1. Inleiding
1.3 Reikwijdte en doel
Reikwijdte
Dit document bevat het beleidskader voor alle VTH-taken die volgens de Omgevingswet (inclusief de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen) aan de gemeente zijn opgedragen met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Daarnaast vallen de VTH-taken die voortkomen uit de Algemene plaatselijke verordening (Apv) en de bijzondere wetten, zoals de Alcoholwet, er ook onder.
Het gaat hier in het algemeen om het toetsen van aanvragen om een vergunning, het houden van toezicht en het handhaven van wet- en regelgeving met betrekking tot de bebouwde en onbebouwde leefomgeving. Toezicht op en handhaving van regels binnen het sociaal en financieel domein (zoals uitkeringsfraude, leerplicht en belastingen) vallen buiten de reikwijdte van het deze U&A-strategie.
Doel
Wettelijke regels, normen en vergunningvoorschriften zijn er onder andere op gericht om bescherming te bieden tegen gezondheids-, veiligheids- en milieurisico’s. Vanwege dit grote maatschappelijk belang is het noodzakelijk dat deze regels worden nageleefd. Het is een taak van de overheid om de naleving te bevorderen en hierop toe te zien.
Voor een verdere uitwerking van dit doel en de (sub)doelen verwijzen we naar hoofdstuk 6.
2. Wettelijk kader
2.3 Beleidscyclus
Prioriteiten en doelen
Prioriteiten en doelen zijn tot stand gekomen op basis van een visie op vergunningverlening, toezicht en handhaving (hoofdstuk 4) en een probleemanalyse (hoofdstuk 5 en 6), waarbij het Halderbergs’ “Bestuursakkoord 2022 – 2026 Samen aan de slag” en het Halderbergs’ “Collegewerkprogramma 2022 – 2026 Samen aan de slag” belangrijke input levert voor beantwoording van de ‘WAT vraag’. De risicoanalyse bestaat uit een beschouwing van interne vakspecialisten van het taakveld waarop zij werkzaam zijn en een risicoanalyse van de fysieke leefomgeving. Dit is een inschatting van de kans dat in de gemeente Halderberge wetten en regels worden overtreden en wat de impact daarvan is.
Strategie en uitvoering
Vervolgens wordt beschreven hoe de doelen uit de U&H-strategie worden gerealiseerd. Aangegeven is welke strategieën worden gehanteerd, zoals de handhavingsstrategie, welke instrumenten ingezet worden en hoe met andere partijen wordt samengewerkt.
Planning en control: Het borgen van de middelen
De doorwerking van de prioriteiten en doelen op de personele en financiële capaciteit vindt plaats in het jaarlijkse uitvoeringsprogramma en wordt geborgd in de begroting.
Rapportage en evaluatie: Bijstellen U&H-strategie
De risicoanalyse, die onderdeel uitmaakt van deze U&H-strategie, wordt periodiek opgesteld en bestuurlijk vastgesteld. Het uitvoeringsprogramma wordt jaarlijks geëvalueerd. De U&H-strategie, de evaluatie en de actualisatie van de probleemanalyse vormen de basis voor het uitvoeringsprogramma. In het jaarlijkse uitvoeringsprogramma wordt vastgelegd welke activiteiten dat jaar worden uitgevoerd, welke prioriteiten daarbij gesteld worden en met welke capaciteit de werkzaamheden worden uitgevoerd. Tot slot staat beschreven hoe de resultaten worden gemonitord en hoe hierover verantwoording wordt afgelegd.
2.4 Externe partners
Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant
De Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (hierna OMWB) voert als belangrijke partner in mandaat de milieutaken uniform uit voor haar gemeenten. Afstemming van deze taken en de uniforme borging is vastgelegd in het jaarlijks werkprogramma en de MWB-norm (Midden- en West-Brabant norm) welke door het Algemeen Bestuur van de OMWB is vastgesteld. De deelnemers hebben ook het wettelijk voorgeschreven Gemeenschappelijk Uitvoeringskader (GUK) vastgesteld. Het kader beschrijft de algemene uitgangspunten en strategieën die door de OMWB worden gehanteerd bij de uitvoering van de VTH-milieutaken. Hiermee is de afstemming op bestuurlijk niveau geborgd en wordt voldaan aan de eisen die wetgeving stelt aan uitvoering en afstemming met de omgevingsdienst.
Veiligheidsregio (brandveiligheid)
Veel gemeentelijke taken op het gebied van brandveiligheid zijn uitbesteed aan de brandweer (onderdeel van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant, hierna VRMWB). De brandweer voert als belangrijke partner taken op het gebied van brandveiligheid uit voor haar gemeenten. Het gaat dan om advisering bij vergunningverlening en handhaving en het uitvoeren van controles. De inzet van de brandweer is geregeld in het basistakenpakket. Afspraken worden vastgelegd in het jaarlijkse uitvoeringsprogramma.
Provincie Noord-Brabant
De provincie Noord-Brabant maakt in de uitvoering, bij haar provinciale taken, ook gebruik van de instrumenten vergunningverlening, toezicht en handhaving. De provincie is het bevoegde gezag voor de uitvoering van de VTH-taken bij een aantal bedrijven en activiteiten in Halderberge. Het gaat hierbij met name om vergunningverlening en handhaving met het oog op zwaardere milieuactiviteiten en natuurbescherming (onder andere tegen stikstof). Daarnaast heeft de provincie Noord-Brabant de (wettelijke) taak gekregen om de samenwerking tussen bestuursorganen op het gebied van de VTH-taken te coördineren. Dit komt tot uiting in het interbestuurlijk toezicht (IBT) dat zij uitvoeren over gemeenten. De provincie ziet erop toe dat gemeenten voldoen aan de wettelijk gestelde kwaliteitseisen voor de organisatie en de medewerkers.
Verbinding bestuurs- en strafrecht (politie en OM)
Wanneer strafrecht of bestuursrecht wordt ingezet is afhankelijk van de geldende wet- en regelgeving. Bestuursrecht is gericht op herstel van de situatie (ongedaan maken van de overtreding) en strafrecht is gericht op het vaststellen dat er (g)een strafbaar feit is gepleegd. Een doel van strafrecht is vergelding, wie een strafbaar feit heeft begaan, mag daar niet mee wegkomen.
De afstemming met de organen (politie en OM) die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving is in het beleid geregeld via de lijn van de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO). Dit komt erop neer dat individuele casussen vanuit het VTH-domein (via AOV’ers) worden geagendeerd bij de basisteam driehoek of de lokale driehoek. Bovendien legt zowel de U&H-strategie als het uitvoeringsprogramma en jaarverslag een link met veiligheid en de Apv (openbare orde) om zo bestuurs- en strafrechtelijke besluitvorming integraal te benaderen. Waarbij Halderberge de U&H-strategie en het uitvoeringsprogramma deelt met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving, met als doel prioriteiten met elkaar te delen waardoor afstemming van werkzaamheden kan plaatsvinden.
Samen sterk in het Brabant
Het buitengebied is uniek, waardevol en kwetsbaar. Daarom is het belangrijk om het in de huidige staat te behouden. Om het buitengebied goed te kunnen beschermen is een goede samenwerking tussen de verschillende handhavingsdiensten van essentieel belang. Hiervoor is het project “Samen Sterk in Brabant” (SSiB) gestart. Dit is een samenwerking van de provincie Noord-Brabant, alle Brabantse gemeenten, de 3 Brabantse waterschappen, de 3 Brabantse omgevingsdiensten, het OM, de politie, Brabant Water, Evides en terreinbeheerders (Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer en Brabants Landschap). De focus ligt op de aanpak van stroperij, wild crossen en (drugs)afvaldumpingen. Maar overtredingen als het verwaarlozen van dieren en illegale hennepteelt worden ook opgespoord. Hiertoe is binnen Noord-Brabant een handhavingsteam 24 uur per dag en zeven dagen per week op pad in het buitengebied.
3. Ontwikkelingen en bestaand beleid
3.2 Landelijke ontwikkelingen
3.2.1 Omgevingswet
Het omgevingsrecht was versnipperd in tientallen wetten, ongeveer 120 AMvB’s en een vergelijkbaar aantal ministeriële regelingen. Deze historisch gegroeide hoeveelheid aan wetten, regels en afspraken voor de fysieke leefomgeving is sinds 1 januari 2024 geïntegreerd in één nieuw stelsel. De Omgevingswet zet de gebruiker centraal én beoogt meer flexibiliteit te bieden. De wet gaat over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving en bevat regels over ruimtelijke ordening, infrastructuur, bouwen, monumenten, milieu, natuur en brandveiligheid. Het doel van de Omgevingswet is meer ruimte voor maatwerk, minder regels, minder onderzoekslasten en heldere toetsingskaders.
De Omgevingswet is ingrijpend en vergt de nodige veranderingen in de organisatie en processen.
De wet richt zich, in lijn met de bovenstaande verbeterdoelen, grotendeels op cultuur, houding en werkwijze en in mindere mate op de invoering van juridisch-planologische instrumenten. Daarmee sluit de Omgevingswet aan bij de veranderprocessen die veel gemeenten al hebben ingezet (bijvoorbeeld het resultaat- en klantgericht werken) als gevolg van een veranderende samenleving. Voor de gemeente kent de Omgevingswet vier kerninstrumenten. Dit zijn de Omgevingsvisie, het Omgevingsplan, Programma’s en de Omgevingsvergunning.
Er wordt gestuurd op deregulering en doelvoorschriften. Dat geeft meer ruimte aan bijv. ondernemers om eisen in te vullen. Meer vrijheid betekent ook meer maatwerk en overleg en kost daardoor meer tijd.
