Gemeentelijke regelgeving

Armoedebeleidsplan 2016-2019 (4.49)

Gemeente Haaksbergen · geldt sinds 5 februari 2016

Aanhef

Armoedebeleidsplan 2016-2019

Inhoudsopgave

1 Waarom dit beleidsplan?

Er zijn verschillende ontwikkelingen geweest die aanleiding zijn voor het herzien van ons huidige minimabeleid. Bij deze herijking past ook een nieuwe naam, te weten armoedebeleid. Wij willen deze nieuwe naam gebruiken, omdat we landelijk meer over armoedebeleid dan over minimabeleid spreken. Ook denken wij bij de term minima uitsluitend aan een laag inkomen, terwijl ons nieuwe armoedebeleid een breder effect beoogd dan het bereiken van mensen met een laag inkomen. Dus vinden wij de term armoedebeleid beter passen.

In dit eerste hoofdstuk sommen we deze aanleidingen voor u op en lichten we ze toe. Dit beleidsplan heeft zowel betrekking op de Participatiewet als op de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (hierna: Wmo 2015). Het richt zich niet sec op minima, maar op ondersteuning van alle inwoners die (tijdelijk) niet financieel zelfredzaam zijn.

In dit beleidsplan verstaan we onder het (oude) minimabeleid alle besluiten en regelingen (verordeningen, nadere regels, beleidsregels) die erop gericht zijn om inwoners die (tijdelijk) niet zelfredzaam zijn te ondersteunen, te weten :

· Beleidsregels bijzondere bijstand;

· Verordening individuele studietoeslag;

· Verordening minimabeleid;

· Schulddienstverlening;

· Bijdrage jeugdsportfonds;

· Bijdrage jeugdcultuurfonds;

· Subsidies die een rol spelen bij het beleid;

· Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen;

· De collectieve zorgverzekering.

1.1 Verandingen in het wettelijk kader

Per 1 januari 2015 zijn de verantwoordelijkheden van gemeenten in het sociaal domein uitgebreid, onder andere door de invoering van de Participatiewet. Bestaande wetten als de Wet werk en bijstand (Wwb), de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) en delen van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wajong) zijn ondergebracht in één wet.

Met de inwerkingtreding van de Participatiewet zijn ook de juridische kaders voor het armoedebeleid gewijzigd. Hiermee wil het Rijk ongerichte financiële bijstand vervangen door individueel maatwerk, waardoor financiële middelen gerichter worden ingezet. In de wet zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd:

· De categoriale bijzondere bijstand

1Het afwijkende karakter van categoriale bijstand (artikel 35, lid 3, Participatiewet) is gelegen in het feit dat voor belanghebbende die behoren tot de aangewezen categorie niet nagegaan hoeft te worden of ten aanzien van die persoon de bedoelde kosten ook daadwerkelijk noodzakelijk zijn of gemaakt zijn. Door te behoren tot een aangewezen categorie is het reeds aannemelijk dat die persoon zich in bijzondere omstandigheden bevindt die leiden tot bepaalde noodzakelijke kosten van bestaan waarin de algemene bijstand niet voorziet en die de aanwezige draagkracht te boven gaan.

is per 1 januari 2015 afgeschaft. Gemeenten zijn niet langer bevoegd om categoriale bijzondere bijstand aan specifieke doelgroepen te verstrekken.

· De wettelijke inkomensgrens van de collectieve zorgverzekering is vervallen, zodat gemeenten zelf kunnen bepalen welke inkomensgrens zij hanteren. Hiermee wordt de mogelijkheid geboden de collectieve zorgverzekering open te stellen voor een bredere doelgroep.

· De langdurigheidstoeslag is afgeschaft en vervangen door de individuele inkomenstoeslag. Deze toeslag is bedoeld voor mensen die langdurig moeten rondkomen van een laag inkomen en geen zicht hebben op inkomensverbetering.

1.2 Extra middelen van het Rijk

In het Regeerakkoord is afgesproken dat het armoede- en schuldenbeleid wordt geïntensiveerd. Dit houdt onder andere in dat voor dit beleid extra middelen beschikbaar zijn gesteld. Voor 2014 ging dit om € 70 miljoen en voor de jaren 2015 en verder is er € 90 miljoen per jaar aan de algemene uitkering toegevoegd. Doordat de bedragen niet geoormerkt zijn, kunnen gemeenten deze middelen vrij besteden. De staatssecretaris van SZW roept gemeenten op met de inzet van de extra middelen te focussen op armoedebestrijding onder kinderen en op preventie van armoedeproblemen.

