Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van Heemstede, ieder voor zover het hun bevoegdheid betreft,
gelet op
artikel 16 en 17 van de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst IJmond
de tussen het college en Omgevingsdienst IJmond gesloten dienstverleningsovereenkomsten
afdeling 10.1 van de Algemene wet bestuursrecht;
overwegende dat
–op 1 januari 2024 de Omgevingswet in werking is getreden;
–het college aan de Omgevingsdienst IJmond bij besluit van 5 december 2023 met ingang van 1 januari 2024 mandaat heeft verleend om het basistakenpakket uit te voeren zoals genoemd in artikel 13.12 en bijlage VI van het Omgevingsbesluit;
–Omgevingsdienst IJmond voor de gemeente Heemstede naast het basistakenpakket ook het milieutakenpakket en plustaken uitvoert;
–de eerder gegeven mandaatbesluiten voor het milieutakenpakket en de plustaken geactualiseerd moeten worden;
–in verband met de overzichtelijkheid er één mandaatbesluit is opgesteld voor het milieutakenpakket en de plustaken;
–gekozen wordt voor een algemeen geformuleerd mandaatbesluit, inhoudende dat – tenzij in dit mandaatbesluit uitzonderingen zijn beschreven – aan de Omgevingsdienst IJmond de bevoegdheid wordt verleend om alle besluiten te nemen en overige handelingen te verrichten die voor een goede uitvoering van de taken en bevoegdheden nodig zijn;
Gezien de op voorhand gegeven schriftelijke instemming, bedoeld in artikel 10:4, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht, van de directeur van de Omgevingsdienst IJmond;
BESLUITEN:
vast te stellen het:
Algemeen mandaat-, en machtigingsbesluit plustaken en milieutakenpakket Heemstede - Omgevingsdienst IJmond 2024
Artikel 1 Begripsbepalingen
1In dit besluit wordt verstaan onder:
a.burgemeester: de burgemeester van de gemeente Heemstede;
b.college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heemstede;
c.directeur: directeur van de Omgevingsdienst IJmond;
d.gemeenschappelijke regeling: de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst IJmond;
e.mandaat: de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan besluiten te nemen;
f.mandaatgever: de burgemeester of het college;
g.machtiging: de bevoegdheid om namens het college feitelijke handelingen te verrichten;
h.milieutakenpakket: adviserende en ondersteunende en uitvoerende werkzaamheden op het gebied van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en goede omgevingskwaliteit, waaronder alle vergunningverlenende, toezichthoudende en handhavingstaken in het kader van de Omgevingswet en Wet milieubeheer en daaruit voortvloeiende regelgeving en taken en advisering op het gebied van klimaat, duurzaamheid, lucht, geluid, externe veiligheid, bodem, water, natuur en biodiversiteit bij omgevingsvisies, omgevingsplannen, regelgeving, programma’s en projectbesluiten;
i.omgevingsdienst: Omgevingsdienst IJmond;
j.plustaken: taken op het gebied van de Omgevingswet, zoals bouwtaken, de Alcoholwet, Algemene plaatselijke verordening en omgevingsplan en/of andere taken die een relatie hebben met de fysieke leefomgeving;
2Voor de toepassing van dit besluit en de daarop rustende bepalingen wordt met mandaat en ondermandaat gelijk gesteld (onder)machtiging, tenzij de bepalingen van dit besluit anders aangeven.
3Het mandaat ziet tevens op de ondertekening, bekendmaking en elektronische publicatie van namens het college genomen besluiten.
4De uit het mandaatbesluit voortvloeiende taken zijn uitgewerkt in de gemeenschappelijke regeling, dienstverleningsovereenkomsten en/of uitvoeringsprogramma’s.
Artikel 2 De plustaken
De omgevingsdienst voert op grond van de artikelen 16 en 18 van de gemeenschappelijke regeling, de dienstverleningsovereenkomsten en het uitvoeringsprogramma de onderstaande plustaak uit.
2.1 Alcoholwet
1De burgemeester verleent aan de directeur mandaat om in zijn naam en onder zijn verantwoordelijkheid in het algemeen zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de Alcoholwet en in het bijzonder van de artikelen genoemd in artikel 44a van de Alcoholwet en de bestuursrechtelijke handhaving bij of krachtens artikel 10 van de Alcoholwet.
