Aanhef
Het college besluit om:
1De beleidsregels aanpak voetbalvandalisme en ernstigeoverlast 2023 gemeente Hattem vast te stellen
2De beleidsregels aanpak voetbalvandalisme en ernstigeoverlast 2011 in te trekken
2. Wettelijk kader
2.2 Samenhang overige bevoegdheden uit de APV
Artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen
1De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht] een bevel geven zich gedurende ten hoogste 24 uur niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden.
2Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen] kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een bevel als bedoeld in dat lid is gegeven en die opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een bevel geven zich gedurende ten hoogste zestien weken niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden.
3Een bevel als bedoeld in het tweede lid kan slechts worden gegeven als het strafbare feit of de openbare orde verstorende handeling binnen zes maanden na het geven van een eerder bevel, gegeven op grond van het eerste of tweede lid, plaatsvindt.
4De burgemeester beperkt de krachtens het eerste of tweede lid gegeven bevelen, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een bevel.]
De toepassing van artikel 172a Gemeentewet en de APV is verschillend. Het instrument op grond van de APV maakt het mogelijk na een waarschuwing bij lichte orde verstorende gedragingen direct een gebiedsontzegging op te leggen. Op grond van de APV kan derhalve direct worden opgetreden op het moment dat een maatregel op dat moment, in dat gebied noodzakelijk wordt geacht voor het herstel van de openbare orde. Een gebiedsontzegging is daarom mogelijk bij een op dat moment optredend probleem, mits de betrokkene eerder is gewaarschuwd.
De bevoegdheden op grond van artikel 172a en 172b uit de Gemeentewet kunnen alleen worden ingezet als de overtredingen een herhaaldelijk karakter hebben, waarbij tevens sprake moet zijn van een ernstige vrees voor een verdere verstoring van de openbare orde. Het mandateren van deze aanvullende bevoegdheden is niet toegestaan. De bevoegdheden zijn daardoor feitelijk niet geschikt om in een acuut zich manifesterend openbare orde probleem in te zetten. Hiervoor zijnde APV, en het noodrecht (artikelen 172, 175-176a Gemeentewet) de meest geëigende instrumenten.
De bevoegdheden op grond van de Gemeentewet worden dan ingezet op het moment dat de maatregelen op grond van de APV geen effect sorteren of niet toereikend worden geacht, gelet op de ervaringen of het karakter van de problematiek en er ernstige vrees bestaat voor een verdere verstoring van de openbare orde. De gebieds- of verblijfsverboden op grond van de APV worden alleen opgelegd na een schriftelijke waarschuwing en een nieuw feit binnen de termijn van twaalf maanden. Gebiedsverboden op grond van de wet MBVEO kan worden opgelegd bij voldoende mutaties.
2.3 Bestuurlijke dwangsom
2.3.1. Last onder dwangsom bij gebieds- of verblijfsontzeggingen, groepsverbod, meldplicht
Een gebieds- of verblijfsontzegging kan worden versterkt als daaraan een last onder dwangsom wordt verbonden. Zonder een dergelijke last onder dwangsom kan zelfs worden afgevraagd wat de (intrinsieke) prikkel zal zijn voor degene aan wie een gebieds- of verblijfsontzegging is opgelegd, om zich daaraan te houden. Hierbij moet rekening worden gehouden met artikel 5:6 van de Awb. Als een gebieds- of verblijfsontzegging wordt opgelegd tot onmiddellijke handhaving van de openbare orde en de last onder dwangsom strekt tot naleving van dat bevel kan een en ander met elkaar worden gecombineerd. De gebieds- of verblijfsontzegging strekt dan namelijk tot de beëindiging van handelingen die de openbare orde verstoren, terwijl de last onder dwangsom strekt tot handhaving van de opgelegde gebieds- of verblijfsontzegging zelf.
