Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
a.ambtenaar: een ambtenaar, een gewezen ambtenaar, een persoon met wie door een bestuursorgaan een arbeidsovereenkomst is gesloten naar burgerlijk recht, ook na beëindiging van de arbeidsovereenkomst alsmede andere personen werkzaam onder de verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan, ook na het beëindigen van de werkzaamheden.
b.klachtenbehandelaar: de in artikel 2.1 genoemde bestuurders en ambtenaren, die belast zijn met de behandeling van en advisering over klachten in de zin van deze verordening.
c.klachtencoördinator: de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaar of vervangend ambtenaar, welke belast is met de ontvangst en registratie van binnengekomen klachten, alsmede het bewaken van de voortgang van een tijdige afdoening van de klachten en de naleving van de regels van hoofdstuk 9 Algemene wet bestuursrecht en deze klachtenregeling en ambtelijke ondersteuning van de klachtenbehandelaar.
Hoofdstuk 2 Behandeling van klachten
Artikel 2.1 Klachtenbehandelaar
1Klachten over de raad, burgemeester en wethouders en een commissie ex artikel 83 of 84 van de Gemeentewet, over de gemeentesecretaris en de adjunct-gemeentesecretaris worden behandeld door de burgemeester.
2Klachten over de burgemeester worden behandeld door de loco-burgemeester.
3Klachten over de directie worden behandeld door de burgemeester.
4Klachten over ambtenaren en afdelingshoofden worden behandeld door de directie.
Artikel 2.2 Onderzoek en horen bij klachten
1De klachtencoördinator brengt de klacht zo spoedig mogelijk ter kennis van de klachtenbehandelaar, de beklaagde en het betrokken bestuursorgaan.
2De klachtencoördinator onderzoekt de feiten die aan de klacht ten grondslag liggen en initieert op zo kort mogelijke termijn een hoorzitting.
3De klager en het bestuursorgaan of zijn vertegenwoordiger worden in beginsel in elkaars aanwezigheid gehoord.
4Ambtshalve of op verzoek kunnen klager en bestuursorgaan respectievelijk zijn vertegenwoordiger afzonderlijk worden gehoord indien aannemelijk is dat gezamenlijk horen een zorgvuldige behandeling zal belemmeren.
5Wanneer partijen afzonderlijk worden gehoord wordt ieder van hen op de hoogte gesteld van het verhandelde tijdens het horen buiten zijn aanwezigheid.
6De loco-burgemeester treedt op als vertegenwoordiger van de raad of het college van burgemeester en wethouders. Een commissie wordt vertegenwoordigd door haar voorzitter of - in het geval dat de klachtenbehandelaar tevens voorzitter is van de commissie - door haar vice-voorzitter.
Artikel 2.3 Verslag
1Van de hoorzitting wordt een verslag opgemaakt.
2Het verslag van de hoorzitting wordt aan klager en beklaagde toegezonden vóór het advies wordt opgemaakt.
3Klager en beklaagde hebben de mogelijkheid om binnen één week na verzending van het verslag, schriftelijk te reageren.
4Het verslag, en eventuele schriftelijke reacties, worden gevoegd bij het advies aan burgemeester en wethouders, zoals bedoeld in artikel 2.4, lid 1.
Artikel 2.4 Advies en besluitvorming
1De klachtenbehandelaar stelt zo spoedig mogelijk een advies aan burgemeester en wethouders op. Het advies gaat vergezeld van een ontwerpbesluit.
2Naast een voorstel over de afdoening van de klacht zelf kan de klachtenbehandelaar in zijn advies ook aanbevelingen doen voor verbeteringen in de organisatie c.a. ter voorkoming van soortgelijke klachten in de toekomst.
3Het betrokken bestuursorgaan besluit zo spoedig mogelijk over de afdoening van de klacht en de eventuele aanbevelingen als bedoeld in lid 2.
4Indien de conclusies van het bestuursorgaan afwijken van het advies wordt in het besluit de reden voor die afwijking vermeld. Het advies wordt dan meegezonden met het besluit.
5Het bestuursorgaan brengt ook degene tegen wie de klacht gericht is, in kennis van het in lid 3 bedoelde besluit.
Hoofdstuk 3 Rapportage
Artikel 3.1 Jaaroverzicht
1De klachtencoördinator brengt jaarlijks verslag uit aan het college van burgemeester en wethouders over het aantal behandelde klachten in het afgelopen kalenderjaar, de aard van de klachten, de wijze van afdoening en de maatregelen, die naar aanleiding van de (behandeling van de) klachten zijn getroffen.
2Het college stelt aan de hand daarvan een jaarverslag vast en brengt dit na bespreking in de commissie Algemene Zaken ter kennis van de gemeenteraad.
Hoofdstuk 4 Slotbepalingen
Artikel 4.1 Onvoorzien
In gevallen, waarin deze verordening niet voorziet, beslissen burgemeester en wethouders.
Artikel 4.2 Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking één dag nadat de verordening op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt.
Artikel 4.3 Intrekking oude regeling
De 'verordening klachtenregeling Goirle 2009' zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 21 juli 2009, wordt ingetrokken.
Artikel 4.4 Citeertitel
Deze verordening kan worden aangehaald als 'Klachtenregeling Goirle 2010'.