3.2.2. Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb)
Vanuit de gedachte dat de bouwkwaliteit van bouwwerken kan en moet worden verbeterd, is er ook voor de bouwplantoetsing en het bouwtoezicht een nieuw stelsel ingegaan op 1 januari 2024. Daarbij zijn bouwpartners zelf meer verantwoordelijk voor die bouwkwaliteit. Dit wordt geregeld via de Wkb.
Het privaatrechtelijke gedeelte van het Wkb-stelsel wordt mogelijk gemaakt door wijziging van het Burgerlijk Wetboek (hierna BW). Het publiekrechtelijk gedeelte van het Wkb-stelsel is op 1 januari 2024 opgegaan in het stelsel van de Omgevingswet.
Het is de verwachting dat met de invoering van de Wkb er op termijn minder werkzaamheden bij vergunningen en toezicht door gemeenten worden verricht. Het zou kunnen betekenen dat er meer handhavingswerkzaamheden van bestaande situaties ontstaan. Bij grotere risico’s en kwetsbare functies zijn er redenen om de betrokkenheid van het bevoegd gezag te behouden.
3.2.3. Arbeidsmarkt
De huidige krapte op de arbeidsmarkt heeft ook effect op het VTH-domein. Om de uitvoering van VTH-taken niet te veel onder druk te zetten en de werkdruk bij medewerkers te verlichten moeten wij meer regionaal samenwerken en efficiënter werken. Dit laatste kan onder andere plaatsvinden door de inzet van meer (innovatieve) digitale instrumenten. De krapte biedt daarom ook kansen.
3.2.4. Openbare ruimte
Vanuit de landelijke overheid worden steeds meer toezichtstaken die nu bij de politie horen (impliciet) overgedragen naar de gemeenten. Ook heeft de VNG een voorstel gedaan bepaalde politietaken over te gaan dragen naar de gemeenten, bijvoorbeeld op het gebied van verkeer (snelheidscontroles
e.d.). Deze taken moeten door de gemeentelijke toezichthouders (met opsporingsbevoegdheid) worden uitgevoerd.
3.2.5. Ondermijnende criminaliteit
Ondermijnende criminaliteit bestaat uit alle vormen van misdaad die een bedreiging vormen voor de integriteit van onze samenleving. Denk aan zaken als cybercrime, drugshandel en -productie, mensenhandel, wapenhandel etc. Maar ook onderwerpen als het (op grote schaal) ontduiken van belasting, crimineel geld witwassen of frauderen met vastgoed, uitkeringen of overheidssubsidies. De aanpak van georganiseerde misdaad vraagt om een georganiseerde overheid en een integrale aanpak.
De verbinding tussen bestuurs- en strafrecht is belangrijk voor een goede aanpak van ondermijnende criminaliteit en een level-playing-field. De Provincie Noord-Brabant heeft aangegeven dat een borging van deze verbinding met de U&H-strategie dient te worden bereikt. De afstemming met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving is in de strategie geregeld via de lijn van de LHSO. Dit komt erop neer dat individuele casussen vanuit het VTH-domein (via AOV’ers) worden geagendeerd bij het basisteam driehoek (artikel 13 lid 1 van de Politiewet 2012) of de lokale driehoek (artikel 13 lid 3 van de Politiewet 2012). Het jaarlijkse uitvoeringsprogramma is gebaseerd op zowel deze U&H-strategie als het Integraal Veiligheidsplan 2023-2026. Hiermee wordt een duidelijke link gelegd tussen de organen die belast zijn met bestuurs- en strafrechtelijke handhaving. Waarbij deze U&H-strategie en het jaarlijkse uitvoeringsprogramma afgestemd worden met de organen (politie en OM) die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving, met als doel prioriteiten met elkaar te delen waardoor afstemming van werkzaamheden kan plaatsvinden.
De integrale aanpak en samenwerking zijn gericht op de inzet van preventieve, bestuursrechtelijke, privaatrechtelijke, fiscale en/of strafrechtelijke instrumenten. Onderdeel van deze integrale aanpak is de bestuurlijke aanpak. Binnen de bestuurlijke aanpak neemt het openbaar bestuur maatregelen die de georganiseerde criminaliteit in de activiteiten belemmeren of frustreren. Wanneer de strafrechtelijke opsporing en vervolging door politie en justitie gecombineerd wordt met bestuurlijke en fiscale middelen, ontstaat de meest optimale vorm van de bestrijding van georganiseerde criminaliteit: de geïntegreerde aanpak. Hieraan werken verschillende partijen zoals gemeente, provincie, politie, OM, belastingdienst en bijzondere opsporingsdiensten. De ene keer zal dat leiden tot bestuurlijk, de andere keer tot fiscaal- of strafrechtelijk optreden.
3.2.6. Duurzaamheid
Nederland staat voor grote opgaven op het gebied van de leefomgeving. Er moet een groot aantal nieuwe woningen worden gebouwd, om de opwarming van de aarde te beperken moeten er locaties worden gevonden voor windmolens en zonnepanelen, en door klimaatverandering, de landbouw, woningbouw en bedrijvigheid staat de draagkracht van de bodem, het water en de biodiversiteit onder grote druk. Al deze opgaven komen samen op het beperkte grondgebied van Nederland. Het aanpakken ervan is een ingewikkelde puzzel, niet alleen omdat voor bestaande en nieuwe functies ruimte moet worden gevonden, maar ook omdat daarbij rekening moet worden gehouden met de interactie tussen het benodigde ruimtegebruik. Hoe kunnen woonwijken niet alleen snel worden aangelegd maar ook zodanig dat ze bestand zijn en blijven tegen langere periodes van droogte, warmte en heftigere regenbuien, hoe kan de uitkoopregeling voor de landbouw tegelijkertijd bijdragen aan de vermindering van de stikstofdepositie op natuurgebieden en de aanpak van verdroging, en hoe kunnen windturbines en zonnepanelen een plaats krijgen zonder landschappen al te veel aan te tasten en met draagvlak onder de bevolking? Deze vraagstukken op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie, stikstofdepositie e.d. raken ook de VTH-taken op gemeentelijk niveau.
3.3 Gemeentelijke ontwikkelingen en beleid
3.3.1 Collegewerkprogramma 2022-2026 “Samen aan de slag”
Deze bestuursperiode is naast de uitvoering van alle normale werkzaamheden voor onze inwoners en bedrijven, vooral gericht op het (verder) uitvoeren van de grote projecten in onze gemeente. Denk hierbij aan het Religieus Erfgoed in Oudenbosch, de nieuwe dorpshuizen in Hoeven, Stampersgat en Bosschenhoofd, de vernieuwbouw van het Markland College en de reconstructie van het centrum van Oud Gastel.
Voor zowel het gewone werk als voor de projecten geldt dat wij hierbij graag willen samenwerken met onze inwoners en ondernemers. Sterker nog, wij willen onze inwoners en ondernemers meer dan ooit centraal stellen bij de uitvoering van onze taken en projecten. Dit doen we op allerlei manieren, maar vooral ook door goed te luisteren naar inbreng, hiermee aan de slag te gaan en dit ook duidelijk terug te koppelen. Meer dan vroeger leveren wij hiervoor ook maatwerk per doelgroep. We maken het gemeentebestuur beter zichtbaar en aanspreekbaar met het gebruik van moderne communicatiemiddelen, zoals bijvoorbeeld sociale media. Wij hopen met deze werkwijze ook het vertrouwen in de overheid en het gemeentebestuur in het bijzonder, te kunnen versterken.
Uit het nieuwe collegewerkprogramma blijkt dat er voor een groot gedeelte sprake is van het voortzetten van huidig beleid. In de komende periode kunnen we profiteren van al het werk dat de afgelopen periode al verzet is. Dit gaat bijvoorbeeld om verbetering van werkprocessen, het uitvoeren van taken en projecten en diverse voorbereidende werkzaamheden.
Naast het voortzetten van bestaand beleid wordt nieuw beleid vooral ingezet binnen de thema’s woningbouw, verkeer, afval en dienstverlening. Participatie en communicatie zijn daarbij een belangrijke rode draad voor zowel het bestaand beleid als voor nieuw beleid. Een gezond financieel beleid met oog voor de vermogenspositie en het weerstandsvermogen van de gemeente blijft een belangrijke randvoorwaarde.
Alle ambities en speerpunten voor de komende bestuursperiode zijn in dit collegewerkprogramma overzichtelijk aangegeven per programma. De programma’s zijn: Bestuur en burgerzaken, Veiligheid, Openbare Ruimte, Ruimtelijke- en Economische ontwikkelingen, Zorg, Jeugd en Participatie, Onderwijs, Sport en Cultuur en Financiën.
Daarnaast is een onderdeel over de bedrijfsvoering opgenomen, waarin wordt aangegeven wat de aandachtspunten vanuit het collegewerkprogramma voor de gemeentelijke organisatie zijn.
3.3.2 Omgevingsvisie
Op 10 februari 2022 heeft de gemeenteraad de Omgevingsvisie Halderberge vastgesteld.
Halderberge heeft de ambitie om de komende 10 tot 20 jaar verder te gaan ontwikkelen als een gemeente waar het prettig en veilig wonen, werken, leven en recreëren is. Met de omgevingsvisie willen we op deze vlakken bereiken dat Halderberge aantrekkelijk blijft én nog aantrekkelijker wordt. We noemen dat “het versterken van de kwaliteit van de leefomgeving”. Dat kan door de waarden te versterken én door bij te dragen aan de opgaven.
Bij de waarden gaat het om de vraag wat kenmerkend is voor Halderberge en Halderberge uniek maakt. Het DNA van Halderberge! Dit is per kern of gedeelte van het buitengebied beschreven.