Onderstaand beleid wordt geformuleerd onder de naam “Beleidsregels aanpak voetbalvandalisme en ernstige overlast 2023”;
4. Beleidsregels
4.2 Begripsbepalingen; bevoegdheden artikel 172a Gemeentewet
4.2.1 Orde verstorende gedragingen
Orde verstorende gedragingen in het kader van deze beleidsregel zijn in ieder geval de hierna opgenomen gedragingen uit het Wetboek van Strafrecht en overtredingen van de APV. Daarnaast kunnen ook structurele orde verstorende gedragingen die niet direct strafbaar zijn gesteld onder deze begripsbepaling vallen. Vaak gaat het om gedragingen die op zichzelf, als ze eenmalig zouden worden tentoongespreid, niet als ernstig worden opgevat maar als ze persistent worden wel. Daarnaast zijn het gedragingen waarvoor niet direct geverbaliseerd kan worden maar, zoals gezegd, wel bij herhaling tot veel overlast kunnen leiden. Voorbeelden van orde verstorende gedragingen zijn:
•Het hinderlijk en zonder redelijk doel rondhangen;
•Joelen;
•Naroepen;
•Bespugen;
•Schelden;
4.2.2 Herhaaldelijk
Wanneer er sprake is van herhaaldelijke overlast hangt af van de omstandigheden van het geval, waaronder de aard en de ernst van de verstoring van de openbare orde. Om te kunnen spreken van herhaaldelijk moet het gaan om meerdere gedragingen die de openbare orde verstoren binnen een afzienbare tijd.
Door de burgemeester wordt ordeverstoring in ieder geval als herhaaldelijk aangemerkt indien er binnen een periode van 13 maanden meer dan één orde verstorende feiten of gedragingen als bedoeld in de APV en als bedoeld in de betreffende artikelen van het Wetboek van Strafrecht hebben plaatsgehad. Dit hoeven niet dezelfde feiten te zijn maar kunnen ook verschillende feiten betreffen. Bij herhaaldelijke overlast hoeft er nog geen sprake te zijn van ernstige vrees voor verdere verstoring (zie hierna). Dit betekent dat bij herhaaldelijke overlast in beginsel de reguliere instrumenten worden ingezet zoals het reeds gebruikte gebiedsverbod. In ieder geval zijn orde verstorende gedragingen van langer dan 13 maanden geleden niet te kwalificeren als herhaaldelijk. De periode van 13 maanden is gekozen om het mogelijk te maken dit beleid toe te passen bij de jaarlijks terugkerende evenementen en de periode rond de jaarwisseling.
4.2.3 Ernstige vrees
Ordeverstorend gedrag welke herhaaldelijk wordt gepleegd door het individu of door groepen, binnen een afzienbare tijd, is ernstig gelet op het effect op de openbare orde en het woon- en leefklimaat. De ernstige vrees kan daarnaast worden afgeleid uit concrete aanwijzingen, bijvoorbeeld het feit dat een persoon reeds in het verleden betrokken is geweest bij ernstige ordeverstoringen, door verklaringen van betrokkenen, signalen of verwachtingen en overige voorzienbare omstandigheden.
4.2.4 Groepsgerelateerde gedragingen en leidende rol
Er is sprake van een groep bij drie of meer personen, waar de overlastgever onderdeel vanuit maakt. Als een persoon bij groepsgerelateerde overlast een leidende rol heeft gehad, kan direct - na de eerste overtreding - een bestuurlijke maatregel worden opgelegd. Het is moeilijke een leidende rol te typeren.
Aansluiting kan worden gezocht bij rechterlijke uitspraken over openlijke geweldpleging in vereniging waar de leider niet zelf orde verstorende gedragingen pleegt, maar ‘actief’ medestanders mobiliseert, voorop loopt, faciliteert, oproept (via sms, internet of anderszins) of op intimiderende wijze een bijdrage levert aan het in groepsverband plegen van ordeverstoring. Van een leidende rol kan dus sprake zijn indien de persoon anderen aanzet tot ongewenst gedrag dat de openbare orde verstoort. Dit kan zich uiten in concrete gedragingen zoals het benaderen van anderen, het leggen van contact tussen leden van de groep, het initiatief nemen, een vertrouwensrelatie en/of gezag hebben. Ook kan de leidinggevende rol worden afgeleid uit verklaringen van getuigen of leden van de groep. Aantonen van een leidende rol is afhankelijk van de concrete casus. Naast de te treffen maatregelen van de burgemeester kan de orde verstorende leider strafrechtelijk worden vervolgd.
