Aanhef
Uitvoeringsprogramma van Visie op Wonen en Volkshuisvesting
Voorwoord
De druk op de woningmarkt blijft toenemen, en ook in Haarlemmermeer is dit voelbaar. Wie vandaag een woning zoekt, weet hoe moeilijk dat is. Of je nu starter bent, een gezin hebt, alleen woont of juist een plek zoekt waar je met zorg prettig oud kunt worden. Het vinden van een passende, betaalbare woning is allang niet meer vanzelfsprekend. En dat raakt mij als wethouder woonbeleid maar ook als mens. Want een huis is veel meer dan stenen. Het is de plek waar je thuiskomt, waar je leven vorm krijgt en waar je kunt bouwen aan je toekomst.
De druk op de woningmarkt in Haarlemmermeer ontstaat vooral door een gebrek aan balans in het woningaanbod. Er zijn veel eengezinswoningen, maar te weinig appartementen en relatief weinig betaalbare en sociale huurwoningen. Daardoor is het voor mensen met lagere en middeninkomens en voor kwetsbare groepen lastig om een geschikte woning te vinden. Daarnaast groeit door de vergrijzing de behoefte aan woningen die geschikt zijn voor alle levensfasen én aan mogelijkheden voor ouderen om langer zelfstandig te blijven wonen. Deze opgaven vragen om duidelijke keuzes en een duidelijke rol van de gemeente.
Met dit Volkshuisvestingsprogramma zetten we daarom een stap naar een woningmarkt die weer in balans komt. Een woningaanbod dat past bij alle inkomens, bij gezinnen, bij ouderen, bij starters, bij iedereen die hier een thuis zoekt. Dat betekent dat we niet alleen versnellen met bouwen, want alleen bouwen lost het probleem niet op, maar vooral ook zorgen voor meer diversiteit en een passend woningaanbod.
Daarom kijken we ook hoe we de bestaande woningen slimmer kunnen benutten. Denk aan het mogelijk maken van woningsplitsing waar dat passend is, het ruimte geven aan bijvoorbeeld hospitaverhuur of door met meer mensen één woning te delen. Zo maken we wonen weer toekomstbestendig, bereikbaar én betaalbaar. Ons doel is helder: een Haarlemmermeer waar iedereen zich thuis voelt.
Marjolein Steffens-van de Water
Wethouder Woonbeleid
Inleiding en leeswijzer
“Haarlemmermeer is een geliefde woonplek door haar centrale ligging in de Randstad met veel voorzieningen in de nabijheid. De gemeente is voor de inwoners een warm thuis, een fijne plek om te landen en een uitstekende vestigingsplek voor bedrijven. We wonen er in kleine dorpen in het groen of in grote dorpen, elk met hun eigen sfeer. We koesteren de eigenheid en de sociale samenhang van onze dorpen en de openheid van het landschap. Deze kwaliteiten willen we behouden en tegelijkertijd willen we dat wonen toekomstbestendig, haalbaar en betaalbaar is voor al onze inwoners.”
De druk op de woningmarkt is groot. De groei van de Metropoolregio Amsterdam zorgt voor meer vraag naar woningen en hogere prijzen. In de gemeente wordt op veel plekken gebouwd, zowel in bestaande wijken en dorpen als in stedelijke gebied en op uitbreidingslocaties. Toch sluit de huidige woningvoorraad nog onvoldoende aan bij de behoefte. Er zijn veel eengezinswoningen, maar onvoldoende appartementen en relatief weinig betaalbare woningen en sociale huur. Dat maakt het voor lagere en middeninkomens en voor kwetsbare aandachtsgroepen lastig om een passende woning te vinden. Ook de vergrijzing vraagt om actie: er is meer behoefte aan levensloopbestendige woningen en aan maatregelen die het mogelijk maken dat ouderen langer zelfstandig kunnen blijven wonen.
Met de Woondeal MRA (15 maart 2023) zijn tussen Rijk, provincies en gemeenten afspraken gemaakt over de woningbouw in de regio. Een belangrijke inspanningsverplichting is dat twee derde van de nieuwbouw betaalbaar moet zijn. Dit is een complexe opgave. De schaarste aan ruimte leidt tot hoge grondwaarden en veel randvoorwaarden voor nieuwbouw – zoals stikstof, netcongestie en betaalbaarheid – liggen bij het Rijk. Daarnaast vraagt gebiedsontwikkeling om een goede mix van woningtypen en doelgroepen en om een omgeving die aansluit bij de behoeften van inwoners, waaronder mensen met een zorgvraag.
Deze opgaven vragen om duidelijke gemeentelijke sturing. Haarlemmermeer voert daarom een actief beleid voor wonen en volkshuisvesting. Met dit beleid borgen we de kwaliteit en beschikbaarheid van de woningvoorraad voor onze inwoners en maken we bewuste keuzes in de beperkte ruimte. Dat doen we in samenhang met andere functies en in nauwe samenwerking met maatschappelijke partners, zoals woningcorporaties, zorgorganisaties en marktpartijen. Dit sluit aan bij de bedoeling van de Wet Versterking Regie Volkshuisvesting.
De Omgevingsvisie Haarlemmermeer 2040 beschrijft de gewenste ruimtelijke ontwikkeling tot 2040 en bundelt de belangrijkste ruimtelijke keuzes. De Visie op Wonen en Volkshuisvesting (12233598), die de raad op 25 september 2025 heeft vastgesteld, vormt hier een belangrijk onderdeel van en vervangt het hoofdstuk Wonen in de Omgevingsvisie. Met deze visie wil de gemeente de woningnood verlichten en voorzien in de behoefte aan passende en betaalbare woningen. De kaders uit de visie werken we in dit Volkshuisvestingsprogramma verder uit. Daarbij sluiten we aan op de Omgevingswet en het wetsvoorstel Versterking Regie Volkshuisvesting. In dit programma geven we aan hoe we de komende jaren concreet werken aan de opgaven op het gebied van woningbouw, wonen en huisvesting.
In dit Volkshuisvestingsprogramma bekijken we de opgave integraal. We besteden aandacht aan woningbouw, woonruimteverdeling, wonen met zorg en leefbaarheid. Het programma geeft richting aan de woningbouwprogrammering en bevat actielijnen voor de komende twee tot drie jaar. Periodiek evalueren en actualiseren we dit Volkshuisvestingsprogramma. Daarmee is het een dynamisch en op uitvoering gericht document dat helpt om te sturen op gewenste ontwikkelingen, zowel in de bestaande woonomgeving als bij nieuwe gebiedsontwikkelingen.
Wat nemen we mee en zetten we voort?
De Visie op Wonen en Volkshuisvesting en dit Volkshuisvestingsprogramma vervangen samen het Woonbeleidsprogramma Haarlemmermeer 2019-2025 - ‘Het verschil maken’ (hierna: Woonbeleidsprogramma) en de nota Betaalbaar wonen in Haarlemmermeer, instrumenten en acties (hierna: nota Betaalbaar wonen). Het Woonbeleidsprogramma is op 16 januari 2020 door de raad vastgesteld en op 26 september 2024 verlengd tot en met 3 februari 2026. In 2025 is het programma geëvalueerd; de uitkomsten zijn gebruikt als input voor de nieuwe visie op wonen en volkshuisvesting. De nota Betaalbaar wonen is vastgesteld op 23 november 2021 en op 1 april 2025 aangepast aan de landelijke normen. Met de combinatie van visie en Volkshuisvestingsprogramma anticiperen we op de Wet Versterking Regie Volkshuisvesting.
In het Woonbeleidsprogramma waren vier beleidslijnen geformuleerd:
-divers aanbod door middel van nieuwbouw,
-vitale en kwalitatief goede woningvoorraad in wijken en dorpen,
-beschikbaarheid van betaalbare woningen,
-goede huisvesting van aandachtsgroepen.
Deze beleidslijnen blijven belangrijk. In dit programma scherpen we ze aan en verbinden we ze expliciet met de regionale afspraken en de nieuwe wettelijke kaders.
Prettig wonen in een groene, waterrijke buurt
We hebben de afgelopen jaren gewerkt aan diversiteit in de nieuwbouw, onder andere door te bouwen in verschillende woonmilieus: van hoogstedelijk in Hyde Park in Hoofddorp tot centrum-dorps in Wickevoort. Deze lijn zetten we voort, met meer aandacht voor de specifieke kenmerken en behoeften van afzonderlijke wijken en dorpen.
Voor de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad hebben we ingezet op nieuwbouw in bestaande woongebieden en op het mogelijk maken van woningsplitsing en hospitaverhuur. Ook daarmee gaan we door. Daarnaast onderzoeken we hoe we de bestaande voorraad nog beter kunnen benutten, bijvoorbeeld door transformatie van bestaand vastgoed.
Om de beschikbaarheid van betaalbare woningen te vergroten, hebben wij het aandeel betaalbare woningen in grotere nieuwbouwprojecten verhoogd van 40% naar 50%. Dit heeft veel nieuwe betaalbare woningen opgeleverd. Tegelijkertijd is het totale aanbod betaalbare woningen onder druk komen te staan door prijsstijgingen in de bestaande bouw. Daarom willen we het aandeel betaalbare woningen in de nieuwbouw verder verhogen en zoeken we naar manieren om woningen langdurig betaalbaar te houden.