De opgaven zijn de speerpunten van beleid waar we aan willen werken. We kiezen in deze omgevingsvisie voor negen algemene speerpunten. Deze speerpunten zijn:
1Werken aan een duurzame en klimaatbestendige omgeving;
2Werken aan een gezonde en veilige leefomgeving;
3Versterken van de biodiversiteit;
4Behoud en (her)ontwikkeling van bijzonder cultureel erfgoed;
5Behoud en versterking van een aantrekkelijk buitengebied;
6Versterken aantrekkelijkheid voor recreanten en toeristen;
7Zorgen dat het in Halderberge goed wonen is voor iedereen;
8Behoud van actieve dorpen en een actieve samenlevingen
9Bieden van een aantrekkelijk economisch klimaat.
Er zijn opgaven die voor de hele gemeente gelden. Ook is er per kern of deelgebied een aanvulling gemaakt.
We nodigen iedereen uit om met goede initiatieven te komen om de leefomgeving mooier en beter te maken. Het is wenselijk als deze initiatieven binnen de omgevingsvisie passen; dat wil zeggen dat ze passen binnen de waarden en opgaven die in dit document zijn benoemd. Zo versterken we met elkaar de waarden en dragen we bij aan de opgaven. Deze omgevingsvisie kan dus gebruikt worden als een soort toetsingskader waarin te zien is aan wat voor zaken we denken en op welke vlakken we inwoners, ondernemers en organisaties in Halderberge willen uitnodigen om samen met ons te werken aan de toekomst.
De omgevingsvisie vraagt op sommige punten ook een actieve rol van een lokale overheid. De omgevingsvisie geldt daarom ook voor de gemeente en haar ketenpartners.
3.3.3 Omgevingsplan en Bopa Beleid
De Omgevingswet geeft opdracht om vóór 1 januari 2032 voor het gehele grondgebied van de gemeente één Omgevingsplan vast te stellen. Tot de vaststelling van dat Omgevingsplan gelden de regels uit de huidige bestemmingsplannen. Binnen Halderberge wordt nu stapsgewijs gewerkt aan de totstandkoming van het Omgevingsplan.
Daarnaast introduceert de Omgevingswet de term “Buitenplanse omgevingsplan activiteit (Bopa)”. Dit komt neer op initiatieven die niet binnen het Omgevingsplan (momenteel nog de bestemmingsplannen) passen. Het is de bedoeling om bij aanvragen van initiatieven die niet (rechtstreeks) in het Omgevingsplan c.q. de bestemmingsplannen passen te beoordelen of die initiatieven toch kunnen worden toegestaan. Hiervoor dient er beleid als een beoordelingskader beschikbaar te zijn. Onder de Wabo was dit het “kruimelbeleid”. Momenteel is er een Bopa-beleidskader in ontwikkeling. Tot de vaststelling van dat Bopa beleid worden dit soort verzoeken beoordeeld aan de hand van het “kruimelbeleid”.
3.3.4 Wkb-beleid
Als nieuw stelsel met een nieuwe systematiek biedt de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen voor de technische bouwactiviteit gemeenten op enkele onderdelen de gelegenheid om uitvoeringsbeleid vast te stellen. Het gaat er met name om in hoeverre vertrouwd kan worden dat marktpartijen, binnen het nieuwe stelsel, uit zichzelf aan wettelijke verplichtingen zullen voldoen als de gemeenten zich niet meer of minder bezighouden met het toezicht daarop. Gemeenten kunnen beleid ontwikkelen in hoeverre zij, als blijvend bevoegd gezag in het kader van de handhaving, binnen het nieuwe wettelijke kader, zicht of grip willen houden op de bouwtechnische toets en het bouwtechnische toezicht. Momenteel wordt onderzocht of hiervoor een Wkb-beleidskader wenselijk is om te ontwikkelen.
3.3.5 Woonvisie 2021-2025
De Woonvisie 2021-2025 is op 7 oktober 2021 vastgesteld door de gemeenteraad.
In deze woonvisie wordt ingegaan op de hedendaagse ontwikkelingen op het gebied van wonen. Daarbij ligt het accent op 4 zogenaamde woonwaarden; deze lopen als een rode draad door de woonvisie:
•Goed wonen voor iedereen in een groen, veelzijdig en landelijk woonmilieu
•De vijf dorpen met unieke kernkwaliteiten
•Duurzame ontwikkeling in bouwen en wonen
•Ruimte voor initiatief en samenwerking
In de komende jaren zetten we in op:
•Leefbaarheid van de kernen
•Verduurzaming van de woningmarkt
•Betaalbaarheid en beschikbaarheid
•Levensloopbestendig en toekomstgericht
•Wonen en zorg
3.3.6 (ontwerp) Woonzorgvisie 2024-2040
Momenteel wordt er gewerkt aan Woonzorgvisie 2024-2040.
De gemeente Halderberge wil dat al haar inwoners goed kunnen wonen. Ook ouderen en inwoners met een zorg- of ondersteuningsvraag. Hiervoor heeft de gemeente een woonzorgvisie opgesteld. Deze is in ontwerp gereed.
In deze woonzorgvisie worden de ambities op de huisvestings- en ondersteuningsopgave naar wonen, welzijn en zorg voor met name ouderen en de overige aandachtsgroepen vastgelegd. Wij zetten ons in op drie ambities:
•Ambitie op wonen: Geschikte woningen voor onze inwoners in leefbare en vitale wijken.
•Ambitie op welzijn: Onze inwoners wonen in een omgeving die samenredzaamheid, meedoen en ontmoeting stimuleert.
•Ambitie op (ouderen)zorg: Onze inwoners zijn zoveel als mogelijk zelfredzaam, als gemeente zetten we in op bewustwording, preventie en passende ondersteuning waar nodig.
3.3.7 Economische visie 2021-2025
In de Economische Visie Halderberge 2021-2025 wordt de ambitie geuit om de komende jaren meer halen uit bestaande bedrijven en voorzieningen. Op de bedrijventerreinen, in de kernen en in het buitengebied. Door te werken aan goede bedrijfshuisvesting en een aantrekkelijke bedrijfsomgeving voor alle ondernemers. Door wat Halderberge te bieden heeft in de spotlight te zetten. En door een sterkere samenwerking tussen ondernemers, onderwijs en gemeente.
3.3.8 Integraal Veiligheidsplan 2023-2026
Artikel 38b van de Politiewet 2012 bepaalt, dat de gemeenteraad, ten minste eenmaal in de vier jaar, de doelen vaststelt die de gemeente op het terrein van de veiligheid nastreeft door de handhaving van de openbare orde en de hulpverlening door de politie. Hiertoe is het ‘Integraal Veiligheidsplan 2023-2026’ vastgesteld. Met de uitvoering van de VTH-taken wordt een zo optimaal mogelijke bijdrage geleverd aan doelen uit het IVP.
Veiligheid is één van de belangrijkste aandachtsgebieden van de overheid. Gemeenten hebben hierin een cruciale rol samen met veiligheidspartners waaronder politie, OM, VRMWB, Zorg- en Veiligheidshuis De Markiezaten en inwoners, organisaties en ondernemers. Gezamenlijk worden maatregelen voorbereid, instrumenten ingezet, nieuwe creatieve oplossingen bedacht en verbindingen gelegd met flankerend beleid. De gemeente heeft daarbij de regierol: zij verbindt, initieert, inspireert, (co)financiert en bewaakt. De gezamenlijke aanpak richt zich op sociale en fysieke veiligheidsthema’s. Sociale veiligheid heeft betrekking op dreigingen, overlast en criminaliteit veroorzaakt door mensen onderling. Fysieke veiligheid gaat over de bedreiging van gezondheid en goederen door allerhande ongevallen in de natuur of technologie. Elk thema brengt zijn eigen voor de hand liggende partners met zich mee en kent zijn eigen dilemma’s en oplossingen.
Als gemeente investeren we in de veiligheid van onze inwoners, zodat inwoners zich veilig voelen in de eigen leefomgeving. Soms nemen we hierin de leiding en soms ondersteunen we. In onze aanpak staat preventie voorop, waarbij we doorpakken daar waar het nodig is. Samen met inwoners en andere partners streven we naar een veilige en prettige omgeving om te wonen, werken en recreëren. Een samenleving waarin inwoners weerbaar zijn, zich beschermd weten en zich veilig voelen, waarin overlast en criminaliteit zo veel als mogelijk voorkomen worden, waarin aanwezige overlast en criminaliteit stevig aangepakt worden.
De veiligheidsvraagstukken in de gemeenten van het politiedistrict ‘De Markiezaten’ en de lokale accenten zijn leidend voor hetgeen in het IVP is opgenomen. De gemeenteraad vervult een kaderstellende rol en heeft de doelen van het veiligheidsbeleid vastgesteld voor de periode tot en met 2026. Het zal daarbij steeds vaker gaan om gezamenlijk ontwikkelde beleidsdoelen aangezien veiligheid zich niet beperkt tot de gemeentegrenzen.
Het jaarlijkse uitvoeringsprogramma is gebaseerd op deze U&H-strategie en het IVP. Hiermee wordt een duidelijke link gelegd tussen de organen die belast zijn met bestuurs- en strafrechtelijke handhaving.
3.3.9 Openbare orde en veiligheid
Binnen de openbare orde en veiligheid van de gemeente Halderberge is de toezicht en handhaving een belangrijk aspect. Het gaat hierbij met name over de regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Denk hierbij aan naleving van de regels van de Algemene plaatselijke verordening, kleine verkeersovertredingen en overtredingen van bijzondere wetten zoals de Alcoholwet. Toezicht en handhaving in de openbare ruimte is een gedeeltelijke verantwoordelijkheid van gemeente en politie. De gemeente zorgt met boa’s voor de ogen en oren op straat en kunnen daar ingrijpen waar de leefbaarheid wordt aangetast door overtredingen die overlast veroorzaken en tot kleine ergernissen leiden. De politie is primair aan zet wanneer het gaat om het handhaven van de openbare orde en veiligheid. Boa’s en politie vullen elkaar dus aan en dragen samen zorg voor leefbaarheid en veiligheid op straat.