4.5 Gebied waarvoor een gebiedsverbod of groepsverbod wordt opgelegd/meldingsplicht
4.5.1 Bestuurlijke dwangsom
Aan een opgelegd gebiedsverbod, groepsverbod of meldplicht, wordt een last onder dwangsom verbonden. Deze dient enerzijds voldoende financiële aansporing te zijn om het bevel niet te overtreden en anderzijds moet de hoogte in redelijke verhouding te staan tot de ernst van de overtreding. De dwangsom wordt gesteld op een bedrag per geconstateerde overtreding. Mocht het maximum bereikt bereikt zijn, dan wordt een nieuwe last opgelegd met hogere bedragen
Als richtlijn houden we daarbij het volgende aan:
1elastgeving: €800,- per geconstateerde overtreding, tot een maximum van €2400,--
2elastgeving (als maximum 1e lastgeving is bereikt): €1600,-- tot een maximum van €4800,--
3elastgeving (als maximum 2e lastgeving is bereikt): €2400,-- tot een maximum van €7200,--
Afhankelijk van de concrete omstandigheden van het geval kunnen de bedragen hoger of lager worden gesteld.
4.6 Werkwijze (stroomschema)
4.6.1 Dossiervorming
De burgemeester baseert een bevel in de zin van art. 172a of 172b Gemeentewet op een gedocumenteerd dossier. Het dossier beargumenteert de noodzaak van het opleggen van het bevel boven andere interventiemogelijkheden. Dossiervorming vindt plaats onder regie van de burgemeester. De Veiligheidskamer, de lokale zorgnetwerken en het CJG spelen een belangrijke rol. (De veiligheidskamer vormt een informatieknooppunt voor diverse partners op het gebied van veiligheid en zorg zoals de gemeente, politie, Openbaar Ministerie, reclassering en Veilig Thuis etc.)
Het dossier dat ten grondslag ligt aan de bevelen van art. 172a en 172b Gemeentewet dient onder andere te bevatten:
1De contactgegevens van de behandelend politieambtenaar, zorginstantie en/of andere instanties die betrokken zijn bij de overlastgever;
2De contactgegevens van de ordeverstoorder waaronder tenminste naam, leeftijd, woonplaats (adres) en telefoonnummer en indien van toepassing de gegevens van de persoon die het gezag over de minderjarige uitoefent;
3De registraties van de orde verstorende gedragingen die leiden tot het opleggen van de maatregel;
4De onderliggende processen-verbaal en registraties van alle bij de politie bekend zijnde gedragingen van de betrokkene over een redelijke periode. Dit heeft tot doel inzicht te krijgen in de gedragingen van de betrokkene en dient tevens als onderbouwing van het afgegeven bevel;
5Traject dat al doorlopen is met de betreffende groep en/of persoon, dat wil zeggen interventies en het effect daarvan (hulpverleningstrajecten, waarschuwingen etc.). Dit onderdeel is een vereiste indien het gaat om 12-minners.
6Bij een eventuele meldingsplicht gegevens van de locatie waar de persoon zich moet melden;
7Indien er sprake is van een meldingsplicht in een andere gemeente, de toestemming van de burgemeester van de betreffende gemeente;
8Indien er sprake is van een verzoek tot verlenging van de maatregelen, de registraties waaruit de hernieuwde vrees voor verstoring van de openbare orde blijkt.
4.6.2 Verzoek aan de burgemeester
Indien de partners betrokken bij een casus van mening zijn dat aan een bepaalde persoon een bevel als bedoeld in deze beleidsregel moet worden opgelegd, dan doen zij daartoe een verzoek aan de burgemeester. Bij dit verzoek voegen zij bovengenoemd dossier. Daarnaast wordt in het verzoek in ieder geval aangegeven:
1Waarom de burgemeester gevraagd wordt van zijn bevoegdheid gebruik te maken (en niet bijvoorbeeld de officier van justitie);
2Welke bevoegdheid gevraagd wordt in te zetten;
3Een duidelijke omschrijving van het gebied waarvoor de maatregel moet worden opgelegd.
4.6.3 Uitreiken voornemen tot opleggen bevel en tot opleggen last onder dwangsom
Op basis van het aangeleverde dossier beslist de burgemeester of hij van mening is dat de betrokkene in aanmerking komt voor één van de bevelen genoemd in art. 172a of 172b van de Gemeentewet. Zo ja, dan wordt in principe allereerst een voornemen tot het opleggen van het bevel en tot het opleggen van een last onder dwangsom uitgereikt.
Het voornemen wordt per aangetekende post naar het huisadres van betrokkene gezonden of indien mogelijk door de politie (bij voorkeur wijkagent) of een gemeentelijk buitengewoon opsporingsambtenaar (boa) in persoon aan de geadresseerde van het besluit uitgereikt. Dit vergt goede afstemming. Ook dit is maatwerk. (In het geval van uitreiking door de politie legt de politie deze handeling vast in het politiesysteem.)
