Gemeentelijke regelgeving

verordening op de commissie van onderzoek en rapportage inzake functioneringsgesprekken en herbenoeming burgemeester

Gemeente Gouda · geldt sinds 1 november 2001

Aanhef

De raad van de gemeente Gouda

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 6 september 2001;

gelet op artikel 61, lid 5 van de Gemeentewet en de “procedureregels herbenoeming burgemeesters”;

besluit:

I. bij elke herbenoeming van de burgemeester gebruik te maken van zijn bevoegdheid om zijn gevoelen daaromtrent kenbaar te maken aan de commissaris van de Koningin;

II. in te stellen een commissie van onderzoek en rapportage inzake functioneringsgesprekken en herbenoeming burgemeester;

III. vast te stellen de navolgende verordening op de commissie van onderzoek en rapportage inzake functioneringsgesprekken en herbenoeming burgemeester.

Paragraaf 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

a.commissaris: de commissaris van de Koningin in de provincie Zuid-Holland;

b.raad: de gemeenteraad van Gouda;

c.burgemeester: de burgemeester van Gouda;

d.wethouders: de wethouders van de gemeente Gouda

e.herbenoeming: benoeming van de burgemeester voor een nieuwe periode van zes jaar;

f.rapportage: de schriftelijke weergave van het gevoelen van de commissie omtrent het functioneren van de burgemeester;

g.commissie: de commissie van onderzoek van onderzoek en rapportage inzake functioneringsgesprekken en herbenoeming burgemeester;

h.profielschets: de door de raad laatstelijk vastgestelde profielschets, welke aan de eerste benoeming dan wel een vorige herbenoeming van de burgemeester is voorafgegaan;

i.procedure: de procedureregels herbenoeming burgemeester.

Paragraaf 2

Artikel 2 Samenstelling commissie

1De commissie bestaat uit de voorzitters van de in de raad vertegenwoordigde fracties en een wethouder.

2Het lidmaatschap van de commissie is persoonlijk.

Plaatsvervanging door een ander is niet toegestaan.

3De wethouder heeft een adviserende rol. Hij vertegenwoordigt het college en de gemeentesecretaris.

Artikel 3 Voorzitter

De vertrouwenscommissie kiest uit haar midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter.

Artikel 4 Secretaris

1De griffier treedt op als secretaris van de commissie. Deze woont elke vergadering van de commissie bij.

2De van de commissie uitgaande stukken worden door de voorzitter en de griffier getekend.

3De griffier is contactpersoon en ontvangt en bewaart alle stukken en gegevens in kabinet.

Paragraaf 3 taken van de commissie

Artikel 5

De commissie heeft tot taak om in het kader van de herbenoeming namens de raad de rapportage voor te bereiden, vast te stellen en toe te zenden aan de commissaris.

Artikel 6

1Twee respectievelijk vier jaar na (her)benoeming houdt de commissie een functioneringsgesprek met de burgemeester.

2Indien de commissie dan wel de burgemeester de wens daartoe kenbaar maakt houdt de commissie tussentijds een functioneringsgesprek met de burgemeester.

3De commissie toetst het functioneren van de burgemeester daarbij in elk geval aan de profielschets, de wettelijke taken van de burgemeester, alsmede de andere aan de burgemeester toebedeelde taken, zoals de door hem behartigde portefeuille en vertegenwoordiging van de gemeente in andere (overheids-)lichamen.

4De commissie is bevoegd aan de in het derde lid genoemde toetsingscriteria andere elementen toe te voegen.

Paragraaf 4 werkwijze commissie

Artikel 7

1De vergaderingen van de commissie zijn besloten.

2De commissie legt in elke vergadering met toepassing van artikel 86 van de Gemeentewet geheimhouding op omtrent de inhoud van de stukken en het behandelde tijdens de vergadering.

3De voorzitter ziet erop toe, dat aan het gestelde in het tweede lid 2 wordt voldaan.

