Gemeentelijke regelgeving

Verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting gemeente Emmen 2026

Gemeente Emmen · geldt sinds 1 januari 2026

Aanhef

De raad van de gemeente Emmen;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 11 november 2025;

gelet op artikel 227 van de Gemeentewet;

besluit:

Vast te stellen de volgende Verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting gemeente Emmen 2026

Artikel 1 Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

a.reclameobject: een openbare aankondiging in letters, cijfers, tekens, logo's, symbolen, kleuren of een reclamevoorwerp, of een combinatie daarvan, zichtbaar vanaf de openbare weg.

b.Wet WOZ: de Wet waardering onroerende zaken.

c.waarde: de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet WOZ voor het kalenderjaar, als bedoeld in artikel 8, voor de onroerende zaak vastgestelde waarde. Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde op de voet van hoofdstuk IV van de Wet WOZ is vastgesteld, is de waarde de met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet WOZ vastgestelde waarde.

d.vestiging:

1de onroerende zaak als bedoeld in artikel 16 van de Wet WOZ die, of een deel daarvan dat door één organisatie of bedrijf wordt gebruikt en waarbij één naam wordt gevoerd;

2twee of meer onroerende zaken, als bedoeld in artikel 16 van de Wet WOZ, of delen daarvan, die direct naast of boven elkaar gelegen zijn en die tezamen door één organisatie of bedrijf voor één doel worden gebruikt en waarbij één naam wordt gevoerd.

e.voorziening: specifiek hulpmiddel bestemd voor het aanbrengen, tonen of vertonen van één of meer (al dan niet wisselende) openbare aankondigingen.

f.jaar: een kalenderjaar.

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam reclamebelasting wordt, binnen het gebied zoals nader aangewezen in de bij deze verordening behorende bijlage 1, een directe belasting geheven voor een openbare aankondiging die zichtbaar is vanaf de openbare weg.

Artikel 3 Belastingplicht

1De reclamebelasting wordt geheven van de gebruiker van de vestiging waarop, waaraan, waarin of waarbij één of meer reclameobjecten zijn aangebracht dan wel zijn geplaatst.

2Indien geen gebruiker bekend is van de onroerende zaak waarbij één of meer openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg worden aangetroffen, wordt de reclamebelasting geheven van de eigenaar van die onroerende zaak.

Artikel 4 Vrijstellingen

De reclamebelasting wordt niet geheven voor openbare aankondigingen:

1die door publiekrechtelijke rechtspersonen gedaan in de uitoefening van hun publiekrechtelijke taak;

2die uitsluitend het openbaar belang dienen of die namens politieke partijen zijn aangebracht;

3die uitsluitend dienen ten behoeve van de regulering van het verkeer over openbare land- en waterwegen;

4die zonder commercieel oogmerk aanwezig zijn in het kader van en voor de duur van activiteiten van culturele, sociale, kerkelijke of soortgelijke aard of voor braderieën;

5op bouwterreinen voor zover deze betrekking hebben op de op dat terrein in uitvoering zijnde werkzaamheden;

6die bestemd zijn voor de verhuur of de verkoop van bedrijfs- of woonruimten, indien deze aanwezig zijn aan of op de te verkopen of te verhuren ruimte of zaak;

7waarvan de (gezamenlijke) oppervlakte per vestiging minder dan 0,1 vierkante meter bedraagt.

Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief

1De reclamebelasting wordt geheven per vestiging, naar de maatstaf die is opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met inachtneming van het overigens in deze verordening bepaalde.

2Indien de vestiging gelijk is aan de onroerende zaak als bedoeld in artikel 16 van de Wet WOZ, is de heffingsmaatstaf een vast bedrag en een bedrag dat afhankelijk is van de waarde van de vestiging.

3Indien de vestiging deel uitmaakt van een onroerende zaak als bedoeld in artikel 16 van de Wet WOZ, is de heffingsmaatstaf een vast bedrag en een bedrag dat afhankelijk is van het deel van de waarde dat aan de vestiging kan worden toegerekend.

4Voor een vestiging als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, sub 2, is de heffingsmaatstaf een vast bedrag en een bedrag dat afhankelijk is van de waarden of de delen van de waarden die aan de vestiging kunnen worden toegerekend.