In het voornemen wordt vermeld:
1Door welke gedragingen en op welke tijdstippen en plaatsen de betrokken persoon herhaaldelijk (groepsgewijs) de openbare orde heeft verstoord dan wel op grond van welke gedragingen de burgemeester tot het oordeel is gekomen dat betrokkene daarbij een leidende rol heeft gehad;
2Indien het gaat om een gebieds- of groepsverbod, de afbakening van het gebied waarvoor de burgemeester voornemens is een bevel op te leggen;
3De voorgenomen ingangsdatum en duur van het bevel;
4De dwangsombedragen
5Op welke wijze de betrokkene kan reageren op het voornemen.
6Indien de betrokkene op het moment van het plegen van het strafbare feit in de voorgaande zes maanden ook al een bevel op grond van art. 172 a en/of b heeft gehad dan wordt opnieuw een voornemen opgelegd en niet direct overgegaan tot het opleggen van een nieuw bevel.
4.6.4 Zienswijze
Betrokkene kan binnen vijf werkdagen na het uitreiken van het voornemen of vijf werkdagen na aangetekende verzending tot het opleggen van een gebiedsverbod, groepsverbod en/of meldingsplicht zijn zienswijze schriftelijk kenbaar maken aan de burgemeester.
4.6.5 Opleggen bevel en lastgeving onder dwangsom
Een bevel als bedoeld in art. 172a en b Gemeentewet en de daarbij behorende lastgeving onder dwangsom wordt opgelegd:
1Na het ontvangen van de schriftelijke zienswijze;
2Na afloop van de zienswijzentermijn als betrokkene geen zienswijze heeft ingediend.
Het besluit wordt per aangetekende post verstuurd of door de politie/boa in persoon uitgereikt (indien mogelijk). De geadresseerde van het besluit wordt gewezen op de mogelijkheid om bezwaar en beroep aan te tekenen tegen het definitieve besluit.
Ook als de burgemeester besluit om uiteindelijk geen gebieds- of groepsverbod op te leggen, ontvangt de betreffende persoon daarvan schriftelijk bericht.
In de definitieve beschikking is opgenomen:
1Door welke gedragingen en op welke tijdstippen en plaatsen de betrokken persoon herhaaldelijk groepsgewijs de openbare orde heeft verstoord dan wel op grond van welke gedragingen de burgemeester tot het oordeel is gekomen dat betrokkene daarbij een leidende rol heeft gehad;
2Een concrete aanduiding van de objecten in of in de omgeving waarvan deze persoon zich niet mag bevinden dan wel van het gedeelte of bepaalde delen van de gemeente waar deze persoon zich niet (al dan niet in groepsverband) mag bevinden;
3De ingangsdatum en duur van het bevel;
4De lastgeving onder dwangsom
5Reactie op de ingediende zienswijze (indien van toepassing);
6Waarom de maatregel in het concrete geval noodzakelijk is (motivering).
Een afschrift van het besluit van de burgemeester wordt gezonden aan de teamchef van politieteam, de officier van justitie, de Veiligheidskamer en het lokale zorgnetwerk.
4.6.6 Specifieke bepalingen voor bevelen met betrekking tot 12-minners
De hierboven genoemde regels omtrent de werkwijze bij het opleggen van bevelen (inclusief lasten onder dwangsom) gelden ook voor bevelen met betrekking tot 12-minners, met dien verstande dat deze bevelen worden opgelegd aan de personen die het gezag uitoefenen over de minderjarige (hierna gemakshalve ouders/voogden genoemd).
Dit betekent dat:
1Het voornemen en het bevel worden geadresseerd en uitgereikt aan de ouders/voogden;
2De ouders/voogden de gelegenheid krijgen hun zienswijze kenbaar te maken;
3De ouders/voogden bezwaar en beroep kunnen aantekenen tegen een definitieve beschikking.
Deze beleidsregel wordt bekendgemaakt in de Huis aan Huis en treedt in werking één dag na bekendmaking.
