Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregels Damocles 2024 gemeente Ermelo

Gemeente Ermelo · geldt sinds 16 oktober 2024

Aanhef

De burgemeester van de gemeente Ermelo,

Gelezen het voorstel van 17 september 2024,

Gelet op het bepaalde in artikel 13b van de Opiumwet,

Besluit:

1De Beleidsregels Damocles 2024 gemeente Ermelo vast te stellen;

2Het drugsbeleid Ermelo 2019 in te trekken

Beleidsregels Damocles 2024 gemeente Ermelo

2.1 Zorgvuldige belangenafweging

In deze beleidslijn wordt vastgesteld op welke wijze de burgemeester met deze discretionaire bevoegdheid om gaat. Hierbij wordt aansluiting gezocht bij de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) van 2 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:285 (Harderwijk).

Daarin heeft de Afdeling overwogen dat – kort gezegd – een besluit dat strekt tot uitoefening van de bevoegdheid op grond van artikel 13b van de Opiumwet per geval moet voldoen aan artikel, 3:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en dat dit wordt beoordeeld aan de hand van – voor zover relevant – de volgende stappen:

1) is het besluit geschikt om het doel te bereiken

2) of het een noodzakelijke maatregel is of dat met een minder vergaande maatregel kon worden volstaan

3) of de maatregel in het concrete geval evenwichtig is. Is de op zichzelf geschikte en noodzakelijke maatregel in de gegeven omstandigheden niet onredelijk bezwarend voor de belanghebbende?

Geschiktheid:

Hierbij wordt aangegeven of de ingezette herstelsanctie geschikt is om het handhavingsdoel te bereiken, oftewel om de overtreding te beëindigen en herhaling te voorkomen.

Noodzaak:

Uit de jurisprudentieanalyse van Afdelingsuitspraken blijkt dat de ernst en omvang van de overtreding kan worden afgeleid uit een zevental factoren: 1) de soort drugs, 2) recidive, 3) feitelijke handel, 4) de ligging van het pand, 5) het gevaar voor de openbare orde, 6) het professionele karakter van de overtreding dan wel de overtreder en 7) het tijdsverloop tussen het aantreffen van de overtreding en het opleggen van de maatregel.

Waarbij wordt opgemerkt dat bovengenoemde evenredige belangenafweging doorslaggevend is, en de opgenomen wijze van optreden richtinggevend in dit kader. Het beleid biedt hiermee ruimte om maatwerk te leveren en de bevoegdheidstoepassing af te stemmen op de specifieke omstandigheden van het geval.

Evenredigheid:

Drie omstandigheden die in ieder geval van belang zijn voor de beoordeling van de evenredigheid: 1) de persoonlijke verwijtbaarheid, 2) de gevolgen van de sluiting en 3) de aanwezigheid van minderjarige kinderen.

Medewerking c.q. inspanningen

Wanneer bewoner(s) en/of eigenaar/verhuurder en/of exploitant van het lokaal, of de woning voldoende aannemelijk kan maken dat de betreffende doelen van deze beleidsregels op korte termijn ook zonder het opleggen van een last onder bestuursdwang tot sluiting van het lokaal of de woning zullen worden bereikt, legt de burgemeester niet een last onder bestuursdwang, maar een last onder dwangsom op, of in uitzonderlijke gevallen in het geheel geen herstelsanctie op. Waarbij onder meer wordt meegewogen in hoeverre eigenaar/verhuurder, exploitant, of (gezaghebbende) bewoners (al) actief meewerkte om deze doelen te bereiken

Hulpverlening

In het contact met de belanghebbende / overtreder (bijvoorbeeld in de zienswijze-fase) zal de mogelijkheid worden bezien of er aanleiding en motivatie is om hulpverlening in te schakelen. Dit kan ook een omstandigheid zijn die aanleiding geeft om af te wijken van de handhavingsmatrix.

2.2 Zwaarte van de maatregel

De zwaarte van de maatregel is afhankelijk van de zwaarte van de overtreding en in elk geval wordt bekeken of een minder ingrijpende maatregel, zoals een waarschuwing of een last onder dwangsom kan worden opgelegd. Toepassing van de beleidsregel heeft als doel de overtreding te beëindigen en kan noodzakelijk zijn om het woon- en leefklimaat te beschermen of de openbare orde te herstellen. Die noodzaak wordt mede bepaald aan de ernst en omvang van de overtreding.

Verzwarende omstandigheden

Bij het bepalen of sprake is van verzwarende omstandigheden worden in ieder geval de volgende omstandigheden meegewogen:

-er is sprake van geweldsdelicten of andere delicten die afbreuk doen aan de openbare orde en veiligheid;

-er is sprake van verboden wapenbezit als bedoeld in de Wet wapens en munitie;

-er is een vermoeden van betrokkenheid van de bewoner(s)/eigenaar/eigenaren/derden die antecedenten op naam hebben;

-er is sprake van de aanwezigheid van een niet gebruikelijke grote som (handels)geld;

-er is sprake van recidive, daaronder in ieder geval begrepen eerdere overtredingen van de Opiumwet en/of eerdere sluiting van eigendommen op grond van artikel 13b van de Opiumwet;

-er is sprake van gevaarzetting en risico’s voor de bewoners, omwonenden en/of de omgeving;

-er in sprake van overlast voor omwonenden en/of de omgeving;

-de aannemelijkheid dat naast de woning/het lokaal en het bijbehorende erf, nog een of meer andere locaties betrokken zijn bij de drugshandel;

-er is - blijkens politiegegevens - een vermoeden van drugshandel in georganiseerd verband;

-als de drugshandel of hennepteelt een professioneel karakter heeft;

-er is sprake van bekendheid van het pand in het criminele circuit, er is een “loop” naar het pand geconstateerd.

