Gemeentelijke regelgeving

Verordening voor de behandeling van bezwaarschriften gemeente Emmen

Gemeente Emmen · geldt sinds 1 januari 2026

Aanhef

De raad van de gemeente Emmen;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 16 september 2025, nr. 52974-2025:742758;

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;

besluit vast te stellen de volgende verordening:

Verordening voor de behandeling van bezwaarschriften gemeente Emmen

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1. Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

a.ambtelijk horen : horen door een ambtenaar of meerdere ambtenaren namens het bestuursorgaan, als bedoeld in artikel 7:5 van de Algemene wet bestuursrecht;

b.Awb : Algemene wet bestuursrecht;

c.bestuursorgaan : gemeentelijk orgaan dat het bestreden besluit heeft genomen;

d.bezwaarmaker : indiener van een bezwaarschrift;

e.commissie : adviescommissie als bedoeld in artikel 7:13 van de Awb en artikel 85 Gemeentewet;

f.voorzitter : voorzitter van de commissie;

g.sociaal domein : de Participatiewet, de Wet werk en bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004, de Wet inburgering 2021, de Wet maatschappelijke ondersteuning, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de Regeling Gehandicaptenparkeerkaart, de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, de Jeugdwet en de Verordening bekostiging Leerlingenvervoer Emmen 2024.

Artikel 2. Informele behandeling

1Het bestuursorgaan onderzoekt of het bezwaarschrift informeel kan worden afgehandeld alvorens het verder in behandeling te nemen.

2Als het bezwaar informeel wordt afgehandeld, legt het bestuursorgaan de gemaakte afspraken schriftelijk vast en neemt het zo nodig een nieuw besluit.

Hoofdstuk 2 Ambtelijk horen

Artikel 3. Ambtelijk horen

1Het bestuursorgaan kan categorieën van bezwaarschriften aanwijzen waarbij het horen ambtelijk plaatsvindt.

2Het bestuursorgaan bepaalt de wijze en het tijdstip van het horen.

3Als de bezwaarmaker of het bestuursorgaan het bezwaarschrift aan de commissie wil voorleggen, kan, met inachtneming van artikel 4, derde lid, het bestuursorgaan besluiten dat de commissie over het bezwaarschrift hoort en adviseert.

Hoofdstuk 3 Commissie

Artikel 4. Commissie

1Er is een commissie ter voorbereiding van de beslissing op bezwaren tegen besluiten van de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders, de burgemeester en de leerplichtambtenaar.

2De commissie is belast met het horen en adviseren over de volledige heroverweging van bestreden besluiten.

3De commissie hoort en adviseert niet over bezwaarschriften gericht tegen besluiten betreffende waardering onroerende zaken, gemeentelijke heffingen en belastingen;

4De commissie adviseert tevens niet over de categorie bezwaarschriften als bedoeld in artikel 3, eerste lid, tenzij artikel 3, derde lid, van toepassing is.

5Als bezwaarmaker of het bestuursorgaan het niet nodig vindt dat het bezwaarschrift aan de commissie wordt voorgelegd, kan het bestuursorgaan besluiten dat het horen ambtelijk plaatsvindt.

Artikel 5. Samenstelling van de commissie

1De commissie bestaat uit een voorzitter en twee leden.

2De voorzitter(s) en de leden worden door het college van burgemeester en wethouders benoemd, geschorst en ontslagen.

3De commissie regelt de vervanging van de voorzitter(s).

Artikel 6. Onpartijdigheid leden

1De voorzitter(s) en de leden nemen niet deel aan de behandeling van een bezwaarschrift als daarbij hun onpartijdigheid in het geding kan zijn. Zij laten zich zo nodig vervangen.

2De voorzitter(s) en de leden van de commissie kunnen geen deel uitmaken van of werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan van de gemeente.

3De voorzitter of een lid van de commissie is niet tevens een adviseur, gemachtigde, advocaat of procureur in geschillen ten behoeve van de gemeente of een bestuursorgaan van de gemeente, dan wel ten behoeve van de wederpartij van de gemeente of een bestuursorgaan van de gemeente, dan wel ten behoeve van een eventuele andere belanghebbende.

Artikel 7. Zittingsduur

1De voorzitter en leden worden benoemd voor een termijn van vier jaar. Het is mogelijk om éénmaal herbenoemd te worden.

2De voorzitter en de leden kunnen op elk moment ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan het college van burgemeester en wethouders.

3De aftredende of ontslagnemende voorzitter of leden blijven hun functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien.

Artikel 8. Uitoefening bevoegdheden

1De bevoegdheden ingevolge de hierna genoemde artikelen van de Awb worden voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door de voorzitter van de commissie:

a.artikel 2:1, tweede lid, Awb, verzoeken om een schriftelijke machtiging aan een gemachtigde;

b.artikel 6:6 Awb, stellen van een termijn aan de bezwaarmaker;

c.artikel 6:17 Awb, verzenden van stukken tijdens de behandeling door de commissie;

d.artikel 7:3 Awb, afzien van het horen van een belanghebbende;

e.artikel 7:4, tweede lid, Awb, ter inzage leggen van het bezwaarschrift en de op de zaak betrekking hebbende stukken, dan wel toezenden daarvan aan een belanghebbende;

f.artikel 7:6, vierde lid, Awb, al dan niet op verzoek van een belanghebbende afzien van het op de hoogte stellen van het verhandelde tijdens een hoorzitting van een andere belanghebbende, voor zover geheimhouding om gewichtige reden is geboden.