Bijlage 1 Checklist dossier
1Telecommunicatie- en internetgegevens en soortgelijke voor communicatie benodigde gegevens;
2Volledige personalia, geboortegegevens, titulatuur, aliassen, adresgegevens en waar mogelijk een pasfoto;
3De contactgegevens van de behandelend politieambtenaar, zorginstantie en/of andere instanties die betrokken zijn bij de overlastgever;
4De onderliggende processen-verbaal en registraties van alle bij de politie bekend zijnde gedragingen zoals opgenomen in de feitentabel in het beleid van de betrokkene over een periode van 13 maanden die leiden tot het opleggen van de maatregel;
5Het gaat om een verstoring van de openbare orde;
6Die verstoring vindt herhaaldelijk plaats: minimaal 2 in 13 maanden;
7Er is een ernstige vrees voor verdere verstoringen van de openbare orde;
8De overlast is gepleegd door een individu of door een groep dan wel door een persoon die bij groepsgewijze overlast een leidende rol heeft gehad;
9En specifiek voor de groep 12-minners: het gaat om groepsgewijze orde verstorende gedragingen. gegevens over reeds opgelegde verboden of aanwijzingen van justitie, burgemeester of BVO;
10Advies van Veiligheidskamer en/of lokale zorgnetwerk; 6 Korte weergave van de uitkomsten uit casusoverleg;
11Traject wat al doorlopen is met de betreffende groep en/of persoon, dat wil zeggen interventies en het effect daarvan (hulpverleningstrajecten, waarschuwingen en dergelijke. Dit onderdeel is een vereiste indien het gaat om 12-minners *).
12De onderliggende processen-verbaal en registraties van alle bij de politie bekend zijnde gedragingen van de betrokkene over een redelijke periode. Dit heeft tot doel inzicht te krijgen in de gedragingen van de betrokkene en dient tevens als onderbouwing van het afgegeven bevel;
13Indien er sprake is van een verzoek tot verlenging van de maatregelen, de registraties waaruit de hernieuwde vrees voor verstoring van de openbare orde blijkt.
14Bij een meldingsplicht gegevens van de locatie waar betrokkene zich moet melden;
15Indien er sprake is van een meldingsplicht in een andere gemeente, de toestemming van de burgemeester van de betreffende gemeente;
16Detentiegegevens;
17Voertuiggegevens;
18Overige relevante gegevens
*) verplicht in dossier
Bijlage 2 Instructie vervolging OM
Of het OM tot vervolging zal overgaan op grond van art. 184 WvSr wordt per zaak beoordeeld. Onderstaande criteria dienen hierbij als richtlijn.
Bij drugsrunners en straatdealers:
•Sfeerverbaal over de buurt moet aanwezig zijn (inzoomen op drugs[runner]overlast in de wijk)
•Strafrechtelijke en bestuurlijke aanpak moeten onvoldoende hebben opgeleverd (gebiedsgerichte aanpak)
•Individuele antecedenten moeten er zijn, bestaande uit:
-2 keer veroordeling/ overtreding 184 WvSr voor drugsgerelateerd (overtreding of misdrijf) delict over afgelopen 4 jaar
-2 keer in het afgelopen jaar (na veroordeling) mutaties in het politiesysteem betreffende drugsgerelateerde delicten.
Zwervers, alcoholisten:
•Indien uit de mutaties onvoldoende duidelijk wordt wat de ernstige en herhaaldelijke overlast is in de buurt, is een sfeerverbaal noodzakelijk (inzoomen op drankgebruik en zwervers).
•Strafrechtelijke en bestuurlijke aanpak van het probleem moeten niet voldoende hebben opgeleverd (gebiedsgerichte aanpak)
•De individuele hulpverlening bij deze persoon heeft de situatie niet verbeterd.
•4 veroordelingen afgelopen 4 jaar (overtredingen)
•2 mutaties het afgelopen jaar betreffende drank/zwerver
Jeugd:
•Sfeerverbaal over de buurt waaruit blijkt dat het een wijk/buurt betreft waar sprake is van stelselmatige ernstige overlast, tenzij er zodanige mutaties aanwezig zijn waaruit deze signalen duidelijk naar voren komen.
•Er moet vastgesteld worden dat het gaat om een overlastgevende persoon; de jeugdige moet zich in elk geval 2 afzonderlijke keren zich schuldig hebben gemaakt aan overlast gerelateerde (strafbare) feiten (in de afgelopen 13 maanden) in een bepaald gebied/wijk.
•De afweging moet gemaakt zijn of handhaving op grond van APV zinvol is of niet tot het gewenste resultaat heeft geleid.