2.3. Hoogte dwangsom

De hoogte van een last onder dwangsom is afhankelijk van de aard van de overtreding, de feiten en omstandigheden van het geval en de ernst van de situatie. Met betrekking tot het opleggen van een last onder dwangsom op grond van artikel 13b van de Opiumwet wordt de hoogte van de dwangsom afgestemd op het financiële voordeel dat een overtreder kan verwachten bij het niet naleven van deze regels, waarbij in de jurisprudentie een dwangsom van 5 keer de aangetroffen handelswaarde wordt gehonoreerd.

Bij de vaststelling van het vermeende financiële voordeel wordt gekeken naar de soort drugs die is gevonden, maar ook in welke vorm en het gewicht.

Hierbij kan gekeken worden naar de richtlijnen (BOOM rapportage) die worden gehanteerd door het Nationaal Netwerk Drugsexpertise Korps Landelijke Politiediensten en het Functioneel Parket (voorheen BOOM) dan wel de gewichtsprijzen opgegeven op de nationale drugsmonitor.

4.1 Handhavingsmatrix

Het getrapt optreden wordt in onderstaande matrix weergegeven. Bij herhaling van een overtreding zal de bekendheid van het verkooppunt groter zijn en is een langere sluitingstijd nodig om de ‘loop’ eruit te halen. In beginsel sluit de zwaarte van de sanctie aan op de ernst van de overtreding.

Overtreding artikel 10, 10a, 11 of 11a Opiumwet

1eovertreding

2eovertreding

3eof volgende overtreding

Opiumwet lijst I & II

(Harddrugs en softdrugs)

•Bestuurlijke waarschuwing*

•Last onder dwangsom

•sluiting van 3 maanden

•Last onder dwangsom

•Sluiting 6 maanden

•Sluiting voor 12 maanden

Voorbereidings-

Handelingen

•Bestuurlijke waarschuwing*

•Last onder dwangsom

•Last onder dwangsom

•Sluiting 3 maanden

•Sluiting 6 maanden

*bestuurlijke waarschuwing in beginsel heeft waarschuwing rechtsgevolg omdat als eerste overtreding wordt gezien.

Spoedsluiting

Ex art. 5:31 Awb kan de burgemeester terstond bestuursdwang toepassing in spoedeisende gevallen.

Inschrijving kadaster (WKBP)

Het sluiten van een woning of lokaal is gerelateerd aan de locatie. Dat betekent dat een opgelegde bestuurlijke maatregel ook werkt voor rechtsopvolgers. Een besluit tot toepassing van bestuursdwang op grond van artikel 13b van de Opiumwet is een beperkingsbesluit dat valt onder de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken. De burgemeester zal op grond van deze wet een besluit tot sluiting zo spoedig mogelijk inschrijven in de openbare registers, zoals bedoeld in 3:16 van het Burgerlijk Wetboek. Een bestuurlijke waarschuwing of last onder dwangsom worden in beginsel niet ingeschreven in het kadaster.

Uitvoering

Een bevel van de burgemeester tot sluiting van een inrichting op grond van artikel 13b van de Opiumwet strekt tot uitoefening van bestuursdwang in de zin van artikel 5:21 van de Algemene Wet Bestuursrecht (Awb). Hierdoor zijn de bepalingen over de last onder bestuursdwang uit afdeling 5.3.1 van de Awb van toepassing, waaronder artikel 5:28, dat de burgemeester bevoegd maakt tot het verzegelen van gebouwen, terreinen en hetgeen zich daarin of daarop bevindt.

De belanghebbende krijgt de gelegenheid het pand af te sluiten en gesloten te houden en de sleutels van alle toegangen van het pand en/of het bijbehorende erf in te leveren bij de gemeente. Het feitelijk sluiten gebeurt in de aanwezigheid van een vertegenwoordiger van de gemeente die daartoe door de burgemeester is aangewezen. De sloten kunnen eventueel worden vervangen. Deuren, ramen en andere toegangen worden verzegeld. De sleutels blijven gedurende de sluiting in het bezit van de gemeente.

De begunstigingstermijn is er tevens voor bedoeld de belanghebbende de gelegenheid te geven om vóór de sluiting van het pand en/of het bijbehorende erf de maatregelen te treffen die nodig zijn in verband met de sluitingsperiode, zoals het verwijderen van persoonlijke spullen of bederfelijke waren, het afsluiten van gas, water en elektra, etc.

Kosten

Op grond van artikel 5:25 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) worden de kosten voor het toepassen van de bestuursdwang verhaald op de overtreder.

4.3 Uitzonderingen

Aangezien de gemeente en de toegelaten instellingen samen een bijzondere verantwoordelijkheid hebben op grond van de Huisvestingswet worden woningen, die worden verhuurd door toegelaten instellingen en die tot de sociale huurwoningvoorraad behoren wegens overtreding van de Opiumwet in beginsel niet met een last onder bestuursdwang gesloten, mits de betreffende toegelaten instelling actief probeert overtredingen te voorkomen en een geconstateerde overtreding actief beëindigt door zo spoedig mogelijk na constatering de huur op te zeggen. Wel wordt een last onder dwangsom opgelegd.

Lokalen, die een bijzondere maatschappelijke openbare functie van algemeen nut vervullen, zoals openbare bibliotheken, onderwijsinstellingen en overheidsgebouwen worden wegens overtreding van de Opiumwet in beginsel niet gesloten, voor zover zij actief proberen overtredingen te voorkomen en aantoonbaar en controleerbare maatregelen nemen, om herhaling van geconstateerde overtredingen te voorkomen. Wel wordt een last onder dwangsom opgelegd om herhaling te voorkomen.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.