3.3.10 Evenementenbeleid
De gemeente Halderberge is een groene en toeristische gemeente. In de gemeente wordt ook een groot aantal evenementen georganiseerd. Het aanbod van deze evenementen is divers. Te alle tijden wordt er gestreefd naar een goede balans tussen de positieve effecten van de evenementen en de woon-en leefomgeving. Ook de belangen van de organisatoren en de directe omwonenden worden hierbij meegenomen. Er wordt gestreefd naar het borgen en beperken van de risico’s op het gebied van de openbare orde en veiligheid, zedelijkheid volksgezondheid en het milieu. Het evenementenbeleid biedt hiervoor de kaders en de eisen die aan evenementen worden gesteld.
3.3.11 Damoclesbeleid 2020 district Markiezaten Gemeente Halderberge
De burgemeester treedt streng op tegen de illegale handel in drugs. Dit doet hij vanuit het oogpunt van de openbare orde en veiligheid, het beschermen van het woon- en leefklimaat en de volksgezondheid. Het voorkomen en bestrijden van de negatieve effecten van drugshandel blijft ook de komende jaren van groot belang. De acht gemeenten van district De Markiezaten hebben gezamenlijk een integraal veiligheidsplan opgesteld. Het aanpakken van de georganiseerde criminaliteit is één van de strategische opgaven waar wij ons voor inzetten. Een stevige integrale aanpak maakt hier onderdeel van uit. Een zo veel als mogelijk gelijk Damoclesbeleid en het consequent uitvoeren van dit beleid vormt de basis.
In artikel 13b Opiumwet is voor de burgemeester een juridisch instrument opgenomen om op te treden tegen deze misstanden. In deze beleidsregel staat omschreven op welke manier door de burgemeester gebruik wordt gemaakt van zijn bevoegdheid. Een strikte handhaving is noodzakelijk om overlast en andere negatieve verschijnselen tegen te gaan. Deze aanpak is niet nieuw. Binnen de acht gemeenten van district De Markiezaten bleek echter dat gemeenten op uiteenlopende wijze invulling geven aan de bevoegdheid. Daarnaast is vanaf 1 januari 2019 artikel 13b Opiumwet gewijzigd. Daarom is het Damoclesbeleid binnen de acht gemeenten geactualiseerd. Omdat georganiseerde criminaliteit niet stopt bij de gemeentegrenzen is getracht zoveel mogelijk districtelijke eenheid te creëren om een waterbedeffect tegen te gaan. Tot slot creëren de burgemeesters duidelijkheid voor overtreders, handhavingspartners en overige betrokkenen met deze beleidslijn. Met deze beleidslijn wordt beoogd:
•Te voorkomen en beheersen van de negatieve effecten van de handel in en het gebruik van drugs op het openbare leven en andere lokale omstandigheden;
•Illegale handel te beëindigen en beëindigd te houden;
•Bekendheid weg te nemen van het pand waarin de handel plaatsvindt;
•De loop naar het pand te doorbreken;
•De aangiftebereidheid/signaalfunctie van de burgers te stimuleren.
3.3.12 Brabantse norm weerbare overheid
Eén gezamenlijke aanpak voor alle Brabantse gemeenten en de provincie om ondermijning en criminele activiteiten te voorkomen. Dat is het doel van de ‘Brabantse norm weerbare overheid'. Het is een handreiking aan gemeenten om criminele activiteiten te signaleren en te voorkomen. Criminelen maken gebruik van subsidieregelingen of vragen vergunningen aan. Dat vraagt om een overheid die weerbaar is tegen ondermijning. De handreiking helpt gemeenten te werken aan een Brabant-brede manier van werken. Dat voorkomt dat criminelen die bot vangen bij de ene gemeente elders gaan ‘winkelen’ en zo hun slag slaan. De Brabantse norm is een groeimodel. Er worden tips gegeven om te werken aan bewustwording, informeren en het beveiligen van informatie, beleid en handhaving en een veilige werkomgeving met aandacht voor integriteit. We implementeren deze norm binnen de VTH-werkzaamheden en -werkprocessen van onze organisatie.
Een belangrijk onderdeel daarvan is het toepassen van de Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen openbaar bestuur (Wet Bibob). De Wet Bibob is een (preventief) bestuursrechtelijk instrument. Als er een ernstig gevaar dreigt dat bijvoorbeeld een vergunning wordt misbruikt, kan het bevoegd gezag de aanvraag weigeren of de afgegeven vergunning intrekken. Zo wordt voorkomen dat de overheid criminele activiteiten faciliteert en wordt bovendien de concurrentiepositie van bonafide ondernemers beschermd. Om de mate van gevaar te bepalen, kunnen we advies aanvragen bij het Landelijk Bureau Bibob (LBB). In Halderberge toetsen we aan de “Beleidsregel voor de toepassing van de Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur 2019”.
7. Strategie en uitvoering
7.2 Vergunningenstrategie
Risicogericht toetsen
Het risicogericht toetsen sluit aan bij de intentie van de Omgevingswet (inclusief de Wkb) om zoveel als mogelijk vrijheden en verantwoordelijkheden bij inwoners en ondernemers te laten. Het risicogericht toetsen maakt het voor Halderberge mogelijk om de beschikbare capaciteit en beschikbare kwaliteit daarin te zetten waar dat het meeste nodig is en op die manier zoveel mogelijk maatwerk toe te passen. Door risicogericht te werken kunnen activiteiten uit de risicomatrix / prioriteitenlijst (bijlage 2) met een verlaagd risico minder streng worden getoetst dan activiteiten met een verhoogd risico.
Bij het risicogericht toetsten komt de prioritering van de activiteiten, zoals bepaald in de risicomatrix / prioriteitenlijst (bijlage 2) samen met het diepteniveau waarop een aanvraag om een vergunning getoetst wordt aan wet- en regelgeving. Dit leidt tot de volgende toets-intensiteit:
Prioriteit
Toetsingsniveau
Zeer hoog / hoog
Niveau 3
Gemiddeld
Niveau 2
Laag / Zeer laag
Niveau 1 of 0
Wel dient er bij de bepaling van de prioriteit en het toetsingsniveau steeds rekening gehouden te worden met de lokale afwijkingen van de risicomatrix / prioriteitenlijst zoals genoemd in hoofdstuk 6. In die gevallen geldt een hogere toets-intensiteit. Dit geldt ook voor (concept)aanvragen waarvan tevoren bekend is dat er omstandigheden zijn die extra gevoeligheden meebrengen. In die gevallen zal qua toetsing zoveel mogelijk maatwerk worden toegepast.
Toetsingsniveaus
Niveau 3
Volledig toetsen; alles in samenhang controleren. Gecontroleerd wordt of de uitgangspunten op de stukken, aangeleverd om het betreffende aspect te kunnen toetsen, in de juiste vorm zijn. Van ieder te toetsen aspect wordt nagegaan of de uitgangspunten juist zijn en worden de uitkomsten gecontroleerd en/of nagerekend.
Niveau 2
Representatief toetsen: controle van de toonaangevende onderdelen. Gecontroleerd wordt of de uitgangspunten op de aangeleverde stukken om het betreffende aspect te kunnen toetsen in de juiste vorm zijn. Van ieder te toetsen aspect wordt nagegaan of de uitgangspunten juist zijn en of de uitkomsten aannemelijk zijn. De belangrijkste aangeleverde gegevens en berekeningen worden gecontroleerd, dan wel nagerekend.
Niveau 1
Uitgangspuntentoets en visueel toetsen;
-Bevatten de stukken voldoende informatie over de uitgangspunten? Gecontroleerd wordt of de globale uitgangspunten op de stukken die zijn aangeleverd om het desbetreffende aspect te kunnen toetsen, in voldoende mate en in samenhang zijn weergegeven.
-Kloppen de uitgangspunten en lijken de uitkomsten aannemelijk? Gecontroleerd wordt of de uitgangspunten op de stukken die zijn aangeleverd om het betreffende aspect te kunnen toetsen in de juiste vorm zijn, waarbij van ieder te toetsen aspect wordt nagegaan of de uitgangspunten juist zijn en of de uitkomsten aannemelijk.
Niveau 0
Het niet of zeer globaal beoordelen of aan een voorschrift wordt voldaan.
Samenwerking bij vergunningverlening
Vergunningaanvragen worden beoordeeld vanuit de benodigde disciplines en afhankelijk van de aangevraagde activiteit vindt samenwerking plaats met diverse interne en externe adviseurs.
Voor zover er (ingevolge de Wkb) nog sprake is van aanvragen die een technische bouwplantoetsing nodig hebben, worden die aanvragen getoetst door een extern bureau (SWECO). Binnen de De6 samenwerking wordt de mogelijkheid onderzocht om de constructeurstaak samen uit te voeren met eigen medewerkers.
Voor de toetsing van (brand)veiligheidsaspecten bij vergunningverlening vraagt de gemeente een advies bij de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant.
Bouwplannen worden voorgelegd aan een gemeentelijke adviescommissie; de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (hierna; CRK). Deze commissie bestaat uit onafhankelijke externe deskundigen met een ambtelijk secretaris en ambtelijk adviseur. De CRK voert de welstandstoetsing uit en adviseert hierover aan het college van burgemeester en wethouders bij het verlenen van een omgevingsvergunning. Daarnaast adviseert de CRK over plannen met de activiteit “monumenten”. In een aantal gevallen kan ook de “Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed” en de provincie Noord-Brabant over een vergunningaanvraag adviseren.