2Het mandaat ziet niet op het aanzeggen van een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 44a, eerste lid, van de Alcoholwet in combinatie met artikel 5:40, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
2.2 ADR
1De burgemeester verleent aan de directeur van de Omgevingsdienst mandaat om te besluiten op verzoeken om bijzondere toestemming voor het laden en lossen van gevaarlijke stoffen (waaronder vuurwerk) als bedoeld in hoofdstuk 7.5. voorschrift 7.5.1.1- CV1 en hoofdstuk 8.5, voorschrift S1-(4 onder a) van het ADR (Europese overeenkomst voor het internationale vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg).
2De directeur van de Omgevingsdienst is op grond van dit mandaat ook bevoegd om de kennisgevingen als bedoeld in voorschrift 8.5. S1 (4 onder b) te behandelen.
Artikel 3 Het milieutakenpakket
1De omgevingsdienst voert op grond van de artikel 16 van de gemeenschappelijke regeling, de dienstverleningsovereenkomsten en het uitvoeringsprogramma het milieutakenpakket in mandaat uit voor zover deze bevoegdheden niet zijn overgedragen aan de omgevingsdienst.
2Met inachtneming van het eerste lid verleent het college aan de directeur mandaat tot het namens het college nemen van alle besluiten over milieubelastende activiteiten die vallen onder de bevoegdheid van het college en die voortvloeien uit onder meer de Omgevingswet, de Wet milieubeheer, het Besluit activiteiten leefomgeving, het Omgevingsplan en gemeentelijke verordeningen en die niet voortvloeien uit het basistakenpakket zoals genoemd in artikel 13.12 en bijlage VI van het Omgevingsbesluit.
Artikel 4 Nadere bepalingen over het mandaat
1Het mandaat ziet tevens op de uitoefening van bevoegdheden op grond van de volgende wet- en regelgeving:
a.Algemene wet bestuursrecht;
b.Wet open overheid;
c.Algemene Verordening gegevensbescherming;
d.Wet hergebruik van overheidsinformatie;
e.Wet basisregistraties adressen en gebouwen;
f.Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken,
en wet- en regelgeving die op de hiervoor genoemde wetten zijn gebaseerd. Dit voor zover de uitoefening van deze bevoegdheden samenhangt met de bevoegdheden uit de artikelen 2 en 3.
2Het mandaat ziet tevens op:
a.het maken van afspraken met het Openbaar Ministerie, politie en landelijke inspectie- en opsporingsdiensten, waaronder het periodiek afsluiten van handhavingsarrangementen met Openbaar Ministerie en politie;
b.het afsluiten van samenwerkingsarrangementen met directeuren van andere regionale uitvoeringsdiensten.
3Het mandaat ziet niet op:
a.de bevoegdheid tot het beslissen op bezwaarschriften, bedoeld in artikel 6:4 van de Algemene wet bestuursrecht;
b.besluiten die leiden tot de vaststelling of wijziging van gemeentelijke beleidskaders of beleidsregels als bedoeld in artikel 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht;
c.besluiten tot het al dan niet honoreren van schadeclaims van derden of het afkopen van mogelijke geschillen en schadeclaims die vallen onder de werking van een vastgestelde publiekrechtelijke regeling;
d.besluiten tot het instellen van (hoger) beroep en besluiten tot het instellen van incidenteel hoger beroep;
e.besluiten waarbij toepassing wordt gegeven aan artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur;
f.besluiten over een meervoudige aanvraag waarvan niet alle onderdelen onder de opdracht van de omgevingsdienst vallen;
g.het heffen en invorderen van leges.
4Wanneer wetsartikelen genoemd in dit besluit wijzigen, geldt, tot aan het moment van aanpassing in het mandaatbesluit, het vervangende artikel.
Artikel 5 Ondermandaat
1De directeur kan ter uitoefening van een krachtens artikel 2 en 3 van dit besluit aan hem gemandateerde bevoegdheid schriftelijk ondermandaat verlenen aan onder hem ressorterende functionarissen.
2Van ondermandaat zijn uitgesloten:
a.besluiten tot het aanwijzen van toezichthouders;
b.besluiten tot het aanwijzen van personen tot vertegenwoordiging van het college in rechte.
3De directeur kan instructies vaststellen over de wijze waarop van het ondermandaat gebruik mag worden gemaakt.