4Noch aan raadsleden, die geen zitting hebben in de commissie, noch aan anderen – behoudens het bepaalde in de artikelen 4, eerste lid 1 en 9, vierde lid 4 – wordt inzage of informatie verstrekt omtrent de inhoud van de stukken of het behandelde ter vergadering.

5Noch de commissie, noch de gemeenteraad zal de geheimhouding, waartoe het tweede lid 2 verplicht, opheffen.

6De geheimhoudingsplicht blijft na ontbinding van de commissie van kracht.

Artikel 8

1De commissie vergadert zo dikwijls als de voorzitter of tenminste drie leden dit noodzakelijk achten.

2De voorzitter bepaalt dag, uur en plaats van de vergadering.

3De commissie vergadert niet als niet tenminste de helft van het aantal fractievoorzitters aanwezig is en zij tezamen meer dan de helft van de raadsleden vertegenwoordigen.

4De commissie besluit bij meerderheid van stemmen. Voor de bepaling van de stemuitslag geldt, dat ieder lid evenveel stemmen uitbrengt als de door dit lid vertegenwoordigde fractie zitting hebbende leden in de gemeenteraad telt.

Artikel 9

1Alvorens met de voorbereiding van de rapportage te starten stelt de commissie daartoe een plan van aanpak vast.

2Dit plan van aanpak bevat in elk geval:

a.een overzicht van de door de commissie in het onderzoek te betrekken stukken;

b.een overzicht van de personen, die de commissie wenst te spreken, waaronder in ieder geval de wethouders en de gemeentesecretaris;

c.een tijdsplanning.

3Indien de commissie gebruik maakt van haar bevoegdheid, bedoeld in artikel 6, vierde lid 4, wordt dat in het plan van aanpak vermeld, met specificatie van de door de commissie toegevoegde toetsingselementen.

4Het plan van aanpak wordt na vaststelling en voor aanvang van het onderzoek ter kennis gebracht van de burgemeester.

Artikel 10 Rapportage

Met in achtneming van het bepaalde in artikel 6 bevat de rapportage voorts tenminste:

a.een weergave van de wijze waarop de commissie haar onderzoek heeft verricht (plan van aanpak);

b.een weergave van de voorlopige conclusies van de commissie;

c.het verslag van het gesprek met de burgemeester over de conceptrapportage;

d.de eindconclusie van de commissie;

e.een uitspraak van de commissie of zij de rapportage op eigen verzoek bij de commissaris mondeling wenst toe te lichten.

Artikel 11 Vernietiging stukken

1Nadat de beslissing omtrent de herbenoeming van de burgemeester ter kennis is gebracht van de raad, dragen de voorzitter en griffier er zorg voor, dat alle archiefbescheiden die de commissie zelf heeft opgemaakt, op last van burgemeester en wethouders onverwijld in een verzegelde enveloppe en gerubriceerd als “ geheim” worden overgebracht naar de krachtens de wet door de raad aangewezen archiefbewaarplaats. Zij dragen er eveneens zorg voor, dat uitvoering wordt gegeven aan het bepaalde in de volgende leden van dit artikel.

2Van de in het eerste lid bedoelde overbrenging wordt een verklaring van overbrenging als bedoeld in artikel 9 van het Archiefbesluit 1995 opgemaakt. In deze verklaring wordt melding gemaakt van de met toepassing van artikel 15, eerste lid 1, sub a en c, van de Archiefwet 1995 gestelde beperkingen aan de openbaarheid, geldende voor een periode van 75 jaar.

3Originele bescheiden die de commissie van derden heeft ontvangen worden onmiddellijk aan dezen teruggezonden.

4Alle overige bescheiden van de commissie en alle kopieën van de in dit artikel bedoelde bescheiden worden onmiddellijk vernietigd.

Artikel 12 Slotbepaling

1In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet beslist de commissie.

2De besluiten onder I, II en III treden in werking met ingang van 1 november 2001.

