenveen;

-bij belangenverstrengeling, zulks ter beoordeling van het college.

3Een lid van de Participatieraad dat ontslag neemt, blijft indien mogelijk in functie totdat in zijn of haar vacature is voorzien.

4Het college kan, op verzoek van de Participatieraad, een lid van de Participatieraad ontslaan als deze zonder geldige redenen zijn of haar taak verzuimt of veronachtzaamt.

5Het college zal in elk geval toepassing geven aan lid 4 indien een lid van de Participatieraad zonder opgaaf van redenen drie keer een bijeenkomst van de Participatieraad niet bijwoont.

6In vacatures wordt zo mogelijk binnen twee maanden voorzien.

Artikel 6 Ambtelijk secretaris

1Voor de ondersteuning van de Participatieraad wordt door het college een ambtelijk secretaris aan de Participatieraad toegevoegd.

2De ambtelijk secretaris is geen lid van de Participatieraad.

3Tot de taken van de ambtelijk secretaris behoren:

a.het bewaken van de voortgang en de afhandeling van de adviezen van de Participatieraad aan het college;

b.in zijn algemeenheid het zorg dragen voor een goede ondersteuning van de Participatieraad, zodat deze zijn taak op een goede wijze kan vervullen, waaronder verslaglegging van vergaderingen en archivering.

Artikel 7 Voorzitter

1De voorzitter is lid van de Participatieraad.

2De zittingsduur van de voorzitter is gelijk aan de zittingsduur van de leden van de Participatieraad.

3Tot de taken van de voorzitter behoren:

a.leiding geven aan de Participatieraad;

b.de Participatieraad vertegenwoordigen richting college, de gemeenteraad en burgers;

c.aansturen van de ambtelijk secretaris;

d.zich laten informeren door betrokken ambtenaren;

e.zorgen voor een goede afspiegeling van burgers in de Participatieraad;

f.het (laten) opstellen van adviezen.

Artikel 8 Relatie college en Participatieraad

1Het college heeft tenminste twee keer per jaar overleg met de Participatieraad.

2De leden van de Participatieraad hebben de bevoegdheid om alle aangelegenheden die het beleid, de uitvoering en de kwaliteit van de dienstverlening op het gebied van de taakstelling raken op de agenda te laten zetten.

3De Participatieraad wordt door het college tijdig betrokken bij de voorbereiding van beleid ten aanzien van wetgeving en alles wat daaruit voortvloeit, waarop deze verordening van toepassing is.

4Het college geeft een schriftelijke reactie op een uitgebracht advies. Als het college afwijkt van het advies van de Participatieraad, wordt de Participatieraad daarvan schriftelijk en gemotiveerd in kennis gesteld.

5In het geval het college een besluit neemt dat afwijkt van het advies van de Participatieraad, wordt dit, indien een raadsbesluit benodigd is, bij het voorstel aan de gemeenteraad vermeld, waarbij tevens is aangegeven op welke gronden van het advies van de Participatieraad is afgeweken.

Artikel 9 Taken Participatieraad

1De Participatieraad adviseert het college gevraagd en ongevraagd en behartigt op deze wijze de belangen van de inwoners.

2Het college stelt de Participatieraad op een zodanig tijdstip in de gelegenheid advies uit te brengen dat er een daadwerkelijke invloed mogelijk is op de besluitvorming.

3De Participatieraad stelt jaarlijks een werkplan en een jaarverslag op. In het jaarverslag zijn ten minste de in het afgelopen jaar door de Participatieraad gegeven gevraagde en ongevraagde adviezen opgenomen.

4De Participatieraad adviseert niet over klachten, bezwaar- en beroepschriften en andere zaken die op individuele inwoners betrekking hebben.

Artikel 10 Werkwijze Participatieraad

1De Participatieraad legt haar interne werkwijze vast in een huishoudelijk reglement en legt dit reglement ter goedkeuring voor aan het college.

2De vergaderingen van de Participatieraad zijn openbaar.

3De Participatieraad kan besluiten tot het houden van een besloten vergadering.

Artikel 11 Informatievoorziening

1Het college draagt zorg voor een goede en tijdige informatievoorziening aan de Participatieraad over zaken die tot de taakstelling van de Participatieraad behoren.

2De Participatieraad krijgt tijdig, spontaan en op verzoek alle informatie die het voor de uitoefening van zijn taken nodig heeft.

3Het college is verplicht gehoor te geven aan een verzoek van de Participatieraad om toelichting te geven op de stukken waarover advies is gevraagd of die de Participatieraad ter informatie heeft ontvangen. Het college kan zich daarbij laten vertegenwoordigen.

Artikel 12 Vertrouwelijkheidsplicht

1De Participatieraad kan bepalen dat de leden van de Participatieraad, deskundigen en derden verplicht zijn tot vertrouwelijkheid ten aanzien van stukken c.q. hetgeen ter zitting wordt behandeld.

2De vertrouwelijkheidsplicht kan eveneens worden opgelegd door of namens het college en de raad, ten aanzien van stukken die zij aan de leden van de Participatieraad, deskundigen of derden verstrekken.

3De vertrouwelijkheidsplicht vervalt niet door de beëindiging van het lidmaatschap van de Participatieraad of van het adviseurschap van externe deskundigen of derden.

4De plicht tot vertrouwelijkheid wordt op de stukken aangegeven of voorafgaande aan de behandeling van de betreffende onderwerpen bekendgemaakt.

5De duur van de vertrouwelijkheidsplicht wordt – voor zover mogelijk – vooraf aangegeven.

Artikel 13 Faciliteren Participatieraad

1Voor de Participatieraad wordt jaarlijks in de begroting een budget opgenomen voor onder meer kosten die verband houden met de ambtelijke ondersteuning, deskundigheidsbevordering en organisatiekosten.

2Het college draagt er kosteloos zorg voor dat noodzakelijke faciliteiten aan de Participatieraad beschikbaar worden gesteld, zodat de Participatieraad naar behoren invulling kan geven aan zijn taakstelling.

3Ten laste van het in het eerste lid genoemde budget ontvangen de leden van de

1Voor de Participatieraad wordt jaarlijks in de begroting een budget opgenomen voor onder meer kosten die verband houden met de ambtelijke ondersteuning, deskundigheidsbevordering en organisatiekosten.

2Het college draagt er kosteloos zorg voor dat noodzakelijke faciliteiten aan de Participatieraad beschikbaar worden gesteld, zodat de Participatieraad naar behoren invulling kan geven aan zijn taakstelling.

3Ten laste van het in het eerste lid genoemde budget ontvangen de leden van de Participatieraad voor hun werkzaamheden een door het college vast te stellen onkostenvergoeding.

Artikel 14 Wijziging en intrekking verordening

1Wijziging of intrekking van deze verordening kan alleen plaatsvinden nadat de Participatieraad daarover is gehoord.

2De laatstelijk door de gemeenteraad vastgestelde ‘verordening Participatieraad: meedenken is meedoen’, wordt hierbij ingetrokken.

Artikel 15 Onvoorziene situaties

In alle andere gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college.

Artikel 16 Citeertitel en inwerkingtreding

1Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening Participatieraad: meedenken is meedoen.

2Deze regeling treedt in werking op de dag na bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari 2015.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.