Artikel 6 Machtiging
1Mandaatgeververleent aan de directeur machtiging om handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn. Dit voorzover de uitoefening van deze bevoegdheden samenhangt met de bevoegdheden genoemd in de artikelen 2 en 3.
2De directeur kan ondermachtiging verlenen aan onder hem ressorterende functionarissen.
Artikel 7 Procesvertegenwoordiging
1De directeur is gemachtigd tot het vertegenwoordigen van de mandaatgever in rechte.
2De directeur kan in ieder geval in de volgende situaties personen ondermachtigen tot het in rechte vertegenwoordigen van de mandaatgever:
a.zienswijzenprocedure;
b.bezwaar;
c.beroep of hoger beroep, behandeld door de rechtbank of de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State;
d.verzoeken om voorlopige voorziening, behandeld door de voorzieningenrechter van de rechtbank of de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
3De directeur brengt een ondermachtiging als bedoeld in het tweede lid ter kennis van de mandaatgever.
Artikel 8 Aanwijzing toezichthouders
1De directeur wijst toezichthouders aan voor de vervulling van de in artikel 2 en 3 genoemde bevoegdheden.
2De directeur brengt een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid ter kennis van de mandaatgever.
Artikel 9 Ondertekening
1De ondertekening van besluiten, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, en artikel 3, tweede lid, luidt:
‘Burgemeester (en Wethouders) van Heemstede,
namens deze,
[naam directeur], directeur
Omgevingsdienst IJmond,
gevolgd door de handtekening van de directeur.
2Als ondermandaat is verleend, als bedoeld in artikel 5, eerste lid, luidt de ondertekening:
‘Burgemeester (en Wethouders) van Heemstede,
namens deze,
gevolgd door de naam, functie en handtekening van de functionaris.
3Als gebruik wordt gemaakt van de (onder)machtiging als bedoeld in artikel 6, zijn bij ondertekening het eerste en het tweede lid van overeenkomstige van toepassing.
4In gevallen waarin besluitvorming en communicatie met derden langs elektronische weg plaatsvindt, kan ook gebruik worden gemaakt van een elektronische handtekening.
5Degene die bevoegd is de gemandateerde te vervangen geeft in de ondertekening aan dat hij deze bevoegdheid uitoefent als plaatsvervanger.
Artikel 10 Instructies
De directeur neemt bij de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden algemene instructies en instructies per geval van de mandaatgever in acht, bedoeld in artikel 10:6, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 11 Toepasselijk beleid
1De directeur neemt bij de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden de door het college, de burgmeester en de gemeenteraad vastgestelde verordeningen, beleidskaders en beleidsregels in acht, tenzij het tweede lid van toepassing is.
2Als de directeur op zwaarwegende gronden voornemens is af te moeten wijken van de beleidskaders of beleidsregels, bedoeld in het eerste lid, treedt hij hierover vooraf in overleg met - een vertegenwoordiger van - het college of de burgmeester.
Artikel 12 Informatieplicht
1De directeur informeert vooraf de betrokken portefeuillehouder bij de opgedragen bevoegdheden als hij van mening is dat bij een te nemen besluit (beleids)aspecten aan de orde zijn die buiten het werkterrein van de omgevingsdienst vallen.
2Het bepaalde in het eerste lid is in elk geval aan de orde als :
a.een te nemen besluit een aanvulling of afwijking van het tot dan gevoerde beleid inhoudt, waarvan precedentwerking te verwachten is of als beleid hierover moet worden vastgesteld;
b.een te nemen besluit bestuurlijk gevoelig is, waarbij er rekening mee gehouden moet worden, dat de betrokken portefeuillehouder, het college of de burgemeester op zijn of haar verantwoordelijkheid zal worden aangesproken;
c.uit een te nemen besluit financiële, politieke of andere belangrijke consequenties kunnen voortvloeien.
Artikel 13 Verantwoording
De directeur geeft in het jaarverslag informatie over de uitoefening van de in dit besluit bedoelde bevoegdheden.
Artikel 14 Inwerkingtreding en intrekking
1Dit besluit treedt met terugwerkende kracht in werking op 1 januari 2024.
2Met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit worden de volgende mandaatbesluiten ingetrokken:
–Mandaatbesluit secretaris/directeur Omgevingsdienst IJmond Bijzondere toestemming ADR (7 september 2015)
–Mandaatbesluit Alcoholwet Heemstede 2021 (23 november 2021).