Het overhevelen van het basistakenpakket en alle overige milieutaken naar de OMWB betekent voor de gemeente Halderberge dat de VTH (mileu-)taken extern worden uitgevoerd. De vergunningverlening met betrekking tot milieubelastende activiteiten (hierna MBA) is door de gemeente Halderberge gemandateerd aan de OMWB. Bij een aanvraag om vergunning die betrekking heeft op meerdere activiteiten heeft de gemeente de regie op het proces en wordt het besluit door de gemeente genomen.
7.3 Toezichtstrategie
Risicogestuurd toezicht
Risicogestuurd toezicht (RGT) wordt ingezet vanuit de visie “meer toezicht waar nodig, minder waar mogelijk”. Het doel is de aandacht van toezicht vooral te leggen op die locaties waar een verhoogd risico aanwezig is, zowel op aspecten van veiligheid als op niet-naleving van de wet- en regelgeving. De doelstelling is dook dat het RGT geen verzwaring van de toezichtlast in zijn totaliteit tot gevolg heeft. Op bedrijfsniveau kan RGT wel een vermindering of verzwaring van de toezichtlast geven, afhankelijk van het risicoprofiel van het betrokken bedrijf.
Planning toezicht
De planning vindt plaats op taak, projectbasis of thema. De taken zijn opgenomen in de vastgestelde risicomatrix / prioriteitenlijst (bijlage 2), waarbij de prioriteit is bepaald.
Planning op projectbasis houdt in dat vooraf bepaald wordt welke handhavingspartners deelnemen en waarop (minimaal) gecontroleerd gaat worden.
Planning op thema houdt in dat er alleen gecontroleerd wordt op een bepaald onderdeel van de taak.
Opleveringscontrole
In de planning wordt rekening gehouden met het uitvoeren van opleveringscontroles. Na ontvangst van een melding van de vergunninghouder dat de betreffende activiteit gereed is, vindt (steekproefsgewijs) een opleveringscontrole plaats. Dit kan een fysieke of een administratieve controle zijn.
Bouwen
Voor bouwen hanteren we de volgende uitgangspunten:
1We programmeren het bouwtoezicht aan de hand van toegekende prioriteiten uit de risicomatrix / prioriteitenlijst (bijlage 2) met het daaraan gekoppelde toezichtspercentage.
2De mate van bouwtoezicht voor bouwwerken waarop de Wkb van toepassing is, is geregeld in het Wkb-beleidskader.
3We passen RGT toe.
Milieu
Voor het bepalen van het jaarlijks milieutoezicht (gebruiksfase) geldt een afwijkende procedure. Hiervoor hanteren we de volgende uitgangspunten:
1Allereerst houden we rekening met taken en werkzaamheden die voortvloeien uit het Gemeenschappelijk Uitvoeringskader (GUK). Het GUK bevat een meerjarenprogramma met branchgerichte prioritering. Deze regionale kaders prevaleren boven de kaders uit deze U&H-strategie. De verplichtingen die voortvloeien uit het GUK nemen we op in het jaarlijks werkprogramma OMWB. Het GUK stelt iedere gemeentelijke deelnemer van de OMWB vast en is onder andere gebaseerd op een regionale omgevingsanalyse.
2Vervolgens programmeren we het milieutoezicht aan de hand van de toegekende prioriteiten uit de risicomatrix / prioriteitenlijst (bijlage 2) met het daaraan gekoppelde toezichtspercentage.
3We passen RGT toe.
Brandveiligheid
Voor brandveiligheid hanteren we de volgende uitgangspunten:
1We nemen in het jaarlijks uitvoeringsprogramma de prioriteiten op die door het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant zijn vastgelegd in het basistakenpakket (BTP).
2Vervolgens bepalen we het toezicht aan de hand van de prioriteiten uit de risicomatrix / prioriteitenlijst (bijlage 2) en het daarbij behorende toezichtpercentage.
3We passen RGT toe.
APV / bijzondere wetten
Voor het programmeren van het toezicht dat onderdeel is van de taken uit de APV en bijzondere wetten hanteren we de volgende uitgangspunten:
1De capaciteit voor het toezicht programmeren we aan de hand van de toegekende prioriteiten uit de risicomatrix / prioriteitenlijst (bijlage 2) met het daaraan gekoppelde toezichtpercentage.
2We werken met gebiedsboa’s en boa’s met een taakaccent, bijvoorbeeld horeca.
3We stellen voor de inzet van de boa’s werkroosters op en plannen jaarlijks project- en themacontroles in (bijvoorbeeld toezicht op schenken alcoholhoudende dranken en afvalscheiding.) De toezichtpercentages die voortvloeien uit de risicomatrix / prioriteitenlijst (bijlage 2) passen we als leidraad toe bij het bepalen van de jaarlijkse inzet op de uitvoering van de verschillende taken / thema’s.
Toezicht op algemene regels
Door deregulering en lastenverlichting is een aantal vergunningen en meldingen vervangen door algemene regels. Dergelijke activiteiten moeten voldoen aan de algemene regels. Daarnaast kennen diverse wetten en verordeningen verbodsbepalingen waarop toezicht gehouden wordt. Het vergt van de overheid (extra) inspanning om de locaties die niet vergunnings-/meldingsplichtig zijn en wel aan algemene regels moeten voldoen in beeld te brengen en te houden om de toezichtstaak naar behoren uit te kunnen voeren. Om de niet bekende locaties op te sporen en te controleren op de algemene regels en toe te zien op algemene verbodsbepalingen wordt hiermee in de capaciteitsplanning rekening gehouden.
Controle op illegale activiteiten
Naast het toezicht houden op verleende vergunningen, ingekomen meldingen en de algemene regels is er capaciteit nodig voor het opsporen van illegale activiteiten. In het uitvoeringsprogramma wordt capaciteit opgenomen voor vrije surveillance om illegale activiteiten op te sporen. Dit kan zijn het illegaal bouwen, illegaal storten van afval, strijdig gebruik van percelen en/of gebouwen, etc. Het is mogelijk om, eventueel met partners, op projectmatige wijze te controleren en hieraan bepaalde prioriteiten te verbinden. De projecten worden in het uitvoeringsprogramma opgenomen.
Klachten
Het indienen van klachten is een instrument voor inwoners en ondernemers (en in sommige gevallen overheden) om de gemeente te attenderen op een (mogelijke) overtreding van wet- en regelgeving. Om een kwalitatief goede dienstverlening te borgen is het van belang dat een klacht volgens de daarvoor gemaakte werkafspraken in behandeling wordt genomen.
Klachten met betrekking tot de fysieke leefomgeving kunnen betrekking hebben op één of meerdere instanties. Wanneer de behandeling van de klacht niet (primair) bij de gemeente ligt, wordt deze doorgezet naar de betreffende instantie, zoals OMWB, Waterschap Brabantse Delta, VRMWB of politie.
Wij nemen, in beginsel, alle klachten binnen twee werkdagen in behandeling (ongeacht de aan de taak toegekende prioriteit waarop de klacht betrekking heeft). Een toezichthouder zal de situatie op locatie beoordelen en wij zullen de klager, indien gewenst, informeren over de verdere afhandeling van de klacht. In het geval van een klacht, is de gemeente niet aan een beslistermijn gebonden, echter streven wij ernaar om de klager, maar ook de mogelijke overtreder, zo snel mogelijk duidelijkheid te verschaffen. Waar mogelijk, en zoveel als mogelijk, proberen wij ook naast een eventuele formele procedure ook via buurtbemiddeling en/of mediation een oplossing te bereiken.
Integrale aanpak
Een van de primaire taken van een gemeente is het scheppen en borgen van een veilige leefomgeving voor de inwoners. Hierin speelt het onderwerp ondermijnende criminaliteit een belangrijke rol. Een samenleving waar criminele groepen hun activiteiten zonder al te veel problemen kunnen uitvoeren en hierin misschien onbewust worden gefaciliteerd door de overheid, mondt uit in een vrijstaat en is onacceptabel. Onderzoeken laten zien dat de ondermijnende criminaliteit een florerende industrietak is. Daarom voert de gemeente toezicht uit en werkt de gemeente conform een Bibob-beleid. Gemeentelijk toezicht wordt uitgevoerd door een toezichthouder (al dan niet met opsporingsbevoegdheid). Ieder vanuit hun eigen rol en bevoegdheden kunnen met toezicht bijdragen aan de signalering en aanpak van ondermijning. Deze toezichtstaken worden door de gemeente in samenwerking uitgevoerd met andere handhavingspartners zoals politie, belastingdienst, UWV, Douane, OMWB, brandweer e.d. Waarbij gemeente met name een signalerende functie en initiërende rol heeft.
7.4 Handhavingsstrategie
Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht
Bevoegde overheden en handhavingsinstanties in Nederland hebben gezamenlijk de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (hierna LHSO) vastgesteld. Ook de gemeente Halderberge werkt conform de LHSO en stelt de LHSO vast. Met de LHSO grijpen overheden passend en uniform in bij bevindingen die gedaan zijn tijdens toezicht. Zo zorgt de LHSO voor een gelijk speelveld. Verder verbindt de LHSO het bestuurs- en strafrecht met elkaar.
De LHSO is de opvolger van de LHS uit 2014. In de kern is de strategie nagenoeg onveranderd. Wat anders is, is dat de aansluiting op de Omgevingswet goed wordt gelegd, terminologie wordt geactualiseerd en de bestuurlijke boete wordt toegevoegd. Verder is de relatie tussen bestuursrecht en strafrecht (nog) beter beschreven en geborgd. De LHSO is toegevoegd als bijlage 4.