Voor de huisvesting van aandachtsgroepen is beleid gevoerd via de huisvestingsverordening, prestatieafspraken met woningcorporaties en regionale afstemming. De opgave om aandachtsgroepen goed te huisvesten neemt verder toe. Het beperkte aandeel sociale huur in Haarlemmermeer en het tekort aan specifieke woonvormen, bijvoorbeeld geclusterde woonvormen voor ouderen, vormen daarbij belangrijke knelpunten. Daarnaast wordt het steeds belangrijker dat mensen met een zorg- of ondersteuningsvraag zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen in hun eigen woonomgeving. Met dit programma willen we de beschikbaarheid van passende woningen voor deze groepen substantieel vergroten.
In de nota Betaalbaar wonen zijn eisen en voorwaarden vastgelegd voor woningbouwprojecten met meer dan 30 woningen. Het gaat onder meer om maximale huur- en koopprijzen, minimale oppervlakten, eisen aan levensloopbestendigheid, afspraken over het onderbrengen van sociale huurwoningen bij woningcorporaties, instandhoudingstermijnen, een antispeculatiebeding en een zelfbewoningsplicht. Deze eisen nemen we, met enkele aanpassingen, over in het Volkshuisvestingsprogramma. Met die aanpassingen willen we:
-de kans vergroten dat sociale huurwoningen bij woningcorporaties worden ondergebracht,
-ruimte bieden om eisen lokaal bij te stellen als de behoefte of de kenmerken van een dorp of wijk daarom vragen,
-ook in projecten met 2 tot en met 30 woningen waarvoor nog geen Globaal Haalbaarheidsonderzoek is gestart een aandeel betaalbare woningen verplicht stellen.
Daarnaast leggen we in de Visie op Wonen en Volkshuisvesting en in dit programma nadrukkelijk de verbinding tussen wonen en zorg. Daarmee sluiten we aan op het wetsvoorstel Versterking Regie Volkshuisvesting, die bepaalt dat de woonzorgvisie onderdeel wordt van het gemeentelijke Volkshuisvestingsprogramma. In het vorige beleid was de belangrijkste actie om de toekomstige woonbehoefte van een aantal zorgdoelgroepen te onderzoeken. Dit onderzoek is uitgewerkt in de nota ‘Huisvestingsopgave wonen met zorg (2022.0000403). Daarnaast is de samenwerking met maatschappelijke partners vormgegeven met het Manifest - Samen leven, wonen en zorgen in Haarlemmermeer. Hier borduren we in het programma op voort, waarbij inhoudelijk de nadruk verschuift van levensloopbestendig naar woonzorgvormen. Tot slot zijn de uitgangspunten uit het Woonwagenbeleid Haarlemmermeer verwerkt in dit programma.
Context
Dit Volkshuisvestingsprogramma (VHP) loopt vooruit op de vaststelling en inwerkingtreding van de Wet Versterking Regie Volkshuisvesting (datum volgt). Zodra de wet in werking treedt, wordt een Volkshuisvestingsprogramma een wettelijke verplichting onder de Omgevingswet. Het programma valt dan onder de Omgevingsvisie. Op grond van de Omgevingswet wordt op nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau een Volkshuisvestingsprogramma opgesteld. Elk programma sluit inhoudelijk aan op het programma van de hogere bestuurslaag. Dit VHP volgt de Wet Versterking Regie Volkshuisvesting en houdt rekening met andere relevante wetgeving, zoals de Huisvestingswet, de Wet betaalbare huur en de Wet goed verhuurderschap.
De woningnood heeft ertoe geleid dat het Rijk meer regie neemt in de woningbouw. In 2022 stelde het kabinet de Nationale Woon- en Bouwagenda vast. In 2024 volgde het wetsvoorstel Versterking Regie Volkshuisvesting (Wvrv). Dit wetsvoorstel geeft gemeenten, provincies en Rijk meer mogelijkheden om de bouw van voldoende en betaalbare woningen gericht te sturen. Landelijk zijn afspraken gemaakt over het aantal te bouwen sociale huurwoningen, middenhuurwoningen en betaalbare koopwoningen per provincie. In 2023 zijn deze afspraken uitgewerkt in regionale woondeals met concrete aantallen en locaties. De woondeals bevatten wederkerige afspraken tussen Rijk en regio. Doel is dat minimaal 30% van de bestaande voorraad uit sociale huur bestaat en dat twee derde van de nieuwbouw betaalbaar is. Gemeenten leggen in hun Volkshuisvestingsprogramma’s vast hoeveel woningen waar en voor wie worden gebouwd en welke maatregelen zij daarvoor inzetten. Provincies coördineren dit proces in woningbouwregio’s, leggen afspraken vast in hun omgevingsverordening en ondersteunen bij knelpunten, bijvoorbeeld rond netcongestie.
Tijdens de Woontop van december 2024 zijn de vernieuwde Nationale Prestatieafspraken voor de periode 2025–2035 ondertekend. Centraal staat het verhogen en versnellen van de woningproductie naar 100.000 nieuwe woningen per jaar, waarvan twee derde betaalbaar voor lagere en middeninkomens. Deze afspraken zijn gemaakt tussen het Rijk, Aedes (de vereniging van woningcorporaties) en de VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) en richten zich op vier thema’s: beschikbaarheid, betaalbaarheid, leefbaarheid en duurzaamheid. Ze vormen de basis voor lokale prestatieafspraken. In Haarlemmermeer lopen de huidige prestatieafspraken op basis van het Woonbeleidsprogramma tot en met 2027. Op basis van het Volkshuisvestingsprogramma worden in 2028 nieuwe meerjarige prestatieafspraken gemaakt met de woningcorporaties.
Haarlemmermeer maakt onderdeel uit van de Metropoolregio Amsterdam (MRA), een samenwerkingsverband van 30 gemeenten en 2 provincies en Vervoerregio Amsterdam. Binnen de MRA behoort Haarlemmermeer tot de deelregio Amstelland-Meerlanden. De deelnemers werken samen aan economie, bereikbaarheid en aantrekkelijke woon- en werkomgevingen. De MRA Agenda vormt hiervoor het kader en richt zich op innovatie, duurzaamheid en brede welvaart. In dit verband worden onder andere onderzoeken uitgevoerd, zoals het tweejaarlijkse woonwensenonderzoek Wonen in de MRA (WiMRA), en wordt samengewerkt aan de huisvesting van aandachtsgroepen.
Haarlemmermeer heeft daarnaast convenanten ondertekend, zoals het Convenant Toekomstbestendig Bouwen (initiatief van MRA en provincie Utrecht) en het Convenant Houtbouw MRA 2021-2025. Het Convenant Toekomstbestendig Bouwen helpt om duurzaamheidsambities eenvoudiger en betaalbaarder in de woningbouw te integreren. Het Convenant Houtbouw heeft als doel dat vanaf 2025 20% van de woningen in de MRA met hout en andere biobased materialen wordt gebouwd, om sneller en duurzamer te kunnen bouwen.
In de Woondeal 2023 hebben het Rijk, de provincies Noord-Holland en Flevoland en de MRA-gemeenten afgesproken de woningbouw te versnellen als bijdrage aan de nationale en provinciale opgave. Partijen streven ernaar om tot 2030 meer dan 170.000 woningen toe te voegen, waarvan ongeveer 113.000 in het betaalbare segment. Ze werken toe naar minimaal 30% sociale huur in de bestaande voorraad en twee derde betaalbare nieuwbouw. In (deel)regionale versnellingstafels bespreken gemeenten, marktpartijen, corporaties en waterschappen de voortgang en worden afspraken uit de woondeals regelmatig bijgesteld.
Leeswijzer
Het Volkshuisvestingsprogramma begint met een samenvattend overzicht van hoofdonderwerpen, doelen en actielijnen. Daarna volgen de inhoudelijke hoofdstukken, elk rond één thema. Elk hoofdstuk begint met de koers uit de Visie op Wonen en Volkshuisvesting, herkenbaar aan een gekleurd vlak met icoon ( ). Vervolgens werken we uit wat we de komende jaren willen bereiken: welke doelen we stellen, welke kaders en normen gelden en welke principes we hanteren in het volkshuisvestelijk beleid. Daarna beschrijven we met welke actielijnen en maatregelen we die doelen willen realiseren en met welke partners we dat doen.
De inhoudelijke hoofdstukken zijn als volgt opgebouwd:
-Hoofdstuk 1 - Bouwen en verbouwen: doelen, sturing en inzet rond woningbouw en een betaalbare, evenwichtige woningvoorraad.
-Hoofdstuk 2 - Wonen met zorg: de opgave en aanpak voor passende woonvormen voor ouderen en mensen met een zorgvraag, en de samenwerking met ontwikkelaars, verhuurders en zorgaanbieders.
-Hoofdstuk 3 - Toegankelijke woningmarkt: hoe we ervoor zorgen dat uiteenlopende doelgroepen tijdig een passende woning kunnen vinden en hoe we de bestaande voorraad beter benutten.
-Hoofdstuk 4 - Aantrekkelijke wijken en dorpen: wat nodig is voor toekomstbestendigheid, leefbaarheid en sociale kracht van wijken en dorpen. Dit hoofdstuk is nog agenderend en wordt in de komende periode verder uitgewerkt.
-Hoofdstuk 5 Monitoring en evaluatie: welke producten we inzetten om de uitvoering van het programma te volgen, te evalueren en zo nodig bij te sturen.
In de bijlagen is als achtergrondinformatie een analyse van de woningmarkt opgenomen. Deze analyse is leidend voor de keuzes in het programma. Daarnaast staan hier lijsten met definities, projecten en de actielijnen met prioritering.