5Bij de bepaling van de heffingsmaatstaf wordt buiten aanmerking gelaten de waarde van delen van de vestiging die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden.

Artikel 6 Belastingtijdvak

Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 7 Wijze van heffing

De reclamebelasting wordt bij wege van aanslag geheven.

Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

1De reclamebelasting is verschuldigd bij de aanvang van het kalenderjaar waarin de openbare aankondigingen aanwezig zijn of, indien dit later is, op het tijdstip waarop de belastingplicht aanvangt.

2Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, is de reclamebelasting verschuldigd voor zoveel maanden als er in dat jaar, na het tijdstip van de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

3Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt dan wel vermindert, wordt de aanslag op verzoek van belastingplichtige verminderd met zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde reclamebelasting als er in dat jaar na het tijdstip van de beëindiging van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

Artikel 9 Termijnen van betaling

1In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand, volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.

2De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn.

Artikel 10 Kwijtschelding

Bij de invordering van de reclamebelasting wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 11 Inwerkingtreding en citeerartikel

1De ‘Verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting Emmen en Klazienaveen 2025’ en de ‘Verordening op de heffing en invordering van Reclamebelasting Nieuw-Amsterdam/Veenoord 2025’ en de bijbehorende tarieventabellen van 19 december 2024 worden ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

2Deze verordening treedt in werking met ingang van de tweede dag na die van de bekendmaking.

3De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

4Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening reclamebelasting gemeente Emmen 2026’.

Tarieventabel behorende bij de Verordening reclamebelasting gemeente Emmen 2026

Artikel 1

Het tarief bedraagt voor het hebben van één of meerdere openbare aankondiging, per vestiging:

1.1

In het centrum van Emmen per jaar

€ 330

1.2

Het bedrag als genoemd in artikel 1.1 wordt verhoogd met:

Voor vestigingen met een waarde van € 200.000,- tot en met € 299.000,-

€ 220

Voor vestigingen met een waarde van € 300.000,- tot en met € 499.000,-

€ 495

Voor vestigingen met een waarde van € 500.000,- tot en met € 999.999,-

€ 770

Voor vestigingen met een waarde van € 1.000.000,- en meer.

€ 990

1.3

In het centrum van Klazienaveen per jaar

€ 600

1.4

Het bedrag als genoemd in artikel 1.3 wordt verhoogd met:

Voor vestigingen met een waarde van € 200.000,- tot en met € 299.000,-

€ 300

Voor vestigingen met een waarde van € 300.000,- tot en met € 499.000,-

€ 600

Voor vestigingen met een waarde van € 500.000,- tot en met € 999.999,-

€ 900

Voor vestigingen met een waarde van € 1.000.000,- en meer

€ 1.200

1.5

In tariefgebied A van Nieuw-Amsterdam/Veenoord per jaar

€ 500

1.6

Het bedrag als genoemd in artikel 1.5 wordt verhoogd met:

Voor vestigingen met een waarde van € 100.000,- tot en met € 199.000,-

€ 100

Voor vestigingen met een waarde van € 200.000,- tot en met € 499.000,-

€ 200

Voor vestigingen met een waarde van € 500.000,- tot en met € 999.999,-

€ 350

Voor vestigingen met een waarde van € 1.000.000,- en meer

€ 500

1.7

In tariefgebied B van Nieuw-Amsterdam/Veenoord per jaar

€ 300

1.8

Het bedrag als genoemd in artikel 1.7 wordt verhoogd met:

Voor vestigingen met een waarde van € 100.000,- tot en met € 199.000,-

€ 100

Voor vestigingen met een waarde van € 200.000,- tot en met € 499.000,-

€ 200

Voor vestigingen met een waarde van € 500.000,- tot en met € 999.999,-

€ 300

Voor vestigingen met een waarde van € 1.000.000,- en meer

€ 500

Vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van 18 december 2025.

de griffier,

S. Engelen

de voorzitter,

H.F. van Oosterhout

Bijlage 1 behorende bij de Verordening reclamebelasting gemeente Emmen 2026

Als aangewezen gebied, bedoeld in artikel 2 van de Verordening reclamebelasting gemeente Emmen 2026, geldt het op onderstaande kaarten gearceerde gedeelte:

Vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van 18 december 2025.

de griffier,

S. Engelen

de voorzitter,

H.F. van Oosterhout

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.