Verzoek tot handhaving
Een verzoek tot handhaving is een instrumenten voor inwoners en ondernemers (en in sommige gevallen overheden) om de gemeente te attenderen op (mogelijke) overtreding van wet- en regelgeving. Om een kwalitatief goede dienstverlening te borgen is het van belang verzoeken tot handhaving in overeenstemming met de daarvoor gemaakte werkafspraken in behandeling worden genomen. Een verzoek tot handhaving wordt altijd in behandeling genomen en afgewerkt binnen de daarvoor geldende wettelijke termijn. Een toezichthouder zal de situatie op locatie beoordelen en wij zullen de verzoeker informeren over de verdere afhandeling van het verzoek tot handhaving. In het geval van een verzoek tot handhaving is de gemeente gebonden aan de in de Algemene wet bestuursrecht gestelde termijnen. Echter streven wij ernaar om de verzoeker, maar ook de mogelijke overtreder, zo snel mogelijk duidelijkheid te verschaffen. Dit impliceert niet dat dan ook altijd tot handhaving wordt overgegaan. Waar mogelijk proberen wij naast de formele procedure ook via buurtbemiddeling en/of mediation een oplossing te bereiken.
Uit jurisprudentie blijkt, dat een handhavingsbeleid dat erop gericht is om nooit op te treden tegen overtredingen met een lage prioriteit, niet toelaatbaar is. Dit betekent echter niet dat er geen prioriteiten mogen worden gesteld bij de handhaving. Prioriteitstelling is toegestaan om in het kader van efficiënte handhaving onderscheid te maken in de manier waarop uitvoering wordt gegeven aan de handhavingstaak. Prioritering kan van invloed zijn op de mate waarin toezicht wordt gehouden op de naleving van voorschriften. Echter, als een belanghebbende om handhaving verzoekt, mag hier niet uitsluitend verwezen worden naar prioriteitstelling. Van handhaving mag alleen onder bijzondere omstandigheden worden afgezien. De keuze van een bestuursorgaan om in verband met een beperkte handhavingscapaciteit een bepaalde overtreding een lage prioriteit toe te kennen, geldt niet als een bijzondere omstandigheid. Het orgaan zal dus na een verzoek om handhaving een afweging moeten maken in het individuele geval, waarbij rekening gehouden moet worden met de belangen van de verzoeker. Dit kan resulteren in het besluit om van handhaving af te zien, rekening houdend met het karakter van het overtreden voorschrift, het daarbij betrokken algemene belang en de belangen van de verzoeker. Leidt de afweging naar aanleiding van een verzoek van een belanghebbende tot het nemen van een sanctiebesluit, dan levert dit geen strijd op met het gelijkheidsbeginsel ten opzichte van gevallen waarin niet om handhaving is verzocht en geen sanctiebesluit is genomen, aangezien in die gevallen er geen omstandigheid aanwezig is waarbij in de bestuurlijke afweging rekening moet worden gehouden met een verzoek tot handhaving.
Richtlijn handhaving bij overtreding door de eigen organisatie.
Het kan voorkomen dat de eigen organisatie een handeling verricht die in strijd is met wet- en regelgeving. Als dit geconstateerd wordt moet hiertegen opgetreden worden. Om te zorgen dat er in voorkomende gevallen gelijkluidend zal worden opgetreden is deze richtlijn opgesteld.
1.Collegiaal overleg
In eerste aanleg zal er bij het constateren van een overtreding een collegiaal overleg plaats vinden. De toezichthouder die de overtreding heeft geconstateerd zal, nadat dit is afgestemd met de jurist handhaving, contact opnemen met de collega die betrokken is bij de gemaakte overtreding. Langs deze weg wordt getracht om de overtreding ongedaan te maken. Van het contact wordt door de toezichthouder een schriftelijke notitie gemaakt bestaande uit een controlerapport en de reactie van de collega die bij de gemaakte overtreding is betrokken. Beide documenten worden aan het handhavingsdossier toegevoegd.
2.Overleg MT
Indien het overleg niet leidt tot het opheffen van de overtreding na het collegiaal overleg zal de toezichthouder die de overtreding heeft geconstateerd de uitkomst van het gesprek terugkoppelen met de jurist handhaving. De toezichthouder en de jurist handhaving zullen de overtreding en het hieraan gekoppeld collegiaal overleg bespreken met de teamleider Klantzaken. Van dat contact wordt een schriftelijke notitie gemaakt, die aan het handhavingsdossier wordt toegevoegd. De teamleider Klantzaken zal de overtreding bespreken in het Managementteam (MT). Ook hiervan wordt een schriftelijke notitie gemaakt, die aan het handhavingsdossier wordt toegevoegd.
3.Advies burgemeester en wethouders
Als er via het MT geen overeenstemming bereikt wordt over de geconstateerde overtreding zal de jurist handhaving een advies voorleggen aan het college van burgemeester en wethouders. De beslissing van het college is dan bindend. Het advies, inclusief het besluit van het college, wordt in het handhavingsdossier opgenomen.
Richtlijn handhaving bij overtreding door andere overheden.
Het kan voorkomen dat andere overheden handelingen verrichten die in strijd zijn met wet- en regelgeving. Indien dit wordt geconstateerd, wordt hiertegen opgetreden zoals bij alle overige zaken. Dit gebeurt dan volgens de handhavingsstrategie die is vastgelegd in de LHSO. Hierbij dient te worden opgemerkt dat de bestuurlijk portefeuillehouder handhaving zo spoedig mogelijk in kennis wordt gesteld van een handhavingszaak.
Gedoogstrategie
Wet- en regelgeving zijn bedoeld om chaos te voorkomen en (beleids-)doelstellingen te bereiken. Het college en in voorkomende gevallen de burgemeester, hebben daarom een wettelijke plicht om handhavend op te treden tegen overtredingen van wet- of regelgeving. Dit handhavend optreden is ook het uitgangspunt. Er zijn echter situaties denkbaar waarbij handhaving tijdelijk niet wenselijk of zelfs onmogelijk is. Dit noemt ‘men’ ook wel gedogen: “De bevoegdheid om op basis van een algemene belangenafweging tijdelijk en doelbewust op grond van een schriftelijk verzoek van de overtreder onder voorwaarden via een besluit geheel of gedeeltelijk af te zien van handhavend optreden tegen een overtreding”. Gedogen blijft altijd een uitzondering op de hoofdregel, te weten handhavend optreden. De afgelopen periode van 13 jaren was er in Halderberge slechts één situatie waarin gedogen aan de orde was. Bij gedogen gaat het dus om zeer uitzonderlijke situaties en omstandigheden. Die vergen beslissingsruimte en dus zo weinig mogelijk regels om maatwerk te kunnen bieden. Daarbij komt dat gedogen aan het kader dient te voldoen van actuele jurisprudentie. Om binnen dat kader van actuele jurisprudentie het juiste maatwerk te kunnen leveren, passen daar wat Halderberge betreft geen gemeentelijke beleidsregels voor gedogen bij. Die zouden het gewenste maatwerk slechts bemoeilijken. Er wordt dus per gedoogsituatie bekeken hoe daarop besloten wordt en welke voorwaarden in een gedoogbesluit zullen worden opgenomen.
8. Organisatie en middelen
8.4 Uitbesteden
Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant
De omgevingsdienst werkt zichtbaar samen met de gemeente Halderberge aan een schone, duurzame en veilige omgeving. Dit door het uitvoeren van de VTH-taken (uitvoering en handhaving) op het gebied van milieu. Deze taken worden elk jaar vastgelegd in een werkprogramma.
Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant
Vele gemeentelijke taken op het gebied van brandveiligheid, rampenbestrijding en crisisbeheersing zijn uitbesteed aan de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant. Voor wat betreft brandveiligheid gaat het dan om advisering bij vergunningverlening en handhaving en het uitvoeren van toezicht en controles. De inzet van de brandweer is geregeld in het basistakenpakket. De inzet van de brandweer is verdisconteerd in de (totale) bijdrage van de gemeente aan de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant (VRMWB).