Samenvatting
Bouwen en verbouwen
“We willen een vitale en kwalitatief goede woningvoorraad in aantrekkelijke wijken en dorpen, in woonmilieus waar alle mensen prettig samenleven, met de voorzieningen waar zij behoefte aan hebben.We willen een divers woningaanbod voor de verschillende (toekomstige) inwoners van Haarlemmermeer met voldoende goede en betaalbare woningen, geschikt voor de diverse doelgroepen. Voor inwoners die zorg nodig hebben, willen wij dat die zorg geleverd kan worden en dat de woning daarvoor geschikt is of kan worden gemaakt. We willen dat wonen haalbaar en betaalbaar is voor onze lokale woningzoekenden en nemen ons aandeel in de regionale behoefte. We willen meer woningen in het goedkope en middeldure segment om meer balans in de woningvoorraad te krijgen en de knelpunten op de woningmarkt terug te dringen.”
Actielijn 1: werken aan aantrekkelijke dorpen en wijken
•Sturen op woningbouwprogramma met gebiedsprogramma’s en -enveloppen
•Woningbouw in samenhang met voorzieningen
•Bepalen uitgangspunten voor flexwoningen
•Belang van bedrijfsverplaatsingen meewegen bij gunning kavels
Actielijn 2: variatie aan betaalbare nieuwbouw realiseren
•Ten minste 50% betaalbaar in alle nieuwe projecten
•Een hoger percentage betaalbaar bij grote bouwprojecten waarvoor de gemeente een woningbouwimpuls (WBI) aanvraagt bij het Rijk
•Zo veel mogelijk levensloopbestendige en nultredenwoningen
•Actualisatie van dit Volkshuisvestingsprogramma na inwerkingtreding van de Wet Versterking Regie Volkshuisvesting gericht op twee derde betaalbaar in alle nieuwe projecten
•Uitwerken vereveningsfonds of een andere vorm die hetzelfde doel bereikt
•Voortgang bouwplannen bijhouden in Bouwmonitor
Actielijn 3: zorgen voor betaalbaarheid van morgen
•Sociale huur laten onderbrengen bij lokale corporaties
•Instandhoudingstermijnen betaalbare woningen opleggen
•Instrumenten betaalbare koop stimuleren
•Bepalingen opnemen in anterieure overeenkomsten en het omgevingsplan
Actielijn 4: sturen op kwaliteit van betaalbare woningen
•Kwaliteitseisen stellen aan betaalbare woningen
Actielijn 5: beter benutten bestaande voorraad
•Onderzoeken mogelijkheden beter benutten bestaande woningen
•Stimuleren herbestemming en tijdelijk gebruik
Wonen met zorg
“Wij werken aan wijken waarin mensen prettig en veilig kunnen leven, ook als zij zorg, begeleiding of psychische hulp nodig hebben. Voor deze mensen zijn woningen nodig waarin het mogelijk is om de zorg te ontvangen die zij nodig hebben. We zetten samen met onze maatschappelijke partners in op oud worden in de eigen leefomgeving met ondersteuning van het sociale netwerk. “
Actielijn 1: voldoende woningen waarin zorg en ondersteuning mogelijk is
•Binnen de bestaande voorraad voorzien in de woonzorgbehoefte
•De nieuwbouwopgave wonen met zorg in nieuwbouwprogramma’s verwerken
•In bestaande dorpen en wijken en op nieuwbouwlocaties zorgen voor samenhang tussen wonen met zorg en voorzieningen
Actielijn 2: concepten waar dragende en vragende bewoners samen leven
•Versterken samenwerking tussen partijen die betrokken zijn bij e realisatie van woonzorgconcepten
•Implementatie en uitbreiding concept Lang Leven Thuis-flat
•Ruimte bieden aan nieuwe woonconcepten voor collectieve woonvormen, waaronder kleinschalige woonvormen
•Stimuleren mantelzorgwoningen
Actielijn 3: preventie als basis om zo lang mogelijk regie te behouden
•Verbinding leggen tussen Volkshuisvestingsprogramma en verschillende zorg en welzijnsakkoorden.
•Vanuit bestaande voorzieningenstructuur gebiedsgericht opgave bepalen, waaronder inriching woonzorgcirkels
Toegankelijke woningmarkt
“We willen een toegankelijke woningmarkt voor iedereen: starters en doorstromers, één-, twee- en meerpersoonshuishoudens, (studerende) jongeren, ouderen, aandachtsgroepen en woningzoekenden van binnen en buiten Haarlemmermeer. We willen een divers woningaanbod voor de verschillende (toekomstige) inwoners van Haarlemmermeer met voldoende goede en betaalbare woningen, geschikt voor de diverse doelgroepen. We maken ruimte voor innovatie, flexibele indeling voor verschillende doelgroepen en conceptuele bouwvormen.”
Actielijn 1: aanbieden en beschikbaar houden van (betaalbare) woningen
•Evaluatie starterslening
•Keuze voortzetten opkoopbescherming op basis van evaluatie Rijk in 2027
Actielijn 2: gerichte toewijzing van schaarse woningen
•Reguleren toewijzing van middenhuurwoningen
•Lokale binding om in aanmerking te komen voor schaarse woningen
•Stimuleren doorstroming om geschikt te kunnen wonen
Actielijn 3: toegankelijke en passende woonomgeving
•Ontmoeten is in elke dorp of wijk mogelijk
•Werken aan toegankelijke routes in de wijken
•Omgeving dementievriendelijk inrichten
Actielijn 4: vergroten van woonkansen voor aandachtsgroepen
•Meer woonruimte voor aandachtsgroepen door beter benutten van bestaande voorraad
•Vraag vanuit aandachtsgroepen beter koppelen aan aanbod van passende woningen
•Toevoegen woonvormen voor studenten, arbeidsmigranten, woonwagenbewoners
Actielijn 5: een zachte landing en een prettig thuis
•Adequate ondersteuning bij zelfstandig wonen door samenwerking wonen-welzijn-zorg
•Gemeenschapsvorming door community-building
•Urgent woningzoekenden woonkansen bieden
Aantrekkelijke dorpen en wijken
“We willen een vitale en kwalitatief goede woningvoorraad in aantrekkelijke dorpen en wijken, in woonmilieus waar alle mensen prettig samenleven, met de voorzieningen waar zij behoefte aan hebben. We maken voor de ontwikkeling van een prettige leefomgeving keuzes op basis van een integrale afweging van belangen, waaronder betaalbaarheid, energie, duurzaamheid, gezondheid, fysieke toegankelijkheid, groen en bereikbaarheid. Daarbij kijken we kritisch en in samenhang naar kwantiteit en kwaliteit.”
Deze ambitie is op dit moment in het Volkshuisvestingsprogramma inhoudelijk nog niet uitgewerkt. We hebben geschetst op welke onderwerpen in samenwerking de komende tijd een nadere uitwerking van de gemeentelijke aanpak nodig is:
•Onderzoeken hoe we de leefbaarheid in dorpen en wijken kunnen verbeteren
•Onderzoeken hoe we gemeenschapsvorming kunnen stimuleren
•In samenhang met het warmteprogramma de verduurzaming van de particuliere woningvoorraad uitwerken
Analyse in vogelvlucht
“In Haarlemmermeer is de druk op de woningmarkt groot. Binnen de Metropoolregio Amsterdam werken Amsterdam en Haarlemmermeer als een economische magneet voor mensen. In Haarlemmermeer worden veel woningen gebouwd, in uiteenlopende woonmilieus en verschillende prijssegmenten. Toch blijft de vraag naar woningen groot en staat de betaalbaarheid van het wonen onder druk. Dat geldt in alle prijssegmenten. Er is vooral te weinig aanbod in het lage en het middeldure segment.”
De volledige woningmarktanalyse is opgenomen in de bijlagen en vormt de basis voor de keuzes in dit programma. Hieronder volgt een beknopte samenvatting van de belangrijkste bevindingen.
Samenstelling woningvoorraad
In 2023 telde de gemeente Haarlemmermeer 66.659 woningen (bron: WiMRA 2023). De woningvoorraad bestaat grotendeels uit eengezinswoningen: maar liefst 74%. Dit maakt de voorraad relatief eenzijdig en draagt, in combinatie met de hoge woningwaarden, bij aan een duurder woningaanbod dan gemiddeld in de Metropoolregio Amsterdam (MRA). Bijna de helft van alle woningen in Haarlemmermeer heeft een waarde van €438.000 of meer, terwijl dit aandeel in de MRA slechts 28% bedraagt.
Bevolkingsopbouw
Ook de samenstelling van de huishoudens draagt bij aan deze druk. Ruim 40% van de huishoudens in Haarlemmermeer bestaat uit (eenouder)gezinnen met kinderen. Daarna vormen alleenstaanden de grootste groep. In totaal is bijna 60% van de huishoudens een een- of tweepersoonshuishouden. Deze samenstelling sluit niet goed aan op het huidige woningaanbod, dat grotendeels bestaat uit eengezinswoningen.
Woningbouw
In de regionale Woondeal is afgesproken dat er in de periode 2022–2030 in totaal 13.400 woningen in Haarlemmermeer worden gebouwd. Een deel hiervan is inmiddels gerealiseerd. Dat betekent dat er in de periode 2025–2030 nog 11.175 woningen moeten worden toegevoegd om de doelstelling te halen. De bestaande plancapaciteit is in theorie voldoende, maar niet alle plannen zullen tijdig worden gerealiseerd. Projecten kunnen vertragen of uitvallen door complexe procedures, bezwaren of stijgende bouwkosten. Daarom is het noodzakelijk om te werken met enige overmaat in de plancapaciteit, zodat de gemeente voldoende buffer heeft om de doelstellingen daadwerkelijk te behalen. Dit vraagt extra inzet in de komende jaren.