Naast de extra middelen die gemeenten van SZW ontvangen, biedt het Rijk ook ondersteuning aan partijen die de maatschappelijke participatie van kinderen bevorderen. Zo is de Sportimpuls uitgebreid met een regeling specifiek gericht op jeugd in lage inkomensbuurten en is onder andere een bijdrage verstrekt aan het Jeugdsportfonds, het Jeugdcultuurfonds en Stichting Leergeld.

1.3 Compensatie van zorgkosten (onderdeel Wmo 2015)

Mensen met een chronische ziekte of handicap hebben vaak hogere (zorg)kosten dan de gemiddelde Nederlander. Ter compensatie van deze hogere zorgkosten konden chronisch zieken en gehandicapten tot 2014 in aanmerking komen voor verschillende inkomensondersteunende regelingen op grond van de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg) en de Regeling Compensatie eigen risico zorgverzekeringswet (CER). Het Rijk heeft deze regelingen afgeschaft omdat ze onvoldoende gericht waren.

Gemeenten hebben de bevoegdheid gekregen om een nieuwe regeling te ontwikkelen, ter compensatie van zorgkosten van chronisch zieken en gehandicapten. Door een budgetkorting stelt het Rijk echter slechts een derde van het oorspronkelijke budget beschikbaar aan gemeenten. Het Rijk stelt de middelen beschikbaar via het gemeentefonds.

Wij hebben er eind 2014 voor gekozen een deel van deze middelen in te zetten voor de doelgroep chronisch zieken en gehandicapten, door een uitgebreidere beschikbaarheid van de collectieve zorgverzekering. Niet alleen is de inkomensgrens opgetrokken naar 120%, ook is er een extra pakket, het GarantVerzorgd 3 pakket, in het aanbod voor lokale burgers toegevoegd.

1.4 Positionering in het brede sociaal domein

Het armoedebeleid maakt onderdeel uit van het brede sociaal domein en is gericht op de ondersteuning van mensen met een laag inkomen. De bestrijding van armoede en sociale uitsluiting vindt ook binnen andere beleidsterreinen plaats en vergt daarom een integrale aanpak.

Gemeenten hebben een regiefunctie in de aanpak van armoede. Samenwerking en afstemming, binnen het sociaal domein van de organisatie, met ketenpartners en met partijen uit het veld, draagt positief bij aan de effectiviteit van interventies. Daarom is integraal beleid een speerpunt van de gemeente Haaksbergen.

Belangrijk aandachtspunt is dat de Noaberpoort de ingang vormt voor de voorzieningen die wij bieden in het kader van de Participatiewet. De Noaberpoort dient als centrale toegangspoort tot het sociaal domein voor de inwoners van Haaksbergen. Professionals uit verschillende lokale welzijn- en zorgorganisaties bieden hun dienstverlening aan vanuit deze centrale ontmoetingsplek.

Medio 2016 wordt de Noaberpoort gehuisvest binnen de muren van het Haaksbergse gemeentehuis. Hiermee krijgt de Noaberpoort een nog bredere sociale functie voor inwoners van Haaksbergen. De precieze invulling wordt momenteel vormgegeven. Voorop staat dat inwoners van Haaksbergen in de toekomst in elk geval voor aanvragen van regelingen uit het armoedebeleid bij de Noaberpoort terecht kunnen.

1.5 Totstandkoming

Dit beleidsplan is ontwikkeld door een ambtelijke werkgroep onder regie van wethouder A. Nijhuis. Hierbij is gebruik gemaakt van de aanwezige kennis en ervaringen met de armoedeproblematiek bij medewerkers binnen de gemeente, maar ook van ideeën en input van de Participatieraad Haaksbergen, de Commissie Samenleving en externe organisaties welke te maken hebben met de doelgroep minima.

Externe organisaties zijn per mail of telefonisch benaderd en gevraagd hun ervaringen te delen om het nieuwe beleidsplan zo goed mogelijk aan te laten sluiten bij de situatie van de doelgroep.

Om ideeën uit de Participatieraad Haaksbergen en de Commissie Samenleving op te halen, is een informele bijeenkomst georganiseerd waarin de leden zijn geïnformeerd over het bestaande beleid en de plannen voor de toekomst. Deze bijeenkomst had een interactief karakter, waardoor ook vragen en ideeën van leden naar voren zijn gebracht. Als aanvulling daarop is de mogelijkheid geboden om per e-mail of in een persoonlijk gesprek vragen te stellen of eigen inzichten en standpunten naar voren te brengen. De input die hieruit is voort gekomen, is verwerkt bij de totstandkoming van dit nieuwe beleidsplan.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.