•Hulpverlening is aangeboden en/of opgestart en heeft het overlastgevende/ strafbare gedrag niet doen ophouden.
Veelplegers:
•Indien uit de mutaties onvoldoende duidelijk wordt wat de ernstige en herhaaldelijke overlast is in de buurt, is een sfeerverbaal noodzakelijk.
•Er moet vastgesteld worden dat het gaat om een overlastgevende persoon; de veelpleger moet zich in elk geval 2 afzonderlijke keren (in de afgelopen 13 maanden) hebben schuldig gemaakt aan overlast gerelateerde strafbare feiten in een bepaald gebied/wijk.
•Eerdere/andere (gedrags)interventies hebben niet geleid tot het stopzetten van overlastgevende gedragingen.
Hooligans:
•Als er een eerdere persoonsgerichte aanpak heeft plaatsgehad op grond van een andere aandachtsgroep, bijv. jeugd, zijn de resultaten daarvan in het dossier neergelegd.
•Duidelijk moet worden dat betrokkene zijn ordeverstorend gedrag zal voortzetten als niet wordt ingegrepen en dat deze aanwijzingen kunnen zijn gelegen in het gedrag van betrokkene in de afgelopen periode.
•Indien er ernstige bezwaren bestaan tegen de verdachte (bijv. bij verdenking van een misdrijf waarop voorlopige hechtenis is toegelaten) en aanleiding bestaat voor een gedragsaanwijzing door de OvJ, volgt bespreking van de persoon in een casusoverleg waarbij gemeente (in casu de coördinator Veiligheidskamer), politie en OM zijn vertegenwoordigd.
12-minners:
•Sfeerverbaal over de buurt waaruit blijkt dat het een wijk/buurt betreft waar sprake is van stelselmatige ernstige overlast en wat hiervan de gevolgen zijn voor de omgeving. Indien er zodanige mutaties aanwezig zijn waaruit deze signalen duidelijk naar voren komen kan het sfeerverbaal achterwege gelaten worden.
•Er moet vastgesteld worden dat het gaat om een overlastgevende persoon; de 12minner moet zich in elk geval 2 afzonderlijke keren (in de afgelopen 13 maanden) groepsgewijs hebben schuldig gemaakt aan overlast gerelateerde strafbare feiten in een bepaald gebied/wijk.
•Kindgedrag zoals joelen, stoeien en belletje trekken worden in beginsel niet als overlastgevend beschouwd.
•Hulpverlening is aangeboden en/of opgestart en heeft het overlastgevende/ strafbare gedrag niet doen ophouden.
•Er is contact gezocht met ouders en hen is verzocht in te grijpen. Dit heeft niet tot het gewenste resultaat geleid.
Bijlage 3 Werkwijze
STROOMSCHEMA
stappen gebiedsverbod en meldingsplicht
Stappenplan
Stap
Toelichting
Uitvoering door:
1
Constatering
Constatering door politievan minimaal 2 ordeverstoringen in de afgelopen periode van 13 maanden. Voorbeelden van ordeverstorend gedrag zijn:
-opruien
-het rennen, al dan nietin groepsverband, richting politie
-joelen
-naroepen
-bespugen
-intimiderend overkomen
-wildplassen
-plakken, kladden, graffiti
-hinderlijk drankgebruik
-openbaar dronkenschap
-schelden
-aanhoudende vernielingen
Politie
2
Afstemmingsoverleg met gemeente
De politie bespreekt de casus metde AOV’er. Hier wordtbepaalt of een bestuurlijk gebiedsverbod en meldingsplicht hier de juiste maatregel is.
Politie Gemeente
3
Dossiervorming doorpolitie
De politie zorgt vooreen goede dossiervorming. De volgende gegevens moeten in het dossier zitten:
•alle relevante gedragingen noteren waarvan minimaal 2 registraties overorde verstorende gedragingen die individualiseerbaar zijn.
•Uitleg van de orde verstorende gedragingen (aardbelediging, wat voor intimidatie, etc.)
•Aangeven dat er vreesis voor verdere herhaling en waarom.
•Duidelijke omschrijving van het gebied waar de overlast wordt ervaren.
•In groepsgerelateerdeoverlast: rol van het individu beschrijven (leider?).
•Indien uit de registraties onvoldoende blijkt wat het effectis op de buurt, is een sfeerrapportage noodzakelijk.