Regionale woningbehoefte
Daarnaast laat de Woningbehoefteraming die RIGO in 2025 in opdracht van de provincie Noord-Holland heeft opgesteld zien dat er tot 2040 in de MRA ongeveer 240.000 nieuwe woningen nodig zijn. Van dit aantal moet circa een derde bestaan uit sociale huur, een derde uit middeldure huur en koop, en een derde uit duurdere woningen. Voor Haarlemmermeer betekent dit dat de bestaande tekorten in de sociale sector moeten worden aangepakt. Tegelijkertijd groeit het aantal thuiswonende jongeren van 25–29 jaar, wat de vraag naar betaalbare woningen verder vergroot. In de MRA – en ook in Haarlemmermeer – is vooral een grote behoefte aan huurappartementen.
1. Begrippenlijst
Begrip
Toelichting
Aandachtsgroepen
Door het Rijk bepaalde groepen in het programma Een Thuis voor Iedereen, waarvoor bijzondere aandacht wordt gevraagd bij de huisvesting. De meeste aandachtsgroepen zijn ook verplichte urgentiecategorieën. De aandachtsgroepen zijn onder te brengen onder de volgende categorieën:
Status- en vergunninghouders, dak- en thuisloze jongeren en volwassenen, mensen die uitstromen uit een intramurale voorziening, mensen met een medische of sociale urgentie, studenten, ouderen, arbeidsmigranten en woonwagenbewoners. Bij de uitstroom uit intramurale voorzieningen gaat het onder meer om mensen uit beschermde woonvormen, jeugdzorginstellingen, crisisopvang, maatschappelijke opvang, detentie, blijf- van-mijn-lijf-huizen.
Afstammingsbeginsel
Het afstammingsbeginsel bepaalt wie er binnen de groep woonwagenbewoners valt. Eerste graads- (ouders, kinderen) en tweedegraadsfamilieleden (broers, zussen, kleinkinderen, grootouders), derdegraads- (overgrootouders,
achterkleinkinderen, neven en nichten, ooms en tantes) en vierdegraads familieleden (betovergrootouders, achterneven en achternichten, oudooms en oudtantes) van woonwagenbewoners vallen binnen het afstammingsbeginsel.
Aftoppingsgrens
De 'aftoppingsgrens' is een begrip uit de huurtoeslag. Als de huurprijs hoger is dan deze grens wordt de huurtoeslag 'afgetopt' (verlaagd). In 2025 is de grens:
€ 682,96 voor één- en tweepersoonshuishoudens (lage aftoppingsgrens),
€ 731,93 voor huishoudens van drie of meer personen (hoge aftoppingsgrens).
Betaalbare koopwoning
Koopwoning met een koopprijs van ten hoogste de geïndexeerde bovengrens, bedoeld in artikel 1, derde lid, van de Huisvestingswet 2014. In 2025 bedraagt deze grens € 405.000.
Betaalbare woning
Sociale huurwoning, middenhuurwoning of betaalbare koopwoning zoals bedoeld in ARTIKEL I (wijziging Besluit kwaliteit leefomgeving) B Artikel 4.32 (definities betaalbare woningen en woningbouwregio’s) van het Ontwerpbesluit Versterking Regie Volkshuisvesting.
Bijzondere doelgroepen
Hieronder verstaan we urgenten, uitstroom maatschappelijke instellingen en statushouders.
Eigendomssituatie
De standplaats en de woonwagen kan zowel in eigendom zijn van de bewoner of van een verhuurder.
Geclusterde woningen
Geclusterde (ouderen)woningen zijn woningen die voldoen aan de definitie voor nultredenwoningen in een geclusterde woonvorm.
Geclusterd betekent dat deze woonvormen ingericht zijn op het bevorderen van sociaal contact en gemeenschapsgevoel, waardoor eenzaamheid wordt tegengegaan en samenredzaamheid wordt bevorderd. Er moet daarom een ontmoetingsruimte inpandig aanwezig zijn of op loopafstand voor ouderen (bv. ca. 100 m). Die ruimte moet gericht zijn op ontmoeting van bewoners en eventueel buurtbewoners en op een open en transparante basis te gebruiken zijn. Landelijk wordt bij clustering uitgegaan van een schaal van minimaal 12 woningen. Voorbeelden van geclusterde woonvormen kunnen onder andere hofjeswoningen, serviceflats, aanleunwoningen en seniorenflats zijn. Het advies is om geclusterde woonvormen zoveel mogelijk dementievriendelijk in te richten.
Huurovereenkomst
De overeenkomst tussen de huurder en de verhuurder van de woonruimte of standplaats met toebehoren, waarin de huurbepalingen voor de standplaats zijn geregeld.
Inkomensgrenzen:
prijspeil 2025
-Inkomens tot sociale huurgrens
€ 49.669 voor eenpersoonshuishoudens
€ 54.847 voor meerpersoonshuishoudens
-Middeninkomens
€ 49.669 tot € 67.366 voor eenpersoonshuishouden
€ 54.847 tot € 89.821 voor meerpersoonshuishouden
-Hoog inkomen
> € 89.821
Lang Leven Thuisflat
Een seniorvriendelijk woonconcept. In een Lang Leven Thuisflat wonen ouderen zo lang mogelijk zelfstandig en comfortabel thuis, ook als hun behoefte aan zorg toeneemt. Dat lukt dankzij de hechte samenwerking tussen bewoners, woningcorporatie, zorgpartij en welzijnsorganisatie. Samen zetten zij zich in om een flat seniorvriendelijk te maken: fysiek toegankelijk, veilig, met zorg op maat, leuke activiteiten en gezellige ontmoetingsruimten. Zo ontstaat een gemeenschap waar ouderen nog lang en met veel plezier kunnen wonen.
Leefbaarheid
Met het begrip leefbaarheid wordt aangegeven hoe aantrekkelijk en/of geschikt een gebied of gemeenschap is om er te wonen of te werken. Het gaat om fysieke kenmerken, sociale kenmerken en veiligheid.
Levensloopbestendige woning
De woning is zo ontworpen dat deze geschikt is om bepaalde voorzieningen aan te brengen, die (in een latere levensfase) gebruikt kunnen worden, zoals een inloopdouche, bredere deuren of verlaagde drempels of een traplift. Het gaat om een combinatie van toegankelijkheid, bereikbaarheid, veiligheid en privacy.
Mantelzorgwoning
Een mantelzorgwoning is een woning op het terrein van de mantelzorger of de verzorgde. De woning is bedoeld voor de mantelzorger of de verzorgde. Dit is bijvoorbeeld een vriend of familielid. Onder mantelzorg valt intensieve zorg of ondersteuning bij ziekte, beschermd wonen en jeugdopvang die meer is dan de gebruikelijke hulp van huisgenoten. In een mantelzorgwoning wonen maximaal 2 personen, waarvan 1 de mantelzorger of verzorgde is.
Middenhuurwoning
een huurwoning met:
1°. een aanvangshuurprijs van ten minste het bedrag, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag, en ten hoogste de maximale huurprijs behorende bij 186 punten op grond van de waardering van de kwaliteit als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte; en
2°. een in een omgevingsplan, een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit of een verordening als bedoeld in artikel 8.2.15a van het Invoeringsbesluit Omgevingswet gestelde of anderszins verzekerde instandhoudingstermijn van ten minste 25 jaar.
In de 2025 bedraagt de maximale grens € 1.184,82.
Middensegment
Tot het middensegment behoren middenhuurwoningen en betaalbare koopwoningen.
NEN 9120
'Prestatie-eisen voor toegankelijkheid en bruikbaarheid van gebouwen', is op 3 februari 2025 gepubliceerd en kan worden gehanteerd bij het beoordelen van de toegankelijkheid bij het ontwerp, de ontwikkeling, realisatie, renovatie, aanpassing, onderhoud en instandhouding van gebouwen.
Nultredenwoning
Nultredenwoningen zijn zelfstandige woningen die zowel intern als extern toegankelijk zijn. Dit houdt in dat je de woningen kan bereiken zonder trap te lopen (extern toegankelijk) en dat woonkamer, keuken, badkamer, toilet en minimaal 1 slaapkamer zonder trappen te bereiken zijn (intern toegankelijk). Deze woningen zijn toegankelijk bij oplevering van nieuwbouw of verbouw en behoeven geen grotere aanpassing meer. Ze liggen vaak in de buurt van voorzieningen en zijn goed toegankelijk voor mensen met een rollator.
Bijvoorbeeld, een reguliere eengezinswoning die wordt aangepast met een traplift is geen nultredenwoning.
Prestatieafspraken
Prestatieafspraken zijn een vrijwillige maar niet vrijblijvende overeenkomst waarin gemeenten, woningcorporaties en hun huurdersorganisaties op gelijkwaardige basis afspraken maken over de volkshuisvestelijke opgave in hun gebied. In 2023 heeft de gemeente met Ymere, Eigen Haard, Woonzorg Nederland, DUWO, Rochdale en betrokken huurdersorganisaties Vereniging Huurders Haarlemmermeer (VHH) en Alert gezamenlijke prestatieafspraken gemaakt voor 2024-2027 over beschikbaarheid, betaalbaarheid, duurzaamheid, woningkwaliteit, samenleving en samenwerking.