Bijlagen
Bijlage 1: Afkortingen
Bijlage 2 Risicomatrix/Prioriteitenoverzicht
Bijlage 3: Nadere omschrijving van de taken binnen de taakvelden Bouwen en Brandveiligheid
Bijlage 4: Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO)
Bijlage 1: Lijst met veel gebruikte afkortingen
Wetgeving en besluiten
AMvB Algemene Maatregel van Bestuur
APV Algemene Plaatselijke Verordening
Awb Algemene wet bestuursrecht
BARIM Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer
Bor Besluit omgevingsrecht
GUK Gemeenschappelijke uitvoeringskader
IPO Het Interprovinciaal Overleg
LHSO Landelijke Handhavingsstrategie
MBA Milieubelastende activiteit
Ow Omgevingswet
RGT Risicogestuurd toezicht
RO Ruimtelijke Ordening
VTH Vergunningen Toezicht en handhaving
VRMWB Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant
Wabo Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
Wet Bibob Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur
Wkb Wet kwaliteitsborging voor het bouwen
Wm Wet milieubeheer
Wro Wet ruimtelijke ordening
Organisaties
B&W College van burgemeester en wethouders
OMWB Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant
SSIB Samen Sterk in Brabant
VNG Vereniging Nederlandse Gemeenten
Overig
BOA Buitengewoon opsporingsambtenaar
DSO Digitaal Stelsel Omgevingswet
IBT Interbestuurlijk Toezicht
Bijlage 2: Risicomatrix/prioriteitenlijst (in De6-verband opgesteld)
Taakveld
Taak
Prioriteit
APV en Bijzondere wetten
Overlast - drugs (inclusief toepassing art. 13b Opiumwet)
1zeer hoog
APV en Bijzondere wetten
Afval - illegale stort chemisch
2hoog
APV en Bijzondere wetten
Afval - illegale stort overig
2hoog
APV en Bijzondere wetten
Overlast - vuurwerk
2hoog
APV en Bijzondere wetten
Drank- en Horeca - exploitatie
3gemiddeld
APV en Bijzondere wetten
Evenement - C (groot)
3gemiddeld
APV en Bijzondere wetten
Overlast - wonen
3gemiddeld
APV en Bijzondere wetten
Afval - zwerfvuil
3gemiddeld
APV en Bijzondere wetten
Overlast - openbare plaats en water
3gemiddeld
APV en Bijzondere wetten
Stoken
3gemiddeld
APV en Bijzondere wetten
Betoging, demonstratie, openbare manifestatie
4laag
APV en Bijzondere wetten
Drank en Horeca - leeftijd
4laag
APV en Bijzondere wetten
Overlast - jeugd
4laag
APV en Bijzondere wetten
Zwervers en daklozen
4laag
APV en Bijzondere wetten
Afval - containers
4laag
APV en Bijzondere wetten
Afval - inzameling
4laag
APV en Bijzondere wetten
Collecteren, venten, standplaatsen, prostitutie, reclame-uitingen en aanplakken
4laag
APV en Bijzondere wetten
Drank- en Horeca - sluitingstijd
4laag
APV en Bijzondere wetten
Drank- en Horeca - terras
4laag
APV en Bijzondere wetten
Evenement - A (melding / klein)
4laag
APV en Bijzondere wetten
Evenement - A (melding)
4laag
APV en Bijzondere wetten
Evenement - B (middel)
4laag
APV en Bijzondere wetten
Explosie
4laag
APV en Bijzondere wetten
Gebruik openbaar water
4laag
APV en Bijzondere wetten
Gebruik openbare plaats
4laag
APV en Bijzondere wetten
Overlast - geluid
4laag
APV en Bijzondere wetten
Kappen
4laag
APV en Bijzondere wetten
Markten
4laag
APV en Bijzondere wetten
Overlast - dieren
4laag
APV en Bijzondere wetten
Samen sterk in het buitengebied
4laag
APV en Bijzondere wetten
Seksbedrijf
4laag
APV en Bijzondere wetten
Speelgelegenheden, speelautomatenhallen, kansspelen
4laag
APV en Bijzondere wetten
Uitwegen
4laag
APV en Bijzondere wetten
Verkeer, parkeren en stallen
4laag
APV en Bijzondere wetten
Vuurwerk - verkoopvergunning
4laag
Bouwen
Illegale bouwactiviteiten
1zeer hoog
Bouwen
Bedrijven categorie 3
2hoog
Bouwen
Bedrijven categorie 4
2hoog
Bouwen
Monumenten
2hoog
Bouwen
Publiek categorie 2
2hoog
Bouwen
Publiek categorie 3
2hoog
Bouwen
Wonen categorie 3
2hoog
Bouwen
Bedrijven vergunningvrij
3gemiddeld
Bouwen
Publiek vergunningvrij
3gemiddeld
Bouwen
Wonen categorie 1 (eenvoudige kleine verbouwingen en bouwwerken)
3gemiddeld
Bouwen
Wonen categorie 2 (complexe verbouwingen en bouwwerken)
3gemiddeld
Bouwen
Bedrijven categorie 1 (eenvoudige kleine verbouwingen en bouwwerken)
4laag
Bouwen
Bedrijven categorie 2 (complexe verbouwingen en bouwwerken)
4laag
Bouwen
Overige (zoals bruggen, viaducten en tunnels)
4laag
Bouwen
Publiek categorie 1 (eenvoudige kleine verbouwingen en bouwwerken)
4laag
Bouwen
Wonen vergunningvrij
4laag
Brandveiligheid
Risicovolle bedrijven
1zeer hoog
Brandveiligheid
Gebouwgroep 1
2hoog
Brandveiligheid
Gebouwgroep 2
2hoog
Brandveiligheid
Gebouwgroep 3
2hoog
Brandveiligheid
Gebouwgroep 4
2hoog
Brandveiligheid
Gebouwgroep C
2hoog
Brandveiligheid
Brandveiligheid evenementen & overige plaatsen
3gemiddeld
Brandveiligheid
Gebouwgroep A
4laag
Brandveiligheid
Gebouwgroep B
4laag
Gebruik (bestemmingsplan)
Gebruik bouwwerken
2hoog
Gebruik (bestemmingsplan)
Huisvesting arbeidsmigranten
2hoog
Gebruik (bestemmingsplan)
Aanleggen
3gemiddeld
Gebruik (bestemmingsplan)
Gebruik grond
4laag
Milieu
Illegale milieuactiviteiten
1zeer hoog
Milieu
Afval(water)beheer
2hoog
Milieu
Autodemontagebedrijven
2hoog
Milieu
Benzinestation met LPG
2hoog
Milieu
Bijzondere woongebouwen
2hoog
Milieu
Chemische industrie; grootschalige opslag gevaarlijke stoffen, Bevi
2hoog
Milieu
Garages en autoherstelbedrijven
2hoog
Milieu
Horeca
2hoog
Milieu
Chemische industrie; kleinschalige opslag gevaarlijke stoffen
2hoog
Milieu
Natte en chemische wasserijen
2hoog
Milieu
Veehouderij
2hoog
Milieu
Besluit bodemkwaliteit
3gemiddeld
Milieu
Transport en distributiebedrijven
4laag
Milieu
Akkerbouw en open grond teelt
4laag
Milieu
Benzinestation zonder lpg
4laag
Milieu
Beurzen en evenementencomplexen
4laag
Milieu
Bouwmaterialenproducenten
4laag
Milieu
Bouwnijverheid en installatietechniek
4laag
Milieu
Crematoria
4laag
Milieu
Dienstverlening landbouw
4laag
Milieu
Diversen
4laag
Milieu
Energie- en waterbedrijven
4laag
Milieu
Gesloten bodemenergiesystemen
4laag
Milieu
Glastuinbouw
4laag
Milieu
Hotels, pensions en B&B's
4laag
Milieu
Hout- en meubelindustrie
4laag
Milieu
Jachthavens
4laag
Milieu
Kantoorgebouw
4laag
Milieu
Metalektro bedrijven
4laag
Milieu
Overige industrie
4laag
Milieu
Praktijkruimte
4laag
Milieu
Scheepswerven
4laag
Milieu
Scholen
4laag
Milieu
Sportvelden en sportgebouwen
4laag
Milieu
Voorzieningen en installaties
4laag
Milieu
Winkels
4laag
Milieu
Ziekenhuis, Verzorgingstehuis, Psychiatrische inrichting
4laag
Milieu
Zwembaden
4laag
Slopen
Illegale sloopactiviteiten
2hoog
Slopen
Sloopmelding met asbest
2hoog
Slopen
Sloopmelding (particulier kleiner dan 35 m2)
3gemiddeld
Slopen
Sloopmelding zonder asbest
4laag
Slopen
Sloopvergunning
4laag
Bijlage 2: Risicomatrix/prioriteitenlijst (in De6-verband opgesteld)
Taakveld
Taak
Prioriteit
APV en Bijzondere wetten
Overlast - drugs (inclusief toepassing art. 13b Opiumwet)
1zeer hoog
APV en Bijzondere wetten
Afval - illegale stort chemisch
2hoog
APV en Bijzondere wetten
Afval - illegale stort overig
2hoog
APV en Bijzondere wetten
Overlast - vuurwerk
2hoog
APV en Bijzondere wetten
Drank- en Horeca - exploitatie
3gemiddeld
APV en Bijzondere wetten
Evenement - C (groot)
3gemiddeld
APV en Bijzondere wetten
Overlast - wonen
3gemiddeld
APV en Bijzondere wetten
Afval - zwerfvuil
3gemiddeld
APV en Bijzondere wetten
Overlast - openbare plaats en water
3gemiddeld
APV en Bijzondere wetten
Stoken
3gemiddeld
APV en Bijzondere wetten
Betoging, demonstratie, openbare manifestatie
4laag
APV en Bijzondere wetten
Drank en Horeca - leeftijd
4laag
APV en Bijzondere wetten
Overlast - jeugd
4laag
APV en Bijzondere wetten
Zwervers en daklozen
4laag
APV en Bijzondere wetten
Afval - containers
4laag
APV en Bijzondere wetten
Afval - inzameling
4laag
APV en Bijzondere wetten
Collecteren, venten, standplaatsen, prostitutie, reclame-uitingen en aanplakken
4laag
APV en Bijzondere wetten
Drank- en Horeca - sluitingstijd
4laag
APV en Bijzondere wetten
Drank- en Horeca - terras
4laag
APV en Bijzondere wetten
Evenement - A (melding / klein)
4laag
APV en Bijzondere wetten
Evenement - A (melding)
4laag
APV en Bijzondere wetten
