Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van de gemeente Giessenlanden, ieder binnen de eigen bevoegdheid;
overwegende, dat de Wet bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) hen beleidsruimte verschaft bij de besluitvorming omtrent het toepassen van hun uit deze wet voortvloeiende bevoegdheden;
gelet op:
-de Wet BIBOB,
-artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb);
-de artikelen 3, 27, 30a, 31 en 32 van de Drank en Horecawet;
-artikel 30b van de Wet op de kansspelen;
-artikel 2:28, 2:39 en 3:4 van de Algemene plaatselijke verordening;
-artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
-de op het moment van vaststelling van toepassing zijnde subsidieverordening en het dan geldende inkoopbeleid en aanbestedingsbeleid;
besluiten vast te stellen de:
Beleidslijn voor de toepassing van de Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Beleidslijn Bibob 2017)
Hoofdstuk 2 Toepassing van de beleidslijn bij publiekrechtelijke beschikkingen.
A. Nieuwe beschikkingen
1) Uitvoering van de Bibob-toets vindt in beginsel plaats bij elke aanvraag, van een nieuw horecabedrijf, voor een beschikking als bedoeld in:
a.artikel 3 Drank en Horecawet;
b.artikel 30b van de Wet op de kansspelen; (aanwezigheidsvergunning voor een kansspelautomaat);
c.artikel 2:28 van de Algemene Plaatselijke Verordening; (exploitatievergunning voor commerciële openbare inrichtingen, zoals restaurants, cafés en hotels).
Een nieuw horecabedrijf is een bedrijf dat zich nieuw in de gemeente vestigt of een bedrijf dat zijn rechtsvorm wijzigt.
2) Uitvoering van de Bibob-toets vindt bij onderstaande aanvragen voor een beschikking in beginsel plaats, als er sprake is van signalen die een aanleiding vormen om te vermoeden dat bij de aanvraag sprake is van een ernstig gevaar als bedoeld in artikel 3 van de wet:
a De aanvraag als bedoeld in artikel 3 van de Drank en Horecawet voor een commercieel horecabedrijf;
b De aanvraag als bedoeld in artikel 30a van de Drank en Horecawet (melding wijziging leidinggevende op het aanhangsel van de drank- en horecavergunning);
c De aanvraag als bedoeld in artikel 3 van de Drank- en Horecawet, in het geval het een horecabedrijf betreft van een paracommerciële rechtspersoon, als bedoeld in artikel 1, dertiende liggend streepje van de Drank en Horecawet (drank- en horecavergunning paracommerciële rechtspersoon);
d De aanvraag als bedoeld in artikel 3 van de Drank- en Horecawet voor een slijtersbedrijf;
e De aanvraag als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (omgevingsvergunning bouwactiviteit).
f De aanvraag als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet Algemene bepalingen omgevingsrecht, voor zover dat onderdeel betrekking heeft op een inrichting als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid van die wet, (omgevingsvergunning inrichtingen Wet Milieubeheer, waaronder de gevallen die behoren tot de afval en / of vuurwerkbranche).
g De aanvraag als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder i van de Wet Algemene bepalingen omgevingsrecht, voor zover dat onderdeel betrekking heeft op een activiteit waarvoor bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 2.17 van die wet is bepaald, dat de beschikking in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 Wet Bibob kan worden geweigerd (omgevingsvergunning beperkte milieutoets, waaronder gevallen die onder de categorie afvalstoffen vermelde activiteiten autodemontage, banden van voertuigen, kunststofafval, medisch en hygiënisch afval, mengen van afval in de betonindustrie en schroot vallen).