Sociale huurwoning
Huurwoning met een aanvangshuurprijs onder de grens, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag, en;
met een in een omgevingsplan, een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit of een verordening als bedoeld in artikel 8.2.15a van het Invoeringsbesluit Omgevingswet gestelde of anderszins verzekerde instandhoudingstermijn van ten minste vijfentwintig jaar.
In de 2025 bedraagt genoemde grens € 900,07 per maand.
Spijtoptanten
Woonwagenbewoners die in een ‘reguliere’ woning wonen en weer in een woonwagen willen wonen.
Standplaats
Een kavel, bestemd voor het plaatsen van een woonwagen waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of van gemeenten kunnen worden aangesloten (artikel 1, onderdeel j, van de Wet op de huurtoeslag).
WiMRA
Het tweejaarlijkse onderzoek Wonen in de Metropoolregio Amsterdam (WiMRA).
Woonwagen
Een voor bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst op een standplaats en dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst (artikel 1, onderdeel l, van de Wet de huurtoeslag);
Wooncirkel/Zorgcirkel
De kern van een Woon- of Zorgcirkel is respectievelijk een ontmoetingsplek of een 24-uurs woonzorgcentrum in de wijk. Daaromheen is een cluster van woningen waar bewoners (intensieve) ondersteuning krijgen. In de cirkel rondom de kern wonen mensen zelfstandig, wanneer zij zorg of ondersteuning nodig hebben, kunnen zij leunen op aanwezige expertise, zorg of ondersteuning vanuit de kern.
Zorggeschikte woning
Zorggeschikte woningen zijn zelfstandige nultredenwoningen waarin Wlz-zorg geleverd kan worden. Om alle vormen van zorg te kunnen leveren dienen deze wooneenheden rolstoeltoegankelijk te zijn. Indien de woningen onderdeel zijn van een geclusterde woonvorm dan is ook de de woonvorm rolstoeltoegankelijk. De woningen zijn dementievriendelijk ingericht. Woningen die vallen onder de categorie BAT 3 of 4 en Woonkeur 6 vallen binnen deze definitie. Gebouwen voldoen aan de NEN9120
2. Analyses en opgave
Analyses
Huidige omvang en samenstelling bevolking en huishoudens
In 2024 woonden in Haarlemmermeer 163.100 mensen die samen 69.200 huishoudens vormen (bron: Bevolkingsprognose Noord-Holland 2024-2050). In Haarlemmermeer wonen naar verhouding minder jonge inwoners tot 35 jaar dan in de regio. Het aandeel oudere inwoners van 75+ is vergelijkbaar met het gemiddelde in de MRA.
Figuur B.1: Bevolking naar leeftijd, 2023
Bron: WiMRA, 2023.
Figuur B.2: Samenstelling huishoudens naar leeftijd, 2023.
Bron: Lokale Monitor Wonen, 2025.
De grootste groep huishoudens bestaat uit (eenouder)gezinnen met kinderen, deze vormen ruim 40% van de huishoudens. Na de gezinnen is de groep alleenstaanden huishoudens het grootst. Ongeveer 30% van de huishoudens in de gemeente Haarlemmermeer is een eenpersoonshuishouden, waarvan 19% tussen 25-67 jaar en 10% ouder dan 67 jaar. Twee persoonshuishoudens vormen 27% van het totaal aantal huishoudens. Naar verhouding heeft Haarlemmermeer veel gezinnen met kinderen en iets meer huishoudens van 67 jaar of ouder dan in de MRA.
In Haarlemmermeer hebben relatief veel huishoudens een hoog (midden) inkomen; ruim de helft. Het aandeel huishoudens met een laag inkomen is naar verhouding klein. Inkomensgroepen tussen de groep tot de sociale huurgrens en middeninkomens zijn vergelijkbaar in Haarlemmermeer en de MRA. Ruim de helft van de huishoudens in Haarlemmermeer heeft een hoog middeninkomen of hoger. Dat er in Haarlemmermeer naar verhouding veel huishoudens met een hoger inkomen wonen valt deels te verklaren door de samenstelling van de woningvoorraad. Er staan namelijk veel dure koopwoningen in Haarlemmermeer.
Figuur B.3: Huishoudens naar inkomensklassen, 2023.
Bron: WiMRA, 2023.
Omvang en samenstelling van de woningvoorraad
In 2023 stonden in Haarlemmermeer 66.659 woningen (bron WiMRA 2023). Deze woningvoorraad bestaat met name uit eengezinswoningen (74%). Ter vergelijking: het aantal eengezinswoningen in de MRA is 48% en in Amstelland-Meerlanden 66%.
Figuur B.4: Haarlemmermeer. Woningvoorraad naar woningtype en eigendom, 2023.
Bron: Lokale Monitor Wonen, 2025.
Haarlemmermeer heeft naar verhouding veel koop- en minder huurwoningen. Van de woningvoorraad is 67% een koopwoning, 23% een corporatiewoning en 11% een particuliere huurwoning. Niet alle corporatiewoningen hebben een sociale huurprijs. 4% van deze woningen wordt verhuurd in het particuliere segment. Van de particuliere huur wordt 3% verhuurd tegen een sociale huurprijs. In totaal wordt dus 22% van de woningvoorraad verhuurd in het sociale segment. Met name in de middelgrote dorpen en kleine dorpen is het aandeel corporatie huur naar verhouding laag. Haarlemmermeer heeft vergeleken met de MRA een dure woningvoorraad. Bijna de helft van de woningvoorraad heeft een waarde van € 438.000 of meer, in de MRA is dit aandeel 28%.
Figuur B.5: Haarlemmermeer. Woningvoorraad naar eigendom en dorpen, 2023.
Bron: Lokale Monitor Wonen, 2025.
Figuur B.6: Haarlemmermeer. Woningvoorraad naar eigendom en prijsklasse, 2023.
Bron: WiMRA, 2023.
Druk in de sociale huursector
De druk op de sociale huursector in Haarlemmermeer blijft hoog. Van alle huishoudens heeft 34% een inkomen tot de sociale huurgrens, terwijl sociale huurwoningen 22% van de voorraad uitmaken (WiMRA, 2023). Ook is de druk hoger dan in de regio. De slaagkansen in de gemeente zijn fors lager en de gemiddelde actieve zoektijd is 1 jaar langer dan gemiddeld in de regio. In 2023 zien we ten opzichte van 2022 een grote toename van het aantal actief woningzoekenden. Dat wordt vooral verklaard door een wijziging in het regionale woonruimteverdeelsysteem. Woningzoekenden krijgen extra punten als ze actief reageren. Daarmee komen ze hoger op de wachtlijst. Al met al komen er nog altijd weinig woningen vrij voor de verhuur, terwijl er meer mensen op zoek zijn, ook uit bijzondere doelgroepen (urgenten, uitstroom maatschappelijke instellingen en statushouders).
Tabel B.0.1: Ontwikkeling verhuringen, actief woningzoekenden, slaagkansen, actieve zoektijd in Haarlemmermeer en regio, 2020-2023.
2020
2021
2022
2023
Ontwikkeling
Verhuringen
Haarlemmermeer
686
766
818
694
+1,16%
Regio*
10.985
11.901
12.979
11.717
+6,7%
Actief woningzoekenden
Haarlemmermeer
37.070
41.636
37.484
50.042
+35%
Regio*
104.639
115.279
118.878
144.165
+38%
Slaagkansen
Haarlemmermeer
1,3%
1,4%
1,7%
0,9%
-0,4%
Regio*
6,0%
6,3%
6,8%
4,8%
-1,2%
Gem. zoektijd (in jaren)
Haarlemmermeer
6,0
7,0
6,8
6,7
+12%
Regio*
5,4
5,9
6,1
5,7
+6%
Bron: Jaarrapportages woonruimteverdeling regio Amsterdam 2021-2023.
* De regio bestaat uit de gemeenten van de voormalige stadsregio Amsterdam: Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, Diemen, Edam-Volendam, Haarlemmermeer, Landsmeer, Oostzaan, Ouder-Amstel, Purmerend, Uithoorn, Waterland, Wormerland en Zaanstad
Toekomstige ontwikkeling en behoefte
De toekomstige groei van het aantal huishoudens bestaat voor meer dan de helft uit huishoudens van 65 jaar of ouder. Deze ontwikkeling is het gevolg van zowel een toename van het aantal ouderen als een stijgende levensverwachting (dubbele vergrijzing). Dit vraagt om sturing in de woningbouwontwikkeling naar woningtypes en ook naar het aantal te bouwen nultreden, geclusterde en zorggeschikte woningen.
Tabel B.2: Huishoudensprognose naar leeftijd en huishoudensgroep, 2024-2040
Huishoudens
2024
2040
2024-2040
2024-2040
1-2 phh <35 jr
7.335
8.490
+1.155
+16%
1-2 phh 35 - 64 jr
15.750
16.895
+1.145
+7%
Gezinnen
28.540
34.270
+5.730
+20%
1-2 phh 65+ jr
17.615
27.265
+9.650
+55%
Totaal
69.240
86.920
+17.680
+26%
Bron: Woningbehoefteonderzoek MRA en Noord-Holland Noord, RIGO, 2025.
De huidige woningvoorraad bestaat grotendeels uit eengezinswoningen (74%). Deze woningen zijn voornamelijk geschikt voor gezinnen met kinderen. Daarvoor is het wel van belang dat deze woningen vrijkomen voor deze groep. Steeds meer ‘emptynesters’, ouders waarvan de kinderen inmiddels uit huis zijn, blijven in hun eengezinswoning wonen. Enerzijds wil een deel graag blijven wonen, anderzijds is er een groep die wel wil verhuizen maar in onze gemeente geen geschikte woning kan vinden om in door te stromen. Bijna 40% van de mensen wil bij verhuizing in het eigen dorp of wijk blijven wonen.