2De voorzitter kan deze bevoegdheden mandateren aan de secretaris.

Artikel 9. Secretaris

1De secretaris wordt door het college van burgemeester en wethouders aangewezen.

2Het college van burgemeester en wethouders wijzen ook één of meer plaatsvervangers van de secretaris aan.

Artikel 10. Voorbereiding hoorzitting

1De voorzitter bepaalt plaats en tijdstip van de hoorzitting waarin de bezwaarmaker, eventuele andere belanghebbenden en het bestuursorgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te laten horen.

2De voorzitter nodigt de bezwaarmaker, eventuele andere belanghebbenden en het bestuursorgaan ten minste twee weken voor de hoorzitting schriftelijk uit.

3Binnen drie werkdagen na de uitnodiging kunnen de bezwaarmaker, eventuele andere belanghebbenden of het bestuursorgaan onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het tijdstip van de hoorzitting te wijzigen.

4De beslissing van de voorzitter op dit verzoek wordt binnen drie werkdagen na ontvangst van dit verzoek aan de bezwaarmaker, eventuele andere belanghebbenden en het bestuursorgaan meegedeeld.

5De voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken of afwijking toe te staan van de termijnen, genoemd in het tweede tot en met vierde lid.

6De voorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen van de commissie bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en hen zo nodig uitnodigen daartoe op de hoorzitting te verschijnen. Als daaraan kosten zijn verbonden, is vooraf machtiging van het college van burgemeester en wethouders vereist.

Artikel 11. Openbaarheid hoorzitting

1De hoorzitting van de commissie is openbaar.

2In afwijking van het eerste lid vindt de hoorzitting achter gesloten deuren plaats voor zover het bezwaarschriften betreft die betrekking hebben op onderwerpen die vallen onder het sociaal domein of de leerplicht.

3De deuren kunnen voorts worden gesloten als de voorzitter of een van de aanwezige leden het nodig oordeelt of indien een belanghebbende daartoe een verzoek doet.

4Als de commissie naar aanleiding van het derde lid beslist dat gewichtige redenen aanwezig zijn die zich tegen openbaarheid van de hoorzitting verzetten, vindt de hoorzitting plaats achter gesloten deuren.

Artikel 12. Verslaglegging

1Het verslag, bedoeld in artikel 7:7 van de Awb, is onderdeel van het advies en bevat in ieder geval:

a.de namen van de aanwezigen en hun hoedanigheid;

b.een zakelijke vermelding van wat over en weer is gezegd en wat verder op de hoorzitting is voorgevallen;

c.een vermelding als de hoorzitting geheel of gedeeltelijk achter gesloten deuren plaatsvond, of als belanghebbenden of hun gemachtigden niet in elkaars tegenwoordigheid zijn gehoord;

d.indien van toepassing een verwijzing naar de op de hoorzitting overgelegde bescheiden, die aan het verslag kunnen worden gehecht.

Artikel 13. Nader onderzoek

1De commissie is bevoegd nader onderzoek te doen als zij dit na afloop van de hoorzitting wenselijk acht.

2De uit nader onderzoek verkregen informatie wordt in afschrift aan de bezwaarmaker, eventuele andere belanghebbenden en het bestuursorgaan toegezonden.

3De bezwaarmaker, eventuele andere belanghebbenden en het bestuursorgaan kunnen binnen een week na verzending van de nadere informatie schriftelijk reageren en indien gewenst aan de voorzitter vragen om een nieuwe hoorzitting. De voorzitter beslist op dit verzoek.

4Op een nieuwe hoorzitting zijn de bepalingen in deze verordening die betrekking hebben op de hoorzitting, zo veel mogelijk van overeenkomstige toepassing.

Artikel 14. Raadkamer en advies

1De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het uit te brengen advies.

2De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het uit te brengen advies.

3Als bij een stemming de stemmen staken, beslist de stem van de voorzitter.

4Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel voor de te nemen beslissing op het bezwaarschrift.

5Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris ondertekend.

Artikel 15. Uitbrengen advies en verdaging

1Het advies wordt tijdig uitgebracht aan het bestuursorgaan dat op het bezwaarschrift dient te beslissen.

2Als naar het oordeel van de voorzitter de termijn van twaalf weken, genoemd in artikel 7:10, eerste lid, van de Awb, ontoereikend is voor achtereenvolgens het uitbrengen van een advies en het nemen van een beslissing, verzoekt hij het bestuursorgaan tijdig de beslissing te verdagen.

3Van een besluit tot verdaging ontvangen de commissie en belanghebbende(n) een afschrift.

Artikel 16. Jaarverslag werkzaamheden commissie

De commissie brengt jaarlijks aan de bestuursorganen verslag uit van haar werkzaamheden in het voorafgaande kalenderjaar.

Hoofdstuk 4 Slotbepalingen

Artikel 17. Overgangsbepaling

In afwijking van artikel 7, eerste lid, is het voor de voorzitter en de leden die bij inwerkingtreding van deze verordening deel uitmaken van de commissie en reeds éénmaal zijn herbenoemd, mogelijk om in totaal twee keer te worden herbenoemd.

Artikel 18. Intrekking oude regeling

Het Reglement commissie bezwaarschriften gemeente Emmen 2016 wordt ingetrokken.

Artikel 19. Inwerkingtreding en citeertitel

1Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026.

2Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening voor de behandeling van bezwaarschriften gemeente Emmen.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.