•Contactgegevens ordeverstoorder en indien minderjarig: contactgegevens verzorger.
•Contactgegevens behandelend ambtenaar van de politie.
Politie
4
Besluitvorming driehoek
Depolitie adviseert de burgemeester om een gebiedsverbod en/of meldingsplicht in te stellenen draagt het dossier over aan de gemeente. Het dossier wordtin de driehoek besproken en hier wordt bepaald of de maatregel wordt ingezet.
Politie
5
Locatie, tijdstip, duur,gebied.
Bijeen meldingsplicht wordt bepaaldwat de meldlocatie en tijdenzijn. Hierover zijn de volgende regionaleafspraken gemaakt.
Gemeente
Meldingslocatie
Putten, Ermelo, Harderwijk, Nunspeet, Elburg, Oldebroek, Heerde, Hattem Epe
Politiebureau Harderwijk
Apeldoorn
Politiebureau Apeldoorn
Zutphen, Lochem, Brummen-Eerbeek, Voorst
Politiebureau Zutphen
Doetinchem, Winterswijk, Oude IJsselstreek, Oost Gelre, Bronkhorst Berkelland, Montfortland
Politiebureau Doetinchem
Bijeen gebiedsverbod wordt bepaaldwat de duur en het exactegebied is.
Politie
5
Toestemming vragen
Bijeen intergemeentelijke meldingsplicht wordt om toestemming gevraagd. (bijv. de burgemeester van Apeldoorn legt aan een burgervan Harderwijk een meldingsplichtop. Deze moet zich melden op het politiebureau in Harderwijk. Hiervoor moetde burgemeester van Harderwijk toestemming geven)
Gemeente
6
Voornemen bekend maken / gelegenheid zienswijze
Deburgemeester maakt hetvoornemen tot het opleggen van de maatregel bekend aan betrokkene en stelt betrokkene in de gelegenheid om (schriftelijk of mondeling) zienswijze in te dienen.
Gemeente
7
Belangenafweging
Op basis van de zienswijze en hetdossier beslist de burgemeester of en zo ja welkemaatregel wordt opgelegd.
Deburgemeester stelt de politie, het OM en andere betrokkenen in kennisvan zijn beslissing.
Gemeente
9
Besluit
-Een afschrift van het besluit gaatnaar de politie en het OM.
Politie
-De teamchef en wijkagent worden geïnformeerd.
-Het besluit gaataangetekend naarbetrokkene of besluit in persoonaan betrokkene laten uitreiken.
-Na uitreiking het bewijs van uitreiking in het dossier opnemen.
-Beheer het dossier t.b.v.evt. bezwaar- of beroepsprocedures, t.b.v.verlenging van de maatregel of anderebestuurlijke maatregelen.
Gemeente
10
Informeren
Indien deordeverstoorder uit een andere gemeente komt dan wordt de burgemeester van die gemeente geïnformeerd.
Gemeente
11
Uitvoering
-De politie doet melding aan het CIV van het besluit. Het CIV legt het vast.
-De functionaris op het politiebureau registreert de persoon die zich komt meldenen zet een stempel op de meldkaart die de meldingsplichtige bij zich heeft.
Politie
12
Niet naleven meldingsplicht/gebiedsverbod
-De medewerker van de politiedie constateert dat de meldingsplicht wordt overtreden geeft dat binnen48 uur permail door binnen de politie.
-De politie informeert de juridisch medewerker van de gemeente
-De politieneemt contactop met het Openbaar Ministerie.
-Door dezeofficier/secretaris wordtbeslist of er vervolging wordtingesteld en of er proces- verbaal moet wordenopgemaakt. Bij deze afweging wordt ondermeer bekeken of de betreffende verdachte eenreden heeft opgegeven voor hetniet-melden. Indiende officier/secretaris beslist dater een PV moet worden opgemaakt, dan gebeurt dit onder verantwoordelijkheid van de clusterchef van de politie. Hij zorgtervoor dat het dossier wordt opgemaakt, dat het volledig is en tijdigbij hetparket Arnhem wordtingeleverd.
-De officier/secretaris bepaaltof er eventueel toestemming tot aanhouding buiten heterdaad wordtverleend (in gevalvan artikel 184a WvSr). Het OM bericht hetCIV over de vervolgingsbeslissing en de afloop van de betreffende strafzaak.
Politie
OM
Gemeente