De komende tien jaar zal ook het aantal jongvolwassenen in onze gemeente flink toenemen. Na de jeugdgolf die aan het begin van de eeuw door Haarlemmermeer ging is er de komende jaren sprake van een golf jongvolwassenen. Het is voor jongvolwassenen moeilijk op de huidige krappe woningmarkt. De sterke toename van de prijzen op de woningmarkt de afgelopen jaren en de druk op de sociale huurmarkt maakt het voor jonge huishoudens lastig om een eerste stap te maken op de woningmarkt. Ruim een derde van de mensen in Haarlemmermeer heeft als belangrijkste wens bij een verhuizing dat de woning in het betaalbare segment valt.
De huidige woningvoorraad in Haarlemmermeer sluit onvoldoende aan bij de wensen en mogelijkheden van de huishoudens op de woningmarkt en bij de veranderende behoeften van huidige bewoners. Naar de toekomst toe zullen met de verdere vergrijzing mismatches tussen de woning en behoeften van de bewoners toenemen. Zo geeft 20% nu al aan in een te groot huis te wonen.
Statushouders
Om een schatting te kunnen maken van de toekomstige taakstelling in de gemeente Haarlemmermeer zijn twee scenario’s doorgerekend. Een trendmatig scenario en een hoog scenario. Op basis hiervan ligt de te verwachten taakstelling voor Haarlemmermeer voor de komende jaren tussen de 290 en 400 personen per jaar. Uitgaande van 2 tot 3 personen per woning betekent dit dat er jaarlijks 135 tot 200 woningen nodig zijn om deze mensen te huisvesten.
Figuur B.7: Taakstelling statushouders afgelopen jaren en prognose, 2013-2030
Bron: Rijksoverheid (2025), bewerking Companen.
Woonwagenbewoners
Het doel is om te voorzien in de woonbehoefte van woonwagenbewoners in overeenstemming met het Beleidskader Gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid. Het Nederlands gemiddelde geeft een indicatie van de behoefte aan standplaatsen in Haarlemmermeer. Dit hanteren we als richtlijn voor de uitbreidingsopgave. Om op dit gemiddelde van 1,2 standplaatsen per 1.000 woningen (peildatum 2018) te komen, moeten er in Haarlemmermeer 21 standplaatsen bij komen. Mocht de nieuwbouwprognose van 10.000-20.000 reguliere woningen tot 2040 gerealiseerd worden, dan zouden er getalsmatig in die periode 12-24 extra standplaatsen nodig zijn om – na het inlopen van de achterstand – op het gemiddelde te van 1,2 standplaats per 1.000 woningen (peildatum 2018) te blijven.
Arbeidsmigranten
Ten opzichte van 2010 was het aantal arbeidsmigranten in 2019 verdubbeld. De gemiddelde groei was circa 4,6 % per jaar. In 2019 werkten er zo’n 17.400 arbeidsmigranten in de gemeente Haarlemmermeer en woonden 3.730 van de (geregistreerde) arbeidsmigranten in de gemeente. De vraag naar huisvesting overstijgt het aanbod.
We zien dat arbeidsmigranten grote moeite hebben met het vinden van geschikte huisvesting. Het resultaat is dat arbeidsmigranten dagelijks vanuit de gehele regio en verder (Westland en Rotterdam) naar onze gemeente moeten reizen. Daarnaast is sprake van verdringing op de krappe woningmarkt.
Regionale afspraken woningbouw
In de regio zijn er afspraken gemaakt over de woningbouwopgave in de gemeente Haarlemmermeer. In de regionale Woondeal is afgesproken dat er in Haarlemmermeer 13.400 woningen worden gebouwd in de periode 2022 t/m 2030. Exclusief de al gerealiseerde woningen betekent dit dat de resterende opgave in de gemeente in de periode 2025 t/m 2030 nog 11.116 woningen bedraagt. Jaarlijks betekent dit een toevoeging van ruim 1.800 woningen. De jaarlijkse oplevering in de afgelopen jaren lag hier ruim onder. Dit vraagt om een extra inspanning om de beoogde aantallen in de komende jaren te kunnen halen.
Tabel B.3: Woningbouwafspraken MRA en realisties (netto toevoegingen)
Totaal
Per jaar
Woondeal 2022 t/m 2030
13.400
1.488
Groei woningvoorraad 2022 - 2024
2.284
761
[ Groei woningvoorraad 2020 en 2021
1.645
822]
Resterende opgave 2025 t/m 2030
11.116
1.853
Bron: Woondeal Metropoolregio Amsterdam, 2023, Bouwmonitor gemeente Haarlemmermeer, bewerking Companen.
Woningbouwplannen Haarlemmermeer
Het verwachte aantal opleveringen voor de komende jaren laat een hoopvol beeld zien. Op basis van alle plannen die er nu zijn zou het jaarlijkse verwachte aantal opleveringen in de periode 2025 t/m 2030 oplopen, met aan het eind van 2030 +13.164 woningen.
Figuur B.8.8: Verwacht aantal opleveringen per jaar - Haarlemmermeer
Bron: Bouwmonitor, 2025.
Voor de periode 2025-2030 is de verwachting dat 30% van de opleveringen bestaat uit sociale huurwoningen, 11% uit middenhuur en 8% uit betaalbare koopwoningen. In totaal is de verwachting dat de helft van de totale oplevering in deze periode een betaalbare woning is. De overige 50% van de verwachte oplevering bestaat voor 18% uit markthuur en ruim 30% uit koopwoningen vanaf € 405.000. We zijn hiermee goed op weg in het sociale segment. Het betaalbare segment sluit nu nog onvoldoende aan de op behoefte en de afspraken uit de Woondeal. Er is meer behoefte aan woningen in het betaalbare segment dan er in de woningbouwprogrammering zijn opgenomen. We hebben in Haarlemmermeer momenteel veel harde plannen waar aanpassingen van het programma niet meer mogelijk zijn. Dit vraagt dus om een grote extra inspanning bij nieuwe en lopende projecten waar dit nog wel mogelijk is om te voldoen aan de ophanden zijnde nieuwe wetgeving (Wet Versterking Regie Volkshuisvesting).
Tabel B.4.3: Verwachte oplevering naar eigendom en prijsklassen, 2025-2030
2025-2030
Sociale huur
30%
Middenhuur
11%
Betaalbare koop (tot € 405.000)
8%
Betaalbaar totaal
50%
Markthuur
18%
Dure koop (vanaf € 405.000)
32%
Duur total
50%
Bron: Bouwmonitor, 2025.
Op 1 januari 2025 zijn er in de woningbouwprogrammering plannen voor 13.164 woningen voor de periode 2025 tot en met 2030, 13.728 voor de periode 2031 tot en met 2040 en 9.900 voor de periode na 2040. In totaal zijn dit 36.792 woningen in 90 verschillende plannen.
Van de 90 plannen zijn er 70 in voorbereiding. Dat wil zeggen dat wij voor deze plannen een overeenkomst hebben gesloten met de ontwikkelaar, dat de voorbereidingen voor zo’n overeenkomst ver gevorderd zijn en/of dat er een rijkssubsidie is toegekend op basis van het woningbouwprogramma in het plan. Het kan dan gaan om een intentieovereenkomst (IOK), een samenwerkingsovereenkomst (SOK), een anterieure overeenkomst (AOK), een grondleveringsovereenkomst (GLO) een rijkssubsidie vanuit de Woningbouwimpuls (WBI) of een Specifieke uitkering (SPUK) in het kader van het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT). De overige 20 plannen zijn nieuwe voornemens. Bijlage 5 geeft een overzicht van de plannen en hun status, afkomstig uit de Bouwmonitor van gemeente Haarlemmermeer (peildatum januari 2025). De volgende tabel geeft hiervan een samenvatting.
Tabel B.5: Overzicht woningbouwplannen naar status, aantallen en geplande oplevering
Planstatus
Aantal plannen
Aantal woningen (oplevering)
2026
2027-2030
2031-2040
Na 2040
AOK/GOK
49
1.296
6.722
1.705
WBI
4
591
471
IOK/SOK
8
1.431
4.639
1.500
SPUK
11
1.379
4.863
2.000
Nieuw
20
49
987
2.050
6.400
totaal
92
1.345
11.110
13.728
9.900
bron: bouwmonitor januari 2025 en onderliggende data
Dit betekent dat er in de 53 plannen waar al bindende afspraken zijn gemaakt (AOK/GOK) of WBI-subsidies zijn toegekend (8.609 woningen tot en met 2030) niet meer kan worden bijgestuurd of slechts heel beperkt. Bij de 19 plannen met IOK/SOK of SPUK (2.810 woningen) is nog wel ruimte om bij te sturen, in meer of minder mate. Bij de 20 plannen die nieuwe voornemens bevatten, hebben wij de maximale mogelijkheid om te sturen. In totaal gaat het hier om ‘slechts’ 1.036 woningen tot en met 2030 waar nog sterk kan worden gestuurd in het programma. Als buffer tegen planuitval is het gebruikelijk om voor woningbouw 130% van de behoefte te programmeren. Uitgaande van 130% plancapaciteit is er nog ruimte om bij ongeveer 800 nieuw toe te voegen woningen maximaal te sturen op betaalbaarheid.