Toelichting

Toelichting, behorende bij de verordening op de commissie van onderzoek en rapportage inzake functioneringsgesprekken en herbenoeming burgemeester

Algemene toelichting

Deze verordening is gebaseerd op de door de minister van BZK vastgestelde “Procedureregels herbenoeming burgemeesters”. Deze zijn bepalend voor de te volgen procedure; de verordening dient als nadere uitwerking/aanvulling daarop.

De verordening is opgesteld naar analogie van de in 2001 door de raad vastgestelde verordening op de Vertrouwenscommissie inzake de benoeming van een nieuwe burgemeester.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel1Begripsbepalingen

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

Artikel2Samenstelling commissie

Dit artikel is gebaseerd op het gelijksoortige artikel uit de Verordening op de vertrouwenscommissie uit 2001. Door het ontbreken van een regeling ter zake is in veel gemeenten discussie over de rol van wethouders en de secretaris bij (her)benoemingen. Aangezien de Minister van Binnenlandse Zaken een einde wil maken aan de onduidelijkheid over de rol van het college van B en W bij (her)benoeming van de burgemeester heeft zij kenbaar gemaakt dat bij wet zal worden vastgelegd dat een wethouder als vertegenwoordiger van het college lid wordt van de vertrouwenscommissie. Deze wethouder krijgt een adviserende rol en vertegenwoordigt de gemeentesecretaris. Anticiperend is aangesloten bij de komende wettelijke regeling.

Artikel3Voorzitter

De keuze van een (plaatsvervangend) voorzitter dient op basis van geschiktheid plaats te vinden. Het kan wenselijk zijn om iemand te benoemen die “politiek neutraal” is.

Artikel4Secretaris

Na de vaststelling van de verordening op de vertrouwenscommissie in 2001 is het dualisme ingevoerd. In de lijn hiermee is nu de griffier aangewezen als secretaris van de commissie. Deze fungeert tevens als contactpersoon. De secretaris van de commissie heeft een administratieve en logistiek ondersteunende rol. De commissie kan besluiten ook met de de griffier te spreken conform artikel 9 lid 2b. Uiteraard heeft degriffier, evenals allen die bij het onderzoek betrokken zijn, een strikte geheimhoudingsplicht. E.e.a. is geregeld in artikel 7.

Artikel5

In deze artikelen zijn de taken van de commissie omschreven. Alleen op uitnodiging van de vertrouwenscommissie wonen adviseurs vergaderingen bij. Dit zijn nimmer vergaderingen waarin functioneringsgesprekken worden gehouden.

Artikel6

In dit artikel zijn de aspecten waaraan de commissie het functioneren van de burgemeester ten minste moet toetsen omschreven. Het staat de commissie vrij daar andere elementen aan toe te voegen.

Tevens regelt dit artikel de frequentie waarmee de gesprekken in beginsel worden gevoerd. Indien daartoe aanleiding is (wens van de commissie dan wel wens van de burgemeester) kan van de gekozen frequentie worden afgeweken.

Artikel7

Conform het gestelde in de circulaire van de Commissaris van de Koningin d.d. 11 maart 1996, kenmerk 8115, zijn in dit artikel bepalingen opgenomen m.b.t. volstrekte geheimhouding. E.e.a. spreekt voor zich.

Artikel8

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

Artikel9

Voor een goede gang van zaken is het nodig om een plan van aanpak vast te stellen, dat vooraf aan de burgemeester kenbaar wordt gemaakt. Zoals elke te beoordelen functionaris heeft deze immers het recht om te weten op welke wijze “de beoordeling” plaats vindt.

Artikel10Rapportage

Dit artikel beschrijft wat in elk geval in de rapportage dient te staan. De opsommissing is niet limitatief.

Het artikel voorziet er tevens in, dat de commissie een uitspraak moet doen over de vraag of zij gebruik maakt van haar facultatieve bevoegdheid om de rapportage mondeling toe te lichten bij de commissaris van de Koningin.

Artikel11Vernietiging stukken

Dit artikel regelt de archivering en vernietiging van stukken conform de bepalingen van de Archiefwet 1995 en het Archiefbesluit 1995.

Artikel12Slotbepaling

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.