Evenement - B (middel)
4laag
APV en Bijzondere wetten
Explosie
4laag
APV en Bijzondere wetten
Gebruik openbaar water
4laag
APV en Bijzondere wetten
Gebruik openbare plaats
4laag
APV en Bijzondere wetten
Overlast - geluid
4laag
APV en Bijzondere wetten
Kappen
4laag
APV en Bijzondere wetten
Markten
4laag
APV en Bijzondere wetten
Overlast - dieren
4laag
APV en Bijzondere wetten
Samen sterk in het buitengebied
4laag
APV en Bijzondere wetten
Seksbedrijf
4laag
APV en Bijzondere wetten
Speelgelegenheden, speelautomatenhallen, kansspelen
4laag
APV en Bijzondere wetten
Uitwegen
4laag
APV en Bijzondere wetten
Verkeer, parkeren en stallen
4laag
APV en Bijzondere wetten
Vuurwerk - verkoopvergunning
4laag
Bouwen
Illegale bouwactiviteiten
1zeer hoog
Bouwen
Bedrijven categorie 3
2hoog
Bouwen
Bedrijven categorie 4
2hoog
Bouwen
Monumenten
2hoog
Bouwen
Publiek categorie 2
2hoog
Bouwen
Publiek categorie 3
2hoog
Bouwen
Wonen categorie 3
2hoog
Bouwen
Bedrijven vergunningvrij
3gemiddeld
Bouwen
Publiek vergunningvrij
3gemiddeld
Bouwen
Wonen categorie 1 (eenvoudige kleine verbouwingen en bouwwerken)
3gemiddeld
Bouwen
Wonen categorie 2 (complexe verbouwingen en bouwwerken)
3gemiddeld
Bouwen
Bedrijven categorie 1 (eenvoudige kleine verbouwingen en bouwwerken)
4laag
Bouwen
Bedrijven categorie 2 (complexe verbouwingen en bouwwerken)
4laag
Bouwen
Overige (zoals bruggen, viaducten en tunnels)
4laag
Bouwen
Publiek categorie 1 (eenvoudige kleine verbouwingen en bouwwerken)
4laag
Bouwen
Wonen vergunningvrij
4laag
Brandveiligheid
Risicovolle bedrijven
1zeer hoog
Brandveiligheid
Gebouwgroep 1
2hoog
Brandveiligheid
Gebouwgroep 2
2hoog
Brandveiligheid
Gebouwgroep 3
2hoog
Brandveiligheid
Gebouwgroep 4
2hoog
Brandveiligheid
Gebouwgroep C
2hoog
Brandveiligheid
Brandveiligheid evenementen & overige plaatsen
3gemiddeld
Brandveiligheid
Gebouwgroep A
4laag
Brandveiligheid
Gebouwgroep B
4laag
Gebruik (bestemmingsplan)
Gebruik bouwwerken
2hoog
Gebruik (bestemmingsplan)
Huisvesting arbeidsmigranten
2hoog
Gebruik (bestemmingsplan)
Aanleggen
3gemiddeld
Gebruik (bestemmingsplan)
Gebruik grond
4laag
Milieu
Illegale milieuactiviteiten
1zeer hoog
Milieu
Afval(water)beheer
2hoog
Milieu
Autodemontagebedrijven
2hoog
Milieu
Benzinestation met LPG
2hoog
Milieu
Bijzondere woongebouwen
2hoog
Milieu
Chemische industrie; grootschalige opslag gevaarlijke stoffen, Bevi
2hoog
Milieu
Garages en autoherstelbedrijven
2hoog
Milieu
Horeca
2hoog
Milieu
Chemische industrie; kleinschalige opslag gevaarlijke stoffen
2hoog
Milieu
Natte en chemische wasserijen
2hoog
Milieu
Veehouderij
2hoog
Milieu
Besluit bodemkwaliteit
3gemiddeld
Milieu
Transport en distributiebedrijven
4laag
Milieu
Akkerbouw en open grond teelt
4laag
Milieu
Benzinestation zonder lpg
4laag
Milieu
Beurzen en evenementencomplexen
4laag
Milieu
Bouwmaterialenproducenten
4laag
Milieu
Bouwnijverheid en installatietechniek
4laag
Milieu
Crematoria
4laag
Milieu
Dienstverlening landbouw
4laag
Milieu
Diversen
4laag
Milieu
Energie- en waterbedrijven
4laag
Milieu
Gesloten bodemenergiesystemen
4laag
Milieu
Glastuinbouw
4laag
Milieu
Hotels, pensions en B&B's
4laag
Milieu
Hout- en meubelindustrie
4laag
Milieu
Jachthavens
4laag
Milieu
Kantoorgebouw
4laag
Milieu
Metalektro bedrijven
4laag
Milieu
Overige industrie
4laag
Milieu
Praktijkruimte
4laag
Milieu
Scheepswerven
4laag
Milieu
Scholen
4laag
Milieu
Sportvelden en sportgebouwen
4laag
Milieu
Voorzieningen en installaties
4laag
Milieu
Winkels
4laag
Milieu
Ziekenhuis, Verzorgingstehuis, Psychiatrische inrichting
4laag
Milieu
Zwembaden
4laag
Slopen
Illegale sloopactiviteiten
2hoog
Slopen
Sloopmelding met asbest
2hoog
Slopen
Sloopmelding (particulier kleiner dan 35 m2)
3gemiddeld
Slopen
Sloopmelding zonder asbest
4laag
Slopen
Sloopvergunning
4laag
Bijlage 3:Nadere omschrijving van de taken binnen de taakvelden Bouwen en Brandveiligheid
Brandveiligheid
(Brandveiligheid) Risicovolle bedrijven
Opslag gevaarlijke stoffen
Fabriek/opslag/magazijn/werkplaats > 2.500 m2 en/of > 50 personen < 150 personen
(Brandveiligheid) Evenementen & overige plaatsen
Kermis > 50 personen
Kampeerterrein > 50 personen
Markt > 50 personen
Openluchtrecreatie > 50 personen
Sportpark > 50 personen
Evenementen/tenten
(Brandveiligheid) Gebouwgroep 1
Theater, schouwburg, bioscoop, museum, bibliotheek
Overdekt winkelcentrum (meerdere winkelgebouwen) > 50 personen
School VO (leerlingen > 12 jaar) > 50 personen
Overige gebouwen bijeenkomst (gebedshuis, buurthuis etc.) > 50 personen
Fabriek/opslag/magazijn/werkplaats > 150 personen
Gebouwen met gezondheidsfunctie, geen bedgebied > 50 personen
Kantoren > 150 personen
Winkelgebouw > 50 personen
Politiebureau zonder cellen > 150 personen
Gezondheidsdiensten > 50 personen (tandarts, huisarts, polikliniek)
Zwembad > 50 personen
Sportruimte/sportzaal/sporthal/sportcentrum > 50 personen
(Brandveiligheid) Gebouwgroep 2
Hotel/motel/pension > 10 personen
Asiel-/opvangcentrum voor tijdelijk verblijf van mensen > 10 personen
(Brandveiligheid) Gebouwgroep 3
Ziekenhuis, verpleeghuizen, bejaardenoorden etc.
Kinderdagverblijf en peuterspeelzaal
Dagopvang voor verminderd zelfredzame personen
Gebouwen met gezondheidsfunctie met bedgebied > 10 personen
Basisschool (leerlingen < 12 jaar) > 10 personen
Politiegebouw met cellen
(Brandveiligheid) Gebouwgroep 4
Zorgwoningen
Kamergewijze verhuur
(Brandveiligheid) Gebouwgroep A
Gezondheidsdiensten < 50 personen (tandarts, huisarts, polikliniek)
Kampeerterrein < 50 personen
Winkelgebouw < 50 personen
Agrarische bebouwing (stallen, kassen etc.)
Transformatorhuis < 2.500 m2
Asiel/-opvangcentrum voor tijdelijk verblijf van mensen < 10 personen
(Brandveiligheid) Gebouwgroep B
Parkeergarage (besloten) < 2.500m2
Politiebureau zonder cellen < 50 personen
Fabriek/opslag/magazijn/winkelplaats < 2.500m2 en/of < 50 personen
Kantoren < 150 personen
Hotel/motel/pension < 10 personen
Gebouwen met gezondheidsfunctie, geen bedgebied < 50 personen
Overige gebouwen bijeenkomst (gebedshuis, buurthuis etc.) < 50 personen
(Brandveiligheid) Gebouwgroep C
Parkeergarage (besloten) > 2.500 m2
Transformatorhuis > 2.500m2
Cafés, discotheek en restaurant < 50 personen
Gebouwen met gezondheidsfunctie met bedgebied < 10 personen
Woonfunctie gecombineerd gebruik (bijv. wonen boven winkel)
Palletbedrijven
Woonfunctie in woongebouw (flats, aanleunwoningen, portiekwoningen)
Bouwen (nieuwbouw of verbouw van gebouwen en bouwwerken (geen gebouwen zijnde))
(Bouwen) Wonen categorie 1
Dakopbouw / dakkapel
Aan- of bijgebouw < 90m2
Kleine bouwwerken zoals schuttingen e.d.
(Bouwen) Wonen categorie 2
Constructieve wijzigingen
Eensgezinswoningen nieuwbouw tot 10 stuks
Aan- of bijgebouwen > 90m2
(Bouwen) Wonen categorie 3
Appartementen
Woongebouwen (i.c.m. diverse functies)
Eensgezinswoningen projecten van 11 stuks of meer
Woonzorg gebouwen
(Bouwen) Publiek categorie 1
Aan- of bijgebouwen < 90 m2
Kleine bouwwerken zoals een schutting, container, berging, fietsenhok, portakabin, en tijdelijke gebouwen
(Bouwen) Publiek categorie 2
Aan- of bijgebouwen > 90m2
Horeca
Scholen
(Bouwen) Publiek categorie 3
Bijeenkomstfunctie > 1.000m2
(Bouwen) Bedrijven categorie 1
Loodsen tot 1.000m2
Containers
Tijdelijke gebouwen
Aan- of bijgebouwen < 1.000m2
Portakabin < 500m2
Bouwwerken, geen gebouw zijnde, tot 100m2 (silo’s, waterbassins, installaties)
Winkels < 500m2
Agrarische neven- en bijgebouwen
(Bouwen) Bedrijven categorie 2
Aan- of bijgebouwen 1.000 m2 tot 5.000m2
Winkels van 500m2 tot 1.000m2
Kantoorgebouwen
(Bouwen) Bedrijven categorie 3
Aan- of bijgebouwen > 5.000m2
Winkels > 1.000m2
Bedrijfsverzamelgebouwen
Bedrijfsgebouwen agrarische sector
(Bouwen) Bedrijven categorie 4
Bouwwerken/gebouwen voor zware industrie
Extreem grote bouwwerken/gebouwen (>15.000m2)
BRZO-bedrijven
IPPC-bedrijven
megastallen
(Bouwen) Overig
Bruggen
Viaducten
Tunnels
Bijlage 4:LHSO
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR709021/1