Wonen met zorg
Door de toenemende tekorten aan zorgpersoneel en een groeiende groep zorgbehoevenden kan in de toekomst niet alle ondersteuning meer op de traditionele manier worden geleverd. Ouderen blijven steeds langer zelfstandig wonen en mensen met een hulpvraag (jong en oud) wonen vaker zelfstandig in plaats van in een intramurale woonvoorziening. De grote groei van het aantal ouderen en zorgvragers in een zelfstandige woonvorm brengt met zich mee dat er een groter beroep zal worden op mantelzorgers en buurtgenoten.
Deze situatie vraagt om andere, toekomstbestendige woonconcepten waarin wonen, ondersteuning en informele zorg op een nieuwe manier samenkomen. Bij dit soort woonvormen kunnen zorg en begeleiding op een effectieve wijze (geclusterd) worden aangeboden en vindt informeel contact en onderlinge hulp tussen bewoners gemakkelijk plaats.
Met de groei van het aantal ouderen vanaf 75 jaar en andere demografische ontwikkelingen kan een inschatting worden gemaakt van het aantal benodigde woonvormen voor ouderen en andere zorgvragers in de gemeente. In 2020 is hier een onderzoek naar gedaan. In tabel 1.4 zijn de afspraken die hieruit voort zijn gekomen weergegeven.
Tabel B6: opgave wonen en zorg voor ouderen en andere zorgvragers, 2022-2040
Woningtype
2022 t/m 2030 (MRA)
Totaal tot 2040 (Huisvestingsopgave wonen met zorg)
Zorggeschikt (rolstoelgeschikt)
240-315
Zorggeschikt (rolstoelgeschikt) – dementie
655
Zorggeschikt (rolstoelgeschikt) – lichamelijk
325
Geclusterde woningen voor senioren (rollatorgeschikt met ontmoetingsruimte nabij)
745-790
Waarvan: 710 met zorg nabij
2.195
Waarvan: 1.165 met zorg nabij
Nultredenwoningen
1.515
Totaal
2.500 – 2.620
3.175
Beschermd Wonen, kwetsbare jongeren, mensen met een beperking.
Tekort 2030
Tekort 2040
Verstandelijke beperking
Geclusterd wonen
260
310
Verstandelijke beperking
Gespikkeld wonen
70
130
Beschermd wonen
80
110
Kwetsbare jongeren
Ambulante begeleiding
15
20
Kwetsbare jongeren
Begeleid wonen
25
35
Bron: Opgave ouderenhuisvesting MRA en Huisvestingsopgave wonen en zorg, 2020.
Huisvesting aandachtsgroepen via urgentie, taakstellingen en uitstroom vanuit intramurale instellingen
Binnen de te huisvesten aandachtsgroepen kunnen we trends monitoren op verschillende manieren: via de urgentieregistratie, de wettelijke taakstelling van te huisvesten en de uitstroom van mensen uit een intramurale instelling. Het aantal mensen dat een urgentieverklaring krijgt, is de laatste jaren redelijk stabiel (gemiddeld 82 per jaar). Datzelfde geldt voor de opgave voor de huisvesting van statushouders (gemiddeld 300 per jaar). De wettelijke taakstelling daalt echter. Dat de opgave nagenoeg blijft, komt omdat de achterstand in de taakstelling oploopt doordat mensen niet gehuisvest kunnen worden. Het aantal mensen dat moet uitstromen uit maatschappelijke opvang nam de laatste jaren gestaag toe van 40 personen in 2022 tot 60 in 2025. De verwachting is niet dat deze trend op korte termijn duidelijk verandert.
Opgave
Opgaves uit de analyses rond bouwen en verbouwen
•Het woonmilieu met voornamelijk grondgebonden woningen is dominant. Om meer variatie in woonmilieus te bereiken, is het nodig om te sturen op bouwhoogtes en woningdichtheden op nieuwbouwlocaties.
•Driekwart van de woningvoorraad bestaat uit eengezinswoningen. Er komen steeds meer één- en tweepersoonshuishoudens. Voor een divers woningaanbod dat aansluit bij de behoefte is het nodig om vooral kleinere woningen en appartementen toe te voegen. Voor een divers aanbod op de schaal van een dorp of wijk is het vaak van belang dat er ook eengezinswoningen worden toegevoegd.
•De woningvoorraad in Haarlemmermeer is relatief duur. Een klein deel bestaat uit sociale huur en goedkopere koop. Terwijl ongeveer de helft van de huishoudens in Haarlemmermeer is op deze segmenten aangewezen. Voor het vergroten van het aanbod betaalbare woningen is het nodig om te sturen op een groter aandeel betaalbare woningen in de nieuwbouwprogrammering.
•Om in nieuwbouw betaalbare woningen te realiseren is het voor marktpartijen aantrekkelijk om kleinere woningen te bouwen met minder kwaliteit. Op zich is dat gelet op de vragersgroepen (kleine huishoudens) niet altijd een probleem.
Opgaves uit de analyses rond wonen zorg
•Ouderen wonen langer zelfstandig. Ook met een zorgvraag. Vaak kan dit in de huidige woning. Soms is een meer passende woning gewenst: een nultredenwoning, geclusterde-of zorggeschikte woning of een woning nabij een woonzorgcentrum. De woonzorgopgave voor de gemeente Haarlemmermeer is in MRA-verband afgestemd voor de periode tot en met 2030. Voor die periode bestaat de opgave voor Haarlemmermeer uit 240 tot 315 zorggeschikte (rolstoelgeschikte) woningen, voor geclusterde woningen 745 tot 790 woningen, vrijwel in zijn geheel met de behoefte aan nabijheid van zorg. Daarnaast zijn er ook aanvullend reguliere nultredenwoningen gewenst: minimaal ruim 1.500 nultredenwoningen.
•Het onderzoek voor Haarlemmermeer laat zien dat in 2030 de vergrijzing doorgaat en de opgave verder groeit. Dit vraagt om in plannen ook te anticiperen op de periode na 2030.
•Naast de huisvestingsopgave voor ouderen, zijn er ook woonzorgconcepten voor andere doelgroepen aanvullend gewenst. Het onderzoek voor Haarlemmermeer laat zien dat het tot 2040 om zo’n 600 woningen gaat als Beschermd Wonen, woonvormen voor kwetsbare jongeren en mensen met een beperking. De aantallen voor Beschermd Wonen zijn echter bepaald voordat er sprake was dat cliënten met een blijvende behoefte aan intensieve GGZ zorg een beroep kunnen doen op wlz-zorg. Hierdoor zijn er mogelijk minder Beschermd Wonen plekken in het kader van de Wmo nodig. De daadwerkelijk benodigde aantallen woningen voor de andere doelgroepen dan ouderen willen we nader gaan bepalen in samenspraak met betreffende zorgaanbieders.
•De schaarste aan mensen en middelen betekent dat niet in elke dorp en elke wijk voorzieningen in gelijke mate aanwezig zijn. In kleine dorpen als Cruquius, Lisserbroek en Abbenes zijn sociale netwerken hechter en kunnen mensen hierop makkelijker terugvallen. Voorzieningen zijn door de schaal echter minder makkelijk te organiseren. In de grote dorpen Hoofddorp, Nieuw-Vennep en Badhoevedorp zijn meer voorzieningen aanwezig en ligt de opgave meer in het adequaat organiseren van aanbod.
Opgaves uit de analyses rond toegankelijke woningmarkt
•Het aantal verhuizingen in Haarlemmermeer is beperkt. De stap van een huurwoning naar een koopwoning is (financieel) groot. Ook ervaren ouderen dat verhuizen veel obstakels kent. Doorstroming stagneert hierdoor. Voor jongeren is het passend aanbod beperkt.
•Een toenemend aantal Haarlemmermeerders woont niet passend: ouderen in niet-nultredenwoningen, kleine huishoudens in grote woningen, etc. Daarbij speelt ook dat de woningvoorraad van Haarlemmermeer veel (dure) koopwoningen telt.
Opgaves uit de analyses rond aantrekkelijke dorpen en wijken
•Tot slot is het voor het creëren en behouden van aantrekkelijke wijken en dorpen nodig eerst inzicht te krijgen in de gebieden waar de leefbaarheid onder druk staat. Het is daarbij belangrijk om samen te werken met corporaties en zorginstellingen.
3. Uitvoering actielijnen
Hfst.
Actielijnen
Prioriteit
Tijdpad
1.3. Actielijnen Bouwen en verbouwen
Actielijn 1: werken aan aantrekkelijke dorpen en wijken
Sturen op woningbouwprogramma met gebiedsprogramma’s en -enveloppen
2
2026 e.v.
Woningbouw in samenhang met voorzieningen
2
2026 e.v.
Bepalen uitgangspunten voor flexwonen
3
Het belang van bedrijfsverplaatsingen meewegen bij het gunnen van kavels op andere bedrijventerreinen
2026 e.v.
Actielijn 2: variatie aan betaalbare nieuwbouw realiseren
Ten minste 30% sociale huur en 20% middensegment in nieuwbouw
2026 e.v.
Een hoger percentage betaalbaar bij grote bouwprojecten waarvoor de gemeente een woningbouwimpuls aanvraagt bij het Rijk.
2026 e.v.
Zo veel mogelijk levensloopbestendige en nultredenwoningen
2026 e.v.
Twee derde betaalbaar in nieuwe projecten na inwerkingtreden van de Wet Versterking Regie Volkshuisvesting
2026 e.v.
Uitwerken vereveningsfonds of een andere vorm die hetzelfde doel bereikt
1
2026 e.v.
Overgangsregeling voor lopende projecten
1
2026
De voortgang en de realisatie van woningbouwplannen bijhouden in onze Bouwmonitor
2026 e.v.
Actielijn 3: zorgen voor betaalbaarheid van morgen
sociale huurwoningen laten onderbrengen bij lokale woningcorporaties
1
2026 e.v.
instandhoudingstermijnen betaalbare woningen opleggen
2026 e.v.
Instrumenten betaalbare koop stimuleren
2026 e.v.
bepalingen opnemen in anterieure overeenkomsten en het omgevingsplan
2026 e.v.
Actielijn 4 sturen op kwaliteit van betaalbare woningen
kwaliteitseisen stellen aan betaalbare woningen
2
2026 e.v.
Actielijn 5:beter benutten bestaande voorraad
onderzoeken mogelijkheden beter benutten bestaande woningen
stimuleren herbestemming en tijdelijk gebruik
2
2.1 Actielijnen Wonen met zorg
Actielijn 1: voldoende woningen waarin zorg en ondersteuning mogelijk is
Tijdpad
binnen de bestaande voorraad voorzien in de woonzorgbehoefte: samen met woningcorporaties
1
2026
restopgave wonen met zorg in nieuwbouw verwerken in gebiedsprogramma's
2
2026 e.v.
kwalitatieve normen woonzorgvoorzieningen opnemen in gebiedsprogramma’s en gebiedsenveloppen
2
2026 e.v.
Actielijn 2: concepten waar dragende en vragende bewoners samen leven
versterken samenwerking tussen partijen die betrokken zijn bij de realisatie van woonzorgconcepten
1
2026
implementatie en uitbreiding concept Lang Leven Thuis-flat
1
2025-2028
Stimuleren (particuliere) initiatieven collectieve en geclusterde woonvormen
2
2026 e.v.
Stimuleren mantelzorgwoningen op eigen erf
2
2026
Actielijn 3: preventie als basis om zo lang mogelijk regie te behouden
verbinding leggen tussen Volkshuisvestingsprogramma en verschillende zorg en welzijnsakkoorden als HLO, AZWA, IZA, GALA
op basis van gebiedsgerichte analyses bepalen welke voorzieningen en woonzorgvormen aanvullend gewenst zijn. Deze leggen we vast in prestatieafspraken.
1
2
2026-2027
2026-2028
3.2 Actielijnen Toegankelijke woningmarkt
Actielijn 1: aanbieden en beschikbaar houden van (betaalbare) woningen
Evaluatie Starterslening
2
2027
keuze voortzetten opkoopbescherming op basis van evaluatie Rijk in 2027
3
2028
Actielijn 2: gerichte toewijzing schaarse woningen
Lokale binding om in aanmerking te komen voor schaarse woningen: onderzoek en eventuele aanpassing Huisvestingsverordening
1
2026 ev
Regulering toewijzing van middenhuurwoningen: onderzoek en eventuele aanpassing Huisvestingsverordening
2
2027
Stimuleren doorstroming om geschikt te kunnen wonen: maatregelen om doorstroming van ouderen bevorderen
2
2026 ev
Actielijn 3: toegankelijke en passende woonomgeving
uitwerking inzet stimuleren ontmoeting (programma en activiteiten met partners)
3
2027
uitwerking plannen verbetering veiligheid fiets- en wandelpaden, uitbreiden beweegplekken (focusgebieden Bornholm (Hoofddorp)en Linquenda (Nieuw-Vennep)
2
2027
uitwerken/uitrollen pilot dementie-vriendelijke omgeving
1
2026
afspraken met zorgpartners over domeinoverstijgende dienstverlening rond langer zelfstandig thuis wonen ouderen
2
2026 ev
3Actielijnen huisvesting van aandachtsgroepen
Actielijn 4: vergroten van woonkansen voor aandachtsgroepen
Tijdpad
Meer woonruimte voor aandachtsgroepen door beter benutten van bestaande voorraad
2
2026 e.v.
Vraag vanuit aandachtsgroepen beter koppelen aan aanbod van passende woningen (regievoering)
1
2026 e.v.
Toevoegen woonvormen voor studenten, arbeidsmigranten, woonwagenbewoners met prioriteit voor uitbreiding woonwagenstandplaatsen
1
2025 e.v.
Actielijn 5: een zachte landing en een prettig thuis
Gemeenschapsvorming door community-building, hiervoor overleg initiëren met maatschappelijke partners over passende locaties en invulling benodigde woon- en persoonlijke begeleiding
1
2026 e.v.
Verkennen rol en inzet Maatschappelijk werk voor adequate ondersteuning bij zelfstandig wonen door samenwerking wonen-welzijn-zorg
2
2027
continueren aanpak W in de wijk
1
doorlopend
Urgent woningzoekenden woonkansen bieden, hiervoor passen we o.a. de huisvestingsverordening aan op wettelijke doelgroepen en overige urgente categorieën van gemeente, inclusief die uit de Wibo- en Opstapregeling
1
2026-2027
uitvoeren en zo mogelijk bestendigen aanpak Wonen Eerst bij voorkomen dakloosheid
1
2025-2027
initiëren overleg/maken afspraken met corporaties over passende huisvesting statushouders (waaronder huisvesting in tijdelijke woonconcepten), afstemming met Vluchtelingenwerk over integratie en participatie
1
doorlopend
4Aantrekkelijke dorpen en wijken
Toekomstige actielijn versterking aantrekkelijkheid dorpen en wijken
onderzoeken hoe we de leefbaarheid in dorpen en wijken kunnen verbeteren
2
onderzoeken hoe we gemeenschapsvorming kunnen stimuleren
2
2026 e.v.
in samenhang met het warmteprogramma de verduurzaming van de particuliere woningvoorraad uitwerken
1
2026 e.v.
4. Concept overgangsregeling
Na de inwerkingtreding van de Wet Versterking Regie Volkshuisvesting actualiseren wij het Volkshuisvestingsprogramma gericht op twee derde betaalbaar bij nieuwe projecten. Vanaf dat moment moet het woningbouwprogramma bestaan uit ten minste 30% sociale huurwoningen en 37% woningen in het middensegment. We hebben deze concept overgangsregeling opgenomen als bijlage van dit Volkshuisvestingsprogramma, om in een vroegtijdig stadium te laten zien hoe wij rekening willen gaan houden met lopende projecten wanneer de Wet Versterking Regie Volkshuisvesting is vastgesteld met de verplichting om twee derde betaalbaar te programmeren in de nieuwbouw. De overgangsregeling is in concept, want de nieuwe wet en doorvertaling hiervan naar het te actualiseren Volkshuisvestingsprogramma kan nog leiden tot aanpassingen. Zodra de wet is vastgesteld, actualiseren we het Volkshuisvestingsprogramma, inclusief de overgangsregeling. Bij actualisatie van het Volkshuisvestingsprogramma treedt de overgangsregeling in werking.
Voor de nieuwe betaalbaarheidseisen hebben we deze concept overgangsregeling opgesteld. Pas wanneer de nieuwe wet is aangenomen, zal duidelijk zijn of dit past binnen de nieuwe regels. De overgangsregeling heeft tot gevolg dat projectontwikkelaars ofwel moeten voldoen aan de eis van twee derde betaalbaar ofwel moeten aantonen dat dit financieel niet haalbaar is. De exacte invulling van de overgangsregeling waarbij twee derde betaalbaar het streven is, is onderdeel van het geactualiseerde volkshuisvestingsprogramma na inwerkingtreding van de wet versterking regie volkshuisvesting.
Deze eis geldt niet voor:
-plannen waarin slechts één woning wordt gerealiseerd,
-plannen waarvoor wij een anterieure – of grondleveringsovereenkomst hebben gesloten en
-plannen waaraan het Rijk voor juni 2022 een Woningbouwimpuls (WBI) heeft toegekend.
Er geldt bij deze eisen een overgangsregeling voor:
-plannen waarvoor wij een samenwerkingsovereenkomst (SOK) of intentieovereenkomst (IOK) hebben afgesloten,
-kleinschalige bouwontwikkelingen waarvoor (niet gewerkt wordt met een SOK of IOK) wij een Globaal Haalbaarheidsonderzoek (GHO) zijn gestart of een anterieure overeenkomst hebben afgesloten en,
-de woningbouwprogramma’s van plannen die meetellen als subsidievoorwaarde van een Specifieke Uitkering (SPUK) in het kader van het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT).
-gemotiveerd door ons aan te wijzen (plannen binnen) complexe transformatiegebieden.
De twee derde betaalbaar geldt in deze projecten niet als eis, maar nadrukkelijk wel als streven. Voor de ontwikkelaar geldt hier een plicht om de (financiële) haalbaarheid van de eis om twee derde betaalbaar te bouwen te onderzoeken. Als gemeente en initiatiefnemer na gezamenlijk overleg concluderen dat hiermee het plan niet haalbaar is, kunnen wij als college besluiten van de eisen af te wijken. Onze inzet blijft ook in die situaties om de percentages voor sociale huur en woningbouw in het middensegment zo hoog mogelijk te laten zijn. We werken bij deze projecten met een ondergrens van 30% sociale huurwoningen en 20% woningen in het middensegment. De overgangsregeling vervalt wanneer er bij deze projecten géén anterieure overeenkomst of realisatieovereenkomst is gesloten vóór 1 januari 2030. Op goede gronden kunnen wij besluiten deze termijn te verlengen voor één of meer projecten of complexe transformatiegebieden.